Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA over fraude(bestrijding) in de sociale zekerheid

Datum nieuwsfeit: 15-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

Fraude(bestrijding) in de sociale zekerheid (151100)

Den Haag, 15 november 2000

Algemeen
De CDA fractie heeft altijd veel aandacht besteed aan de bestrijding van misbruik en oneigenlijke gebruik in de sociale zekerheid. Wij blijven er daar bij vanuit gaan dat je streng moet zijn in je sanctiebeleid vanwege het behoud van het draagvlak voor het stelsel van sociale zekerheid. Je behoudt solidariteit als je als overheid en uitvoerder er voor zorgt dat de sociale zekerheid terechtkomt bij de mensen waar het ook hoort.

Mijn fractie heeft in die zin de betekenis van de bestrijding van misbruik van sociale zekerheidsuitkeringen reeds jaren duidelijk onderkend. Wij waren en zijn dan ook blij dat het overheidsbeleid in de afgelopen jaren waarin de aandacht voor fraudebestrijding is versterkt. Als ik dan vanuit deze achtergrond kijk naar de nu geagendeerde stukken kan ik een gevoel van teleurstelling over de kabinetsreactie niet onderdrukken. De brieven van de kant van het kabinet zijn niet veel meer dan aanbiedingsbrieven met her en der een klein beginnetje van beoordelingen van de kant van de bewindslieden. Mijn fractie hoort hier vandaag graag klip en klaar een beoordeling van de kant van het kabinet over het m en o beleid. Hoe beoordelen de bewindslieden de stand van zaken nu en hoe kijken ze naar de toekomst? Kan een relatie worden gelegd naar de hele herziening van de uitvoering sociale zekerheid? Als CDA fractie hebben we in dat kader al eerder gezegd dat uitvoerders die met hun eigen reorganisatie (banen) bezig zijn natuurlijk niet alle aandacht aan de inhoud van hun werk kunnen besteden. Leg je hier het in de stukken rondom de uvis nu al geconstateerde gebrek aan fraudealertheid bij de medewerkers dan kan de CDA fractie niet anders dan op dit punt haar zorg uitspreken. Wij horen graag een duidelijke reactie van de kant van het kabinet. Wat mag in dit verband verwacht worden van de op te richten Sociale Inlichtingen en Opsporingsdienst (SIOD) voor zware fraude? (nagekomen brieven)

Dan nu een aantal opmerkingen bij de stukken.

Brief en rapport facetten van fraudebestrijding 1997/1998 (578) Het rapport gaat over de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van bijstandsuitkeringen. Een aantal zaken vallen ons op. Driekwart van de gemeenten is volgens de beleidsplannen voornemens de uitvoering van de wet boeten te versterken. Ook driekwart van de gemeenten geeft een beleid ten aanzien van de consequenties van gepleegde fraude aan. Gek is dat de nadruk ligt op wat centraal is geregeld en dat er te weinig wordt uitgegaan van wat lokaal specifiek beleid is. Hoe wil de minister daar wat aan doen? Hoe kijkt de minister aan tegen bijvoorbeeld het polismodel in Tilburg waarbij wordt toegestaan dat de regels rond uitkeringsfraudebestrijding worden versoepeld en alleen aan de hand van een risicoprofiel en de antenne van de consulent selectief wordt gecontroleerd?

Ten aanzien van de afwikkeling van het geconstateerde misbruik zijn toch nogal wat knelpunten te constateren. Iets minder dan de helft van de gemeenten ervaart knelpunten bij het overleg met het OM. Het meest genoemde knelpunt is dat de frequentie van het overleg terugloopt. Ook het ontbreken van een vaste fraudeofficier, onvoldoende informatie van het OM over de strafrechtelijke gevalsafdoening, te lange doorlooptijd, capaciteitsgebrek en personele wisselingen bij het OM worden als knelpunten genoemd. Hoe denken de bewindslieden van sociale zaken (in overleg met justitie) aan deze punten wat te doen? Mijn fractie vindt niets erger dan dat de afwikkeling van eenmaal geconstateerde fraude niet goed verloopt. Valt er iets over de ontwikkeling sinds 1997/98 te zeggen?

Trendrapportage handhaving LISV (621)
Het is de eerste keer dat wij een handhavingrapportage van het LISV bespreken. Dit komt doordat voorheen de handhavingrapportages door het CTSV (augustusrapportage) gebeurden. Het is de bedoeling dat de rapportages op feitelijk materiaal zijn gebaseerd en feitelijke analyses betreffen zonder dat beleidsuitspraken over wetgeving worden gedaan. Die beleidsuitspraken had mijn fractie dan wel van de bewindslieden verwacht, maar helaas zoals al in het algemene deel gezegd niet gevonden. Wij horen die graag vandaag.

Het Lisv heeft de indruk dat de fraudealertheid binnen de uvis nog meer moet worden bevorderd. Eind 1999 is hier een nader onderzoek over opgestart. Kan daar nu iets meer over worden gezegd? Het Lisv constateert dat voorlichting over de verplichtingen op grond van de werknemersverzekeringen over de gehele linie intensiever wordt aangepakt, maar dat de stroomlijning voor verbetering vatbaar is. Ook hier is weer extra onderzoek (maart 2000) opgestart. Hoe zien de bewindslieden dit punt?
De werkprocessen zouden op drie niveaus verbeterd kunnen worden (bestuur, management en uitvoerders) niet alleen door meer stroomlijning(afstemming), maar ook door verbetering in het dossieronderzoek aan te brengen en training van uvi-medewerkers. Hoe denken de bewindslieden de grote herstructurering in de uitvoeringsorganisatie indachtig aan dit punt aandacht te gaan besteden?
Ten aanzien van de identificatie op de werkplek worden een groot aantal knelpunten geconstateerd. Zijn de regels niet duidelijk? Waarom heeft ook hier weer het ministerie een opdracht voor extra onderzoek gegeven om te kijken naar hoe werkgevers nemers gesanctioneerd kunnen worden zonder strafrechtelijke gevolgen? Hoe werken overigens de experimenten met de chipkaarten?
In de Lisv rapportage wordt ingegaan op het feit dat de positie van de opsporingsdiensten in de komende jaren fors zal veranderen. Hoe zien de bewindslieden dat nu? Ten aanzien van de internationale handhavingactiviteiten wordt vastgesteld dat de hoofddoelstelling hetzelfde blijft (nu niet gerealiseerd overigens): het nastreven van een zelfde rechtmatigheidpercentage als voor de binnenlandse uitvoering. Hoe reëel is dit? Uit de rapportage blijken ook grote verschillen tussen de uvis. Zowel op het punt van aantallen fraudeconstateringen als de hoogte van de opgelegde boetes. Wat is de oorzaak daarvan? En hoe beoordelen de bewindslieden het feit dat er dus blijkbaar sprake is van grote beleidsverschillen en van ongelijke behandeling (Cadans twee keer zo hoge boete als SFB bij vergelijkbaar fraudebedrag)

Kortom kijkend naar deze rapportage krijgt mijn fractie het gevoel dat er wel erg veel op de langere termijn wordt geschoven. Wij horen graag een aantal duidelijk reacties van de bewindspersonen.

Rapportage handhaving van de SVB 1999
Ook dit is een opvolger van de augustusrapportage CTSV. Eindelijk een brief met een oordeel van de staatssecretaris. Er zijn verbeteringen te constateren in de controle op ongemeld samenwonen van AOW-ers en ANW-ers door systematische gegevensuitwisseling met het GBA. (hoewel: slechts 111 fraudegevallen AOW op 2,2 miljoen gerechtigden). Voorts is er op de districtskantoren structurele aandacht voor de fraudealertheid van de medewerkers. Wel is er de vraag of de opsporingscapaciteit voldoende is. Is dit aan de orde geweest in het bestuurlijk overleg met de SVB. Is ook de effectiviteit van de opsporing aan de orde geweest? Vergelijk SVB en uvis met resp. 1 rechercheur op 9 fraudes en 1 op 59!). Wat is nu het oordeel van de bewindslieden?
Volgens het CTSV moeten kwalitatieve trends meer gemeten worden. Wanneer komt er een verklaring (of is die er, er is al veel tijd over heengegaan) voor het feit dat er in de AKW aanzienlijk minder boeten zijn opgelegd?

Mijn fractie is er overigens net zoals het kabinet geen voorstander van om de handhavingrapportage te integreren in het beleidsplan van de SVB. Wij pleiten voor 2 heldere en duidelijke stukken. Ik neem aan dat dat ook gaat gebeuren.

Sancties in de bijstand: Toezichtonderzoek Sociale zaken en werkgelegenheid
Het betreft hier een onderzoek naar de gemeentelijke uitvoering van de wet boeten. Dit zal worden betrokken bij de algemene evaluatie van de wet boeten. Dit wordt als het goed is dit jaar aan ons aangeboden. Daarom voel ik nu niet de behoefte uitgebreid op dit stuk in te gaan. Uit dit onderzoek blijken grote verschillen in de uitvoeringspraktijk. Verder blijkt dat de gemeentelijke interne controles nog onvoldoende basis geven om de uitvoering van de wet goed te kunnen beoordelen. Hoe wordt dit verbeterd? Bij bijna de helft (veel!) van de gemeenten biedt het geautomatiseerde systeem onvoldoende mogelijkheid voor een adequate registratie. Wat gaat men hier aan doen? Sluiten de door de minister voorgestelde acties wel voldoende aan bij de aangehaalde problematiek? Hoe beoordeelt de minister deze op zich zorgelijke gegevens. (Een en ander indachtig dat het aantal opgelegde boeten (met 34%) en het aantal opgelegde maatregelen (met 8%) is toegenomen.).

Jaarverslag Regionale Interdisciplinaire fraudeteams Het stuk betreft een feitelijk verslag van de werkzaamheden van het RIF. Hoe beoordelen de bewindspersonen het functioneren van de RIFs tot op heden? Is hij tevreden over de behaalde resultaten?

Kortom
Veel rapporten, maar weinig concrete vervolgacties, is niet meer nodig?

Kamerlid: Ank Bijleveld-Schouten

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie