Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verstand wil meer vaart in emancipatieproces

Datum nieuwsfeit: 15-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Zoek soortgelijke berichten

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

www.minszw.nl

MIN SZW: Meerjarenbeleidsplan: meer vaart in emancipatieproces

Nr. 2000/195
15 november 2000

Staatssecretaris Verstand in Meerjarenbeleidsplan: meer vaart in emancipatieproces

Er moet meer vaart komen in het emancipatieproces. Binnen vier jaar moet het aandeel van vrouwen in hogere functies in het openbaar bestuur, bij de rijksoverheid en het bedrijfsleven (nu lager dan 10 procent) minstens verdubbelen. Voor 2010 wordt gestreefd naar 40 procent vrouwelijke burgemeesters (nu 17 procent), 25 procent vrouwelijke topambtenaren (nu 7 procent) en 20 procent vrouwen in de top van het bedrijfsleven (nu 4 procent). Bij het bevorderen van de arbeidsdeelname en economische zelfstandigheid van vrouwen, wordt extra aandacht besteed aan laagopgeleide vrouwen, allochtone vrouwen en herintreedsters. Samen met bedrijfsleven, gemeenten en maatschappelijke organisaties worden projecten opgezet voor om- en bijscholing, een betere afstemming van werk en privé, een betere toegang tot de informatie- en communicatietechnologie en stimulering van vrouwelijk ondernemerschap.
Verder komt er een plan van aanpak om geweld tegen vrouwen te bestrijden. Ook komen er maatregelen om genitale verminking te voorkomen.

Dit staat in het Meerjarenbeleidsplan Emancipatie dat staatssecretaris Verstand van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, belast met het beleid op het gebied van arbeid en zorg en emancipatie, naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
In het Meerjarenbeleidsplan zijn de hoofdlijnen uit de Meerjarennota Emancipatiebeleid van maart dit jaar uitgewerkt in maatregelen op het gebied van arbeid, zorg en inkomen, dagindeling, macht en besluitvorming, mensenrechten en kennissamenleving. Hierbij zijn de adviezen betrokken van de Sociaal-Economische Raad, de Onderwijsraad, de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, de Raad voor het Openbaar Bestuur, de Raad voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en de Commissie Gelijke Behandeling en de Stuurgroep Dagindeling. Ook zijn reacties van maatschappelijke organisaties uit de vrouwenbeweging, minderhedenorganisaties, jongeren en politieke partijen bij het plan betrokken.

Omdat het nu vooral gaat om een cultuuromslag is het kabinet eerst de maatschappelijke dialoog aangegaan over het toekomstig emancipatiebeleid alvorens dit uit te werken in het Meerjarenbeleidsplan. Uit de adviezen en de reacties blijkt dat de inzet van het kabinet om langs twee sporen beleid te voeren breed wordt ondersteund. Het gaat hierbij aan de ene kant om vernieuwing aan te jagen, nieuwe thema.s op de politieke agenda te plaatsen en instrumenten (zoals de emancipatie-effectrapportage) aan te dragen. Aan de andere kant gaat het erom emancipatie stevig te verankeren in het reguliere beleid van departementen. Medio 2001 komt een interdepartementale werkgroep met concrete voorstellen hiervoor. Ook wordt in de adviezen en reacties het belang beklemtoond van een betere afstemming van regelingen op de toenemende diversiteit in de bevolkingssamenstelling en in de levensloop en de leefpatronen van mensen. Het kabinet beschouwt dit ook als één van de grootste uitdagingen voor het moderne emancipatiebeleid.

Arbeid, zorg en inkomen
Meer vrouwen met een baan zodat zij economisch zelfstandig kunnen zijn, is een belangrijk doel van het emancipatiebeleid. De inzet van het kabinet is om de arbeidsdeelname van vrouwen te laten stijgen van 52 procent nu naar 65 procent in 2010 en de deelname van mannen aan onbetaalde zorg te laten toenemen van 35 procent naar 40 procent. Hiervoor worden de komende jaren samen met de sociale partners, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties maatregelen genomen ter verbetering van de kwaliteit van het werk, van de sociale zorginfrastructuur en van de mogelijkheden om arbeid en zorg te combineren.

Werkgelegenheid voor laagopgeleide vrouwen, herintredende vrouwen en vrouwen uit etnische minderheden krijgt extra aandacht. De Europese Commissie stelt tot 2006 440 miljoen gulden ter beschikking voor het programma Equal, dat bestemd is voor projecten om discriminatie en ongelijkheid op de arbeidsmarkt tegen te gaan. Samen met co-financiering door gemeenten, arbeidsbureaus, ministeries en bedrijfsleven is in totaal 880 miljoen gulden beschikbaar. Bij de uitwerking van dit programma worden de maatschappelijke organisaties betrokken, waaronder belangenorganisaties voor vrouwen en minderheden.

Arbeidsvoorziening krijgt volgend jaar 200 miljoen gulden voor scholing en bemiddeling van niet-uitkeringsgerechtigde (her)intreders. Voor kinderopvang voor herintreedsters zijn vanaf 2001 bovendien middelen beschikbaar uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) totdat de Wet basisvoorziening kinderopvang in werking is getreden. In 2001 wordt de bemiddeling van herintreedsters in overleg met Arbeidsvoorziening geïntensiveerd. Het kabinet wil in het Najaarsoverleg met de sociale partners afspraken maken over een scholingsimpuls ter verhoging van het onderwijspeil van de beroepsbevolking, waarbij de aandacht ook uitdrukkelijk uitgaat naar herintreedsters.

Het kabinet zorgt voor meer maatwerk in inburgeringsprogramma.s. Problemen met de aansluiting van de lestijden bij de schooltijden en de opvang van de jongere kinderen blijken in de praktijk belemmerend te werken voor vrouwen. Het kabinet werkt daarom aan maatregelen voor .moedervriendelijke agenda.s. en speciale herintredingsprogramma.s. Vrouwen die een inburgeringstraject volgen, kunnen in aparte vrouwengroepen taallessen volgen. Verder begint dit jaar een onderzoek naar de kansen, belemmeringen en stimulansen voor allochtone vrouwen om te werken. Mede op basis van dit onderzoek zal de commissie Arbeidsdeelname Vrouwen uit Etnische Minderheidsgroepen advies uitbrengen over hoe de arbeidsdeelname en maatschappelijke participatie van allochtone vrouwen kunnen worden gestimuleerd. De commissie wordt begin 2001 ingesteld door minister Van Boxtel voor Grotesteden- en Integratiebeleid en staatssecretaris Verstand.

Volgend jaar presenteert het kabinet zijn visie op de gevolgen van de toenemende vergrijzing voor de onbetaalde zorg. De zorg voor zieken, ouderen en gehandicapten door hun naasten kan zeer intensief zijn en de combinatie met arbeid en andere activiteiten moeilijk of zelfs onmogelijk maken. De behoefte aan mantelzorg en aan ondersteunende voorzieningen om de combinatie met betaald werk en andere bezigheden te verbeteren, zal in de toekomst sterk toenemen. Het kabinet acht versterking van de sociale zorginfrastructuur nodig.

De behoefte aan kinderopvang neemt fors toe als meer vrouwen gaan werken. In deze kabinetsperiode is in een toename van het aantal kinderopvangplaatsen voorzien van circa 90.000 tot circa 160.000 in 2002. Ook daarna is een flinke uitbreiding van de kinderopvang nodig. Onderzocht wordt hoe groot de toekomstige vraag is. Bij de voorbereidingen van de Wet basisvoorziening kinderopvang (WBK) (naar verwachting vanaf 2003 van kracht) wordt speciaal aandacht besteed aan de betaalbaarheid van kinderopvang voor mensen met de laagste inkomens. Ook gaat het kabinet na of tussenschoolse opvang in de WBK moet worden opgenomen.

Onderzocht wordt of in het socialezekerheids- en het pensioenstelsel knelpunten voorkomen die ertoe leiden dat (lager opgeleide) vrouwen niet gaan werken en die een betere verdeling van zorg tussen mannen en vrouwen in de weg staan. Verder zal van verschillende regelingen worden nagegaan of ze wel voldoende .sociale zekerheid. bieden aan mensen die wisselende arbeidspatronen hebben of hun loonbaan onderbreken. Volgend jaar komt het kabinet met een standpunt over de zogenoemde .levensloopbestendigheid. van het sociale stelsel.

Dagindeling
De adviezen en reacties over dagindeling ondersteunen het beleid om .tijd. en .ruimte. beter te laten aansluiten op nieuwe arbeids- en levenspatronen van mensen die werk en zorg combineren. Experimenten moeten informatie opleveren voor beleidsvernieuwing op het gebied van onder meer ruimtelijke ordening, vervoer, kinderopvang, onderwijs en persoonlijke dienstverlening. Eind 2001 zal staatssecretaris Verstand de Tweede Kamer een tussenstand sturen en aangeven hoe de resultaten van de experimenten moeten doorwerken in het beleid van het rijk, de provincies en de gemeenten. Later volgen de definitieve resultaten en aanbevelingen. Een aantal experimenten kan worden voortgezet met geld uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) zoals experimenten voor allochtone taakcombineerders, telewerken of versterken van lokale informele netwerken. Tot 2006 is ongeveer 5 miljoen gulden per jaar uit het ESF beschikbaar voor circa 25 dagindelingsprojecten.

De Commissie Dagarrangementen zal met voorstellen komen om de gewenste afstemming van onderwijs, opvang en vrijetijdsvoorzieningen sneller te realiseren. Ook zal zij het concept van het multifunctionele gebouw met verschillende voorzieningen onder één dak uitwerken. Begin 2002 komt de commissie met haar adviezen.

Ook het bedrijfsleven heeft een grote verantwoordelijkheid om werktijden en openingstijden beter op elkaar af te stemmen. In samenhang met flexibel in te vullen werktijden over de dag en de week, kan bereikbaarheid voor het werk gedeeltelijk in de plaats komen van aanwezigheid op het werk. Een interdepartementale werkgroep gaat dit zogenoemde bereikbaarheidsscenario uitwerken. Een eerste verkenning op dit terrein is afgelopen juni naar de Tweede Kamer gestuurd. Er zal een leidraad worden opgesteld voor de invoering van het bereikbaarheidsscenario waarbij proefprojecten in bedrijven met telewerken worden betrokken. In 2002 komt het kabinet met een plan van aanpak voor de toepassing van het bereikbaarheidsscenario.

Het kabinet is voorstander van zogenoemde .zorgknooppunten., waarop zich concentraties van bedrijven en voorzieningen bevinden. Ze bieden plaats aan crèches, scholen, medische voorzieningen, horecafaciliteiten, maar ook aan bibliotheken, winkels en particuliere dienstverlening. Ook kunnen de knooppunten een centrum vormen voor sociaal-culturele instellingen en diverse vrijetijdsactiviteiten. Het kabinet wil dergelijke centra voor arbeid en zorg op regionaal en lokaal niveau ontwikkelen.

De knelpunten rond de combinatie van arbeid en zorg op het platteland blijven ook op de middellange termijn om aandacht vragen. In 2001 formuleert het kabinet wat minimaal het voorzieningenniveau moet zijn in het landelijk gebied. Op basis van een inventarisatie zal in 2003 een meerjarig Stimuleringsprogramma combinatie arbeid en zorg in het landelijk gebied van start gaan, gericht op het verbeteren van de voorzieningen, zoals vervoer en arbeid-zorgcentra in dorpshuizen.

Steeds meer mensen die werk en zorg combineren hebben behoefte aan het uitbesteden van zorgtaken, vooral huishoudelijke taken en klussen. Aandacht zal worden gegeven aan het uitgroeien van de markt van persoonlijke dienstverlening tot een nieuwe, volwaardige bedrijfstak. Het kabinet wil in nauw overleg met sociale partners, brancheorganisaties en het midden- en kleinbedrijf zoveel mogelijk knelpunten in de regelgeving wegnemen, de rechtspositie van persoonlijke dienstverleners versterken en het imago van de bedrijfstak verbeteren. Bij de ontwikkeling van persoonlijke dienstverlening zal het kleinschalig ondernemerschap in de mantelzorg worden gestimuleerd.

Macht en besluitvorming
Mannen en vrouwen moeten evenwichtig zijn vertegenwoordigd op invloedrijke posities. Het gaat niet alleen om het vergroten van de instroom van vrouwen, maar ook om doorstroming en het voorkomen van voortijdige uitstroom. Het kabinet heeft onder andere op basis van de onlangs verschenen Emancipatiemonitor 2000 nieuwe streefcijfers vastgesteld voor het doorstromen van vrouwen naar besluitvormende functies. Zo moeten de Eerste en Tweede Kamer in 2010 voor 50 procent uit vrouwen bestaan (nu: Eerste Kamer 28 procent, Tweede Kamer 36 procent, kabinet 31 procent). Voor het Europarlement en de Provinciale Staten, waar 36 respectievelijk 31 procent van de leden vrouw is, geldt eveneens een streefcijfer van 50 procent. In de gemeenteraden is momenteel 23 procent van de leden vrouw. Het doel is dat in 2010 de gemeenteraden voor 45 procent uit vrouwen bestaan. Voor de burgemeesters wordt voor 2010 het streefcijfer op 40 procent gesteld. Momenteel is 17 procent van de burgemeesters vrouw. Voor de commissarissen van de Koningin, nu alleen mannen, geldt een streefcijfer van 30 procent.

In het openbaar bestuur is het aandeel vrouwen in de top laag. In interdepartementale commissies, zelfstandige bestuursorganen en de top van het politiekorps is minder dan 10 procent vrouw; in 2010 zou dat 20-30 procent moeten zijn. Voor de andere functies (Raad van State, Algemene Rekenkamer en leden van externe adviesorganen), waar het aandeel vrouwen nu 16-22 procent is, wordt een streefcijfer van 40 procent gesteld, met uitzondering van de magistratuur waar de deelname van vrouwen in 2010 op 50 procent moet kunnen uitkomen. De deelname van vrouwen aan de ambtelijke top is eveneens laag (7 procent). In 2010 moet 25 procent van de topambtenaren (vanaf schaal 18) vrouw zijn.
Voor grote commerciële bedrijven acht het kabinet een verdubbeling van het aandeel vrouwen in de topfuncties (Raden van Bestuur en Raden van Commissarissen) haalbaar in 2004. Nu ligt dat aandeel op slechts 4 procent. Voor 2010 is het streefcijfer op 20 procent gesteld. In de sector zorg en welzijn (huidig aandeel vrouwen in de top 25 procent) ligt dit op 45 procent, in de overige non-profitsector (huidig aandeel vrouwen in de top 13 procent) ligt dit op 35 procent.

Om deze streefcijfers te realiseren zijn extra inspanningen nodig van de landelijke overheid, politieke partijen, maatschappelijke groeperingen, provinciale en lokale overheden en bedrijven. Het kabinet komt in 2001 met voorstellen voor het combineren van werk en zorg door provinciale en gemeentelijke politici. Ook wordt een start gemaakt met het voorbereiden van een grondwetswijziging die nodig is om het zwangerschaps- en bevallingsverlof voor politieke ambtsdragers te regelen. Op deze wijze wordt een belemmering voor vrouwen weggenomen om zich verkiesbaar te stellen.

De kosten die zijn verbonden aan het onbenut laten van talenten van vrouwen zullen beter in kaart worden gebracht, alsmede de .meerwaarde van diversiteit. voor organisaties zelf. Er komt in 2001 een campagne voor .carrière in deeltijd., met als doel meer bekendheid te geven aan de mogelijkheden die de Wet aanpassing arbeidsduur biedt voor mannen en vrouwen in hogere functies.

Het kabinet wil samen met het bedrijfsleven en expertorganisaties een uitwisselingsprogramma ontwikkelen voor vrouwen in hogere managementfuncties en goede praktijkvoorbeelden van bedrijfsbeleid uitwisselen. Hiertoe zal een netwerk van prominenten uit het bedrijfsleven en overheid worden opgericht. Ook wordt in samenwerking met sociale partners een .task force. opgericht om de instroom van vrouwen in mannenberoepen te vergroten. Projecten om de doorstroom van (allochtone) vrouwen van lagere functies naar het middenkader te bevorderen zullen worden ondersteund.

Mensenrechten en vrouwen
Mensenrechten van vrouwen en het uitbannen van geweld tegen vrouwen staan hoog op de internationale agenda. Er zijn inmiddels veel verdragen, besluiten en richtlijnen die vrouwenrechten verankeren in internationaal recht en beleid. Toch zijn armoede onder vrouwen, seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes, vrouwenhandel, gebrek aan onderwijs, aan zeggenschap en aan economische zelfstandigheid in de meeste landen nog aan de orde van de dag. In Nederland zijn jaarlijks ongeveer 200.000 vrouwen slachtoffer van mishandeling door hun (ex)-partner. In 50.000 gevallen betreft het zwaar geweld. De kosten voor de overheid worden geraamd op meer dan 300 miljoen gulden per jaar.

Uit het recente onderzoek .Het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen. Een verdiepend onderzoek naar het Nederlandse beleid in het licht van de verplichtingen die voortvloeien uit het Vrouwenverdrag. blijkt dat vrouwen die niet economisch zelfstandig zijn eerder het slachtoffer zijn van geweld. Het kabinet komt volgend jaar met een reactie op de
bevindingen van het onderzoek en met een plan van aanpak. In het plan wordt aandacht besteed aan een goede samenwerking tussen de verschillende instanties, zoals politie, justitie, hulpverleningsinstanties, onderwijsinstellingen, huisartsen, gezondheidszorginstellingen, gemeenten, vrouwenorganisaties en expertisecentra. Het kabinet stelt volgend jaar 0,7 miljoen gulden beschikbaar voor projecten op het terrein van beeldvorming en geweld tegen vrouwen.

De maximale celstraf voor eenvoudige mishandeling gaat van twee naar drie jaar. Ook worden de mogelijkheden uitgebreid om daders van huiselijk geweld sneller op te pakken en hen direct in voorlopige hechtenis te nemen. De informatieverschaffing over huiselijk geweld en de hulp aan slachtoffers worden verbeterd. Daarnaast wordt volgend jaar een landelijk onderzoek gestart naar huiselijk geweld onder de allochtone bevolking. Ook wordt het verband tussen .stalking., het hinderlijk belagen van bijvoorbeeld ex-partners, en geweld in huiselijke kring onder de loep genomen.

Het kabinet vindt dat genitale verminking op geen enkele manier kan worden gedoogd. De Tweede Kamer wordt in de eerste helft van 2001 geïnformeerd over de aanpak van dit probleem. Belangrijk daarbij zijn de voorlichting aan de betrokken gemeenschappen en het stimuleren van debat, waarbij gekwalificeerde mensen uit die gemeenschappen zelf een belangrijke rol spelen. Ook scholing, gericht op de overdracht van kennis en inzicht over de gevolgen van genitale verminking voor gezondheid en seksualiteit, is van groot belang. Om dreigende genitale verminking tijdig te signaleren, worden protocollen opgesteld voor huisartsen, GGD-en (jeugdgezondheidszorg), scholen, kinderbescherming en politiekorpsen. Politie- en justitiefunctionarissen worden opgeleid om daders van genitale verminking op te sporen en te vervolgen. Het kabinet wil verder nagaan of het opheffen van de eis van .dubbele strafbaarstelling. (zowel in Nederland als in het land van herkomst) mogelijk is, zoals bijvoorbeeld in Frankrijk en Zweden is gebeurd.

Om vrouwenhandel tegen te gaan, wil het kabinet de internationale samenwerking op het niveau van politie en justitie verder versterken en de uitwisseling van gegevens tussen nationale rapporteurs mensenhandel verbeteren. Nederland heeft als eerste EU-lidstaat met ingang van 1 april 2000 een nationaal rapporteur mensenhandel aangesteld die jaarlijks aan de regering rapporteert over vrouwenhandel en aanbevelingen doet voor de bestrijding ervan. In 2001 verschijnt het eerste rapport van de nationaal rapporteur. Het kabinet zal er bij EU-landen op aandringen ook een nationaal rapporteur te benoemen. Daarnaast zet het kabinet zich in voor een Europees rapporteur vrouwenhandel.
Het kabinet wil de kennis over mensenrechten van vrouwen, de wetgeving voor gelijke behandeling en het VN-vrouwenverdrag verbreden en verdiepen. Het Informatiepunt gelijke behandeling m/v dat in 2001 zal starten, moet hierbij een belangrijke rol spelen. Kennissamenleving
De informatie- en communicatietechnologie (ICT) krijgt een steeds grotere invloed op alle maatschappelijke terreinen. Het is van belang dat emancipatie-aspecten vanaf het begin worden meegenomen in beleid en initiatieven die gebruik en productie van ICT stimuleren en ondersteunen.
ICT biedt kansen om arbeid en zorg beter te combineren doordat het de scheiding werk-privé minder groot maakt. Naast de kansen zijn er ook risico.s. Vrouwen maken minder gebruik van ICT en zijn ondervertegenwoordigd in ICT-opleidingen en de ICT-sector. Daarmee kunnen nieuwe achterstanden ontstaan. In de adviezen en reacties wordt hier op gewezen en wordt speciale aandacht gevraagd voor laagopgeleide en allochtone vrouwen en meisjes.

Het kabinet stelt volgend jaar een miljoen gulden beschikbaar voor het verbeteren van de digitale infrastructuur en de ICT-deskundigheid binnen vrouwenorganisaties. Het aandeel vrouwen in de ICT-sector moet worden vergroot van 10 procent nu naar 30 procent in 2010. Het kabinet steekt 70 miljoen gulden in het wegwerken van het structurele tekort aan ICT-ers. Er is een .task force. opgericht, waaruit verschillende projecten zijn voortgekomen, waaronder het project .Vrouwen/mannen - balans bij ICT.. In dit project, waarvoor het kabinet in eerste instantie 4 miljoen gulden heeft uitgetrokken, worden in samenwerking met het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen maatregelen uitgewerkt om de deelname van meisjes en vrouwen aan ICT te vergroten. Doelstellingen zijn het uitbreiden van (om)scholing voor vrouwen, het zodanig aanpassen van ICT-opleidingen dat het voor meisjes aantrekkelijker wordt om voor informatica te kiezen en het aanpassen van de cultuur en arbeidsvoorwaarden.

Vanaf 2001 gaan in het kader van EQUAL projecten van start om de positie van vrouwen in de ICT-sector te versterken. Het gaat hierbij om omscholing van bijvoorbeeld herintredende vrouwen, bevordering van deelname van meisjes aan technische opleidingen en het stimuleren van .e-commerce. onder vrouwelijke ondernemers. Het kabinet zal verder ICT-experimenten stimuleren voor onder meer allochtone en laagopgeleide vrouwen, vrouwen met een handicap en alleenstaande bijstandsmoeders. In 2001 wordt een Landelijk Netwerk EVA (Ervaring, Kennis en Attituden) opgericht dat het kabinet gaat adviseren over een vernieuwd emancipatiebeleid, waarin ICT centraal staat.

15 nov 00 14:43

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie