Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag Eurogroep en Ecofin Raad 6 en 7 november 2000

Datum nieuwsfeit: 14-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Financien
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Verslag Eurogroep en Ecofin 6-7 november 2000



DIRECTIE BUITENLANDSE FINANCIËLE BETREKKINGEN

Aan:

De Voorzitter van de Vaste Commissie voor Financiën

van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR Den Haag

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

BFB/00-1143m

14 november 2000

Onderwerp

Toezending van het verslag van de Ecofin Raad d.d.7 november 2000 te Brussel

Hierbij zend ik het verslag van de vergadering van de Ecofin Raad d.d. 7 november 2000 te Brussel.

Dit verslag wordt toegezonden aan de Voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer alsmede de Voorzitter van de Algemene Commissie voor Europese Zaken

DE MINISTER VAN FINANCIEN,

MINISTERIE VAN FINANCIËN

Afdeling Europese Unie

Verslag van de Eurogroep en Ecofin Raad van 6 en 7 november 2000

Op 7 november vergaderde de Ecofin Raad in Brussel. Voorafgaand aan de Ecofin Raad kwam op 6 november de Eurogroep bijeen. Naast de in de geannoteerde agenda vermelde onderwerpen stond op de definitieve agenda een presentatie van de Commissie over de wijzigingen van het financieel reglement als onderdeel van de hervormingsvoorstellen van de Commissie.

Eurogroep

Tour dhorizon

Er is gesproken over de wisselkoerssituatie van de euro en over de korte termijn economische vooruitzichten van het eurogebied. De recente ECB-interventies werden door de Eurogroep verwelkomd. Commissaris Solbes wees op het belang van structurele hervormingen en een consolidatie van de openbare financiën. Opgemerkt werd dat de groeivooruitzichten voor 2000 en 2001 gunstig blijven. Als punt van aandacht werden de tweederonde-effecten van de hoge olieprijzen genoemd.

Financiële en macro-economische gevolgen van de vergrijzing

Commissaris Solbes prees het werk van de EPC-werkgroep Ageing, die een tussenrapportage over de budgettaire gevolgen van de demografische ontwikkelingen zal uitbrengen aan de Ecofin. Hij werd hierin gesteund door de andere lidstaten, al werd wel opgemerkt dat de cijfers in de rapportage niet altijd goed vergelijkbaar zijn. Minister Zalm gaf aan dat de oplopende kosten van de vergrijzing kunnen worden opgevangen door het terugbrengen van de staatsschuld en het vergroten van de arbeidsparticipatie (met name in de leeftijdscategorie 55-65 jaar). Gezien het belang van het onderwerp pleitte Zalm ervoor om in de stabiliteits-en convergentieprogrammas structureel aandacht te besteden aan de gevolgen van de vergrijzing. Lidstaten kunnen daarin hun eigen ambities neerleggen, zodat deze in het multilateraal toezicht meegenomen kunnen worden. De Eurogroep-voorzitter kon zich vinden in deze suggestie.

Conjunctuurindicatoren

Vervolgens is kort gesproken over de ontwikkeling door de Commissie van conjunctuur-indicatoren voor het eurogebied. Afgesproken is dat de Commissie een zogenaamde common factor indicator, die een beeld geeft van het algemene economische sentiment van het bedrijfsleven in het eurogebied, kan publiceren op internet. De voorspellende resultaten van een tweede indicator, een zogenaamde turning point indicator, werden te zwak geacht om voor publicatie in aanmerking te komen.

Voortgang euro-introductie

Tot slot is gesproken over de voorbereidingen van de lidstaten op de euroconversie. De Commissie heeft aan de hand van het door haar opgestelde scorebord de voorbereidingen toegelicht. Het scorebord, dat maandelijks zal worden geactualiseerd, zal binnenkort gepubliceerd worden.

Ecofin Raad

Follow-up van de Europese Raad van Lissabon


- bespreking van de Commissiemededeling inzake voortgang Risk Capital Action Plan


- herziening van financiële Gemeenschapsinstrumenten voor het midden- en kleinbedrijf (MKB)

Deze beide onderwerpen werden gezamenlijk besproken. Commissaris Solbes lichtte toe dat de mededeling over herziening van de financiële Gemeenschapsinstrumenten voor het MKB het antwoord van de Commissie is op de oproep van de Europese Raad van Lissabon om de instrumenten meer te richten op startende, innovatieve ondernemingen. Gerefereerd werd aan het Innovatie 2000 initiatief van de EIB en aan het feit dat de EIB en het Europese Investeringsfonds (EIF) hun activiteiten op het gebied van het verschaffen van risicokapitaal hebben gebundeld. De Commissie stelt verder voor binnen het programma Groei en werkgelegenheid in het MKB de activiteiten op het terrein van startende, innovatieve ondernemingen te intensiveren. Het risk capital action plan stimuleert de gemeenschap en de lidstaten om belemmeringen in de institutionele en wetgevende sfeer weg te nemen zodat het investeringsklimaat wordt verbeterd. Commissaris Solbes constateerde dat lidstaten prioriteit dienden te geven aan vereenvoudiging van de faillissementswetgeving, aan het wegnemen van kwantitatieve beperkingen op het terrein van institutionele beleggers en aan het verder ontwikkelen van een belastingklimaat dat ondernemen stimuleert.

EIB-president Maystadt gaf aan te kunnen instemmen met de Commissievoorstellen. EFC-voorzitter Draghi verwelkomde de voorstellen maar pleitte wel voor realiteitszin: het merendeel van de financiering zou uit de markt moeten komen. Verder merkte hij op dat de financiële perspectieven moeten worden gerespecteerd en dat de Commissie en de EIB nauw moeten samenwerken.

Een aantal lidstaten benadrukte dat de programmas meer moeten aansluiten op nationale initiatieven waarbij recht moet worden gedaan aan verschillen tussen de lidstaten. Eén lidstaat gaf aan meer waarde te hechten aan het bevorderen van toegang tot markten en vereenvoudiging van regelgeving dan aan nieuwe financiële instrumenten voor het MKB.

Voorzitter Fabius rondde af met de conclusie dat over deze onderwerpen zal worden gerapporteerd aan de Europese Raad in Nice.


- aanneming van het rapport van het EPC over de structurele indicatoren

EPC-voorzitter Glass lichtte toe dat ter voorbereiding van de Top in Stockholm en ten behoeve van de Globale Richtsnoeren indicatoren zijn ontwikkeld.

Commissaris Solbes beaamde dat er nog verschillen bestaan tussen de door Commissie en door het EPC voorgestelde indicatoren. Er zou verder gewerkt kunnen worden aan een gemeenschappelijke set van indicatoren. De Commissaris stelde dat het niet de bedoeling was om een nieuwe procedure in het leven te roepen.

Een meerderheid van de lidstaten verwelkomde het werk van EPC en Commissie. Deze lidstaten - waaronder ook minister Zalm - plaatsten wel kanttekeningen bij het grote aantal indicatoren dat was ontwikkeld. Dit zou de effectiviteit kunnen schaden. Men pleitte er daarom voor het aantal indicatoren te beperken of in ieder geval een onderscheid aan te brengen tussen een beperkt aantal kernindicatoren en daarvan afgeleide subindicatoren. Sommige lidstaten stelden het Verdrag van Maastricht, met zijn geringe aantal criteria, daarbij als voorbeeld.

Commissaris Solbes reageerde daarop door te stellen dat een vergelijking met Maastricht niet op kon gaan. De structurele indicatoren hebben betrekking op het veel specifiekere terrein van de micro-economie dan de macro-variabelen in het Verdrag van Maastricht.

Voorzitter Fabius stelde voor langs de lijnen van deze discussie aan de Europese Raad in Nice te rapporteren. Ongetwijfeld zou daaruit een nieuw mandaat voortkomen om verder te werken aan een operationele set van indicatoren.


- bespreking van het voortgangsverslag van het EPC inzake de financiële en macro-economische gevolgen van de vergrijzing

EPC-voorzitter Glass gaf aan dat het EPC de financiële gevolgen van de vergrijzing in kaart heeft gebracht, althans wat de publieke pensioenstelsels betreft. In sommige lidstaten wijzen de lange termijnscenarios op forse consequenties voor collectieve uitgaven in de orde van grootte van 4 à 5% BBP.

Een aantal lidstaten wees op de methodologische problemen bij het vergelijken van pensioensystemen. Minister Zalm noemde in dat verband het feit dat niet alle landen eenzelfde indexatiesystematiek kennen, waardoor bij mechanische doorrekening grote verschillen kunnen ontstaan die niet realistisch lijken. Zo is het niet goed voorstelbaar dat landen die anders dan in Nederland geen wettelijk verankerde indexatie volgens de loonontwikkeling kennen ook daadwerkelijk decennialang geen verhogingen van de pensioenen zouden toekennen. Daarnaast moet ook de inkomstenkant van de publieke sector in de analyse worden betrokken. Een land als Nederland - dat voor aanvullende pensioenen de omkeerregeling hanteert - ziet een deel van de uitgavenstijging als gevolg van de vergrijzing gecompenseerd door hogere belastinginkomsten; dit in tegenstelling tot landen die pensioenen niet of minder zwaar belasten. Ten slotte constateerde minister Zalm een uiteenlopende behandeling van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in de scenarios waardoor een goede vergelijking niet kan worden gemaakt.

Ten aanzien van het beleid dat zou moeten worden gevoerd deed minister Zalm drie suggesties. Ten eerste verdiende het drie pijlersysteem aanbeveling. Dit systeem, dat Nederland en het Verenigd Koninkrijk kennen voor de ouderdomspensioenen, biedt goede mogelijkheden om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen. Ten tweede een beleid gericht op versnelde aflossing van de staatsschuld. De rente-uitgaven die daarmee op termijn worden bespaard vormen een tegenwicht voor de oplopende vergrijzingsuitgaven. En ten derde het streven naar een hogere arbeidsparticipatie waardoor meer armslag wordt verkregen om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen.

Minister Zalm deed ten slotte het voorstel om over het onderwerp vergrijzing in relatie tot de lange termijn houdbaarheid van de overheidsfinanciën standaard in alle stabiliteits- en convergentieprogrammas te rapporteren. Verder zou Commissaris Bolkestein moeten worden gevraagd de Ecofin Raad te rapporteren over de mogelijkheden van harmonisatie of coördinatie van fiscale behandeling van pensioeninkomsten, dit om belastingvlucht van gepensioneerden tegen te gaan.

Veel van de opmerkingen en suggesties van minister Zalm werden gedeeld door andere lidstaten. Sommige lidstaten hadden daarnaast ook behoefte aan het in kaart brengen van de financiële gevolgen van de vergrijzing in de gezondheidszorg.

Commissaris Solbes toonde enige reserve bij de suggestie van minister Zalm en anderen om te rapporteren in stabiliteitsprogrammas. Hij bracht dit evenwel in verband met wijziging van het Stabiliteits- en Groeipact hetgeen overigens door minister Zalm niet werd bepleit.

Voorzitter Fabius kreeg steun voor zijn voorstel het rapport van het EPC openbaar te maken, met de kanttekening dat het om een tussenrapportage van het Comité gaat waaraan zoals in deze vergadering bleek nog veel methodologische haken en ogen zitten. Het document is beschikbaar op de internetsite van de Europese Raad.


- bespreking voortgangsverslag over bijdrage overheidsfinanciën aan groei en werkgelegenheid

Commissaris Solbes signaleerde in sommige lidstaten een zekere verslapping in het proces van begrotingsconsolidatie. Daarnaast legde hij de vraag op tafel hoe belastingregimes
werkgelegenheids-vriendelijker kunnen worden gemaakt zonder cyclische effecten te genereren.

Voorzitter Fabius spitste de discussie toe op de vraag of alle lidstaten de vier door de Commissie ontwikkelde criteria waaraan belastinghervormingen zouden moeten voldoen konden onderschrijven.

Deze vier criteria luiden als volgt:

(a) lidstaten moeten voldoen aan de middellange termijnvereiste van close to balance or in surplus of voortgang boeken ten aanzien van het bereiken van deze vereiste;

(b) belastinghervormingen moeten rekening houden met de stand van de conjunctuur en niet pro-cyclisch zijn;

(c) rekening moet worden gehouden met de schuldpositie en de houdbaarheid van de begrotingspositie op langere termijn;

(d) belastinghervormingen moeten onderdeel zijn van een breder pakket aan hervormingen.

Een aantal lidstaten bleek met die criteria niet zonder meer in te kunnen stemmen. Gelet op de behoefte aan precisering verzocht de voorzitter vervolgens het EFC hier nader naar te kijken.

Voorbereiding van de Europese Raad van Nice


- strategie wisselkoersrelaties met kandidaat-lidstaten
Voorzitter Fabius zette uiteen dat de conclusies over dit onderwerp waren bedoeld om duidelijkheid te scheppen voor de kandidaat-lidstaten. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling nieuwe voorwaarden te formuleren waaraan de kandidaat-lidstaten zouden moeten voldoen. EFC-voorzittter Draghi gaf een toelichting op de voorgestelde conclusies met als belangrijkste elementen:

1. in de pre-toetredingsfase bestaan bij de kandidaat-lidstaten geen restricties ten aanzien van de wisselkoersregimes;
2. bij toetreding tot de EU zullen de nieuwe lidstaten hun wisselkoersbeleid beschouwen als een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang;

3. na EU-toetreding, maar niet noodzakelijkerwijs direct na toetreding, worden de kandidaat-lidstaten geacht deel te nemen aan het wisselkoerssysteem (ERM II); hierbij geldt dat het ERM II een flexibel mechanisme is dat verschillende kenmerken van het huidige, door kandidaat-lidstaten gevoerd wisselkoersbeleid kan accommoderen1. Individuele beoordeling volgt pas wanneer een concreet verzoek tot ERM II deelname wordt gedaan;
4. na toepassing van de verschillende relevante procedures uit het Verdrag, waaronder het voldoen aan de Maastrichtcriteria, zullen de nieuwe lidstaten de euro kunnen aannemen op een manier die een gelijke behandeling van de toekomstige lidstaten met de huidige deelnemers aan het eurogebied verzekert. Uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat kandidaat-lidstaten niet moeten overgaan tot eenzijdige invoering van de euro en dat een eventuele eurorisatie geen reden kan zijn om de bestaande Verdragsprocedures te omzeilen.

Belangrijke boodschap is dat kandidaat-lidstaten thans het wisselkoersbeleid kunnen voeren dat het best aansluit bij hun huidige situatie. Ook wordt expliciet vermeld dat toetreding tot de EU met verschillende regimes mogelijk is.

Na het aanbrengen van enkele tekstuele verduidelijkingen konden de conclusies worden vastgesteld (bijgevoegd).

Presentatie van de Commissie inzake de herziening van het financieel reglement

Commissaris Schreyer lichtte toe dat de herziening van het financieel reglement een essentieel onderdeel uitmaakt van de hervormingsvoorstellen. Het huidig reglement dateert van 1977 en

is ondanks de 14 doorgevoerde wijzigingen sterk verouderd. Het thans voorliggende voorstel beoogt vereenvoudigingen door te voeren en het begrotingsproces transparanter te maken (activity based budgeting). Bovendien worden de beheers- en controlesystemen gemoderniseerd.

Commisaris Schreyer vroeg de Raad de behandeling van deze voorstellen voortvarend aan te pakken hetgeen door de voorzitter van de Ecofin Raad werd onderschreven.


- 0 -

Bijlage: Conclusies van de Ecofin Raad over de wisselkoersstrategie

COUNCIL OF

THE EUROPEAN UNION

Brussels, 7 novembre 2000

SN 4363/1/00 REV 1

Draft

Ecofin Council Conclusions on Exchange rate strategies for accession countries

The ECOFIN Council discussed the framework of exchange rate strategies for the candidate countries with which accession negotiations are currently under way, in order to help them define their overall economic strategies for accession.

Candidate countries need to prepare their economies for EU membership, which implies that they have to become competitive functioning market economies, as defined in the economic Copenhagen criterion. The choice and consistency of economic policies is crucial and includes structural reforms as well as the choice of the exchange rate regime.

The ECOFIN Council identified three successive stages in the transition process towards adoption of the euro, namely, the pre-accession stage, the stage following accession and the adoption of the euro.

During the pre-accession stage, exchange rate strategies should support other economic policies in order to meet the Copenhagen economic criterion and ensure progress on real convergence and macroeconomic stability. After accession, candidate countries will not be able to adopt the euro immediately: they will first have to comply with all the relevant Treaty requirements, including the fulfilment of the Maastricht convergence criteria before finally adopting the euro. The assessment of the fulfilment of the Maastricht convergence criteria and the procedures to be followed for the introduction of the euro will ensure equal treatment between future Member States and the current participants in the euro area.

In this context, it should be made clear that any unilateral adoption of the single currency by means of euroisation would run counter to the underlying economic reasoning of EMU in the Treaty, which foresees the eventual adoption of the euro as the endpoint of a structured convergence process within a multilateral framework. Therefore, unilateral euroisation would not be a way to circumvent the stages foreseen by the Treaty for the adoption of the euro.

Some time after accession, new Member States will be expected to join the ERM II, subject to a common accord on the central parity and fluctuation band, as participation to the ERM II before adoption of the euro is a legal requirement. The ERM II could accommodate the main features of a number of exchange rates regimes, provided their commitments and objectives are credible and in line with those of the ERM II. The only clear incompatibilities vis-à-vis the ERM II that can be identified already at this stage are fully floating exchange rates, crawling pegs and pegs against anchors other than the euro.

Exchange rate strategies for accession countries are an issue of common interest for the Council, the Commission and the ECB. The Council notes the intention of the Swedish presidency to initiate a broad economic policy dialogue, including on exchange rate strategies, between these EU bodies and the accession countries in 2001, in order to assist them in their economic accession strategies. This dialogue will be based inter alia on the examination by the Commission of the accession countries' Pre-Accession Economic Programmes.



reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie