Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak minister Herfkens jubileumbijeenkomst Oikocredit

Datum nieuwsfeit: 14-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Toespraak minister Herfkens jubileumbijeenkomst Oikocredit



De waarde van krediet

Iemand krediet geven. Dat is niet alleen iemand een lening geven. Het is meer dan dat. Het betekent vooral ook dat je vertrouwen in iemand stelt. Vertrouwen in het vermogen om terug te betalen. Krediet, dat heeft ook de betekenis van geloofwaardigheid.

Oikocredit geeft nu een kwart eeuw leningen aan kleine ondernemers in ontwikkelingslanden. Maar meer dan dat. Oikocredit heeft hen krediet gegeven, in die bredere betekenis van het woord. Daarmee heeft Oikocredit trouwens zelf ook veel krediet opgebouwd. Ook bij mij.

Ontstaan 25 jaar geleden. Leden vroegen de kerkelijke leiding een deel van hun financiële reserves te investeren in kleinschalige ondernemingen in ontwikkelingslanden. Kerkelijke penningmeesters vreesden echter dat hun investeringen verloren zouden gaan.

Ik herinner me dat debat nog goed. Ik zat toen zelf in de werkgroep Kerk&Ontwikkelingssamenwerking van de Nederlandse Raad van Kerken. De initiatiefnemers lieten zich niet uit het veld slaan. 'Als onze kerk het laat afweten, dan zullen we het zelf doen'. In de jaren daarop hebben ze aangetoond dat ze het bij het rechte eind hadden.

Want leningen zijn een geweldige manier van hulp geven. Dat hebben de mensen van Oikocredit goed gezien. Waar gaat het uiteindelijk om? Dat mensen zichzelf kunnen redden. In zichzelf geloven. Hun waardigheid houden. Giften kunnen dat gevoel ondermijnen. Mensen die geld lenen nemen zelf ook risico. Ze steken ook eigen geld in hun bedrijf, in hun activiteit, in hun droom. Hulp moet maximaal aansluiten bij wat de ontvangers zelf belangrijk vinden. Dan heeft hulp het meeste effect. Die aansluiting is bij zulke leningen maximaal gegarandeerd.

Ik heb tijdens mijn reizen vaak met eigen ogen kunnen zien hoe belangrijk krediet is. Zo herinner ik me een dorp in het noorden van Mozambique waar vrouwen een eigen spaar- en kredietgroep hadden opgericht. Van het geld hadden ze naaimachines gekocht. Ze waren er aanstekelijk enthousiast over.

In Mali hetzelfde verhaal. In de buurt van Segou ben ik hartverwarmend ontvangen door een grote groep vrouwen. Zingen, klappen. Zij kregen kredieten voor bijvoorbeeld de 'petit commerce', zoals dat daar heet. Kleinschalige handel in zout, suiker, granen of rijst. Of de aankoop van een schaap.

Zulke hulp heeft niets meer met het oude begrip charitas te maken. Dat noem ik emancipatie. Aan die emancipatie, aan die ontplooiing werkt Oikocredit mee. Van koffieboeren, taxichauffeurs, vissers, handelaren, micro-ondernemers. Van mensen die hun lot in eigen hand willen nemen.

Gewone banken vinden het risico van zulke leningen vaak te groot. Natuurlijk, geld uitlenen betekent risico's nemen. Maar het risico blijkt verantwoord. Immers, geen van de aandeelhouders van Oikocredit heeft tot op de dag van vandaag een cent verloren. Er is al meer dan tien jaar een dividend van 1 a 2 % uitbetaald. Met de kredietwaardigheid is dus niets mis.

De Nederlandse steunvereniging van Oikocredit telt vijfduizend leden, die samen voor 65 miljoen gulden aan aandelen bezitten. Een gemiddelde investering per lid van dertienduizend gulden. Dat is geen symbolisch bedrag. Ik heb diep respect voor die inzet.

Vorige week hadden we in de Kamer een pittig debat over het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking. Betweterig donorgedrag is achterhaald. "Een Afrikaan in Nederland is een migrant, een Nedelander in Afrika een expert', dat type denken bestrijd ik. Dat is ouderwetse hulp. Soms stuit ik daarbij op tegenstand van gevestigde belangen in de Nederlandse ontwikkelingswereld. Oikocredit reken ik daar zeker niet bij. Oikocredit heeft juist vooropgelopen in het zoeken naar nieuwe wegen.

Particulier initiatief, zoals Oikocredit, en de overheid. Ze staan niet los van elkaar. Ze hebben elk een eigen rol, maar die rollen vullen elkaar aan. Op vele manieren. In Nederland en in ontwikkelingslanden. Ik wil kort op drie raakvlakken ingaan:


· onze directe steun voor Oikocredit


· stimuleren van samenwerken en coordinatie


· helpen ruimte scheppen voor particulier initiatief
Directe steun

Zoals u weet staan we aan de vooravond van een ingrijpende verandering van ons belastingstelsel. Het nieuwe stelsel gaat ervan uit dat beleggingen een rendement hebben van vier procent. Over die vier procent is dan dertig procent belasting verschuldigd.

Er zijn maar weinig vrijstellingen opgenomen. Maar voor bepaalde sociaalmaatschappelijke beleggingen maken we een uitzondering. Er is al een vrijstelling voor groen beleggen. Bedoeld om milieuvriendelijke projecten te stimuleren. Voor sociaal-ethische beleggingen werken we nu aan een soortgelijke regeling. Daarbij gaat het om projecten in ontwikkelingslanden gericht op bijvoorbeeld voedselzekerheid, werkgelegenheid of economische ontwikkeling.

Mijn collega van Financiën sleutelt nog aan een sluitende definitie en vroeg mijn advies daarbij. Ik kan u verzekeren dat het onze uitdrukkelijke intentie is dat projecten als die van Oikocredit binnen die definitie vallen. De gezamenlijke 'groene' en 'sociaal-ethische' beleggingen zullen dan vrijgesteld zijn tot een bedrag per persoon van ruim honderdduizend gulden.

Oikocredit krijgt vier jaar lang een subsidie van een miljoen gulden per jaar. Als bijdrage in de niet-bancaire kosten. Een bankbedrijf moet zonder subsidie kunnen draaien. Maar er zijn andere kosten, die een gewone bank niet zou maken. Denk aan technische assistentie, aan begeleiding van projecten. Daarvoor is die subsidie. De subsidie biedt ook mogelijkheden om de kredietportefeuille verder uit te breiden naar echt kleine ondernemers. En dat is een van de grootste wensen van de leden.

Stimuleren van samenwerken en coordinatie

Die vier miljoen is natuurlijk lang niet alles wat wij doen aan het kleinbedrijf. Veel aandacht. Internationaal en nationaal. Enkele voorbeelden: Women's World Banking, de Consultative Group to Assist the Poorest, het leningenprogramma van de medefinancieringsorganisaties (MFO's), de kleinbedrijf activiteiten van de Financieringsmaatschappij Ontwikkelingslanden (FMO). Of het nieuwe partnershipprogramma tussen Nederland en de Internationale Arbeidsorganisatie, de ILO. Een van de thema's van dat programma is vergroting van werkgelegenheid via het kleinbedrijf.

Het duizelt je al gauw van de afkortingen. Ik zal ze niet allemaal noemen. Het zijn er heel veel. Daar is niets mis mee. Integendeel. Maar geen dubbel werk. Niet opnieuw het wiel uitvinden. Dat is niet effectief. Dus afstemming met andere donoren. Maar ook afstemming tussen de verschillende organisaties. Want samenwerking vergroot de slagkracht. Waar mogelijk zal ik samenwerking en afstemming verder aanmoedigen en stimuleren.

Ruimte scheppen voor het particulier initiatief

Er zijn veel voorbeelden van ondernemingen die dankzij Oikocredit een grote stap voorwaarts hebben gemaakt.


· Bijvoorbeeld de koffiecooperatie in Costa Rica, waarvoor de Wilde Ganzen deze maand vliegen. Van marginale boeren toen naar gevestigde exporteurs nu, die hun koffie afzetten via Max Havelaar.


· Of de veertienduizend leden van de theecooperatie Muramati in Kenya, die sinds 1997 krediet krijgen via Oikocredit. De bank van de cooperatie zet het geld uit onder de leden. Kleine bedragen, met grote gevolgen. De armen zijn echt niet 'unbankable'. Er ligt daar een geweldig potentieel.

Maar ondernemers - grote en kleine - stuiten op meer problemen dan gebrek aan kapitaal. Of gebrek aan kennis. Er zijn veel barrieres die hen verhinderen hun potentieel volledig te ontplooien. Er is meer nodig dan alleen krediet. Nationaal en internationaal. Dat is ook de kern van de notitie Ondernemen tegen Armoede, die vorige maand naar de Kamer is gestuurd.

Internationaal zijn er bijvoorbeeld nog steeds grote belemmeringen voor de export uit ontwikkelingslanden. Met name in landbouw en textiel. Juist in die sectoren hebben landen in Afrika en andere ontwikkelingslanden enorme mogelijkheden. Kleine koffieboeren, theecooperaties, textielproducenten, nog steeds weren we hun producten van onze markten. Wat hebben ontwikkelingslanden aan onze miezerige hulpstroom, als ministers van landbouw en handel van de rijke landen het tapijt onder hun voeten wegtrekken. Aan de ene kant Egyptische boeren steunen met verbouw van zuidvruchten, maar dan de deur dicht houden voor hun sinaasappels. Aan de ene kant boeren in Tanzania steunen en tegelijk hun markt bederven door gesubsidieerd melkpoeder af te zetten. Vrouwen in West-Afrika stimuleren landbouwproducten als tomaten voor de lokale markt te produceren en tegelijk die markt te overspoelen met Europese tomatenpuree.

Schulden zijn, met name in Afrika, nog steeds een immens probleem. Het is schandelijk dat daar nog steeds te weinig aan gebeurt. Sinds de toezeggingen van de G-7 in Keulen ligt nog steeds niet alle geld op tafel. De schuldenlast hindert Afrikaanse ondernemers bij de opbouw van een eigen industrie- en dienstensector. Bij gebrek aan vreemde valuta kunnen ze niet de noodzakelijke materialen importeren. Binnenlands krediet is door de hoge rentestand duur. Door de schuldenlast blijven broodnodige investeringen uit in onder meer onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur. Daardoor stagneert de binnenlandse economische ontwikkeling, kan de export zich niet ontwikkelen en worden niet genoeg vreemde valuta verdiend.

Om deze vicieuze cirkel te doorbreken, moeten we de schuldenlast verder verlichten. Nederland doet daar al het mogelijk aan. Daarbij komt dat het schuldeninitiatief inmiddels volstrekt onvoldoende is. Olieprijzen zijn gestegen, de prijzen van koffie, thee, katoen en andere grondstoffen gedaald. Zo verdampt het profijt. Terwijl ze net uit de put komen, raken die landen die kwijtschelding hebben gekregen zo in een nieuwe crisis. .

Ook nationaal bestaan veel belemmeringen. Corruptie, slecht bestuur, gebrek aan investeringen in onderwijs en gezondheidszorg. Je kunt een lange lijst maken. Economische groei moet plaatsvinden met actieve deelname van de armen. Pro-poor growth, heet dat. Een goed functionerende overheid is daarvoor essentieel. Een sterke staat, die investeert in mensen. Daar is veel voor nodig. Economisch beleid. Juridisch kader. Harde investeringen in wegen, havens, energie en water. Zachtere investeringen in onderwijs en gezondheidszorg. Spelregels, in de vorm van arbeids- , mededingings- en milieuwetgeving. Dat hangt allemaal nauw samen.

Daarbij moet hulp echt helpen op eigen benen te staan. We moeten de regeringen daar niet voor de voeten lopen met allemaal verschillende regels en procedures. Daar worden ze gek van. We moeten minder onze prioriteiten stellen en meer luisteren. We moeten er ook voor zorgen dat alle onderdelen van ons beleid goed op elkaar afgestemd zijn. Dat we niet met onze linkerhand mogelijkheden scheppen die we met onze rechterhand weer afkappen. Goed beleid daar eisen. Ok, maar dan moet je ook zelf als donor goed beleid voeren. Anders ben je niet geloofwaardig. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de strijd tegen corruptie, want 'it takes two to tango'. En Nederland loopt internatinonaal achter als het aankomt op anti-corruptiewetgeving en verantwoord ondernemen.

Slotopmerking

"In Oikocredit bouwen mensen met en mensen zonder geld samen aan een meer rechtvaardige wereldgemeenschap." Zo staat het in het jaarverslag over 1999. U staat hierin niet alleen. Ik, en ik ben ervan overtuigd namens velen te spreken, sluit me hier van harte bij aan. Ik wens Oikocredit zeer veel succes. Bij het slaan van de bruggen. Tussen mensen met en mensen zonder geld. Om op die manier bij te dragen aan het scheppen van betere kansen voor de achtergestelden in deze wereld.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie