Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Reactie Financien op toezeggingen tijdens algemeen overleg

Datum nieuwsfeit: 16-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Financien
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Schriftelijke reactie op toezeggingen tijdens Algemeen overleg



Directie Algemene Fiscale Politiek

De voorzitter van de vaste commissie

voor Financiën van de Tweede Kamer der

Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

AFP 2000-00884 M

16 november 2000

Onderwerp

Schriftelijke reactie op toezeggingen gedaan tijdens het Algemeen overleg van 9 november jl. over cultuur.

Tijdens het Algemeen overleg over cultuur en belastingen van 9 november jl. heb ik toegezegd om op een viertal punten schriftelijk terug te komen. In deze brief ga ik achtereenvolgens in op de positie van culturele instellingen in de sfeer van de vennootschapsbelasting, de rol die het BTW-compensatiefonds kan spelen voor organisatoren van grote festivals en de brief van de Werkgroep WIK over de toepassing van het fiscale begrip ondernemerschap. Het tarief van 20% in de artiestenregeling wordt nader toegelicht in de nota naar aanleiding van het verslag bij de Veegwet Wet IB 2001 (kamerstukken II, vergaderjaar 2000-2001, 27 466).

Positie van culturele instellingen in de sfeer van de vennootschapsbelasting

De woordvoerder van de fractie van GroenLinks heeft gevraagd naar de positie van culturele instellingen in de sfeer van de vennootschapsbelasting. Bij de beantwoording van deze vraag ga ik er vanuit dat hij daarbij niet doelt op commerciële bedrijven in de culturele sector, maar op culturele instellingen waarbij een algemeen maatschappelijk belang en dus geen particulier belang op de voorgrond staat.

Dergelijke culturele instellingen zijn op grond van artikel 6 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 vrijgesteld, mits de winst beneden bepaalde grenzen blijft. Die grens is f 13 000 per jaar en f 65 000 per vier jaar. Voor de vraag of beneden deze grenzen wordt gebleven, mogen fictieve kosten wegens om niet of tegen te lage beloning verrichte arbeid op grond van het besluit van de Staatssecretaris van 26 augustus 1993, nr. DB93/3669, BNB 1993/288 op basis van het minimum loon in aanmerking worden genomen.

Niet bij alle musea en andere culturele instellingen blijft de winst beneden de gestelde grenzen. Deze instellingen zijn dus belastingplichtig. Dit komt ook voor bij andere instellingen waarbij een algemeen maatschappelijk of sociaal belang op de voorgrond staat. Om te voorkomen dat de belastingheffing het nastreven van het maatschappelijke of sociale belang van deze instellingen in de weg staat, wordt in het Belastingplan 2001 een faciliteit voorgesteld. Deze faciliteit houdt in dat instellingen die een algemeen maatschappelijk of sociaal belang behartigen, de mogelijkheid krijgen (een deel van) hun winst gedurende drie jaar belastingvrij te reserveren. Deze zogenoemde herbestedingsreserve kan worden gevormd als het voornemen bestaat om met de winst latere investeringen te financieren of om een verwachte piek in de kosten op te vangen. In de memorie van toelichting bij het Belastingplan 2001 is daarbij het voorbeeld genoemd van een museum, dat op deze manier de winst van een aantal jaren belastingvrij kan reserveren om daarmee de aanbouw van een nieuwe tentoonstellingsruimte of een tentoonstelling te financieren. Hiermee zal de vraag of culturele instellingen al dan niet belastingplichtig zijn, in belang afnemen voor de financiële mogelijkheden van dergelijke instellingen. Overigens zij opgemerkt dat reservering alleen mogelijk is voorzover de ondernemingsactiviteiten binnen de maatschappelijke of sociale doelstelling van het lichaam passen of indien sprake is van kringloopactiviteiten. Dit ter voorkoming van concurrentieverstoring.

Rol BTW-compensatiefonds bij organisatie festivals

Voorts is tijdens het algemeen overleg op 9 november jl. de toepassing van de BTW-wetgeving ten aanzien van gratis toegankelijke evenementen breed aan de orde gesteld. Daarbij is ook de mogelijke rol van het - toekomstige - BTW-compensatiefonds in relatie tot de activiteiten van organisatoren van gratis toegankelijke evenementen aan de orde gekomen. Voor ik nader inga op het BTW-compensatiefonds schenk ik eerst nog kort aandacht aan de BTW-positie van de betrokken organisatoren in het algemeen.

Het enkel organiseren van gratis toegankelijke evenementen leidt niet ondernemerschap voor de BTW. Indien een organisator van een gratis toegankelijk evenement tevens andere activiteiten verricht die wel tegen vergoeding geschieden, zoals reclameactiviteiten, is de organisator voor de reclameactiviteiten BTW-ondernemer en heeft hij in zoverre ook recht op aftrek van de aan hem in rekening gebrachte inkoop-BTW. Het verrichten van reclameactiviteiten of andere prestaties tegen vergoeding leidt er echter niet automatisch toe dat het organiseren van de gratis toegankelijke evenementen binnen het BTW-ondernemerschap valt. Met betrekking tot die evenementen is eerst sprake van ondernemerschap indien zich één van de twee volgende situaties voordoet:

a. de sponsor bedingt uitdrukkelijk dat het - gratis toegankelijke - evenement moet plaatsvinden en de kosten daarvan worden volledig of nagenoeg volledig (90% of meer) uit de reclame-/sponsorgelden bekostigd. Bij wijze van tegemoetkoming is bepaald dat ook nog van volledig ondernemerschap sprake is als de kosten van het gratis toegankelijke evenement voor tenminste 70% uit de uit de reclame-/sponsorgelden worden bekostigd;

b. het gratis toegankelijke evenement en de betaalde reclameactiviteiten zijn, wat betreft inhoud en kwaliteit, wederzijds van elkaar afhankelijk. Dit is het geval als het gratis toegankelijke evenement op een zodanige wijze vorm wordt gegeven dat daarbij een maximale opbrengst aan reclamegelden voorop wordt gesteld. Anders gezegd, het moet gaan om een situatie waarin het maken van betaalde reclame de voornaamste doelstelling is van het gratis toegankelijke evenement.

Indien op basis van het vorenstaande in een concrete situatie moet worden geconcludeerd dat het organiseren van gratis toegankelijke evenementen niet binnen het BTW-ondernemerschap van de betrokken organisator valt, dan is de inkoop-BTW betreffende die evenementen niet aftrekbaar. De in het rapport Hoog aanslaan, laag belasten neergelegde gedachte om voor die gevallen het BTW-ondernemerschap optioneel te maken is niet mogelijk op grond van de Zesde BTW-richtlijn. Wat betreft de betekenis van het BTW-compensatiefonds voor de organisatoren van gratis toegankelijke evenementen merk ik op dat onder de werking van het voorgestelde BTW-compensatiefonds (Kamerstuk 27 293) gemeenten en provincies compensatie krijgen voor de inkoop-BTW op goederen en diensten die zij als niet-ondernemer gebruiken. Dit betekent dat in de gevallen waarin een gemeente zelf een gratis toegankelijk evenement organiseert, zij de inkoop-BTW krijgt gecompenseerd die betrekking heeft op de niet-ondernemersactiviteiten die de gemeente in het kader van dat evenement verricht. Indien de organisatie niet in handen is van een gemeente, maar een private partij, bijvoorbeeld een stichting, kan deze zelf geen beroep doen op het BTW-compensatiefonds. Als in het kader van de organisatie van het evenement echter door de gemeente een subsidie aan de organisator wordt verstrekt en die subsidie in wezen de vergoeding vormt voor een dienst van die organisator jegens die gemeente, zal de organisator over die subsidie BTW in rekening moeten brengen aan de gemeente. Die BTW komt bij de betrokken gemeente voor compensatie in aanmerking voorzover de dienst van de organisator door die gemeente wordt gebruikt ten behoeve van
niet-ondernemersactiviteiten van die gemeente. Het in de BTW-heffing betrekken van de subsidie - in feite een vergoeding voor een prestatie in de verhouding prestatieverrichter (de organisator) en afnemer (de gemeente) - heeft alsdan tot gevolg dat de organisator van het evenement de aan haar in rekening gebrachte BTW in aftrek kan brengen overeenkomstig de algemeen geldende regels voor de aftrek van inkoop-BTW.

Toepassing van het fiscale ondernemersbegrip

Tot slot wil ik nog ingaan op de toepassing van het fiscale ondernemersbegrip. In de brief aan de vaste commissies voor Financiën en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 15 september 2000 van mijn ambtsgenoot van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen en mij is aangegeven dat ten aanzien van de voorlichting richting kunstenaars over hun fiscale positie en duidelijkheid over fiscale regelingen, waaronder de toepassing van het ondernemersbegrip, de eigen inspecteur het aanspreekpunt is en één eenheid verantwoordelijk is voor de coördinatie van de uitvoering. De fractie van GroenLinks vraagt in dit verband om een reactie op de brief van 7 november 2000 van de Werkgroep WIK, waarin deze werkgroep onder meer stelt dat de beoordeling van het ondernemerschap van kunstenaars en specifiek van WIK-gebruikers in de praktijk per eenheid van de Belastingdienst nog steeds blijkt te verschillen en tot problemen leidt.

Coördinatie van de uitvoering vindt plaats door algemene voorlichting via het intranet van de Belastingdienst over specifieke onderwerpen betreffende kunstenaars (bijvoorbeeld informatie over de WIK), door op maat gesneden adviezen in specifieke gevallen (bijvoorbeeld over ondernemerschap) en door het fungeren als vraagbaak binnen de Belastingdienst. Uit informatie van de Belastingdienst blijkt overigens niet dat ten aanzien van de beoordeling van het ondernemerschap in de praktijk per eenheid van de Belastingdienst verschillen bestaan of dat dit tot problemen leidt. Nu vanuit de Werkgroep wel problemen worden gesignaleerd over de uitvoering en tevens wordt aangegeven dat er behoefte bestaat aan periodiek overleg tussen het georganiseerde beroepsveld en de Belastingdienst, lijkt het mij een goede gedachte dat nader overleg hierover plaatsvindt. De coördinerende eenheid van de Belastingdienst zal op korte termijn contact opnemen met de Werkgroep WIK voor het maken van een afspraak voor een overleg waarin de knelpunten in de huidige praktijk kunnen worden gemeld en worden toegelicht.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De staatssecretaris van Financiën,

W. Bos

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie