Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Beschikking gerechtshof in zaak IJsselwerf en YVC Holding

Datum nieuwsfeit: 09-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Gerechtshof Amsterdam
Zoek soortgelijke berichten
Gerechtshof Amsterdam

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

BESCHIKKING
van 9 november 2000 in de zaak met rekestnummer 550/99 OK van:

DE ONDERNEMINGSRAAD VAN DE BESLOTEN VENNOOTSCHAP MET BEPERKTE AANSPRAKELIJKHEID YVC IJSSELWERF B.V.
,
vertegenwoordigd door zijn voorzitter H. Vredenborg, VERZOEKER
,
advocaat en procureur: Mr P.L.J. Bosch,

t e g e n

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid YVC IJSSELWERF B.V.
,
gevestigd te Capelle aan den IJssel,
VERWEERSTER
,
procureur: Mr L.P. Broekveldt,
advocaat : Mr H.J. Smit.


1. Het verdere verloop van het geding


1.1. Voor het eerdere verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de in deze zaak gegeven beschikking van 21 oktober 1999.

1.2. In deze beschikking heeft de Ondernemingskamer verklaard dat de ondernemer bij afweging van alle belangen in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot het besluit om op 4 juni 1999 surséance van betaling aan te vragen. Ten aanzien het door de OR gedane verzoek te verklaren dat de ondernemer in redelijkheid niet had kunnen komen tot het besluit van 4 juni 1999 tot beëindiging van de activiteiten van IJsselwerf werd, in afwachting van de uitkomst van de in de rekestprocedure 647/99 OK ingestelde enquête naar het beleid en de gang van zaken van IJsselwerf en YVC Holding B.V., de beslissing aangehouden.

1.3. Het bedoelde enquêteverslag is op 31 maart 2000 ter inzage van een ieder gelegd.

1.4. Bij verzoek, ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen op 31 mei 2000, heeft (de raadsman van) de OR de Ondernemingskamer verzocht de behandeling van het verzoek voort te zetten, onder handhaving van het verzoek aan de Ondernemingskamer om te verklaren dat de ondernemer bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid niet tot het besluit tot beëindiging van alle activiteiten van IJsselwerf heeft kunnen komen.

1.5. Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 25 augustus 2000, heeft de ondernemer het verzoek bestreden en de Ondernemingskamer verzocht, kort gezegd, het verzoek af te wijzen.

1.6. De zaak is, gezamenlijk met de zaak met het rekestnummer 510/2000 OK, behandeld ter terechtzitting van de Ondernemingskamer van 14 september 2000. Partijen hebben haar standpunten doen bepleiten door haar advocaten, die zich beiden hebben bediend van pleitnotities. Bij die gelegenheid heeft IJsselwerf nog een productie in het geding gebracht.

1.7. De inhoud van de hiervoor vermelde stukken wordt als hier herhaald en ingelast beschouwd.


2. De gronden van de beslissing

2.1. In de in deze zaak op 21 oktober 1999 gegeven beschikking heeft de Ondernemingskamer in rechtsoverweging 3.6 overwogen dat ten tijde van het geven van die beschikking nog onvoldoende gegevens aanwezig waren om te kunnen oordelen, zoals de OR stelde, dat in het besluit om surséance van betaling aan te vragen een besluit tot beëindiging van de activiteiten van IJsselwerf besloten lag. In afwachting van de uitkomst van de in de rekestprocedure met nummer 647/99 OK bevolen enquête naar het beleid en de gang van zaken van IJsselwerf en van YVC Holding B.V. is vervolgens iedere verdere beslissing aangehouden.

2.2. In de samenvatting van het verslag van het onderzoek valt, voor zover van belang, onder meer als volgt te lezen:

(¼ )
5. De enquêteur heeft geen aanwijzingen gevonden dat de Holding willens en wetens heeft aangestuurd op een onnodige surséance van IJsselwerf. Wel kan, als gezegd, worden gesproken van onvoldoende pogingen ter voorkoming van een situatie waarin het aanvragen van surséance tenslotte onontkoombaar was.
(¼ )
8. Van grond voor het door de Ondernemingsraad gevreesde "opofferen" van IJsselwerf aan de Wilton Fyenoord transactie is de enquêteur niet gebleken. De oorzaak van de discontinuiteit van IJsselwerf is gelegen in het uitblijven van orders, niet in de Wilton Fyenoord transactie.
(¼ )
10. Het aanvragen van surséance is niet voorbarig geweest. Uit een oogpunt van liquiditeit had de aanvraag door middel van het incasseren van uitstaande bedragen weliswaar nog enige tijd uitgesteld kunnen worden, maar het onvermijdelijke bekend worden van het definitief niet doorgaan van de RoRo-order maakte onmiddellijk ingrijpen door een bewindvoerder noodzakelijk. Door het succesvolle optreden van de bewindvoerders en de door hen aangestelde interim-manager is de oplevering van bouwnummer 275, zij het met vertraging, gelukt en daarmee is de reële dreiging van een faillissement afgewend.
(¼ )
12. Blijkens het binnen enkele weken na de surséance-aanvraag verschenen jaarverslag van de Holding over 1998 ligt het door FNV Bondgenoten verweten doorgaan met nieuwbouw te Schiedam zonder IJsselwerf en de IJsselwerf-werknemers alsnog in het voornemen van de Holding: "De thans ontstane situatie houdt echter niet in dat YVC Holding B.V. zich terugtrekt uit de nieuwbouw van zeeschepen. Nagegaan wordt hoe de situatie dient te worden aangepast om, met gebruikmaking van de beschikbare specifieke kennis en ervaring in met name engineering en sectiebouw, alsmede toepassing van aannemingsgericht bouwen, te komen tot een concurrerend prijsniveau." Geconstateerd moet worden dat met dit nagaan te lang is gewacht.
13. Dat het van het begin van de onderhandelingen over de Wilton Fyenoord transactie het voornemen van de Holding is geweest om IJsselwerf niet naar Schiedam mee te nemen maar na verloop van tijd in Schiedam overnieuw met nieuwbouw te beginnen, is de enquêteur niet gebleken en is trouwens ook niet plausibel. Het aanvankelijk voornemen om de nieuwbouw naar Schiedam te verhuizen en daar zonder onderbreking voort te zetten is gefrustreerd door gebrek aan financiering voor de in dat verband noodzakelijke investeringen en, los daarvan, door het uitblijven van orders die het IJsselwerf mogelijk hadden moeten maken om de tijd tot die verhuizing door te komen.

2.3. In deze weergave -en ook overigens in het verslag- kan geen steun worden gevonden voor de juistheid van de door de OR verdedigde stelling.

2.4. Er dient daarom vanuit te worden gegaan dat onvoldoende is komen vaststaan dat een besluit tot beëindiging van de activiteiten van IJsselwerf is genomen. Gevolg hiervan moet zijn dat het verzoek van de OR, voor zover hier aan de orde, moet worden afgewezen.


3. De beslissing

De Ondernemingskamer:

Wijst het verzoek van de Ondernemingsraad te verklaren dat verweerster in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot het besluit tot beëindiging van haar activiteiten af.

Deze beschikking is gegeven door mr Willems, voorzitter, mr Visser en mr Den Boer, raadsheren, drs Nabbe en mr Hoek, raden, in aanwezigheid van mr De Vries, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 9 november 2000.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie