Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

KNMI: Nieuwe kijk op menselijke beïnvloeding klimaat

Datum nieuwsfeit: 17-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
KNMI

Achtergrond

Een nieuwe kijk op de menselijke beïnvloeding van het klimaat?

Op 29 augustus 2000 verscheen een artikel van James Hansen met vier andere auteurs in de Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS), waarin zij pleiten voor een alternatief scenario voor de aanpak van het versterkte broeikaseffect in de 21e eeuw. In het artikel worden de klimaateffecten door menselijke activiteiten onder de loep genomen. Ten aanzien van de bijdragen van de individuele broeikasgassen en aërosolen aan de klimaatforcering sinds het preïndustriële tijdperk is het beeld niet veranderd. Hansen hergroepeert alleen de diverse klimaatforceringen naar veroorzakende processen van menselijke activiteiten. Voor wat betreft de toekomst lijkt de door Hansen geschatte ontwikkeling van klimaatforcering tamelijk optimistisch.

Bij de verbranding van fossiele brandstoffen wordt niet alleen CO2 geëmitteerd, maar ook sulfaathoudende gassen. Sinds 1850 heeft de met 30% gestegen concentratie CO2 een stralingsforcering (een gangbare maat om wereldgemiddelde klimaateffecten af te schatten) van circa 1,4 Watt per vierkante meter (W/m²) bewerkstelligd. De sulfaathoudende gassen worden deels omgezet in stofdeeltjes (aërosolen), die juist een koelende werking op het klimaat hebben. Hoewel de stralingsforcering door sulfaataërosolen erg onzeker is, ligt een eerste orde schatting rond de -1.4 W/m². Dit betekent dat het totale klimaateffect van de verbranding van fossiele brandstoffen tot nu toe klein moet zijn geweest. Hierbij is het effect van roetdeeltjes, die mogelijk leiden tot het deels oplossen van wolken en daarmee een verwarmend effect op het klimaat hebben, buiten beschouwing gelaten.

Dit betekent volgens Hansen dat de forse wereldgemiddelde temperatuurstijging van 0,5ºC sinds 1975 waarschijnlijk deels toegeschreven kan worden aan de stijging van de niet-CO2broeikasgassen, die bij andere menselijke activiteiten, zoals landbouw en veeteelt, vrijkomen. Zo is het methaangehalte in de laatste 150 jaar verdubbeld en zijn de concentraties lachgas en CFKs (chloorhoudende stoffen) gestegen. De stralingsforcering sinds 1850 van bovengenoemde broeikasgassen en roetdeeltjes wordt geschat op 1,6 W/m².

Hansen concludeert hieruit dat de aanpak van het versterkte broeikaseffect in eerste instantie het beste kan geschieden middels de reductie van de uitstoot van niet-CO2 broeikasgassen en roet, in ieder geval in de komende 25 jaar, omdat CO2 reducties waarschijnlijk niet haalbaar zijn. Voorts suggereert Hansen dat er aanwijzingen zijn dat het met de CO2 uitstoot de komende decennia wel eens mee kan vallen: in zijn alternatieve scenario komt de extra stralingsforcering (over de periode 2000-2050) door alle menselijke activiteiten op ongeveer 1 W/m² uit. Hierbij veronderstelt Hansen een afname van de stralingsforcering van methaan, waardoor ook het niveau van troposferisch ozon gestabiliseerd wordt. Voorts verwacht Hansen dat de aërosolforcering nagenoeg constant blijft mits de emissie van de klimaatverwarmende roetdeeltjes sterk wordt gereduceerd.

IPCC schattingen

Quantitatieve schattingen van de ontwikkeling van de stralingsforcering vanaf het preïndustriële tijdperk worden in het rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) gegeven. Zulke schattingen met bijbehorende onzekerheidsmarges zijn gebaseerd op een scala van gepubliceerde modelresultaten. Voor wat betreft de huidige stralingsforcering komen de getallen van Hansen binnen de bestaande onzekerheidsmarges overeen met die van het IPCC. Echter, een deel van de toename van aërosolen is afkomstig van andere activiteiten dan het verbranden van fossiele brandstoffen: ook de verbranding van biomassa in de tropen geeft een significante bijdrage.

Voor schattingen van de ontwikkeling van de stralingsforcering in de 21e eeuw, wordt in de IPCC rapporten gebruik gemaakt van diverse scenario's, die verschillen in de aanname van bevolkingsgroei, milieumaatregelen en technologische vernieuwing. Deze scenario's zijn doorgerekend m.b.t. hun impact op de concentratie broeikasgassen en aërosolen. Hierbij valt op dat in geen van de beschouwde scenario's het atmosferische methaangehalte in 2050 teruggedrongen wordt. Voorts lijkt het onwaarschijnlijk dat de som van de extra stralingsforceringen door CO2 en aërosolen in het jaar 2050 lager uitvalt dan 1,5 W/m². Zelfs voor het meest optimistische scenario, waarin zeer drastische emissiereducties op korte termijn worden gerealiseerd, komt de totale stralingsforcering door menselijke activiteiten in 2050 uit op ruim 3 W/m², een verdubbeling van de stralingsforcering tot nu.

Kritiek

De analyse van Hansen m.b.t. de klimaatontwikkeling in het verleden lijkt juist, maar bevat eigenlijk niets nieuws. We hebben wel kritiek op de vage voorspellingen voor de toekomst. Het is onwaarschijnlijk dat aërosolen de ontwikkeling van het CO2 effect kunnen bijhouden. Dit komt omdat aërosolen een korte verblijftijd in de atmosfeer hebben en niet accumuleren. Dit in tegenstelling tot de CO2 concentraties die zelfs bij gelijkblijvend gebruik van fossiele brandstoffen nog lang zullen blijven stijgen. Ook zal het toenemend gebruik van aardgas het compenserende effect van aërosolen doen afnemen. Voorts worden zwavelhoudende gassen in toenemende mate afgevangen vanwege de zure regen problematiek. Inderdaad neemt ook Hansen aan dat de totale stralingsforcering door aërosolen nagenoeg constant zal blijven. Dit betekent dat in de komende decennia het versterkte broeikaseffect door de verdere stijging van het CO2 gehalte aanzienlijk groter zal worden dan de koelende werking van aërosolen.

Conclusie

De publicatie van Hansen et al. wekt de suggestie dat de rol van het alsmaar stijgende kooldioxide gehalte in het versterkte broeikaseffect beperkt is. Echter, 60% van de huidige stralingsforcering door goed gemengde broeikasgassen wordt veroorzaakt door CO2. Er zijn geen aanwijzingen, gegeven het scala van IPCC scenario's, dat het aandeel van CO2 t.o.v. andere broeikasgassen in de komende 50 jaar vermindert. Tevens ligt het in de lijn der verwachting dat de koelende werking van aërosolen in de toekomst ongeveer constant blijft, waardoor de totale stralingsforcering door menselijke activiteiten substantieel hoger uitvalt dan in het alternatieve scenario van Hansen, tenzij men erin slaagt drastische reducties van de emissies van CO2 én niet-CO2 broeikasgassen te realiseren.

Rob van Dorland & Aad van Ulden, klimaatonderzoek KNMI
* Klimaatpagina KNMI

* Broeikaseffect (meer informatie)

Laatste wijziging: 17 november 2000

Harry Geurts, PR & Voorlichting KNMI
Copyright © KNMI

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie