Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Resultaten studiefase project 'Wissellaadsysteem 165 kN'

Datum nieuwsfeit: 13-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Defensie
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Defensie



Brieven aan de Kamer


"Wissellaadsysteem 165 kN"

13-11-2000

Met de brief van 31 maart 1998 (Kamerstuk 25 600 X, nr. 48) bent u geïnformeerd over de resultaten van de voorstudiefase van het project 'Wissellaadsysteem 165 kN'. Inmiddels is de studie-fase voltooid en informeer ik u met deze brief over de resultaten van deze fase.

In mijn brief van 3 december 1998 (Ka-merstuk 26 200 X, nr. 20) ging ik in op de relatie tussen dit project en de totale vervanging binnen de Koninklijke landmacht van vrachtauto´s met een laadvermogen van vier ton of meer. Daarbij werd uitgebreid aandacht besteed aan het operationele vervoersconcept dat aan de vervanging ten grondslag ligt. Dit concept berust op het uitgangspunt dat het transportmiddel en de te vervoeren containers of flat-racks niet meer onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Dit vergroot de vervoers-flexibiliteit, ladingen kunnen snel en zonder veel moeite aan de grond worden gezet en er kan eenvoudig van transportmiddel worden gewisseld. Binnen dit nieuwe concept spelen de wissellaadsystemen een belangrijke rol.

Behoefte
In mijn brief van 3 december 1998 zette ik uiteen dat het wissellaadsysteem binnen het nieuwe operationele vervoersconcept van de Koninklijke landmacht voor twee hoofdtaken zal worden gebruikt. Het merendeel van de nieuwe voertuigen zal worden ingezet voor de bevoorrading van eenheden, op alle trajecten in het inzetgebied. De te vervoeren goederen, zoals voeding, munitie, brandstof, springstoffen en veldversterkingsmateriaal, zullen daarbij in een container of op een 'flatrack' zijn geplaatst. Het overige deel van de wissellaadsystemen wordt gebruikt voor het vervoer van organiek bij eenheden ingedeeld groot materieel, zoals verbindingscontainers, boten, pontons en wegenmatten. Voor de uitvoering van beide hoofdtaken dient het wissellaadsysteem zelfstandig te kunnen laden en lossen. Daartoe moet het voertuig een zogenaamde haakarm hebben.

Om tot bij de voorste eenheden in het operatiegebied te kun-nen komen, moet het wissellaadsysteem over een bepaalde mate van terreinwaardigheid beschikken. De eisen hiervoor zijn afgeleid van een civiel vierassig voertuig voor grondverzet, met aandrijving op alle assen. Ook is geëist dat het wissellaadsysteem, beladen met een standaard civiele container (met een hoogte van 8foot6inch), een totale hoogte van 4 meter niet overschrijdt. Vooral de combinatie van terreinwaardigheid en deze hoogteeis zorgt er voor dat niet in de be-hoefte kan worden voorzien met een bestaand voertuig.

Voor de bescherming tegen onder meer geweervuur en antipersoneelmijnen moet de cabine van het wissellaadsysteem kunnen worden uitgerust met een ballistische beschermingsset. Tot slot moet de cabine geschikt zijn voor het vervoer van vijf personen.

De combinatie van terreinwaardigheid en de hoogte-eis vereist een technische integratie van het haakarmsysteem in het voertuigchassis. Omdat hieraan risico's zijn verbonden, is besloten, voorafgaande aan het serie-contract, tot een prototypenbeproeving van potentieel geschikte voertuigen. De beproeving zal de mate van geschiktheid van de prototypen vaststellen. De beproeving zal ook leiden tot een beter inzicht in de levensduurkosten.

Uit interdepartementaal overleg is gebleken dat het ministerie van Binnenlandse Zaken belangstelling heeft voor het project. Voor de rampenbestrijding beschikt de brandweer namelijk over een groot aantal speciale flatracks waarvoor geen organieke verflat-racks met militaire wissellaadsystemen te vervoeren, is daarom in de offerte-aanvraag als een aanvullende eis opgenomen.

Oorspronkelijk was een behoefte aan ongeveer 750 wissellaadsystemen gedefinieerd. Bij de berekening van dit aantal was aangenomen dat de wissellaadsystemen slechts op een deel van het traject binnen het operatiegebied zouden worden ingezet. In mijn brief van 3 december 1998 heb ik al gemeld dat uit de studie naar het integrale vervoersconcept was gebleken dat het doelmatiger is de wissellaadsystemen op alle trajecten in het operatiegebied in te zetten en dat rekening moest worden gehouden met een verhoging van de behoefte tot ongeveer 1450 stuks.

Mede op grond van een door FEL/TNO ontwikkeld rekenmodel is de totale behoefte van de Koninklijke landmacht bij zowel een groot conflict als bij een vredesafdwingende operatie opnieuw berekend. Rekening houdend met de maatregelen uit de Defensienota zijn bij een groot conflict ongeveer 1370 wissellaadsystemen nodig. Bij een vredesafdwingende operatie van een versterkte brigade bedraagt de behoefte 753 stuks.

Alle 753 wissellaadsystemen voor de ondersteuning van een versterkte brigade, ingezet bij een vredesafdwingende operatie, zullen bij parate eenheden worden ingedeeld. De overige benodigde voertuigen maken deel uit van het reservebestand.

Om budgettaire redenen zullen in de periode tot 2009 alleen de wissellaadsystemen voor het parate bestand worden verworven. Vanaf 2010 stromen de voertuigen uit het parate bestand vervolgens door naar het reservebestand. Bij het parate bestand zullen dan nieuwe wissellaadsystemen instromen. De vervanging van en de doorstroom naar het reservebestand zullen te zijner tijd het DMP-traject volgen.

Het project behelst tevens een behoefte aan ten minste dertien voertuigen voor de Koninklijke luchtmacht en twintig voor de Koninklijke marine. De eisen zijn identiek aan die van de Koninklijke landmacht, met dien verstande dat de marine-voertuigen ook door anderhalve meter diep zeewater moeten kunnen 'waden'.

Ook de verwerving van verschillende soorten containers, flatracks, aanhangwagens en hefmiddelen maakt deel uit van het project. Omdat voor deze middelen de benodigde aantallen nog niet zijn vastgesteld en de marktverkenning naar potentiële leveranciers nog niet is voltooid, zal ik u hierover begin volgend jaar in een afzonderlijke brief nader informeren.

Resultaten van de studiefase
In de studiefase is met het ministerie van Economische Zaken en de Stichting NIID overleg gevoerd over de noodzaak het project Europees aan te besteden. Op 22 september 1999 (briefnummer M99004741) heb ik u meegedeeld dat het project inderdaad Europees zou worden aanbesteed.

Naar aanleiding van de EU-publicatie toonden aanvankelijk tien leveranciers belangstelling voor het project. Uiteindelijk brachten eind vorig jaar zes leveranciers een offerte uit voor de levering van prototypen en serievoertuigen. Een van de bedrijven die niet reageerden was de firma DAF. Op 15 februari 2000 (briefnummers D2000000554 en D2000000555) heb ik u, mede naar aanleiding van Kamervragen, over de terugtrekking van DAF geïnformeerd.

De zes offertes zijn uitgebreid getoetst. Per alternatief is een technisch oordeel gevormd over aspecten zoals terreinwaardigheid, ballistische bescherming en de mate waarin aan wettelijke eisen wordt voldaan. De aanbieding van de firma Iveco bleek op een aantal belangrijke aspecten niet te voldoen aan de eisen en is daarom als 'non com-pliant' beoordeeld.

Uit de beoordeling van de offertes van Daimler Chrysler, Renault V.I., Scania, Volvo en de Canadese firma Western Star blijkt dat deze alternatieven, althans op papier, in technisch opzicht voldoen.

In de studiefase is in het kader van 'Competitieve Dienstverlening (CDV)' eveneens nader onderzoek verricht naar de mogelijkheden het benodigde transport door de civiele sector te laten leveren. De onzekerheid van levering bij een vredesafdwingende operatie leidde echter tot de conclusie dat uitbesteding in personele en materiële zin niet mogelijk is. Hoewel het juridisch mogelijk is om civiele transporteurs in crisisgebieden in te zetten, acht ik het beleidsmatig onjuist burgers te verplichten in conflictgebieden op te treden. Het ver-lenen van een reservistenstatus aan de chauffeurs is in strijd met de 'Reser-vis-ten-nota' van 21 mei 1996 (Kamerstuk 24 400 X, nr. 104). Daarin is aangegeven dat operaties onder normale omstandigheden vrijwel uitsluitend door beroepsmilitairen worden uitgevoerd.

Zoals gezegd is de initieel te verwerven capaciteit aan wissellaadsystemen paraat ingedeeld en afgestemd op de inzet van een versterkte brigade bij een vredesafdwingende operatie. Hieruit kan worden geconcludeerd dat in periodes waarin geen brigade is ingezet, sprake kan zijn van overcapaciteit aan wissellaadsystemen. Besloten is deze overcapaciteit in de verwervingsvoorbereidingsfase in kaart te brengen en te bezien of de civiele sector hiervoor interesse heeft. Omdat de voorliggende offerte uitgaat van een minimum aantal van 750 stuks, maar ook omdat de civiele markt thans niet beschikt over wissellaadsystemen die aan de eisen voldoen, is een initiële verwerving van minder dan 753 stuks nu niet aan de orde. Het neerwaarts bijstellen van het aantal initieel te verwerven wissellaadsystemen kan volgens de vigerende regelgeving alleen maar door het project opnieuw Europees aan te besteden. De vertraging die hierdoor zou ontstaan is operationeel echter onaanvaardbaar.

Budget
In de plannen van de Koninklijke landmacht is voor de eerste fase in de periode tot 2010 een bedrag van f 574 miljoen opgenomen. Daarvan is f 14 miljoen gereserveerd voor de aanschaf van prototypen en f 131 miljoen voor containers, flatracks, aanhangwagens en hefmiddelen. Voor de serievoertuigen resteert derhalve een budget van f 429 miljoen.

De Koninklijke marine en de Koninklijke luchtmacht hebben in hun plannen eveneens de benodigde fondsen gereserveerd.

Niet alle leveranciers blijven met hun geoffreerde maximale serieprijzen binnen het beschikbare budget. De leveranciers zullen evenwel na de prototypenbeproeving nog de gelegenheid hebben hun serieprijzen te verlagen. Thans lijkt het project dan ook binnen het budget te kunnen worden uitgevoerd.

De extra kosten die verbonden zijn aan de eis dat het militaire wissellaadsysteem ook brandweerflat-racks moeten kunnen vervoeren, verschillen per leverancier. Deze kosten bedragen maximaal f 3 miljoen voor het totale project. Over de toerekening van de eventuele extra kosten zal met het ministerie van Binnenlandse Zaken nog worden gesproken.

Internationale samenwerking
In de studiefase zijn de mogelijkheden tot samenwerking met Navo-partners onderzocht. Gebleken is dat geen enkel land een vergelijkbare behoefte heeft en dat derhalve samenwerking niet mogelijk is. Op 29 februari 2000 (briefnummer M2000000898) informeerde ik u al over de onmogelijkheid het project gezamenlijk met Duitsland voort te zetten.

Inschakeling Nederlandse industrie
Zoals bekend is bij Europese aanbesteding compensatie niet aan de orde. Ook de inschakeling van de Nederlandse industrie mag niet worden bedongen.

Overigens blijkt uit de beoordeling van de uitgebrachte offertes dat alle potentiële leveranciers Nederlandse onderleveranciers hebben gekozen voor de levering van hoofdcomponenten van hun wissellaadsysteem.

Personeel
Doordat de bevoorrading van eenheden met de wissellaadsystemen doelmatiger zal kunnen gaan plaatsvinden dan nu, zal het gebruik van deze systemen tot een reductie van zowel chauffeurs als behandelaars op de logistieke verzamelplaatsen leiden. In de volgende fase zal de te behalen personeelsreductie nader in kaart worden gebracht en u (met de afsluitende D-brief) worden gemeld.

De D-brief zal ook nader ingaan op de wijze waarop het onderhoud aan de voertuigen wordt uitgevoerd en de gevolgen daarvan voor de onderhoudsorganisatie en het onderhoudspersoneel. Ook de mogelijkheden van uitbesteding van (delen van) het onderhoud zullen daarbij aan de orde komen. Naast doelmatigheid en kosten is hierbij ook de operationele wenselijkheid een belangrijke factor.

ervolgtraject
In de volgende fase zullen bij Daimler Chrysler, Renault V.I., Scania, Volvo en Western Star elk twee prototypen worden verworven voor een beproeving. Deze voertuigen zullen aan een functionele en een duurtest worden onderworpen. Met de verwerving van de prototypen is f 14 miljoen gemoeid.

Zoals al eerder gesteld zullen de leveranciers, na de beproeving, de gelegenheid krijgen de maximale serieprijzen in hun offertes te verlagen.

Slot
Ik ben voornemens, desgewenst na overleg met u, het project 'wissellaadsystemen' voort te zetten met de
verwervingsvoorbereidings-fase en de Koninklijke landmacht toestemming te verlenen voor de aanschaf van prototypen bij vijf leveranciers. De totale kosten hiervan bedragen f 14 miljoen.

Over de resultaten van de verwervingsvoorbereidingsfase wordt u naar verwachting in de eerste helft van 2003 geïnformeerd.

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE,
H.A.L. van Hoof

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie