Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief aan Tweede Kamer over overwinterende ganzen

Datum nieuwsfeit: 14-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

uw brief uw kenmerkons kenmerk datum van DN. 14-11-2000 2000/4912

Beleid overwinterende ganzen
brief nummer (TRC 2000/10623)

Geachte Voorzitter,

De afgelopen vier jaar is in verschillende gebieden in Friesland en Gelderland onderzocht in hoeverre opvang van ganzen in zogenaamde gedooggebieden een bevredigend alternatief zou kunnen zijn voor het verlenen van een tegemoetkoming bij schade door het Jachtfonds.
Gedurende het winterseizoen 1999-2000 heb ik voorts, bij wijze van proef, vergunning verleend voor het verjagen van ganzen met geweer. Oogmerk hiervan was inzicht te verkrijgen in de effectiviteit van het geweer als middel ter beperking van schade aan landbouwgewassen. In een Algemeen Overleg, gehouden op 28 oktober 1999, heb ik u over deze proef geïnformeerd.
Deze proeven zijn inmiddels geëvalueerd. Bij deze wil ik u informeren over mijn toekomstige beleid inzake de opvang van overwinterende ganzen.

Het is een vaststaand gegeven dat Nederland voor verschillende soorten ganzen een belangrijke functie heeft als overwinteringsgebied. Internationaal gezien heeft ons land daarom grote verantwoordelijkheid voor de instandhouding van de populaties van die soorten. Hoofddoel van mijn beleid is te waarborgen dat de vogels in het voorjaar in goede conditie kunnen terugkeren naar hun noordelijk gelegen broedgebieden. Twee factoren zijn daartoe van belang: voedsel en rust. De aard van de landbouw in ons land, met grote oppervlakten voedselrijke weilanden en graanpercelen, brengt met zich mee dat de aanwezigheid van voedsel op zichzelf geen kritische factor is. Rust is dat wel, mede om de ganzen in staat te stellen van het aanwezige voedsel gebruik te kunnen maken. Een belangrijke stap op weg naar betere waarborgen voor rust heb ik gezet met de sluiting van de jacht op ganzen in het najaar van 1999. Volledige garantie voor rust is daarmee echter niet gegeven. In het landelijk gebied kunnen diverse andere activiteiten verstoring geven, zoals de uitvoering van landbouwkundige werkzaamheden, de jacht op andere soorten dan ganzen, hengelsport en het rapen van kievitseieren. Wettelijk is het bovendien aan grondgebruikers toegestaan om ganzen te verjagen van hun landerijen teneinde daarmee schade te voorkomen. Meerwaarde van opvanggebieden is dat daar met grondgebruikers afspraken kunnen worden gemaakt over waarborging van rust en de beschikbaarheid van voedsel.
De ervaring die de afgelopen jaren is opgedaan met de gedoogexperimenten zijn zodanig positief dat ik heb besloten voor de opvang een structurele voorziening te treffen. Daartoe zal een pakket worden ontwikkeld in het kader van de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer (SAN). In eerste aanleg voor een maximum van 20.000 ha. Ik ga uit van mogelijke inwerkingtreding in het overwinteringsseizoen 2002-2003. Ik heb het Jachtfonds gevraagd voorzieningen te treffen, opdat de opvang in de experimentgebieden kan worden gecontinueerd totdat het nieuwe pakket van de SAN operationeel is. Ontwikkeling van het pakket zal geschieden in overleg met de provincies en de landbouworganisaties.

De proef met het verlenen van vergunning voor het verjagen van ganzen ter voorkoming van schade aan gewassen heeft niet het resultaat gebracht dat ik ervan verwacht had. De verwachting bestond dat het verjagen zou leiden tot een belangrijke vermindering van schade. Dat is echter niet gebleken. Vastgesteld is dat schade is opgetreden in gebieden waar voorheen nauwelijks schade is gemeld. Dat duidt op een verschuiving van het probleem. Duidelijk is geworden dat verjagen, ook indien dit gepaard gaat met afschot, niet overal effectief is. Gezien het geringe positieve effect van de proef heb ik besloten niet opnieuw gebruik te maken van de mogelijkheid vergunning te verlenen. Ik heb daarbij meegewogen dat het gebruik van de vergunning leidt tot afschot van een substantieel aantal ganzen.

Laatstgenoemd besluit betekent dat grondgebruikers, op grond van de Jachtwet, ter voorkoming van schade ganzen wel mogen verjagen, maar dat voor het vangen of doden van ganzen in beginsel geen vergunning zal worden verleend. Volgens de procedure kan schade worden gemeld bij de wildschadecommissies. Om voor een tegemoetkoming van het Jachtfonds in aanmerking te komen zal, zoals voorheen ook het geval was, niet als voorwaarde gelden dat gebruik is gemaakt van de hiervoor bedoelde wettelijke bevoegdheid om te verjagen. Grondgebruikers buiten de opvanggebieden hebben daarmee ook de mogelijkheid bij te dragen aan de opvang van ganzen, zonder dat dat financieel nadelige gevolgen heeft.

De staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

G.H. Faber

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie