Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Gesprek met de minister-president op Nederland 3

Datum nieuwsfeit: 17-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Algemene Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Algemene Zaken


1red8747
17-11-2000, NOS, Gesprek met de minister-president, Nederland 3, 22.57 uur

MINISTER-PRESIDENT KOK, NA AFLOOP VAN DE WEKELIJKSE

MINISTERRAAD, OVER BSE

DE GRAAF:
Hebt u zorgen over de mogelijkheid van Nederlandse slachtoffers van de gekke koeienziekte?

KOK:
Ja, je mag niet zonder zorgen zijn. En zeker ook na de nieuwste gebeurtenis gisteren en de golf van onrust die vooral vanuit Frankrijk over Europa gaat. Ik heb me wel vandaag in de ministerraad nog eens uitvoerig door minister Brinkhorst laten inlichten over wat we allemaal doen. Hoe we er voorstaan in vergelijking met de meeste andere Europese landen. En er vinden een aantal nadere aanscherpingen plaats van bijvoorbeeld het aantal testen wat plaats vindt mede als gevolg van Brusselse afspraken die worden gemaakt.

DE GRAAF
(Onverstaanbaar)

KOK:
Nee, ik denk dat dat ook echt heel erg nonchalant zou zijn als we zonder zorg zouden zijn, want je ziet een aantal ontwikkelingen die je niet kunt ontkennen.

DE GRAAF:
Daarom was ik zo verbaasd een tijdje geleden in het Buitenhof minister Brinkhorst te horen zeggen: wij hebben het in Nederland zo voortvarend aangepakt. Dat is ook zo, we waren sneller dan de meesten, dat hij voor Nederland eigenlijk geen risico's zag. Dat heeft hij een paar dagen later teruggenomen. Toen zei hij: honderd procent zekerheid bestaat in de wereld niet. Maar eigenlijk zei hij: nagenoeg zie ik geen risico's. Is dat nou verstandig van een minister van Landbouw in deze dagen?

KOK:
Ik geloof dat de minister van Landbouw terecht het accent heeft gelegd op de positieve manier waarop Nederland zich in een aantal opzichten van anderen onderscheid. Terecht heeft aangegeven wat we allemaal hebben gedaan en doen om op dit punt de risico's in te dammen. Maar hij heeft natuurlijk nooit gezegd ­ nog in het Buitenhof, nog in de Kamer of waar dan ook ­ dat wat elders wel gebeurt, in Nederland helemaal niet kan voorkomen. We hebben zelf gisteren de zaak in Eibergen gezien. Hij heeft vanochtend met de boer zelf gebeld in Eibergen, die natuurlijk hier zeer geëmotioneerd door is.

DE GRAAF:
Maar ik zie minister Brinkhorst niet zeggen: "Mensen, heb zorg en denk er over na wat je wil."

KOK:
Nee, u zei net: bent u zonder zorg? Ik ben niet zonder zorg, maar ik ga niet zeggen:




mensen, u moet vooral nu ook allemaal zorgen hebben. Ik denk dat de mensen moeten begrijpen, zouden moeten willen begrijpen, dat de Nederlandse regering naar vermogen samen met alle anderen die het aangaat, in de eigen samenleving en ook in de internationale samenwerking, alles doet wat je redelijkerwijs kunt doen, dat is altijd een kwestie van maatvoering wat je redelijkerwijs kunt doen, om de risico's binnen aanvaardbare grenzen te houden.

DE GRAAF:
Maar wij weten niet precies, blijkt ook weer uit het rapport van de Algemene Rekenkamer, wat er aan Belgisch vlees of vooral aan Deens vlees of aan Duits vlees bij ons over de grens is gekomen en die op een of andere manier bij ons in de winkels is terecht gekomen.

KOK:
Nee. Het is waar dat we heel veel niet weten. En naar de mate waarin we dus ook heel veel niet weten en ons zorgen maken over onze gezondheid, over de voedselveiligheid, is er des te meer reden om in het eigen land en ook in de landen die u noemde, niet alleen de vinger aan de pols te houden, maar alles te doen om alert te zijn. Om de kwaliteit van het handelen te verbeteren. Maar absolute garanties en zekerheden dat bepaalde dingen nooit zullen gebeuren - van mensen, weest u nou zonder zorgen, want er is geen probleem - nee, dat zult u van mij niet horen. En ook van minister Brinkhorst niet, want dat zou onverantwoord zijn.

DE GRAAF:
Maar het omgekeerde. De Europese Commissaris voor de Volksgezondheid, Byrne, heeft gezegd: "alleen naïeve mensen geloven dat de crisis achter ons ligt. Hij moet nog komen." Onze eigen professor Osterhaus, die namens Nederland in de stuurcommissie zit die de Europese Unie adviseert, heeft gezegd: "het zou mij niet verbazen als er alleen in Engeland nog vele duizenden dodelijke slachtoffers gaan vallen." Dat zijn uw adviseurs. Dat zijn onze experts. Die notie van hoe erg het kan zijn, zie ik bij de minister van Landbouw niet terug.

KOK:
Wat we in elk geval wel goed moeten onderkennen is dat - ik kan natuurlijk minder met cijfers spelen op dit terrein als minister Brinkhorst dat kan, die heeft dat allemaal tot in detail in zijn vingers - de omvang in de orde van grootte in het Verenigd Koninkrijk vele, vele, vele malen groter is dan waar we hier over praten. Toch nu ook al, gisteren het zevende geval. Dat is niet door een strengere test, maar echt een zogenaamde normale situatie waarbij een boer tot het inzicht komt dat er iets aan de hand is. Dat is een illustratie van de risico's die je loopt. Ik heb ook de uitspraken van de Ierse Commissaris van Volksgezondheid gezien. Daar wordt de komende dagen ook in Brussels verband, in de Landbouwraad, verder over gepraat om te zien hoe je binnen de grenzen van de mogelijkheden die inspanning met elkaar kunt leveren.

DE GRAAF:
Maar dat is nou net niet de kern van mijn vraag. Want ik zie wel dat Nederland ontzettend zijn best doet en voorop loopt met allerlei maatregelen. Maar waar ik de minister van Landbouw niet over hoor is wat het desalniettemin voor een gevaar zich bezig is te ontwikkelen?




KOK:
Dan hoort u de minister van Landbouw anders dan dat ik hem hoor. De minister van Landbouw zegt: we moeten niet dramatiseren. Niet een soort panieksfeer creëren. Dat is trouwens ook niet wat u bepleit. En hij zegt tegelijkertijd: geen business as usual. Dus kijken hoe je bijvoorbeeld met het opvoeren van het aantal testen of het overnemen van een aantal adviezen van de Europese Commissie die zaak nog wat verder kunt aanschroeven, daarmee de risicograad verder verminderend. Wat die destructie betreft, waar de Algemene Rekenkamer gisteren een rapport over heeft uitgebracht, dat heeft dus niet direct met BSE te maken. Het heeft wel met kwaliteit te maken, ook met gezondheid. Daar hebben we vandaag in het kabinet over gesproken en gezegd: we moeten kijken of we kunnen voorkomen dat men het meedoen daaraan vanuit de landbouw...

DE GRAAF:
Nog even terug. Was het nou verstandig van de ministers van Volksgezondheid en Landbouw in deze situatie, gegeven wat er nu allemaal speelt? Dan komt er een rapport van de Rekenkamer. Dat zegt: jullie hebben je zaakjes niet goed op orde. Inspecties werken langs elkaar. Controles zijn onvoldoende. Controle-instanties worden niet goed aangestuurd. Het bijzondere is dat diezelfde Rekenkamer drie jaar geleden over hetzelfde onderwerp precies hetzelfde heeft gezegd, dus er is niet veel verbeterd. Het eerste wat minister Brinkhorst en mevrouw Borst doen is, ze werpen die kritiek van zich af en zeggen: we hebben onze zaakjes op orde. Dat is toch geen goed signaal naar de burger in dit verband?

KOK:
Toch heb ik vandaag hierover in de ministerraad allerminst begrepen dat de ministers dit terzijde schuiven. Met name dat punt wat ik net noemde, want het gaat om instanties die wel of niet voldoende met elkaar samenwerken, maar één belangrijk punt is of boeren met de kadavers van dode dieren omgaan op een wijze zoals dat in het belang van de volksgezondheid nodig zou zijn. Daar hebben we de analyse van de Rekenkamer grondig bestudeerd, vanmiddag al. We hebben nog geen besluiten kunnen nemen, er lagen geen stukken voor, maar gezegd: we moeten de manier van werken hebben, die ertoe leidt dat de vervuiler - want degene die op enig moment met een kadaver wordt geconfronteerd en daar niet een verstandige keuze mee maakt, die vervuilt de kwaliteit van de gezondheidszorg - betaalt. We moeten dus ook voorkomen dat de vervuiler verzuimt te betalen. Dat is een nieuwe manier van heffen daarop.

DE GRAAF:
Maar wat u nu zegt over wat er vandaag in de ministerraad is besproken, dat lijkt niet op al die krantenkoppen van deze week van: Borst en Brinkhorst werpen de kritiek verre van zich?

KOK:
Ik zit hier toch na afloop van de ministerraad om naar eer en geweten te vertellen hoe we in de ministerraad met elkaar over deze thematiek in samenhang hebben gesproken. Ik zie natuurlijk ook heel veel krantenkoppen, continue. Soms word je er duizelig van. Het kan ook best zijn dat in een eerste reactie men vanuit de ministers heeft willen aangeven dat men op een aantal terreinen misschien wel beter aan de gang is dan de Rekenkamer denkt. Maar ik zeg u hier dat wij, ook vanuit het algemeen kabinetsbeleid en ik heb daar ook zelf een rol in vervuld, vandaag hebben gezegd: we moeten die




kwaliteitsvragen, die met de gezondheid nu en straks zo nauw verbonden zijn, uiterst minutieus aanpakken. Nationaal en in de internationale verbanden. Daar zijn we het allemaal over eens.

DE GRAAF:
En in dat verband is de kritiek van de Algemene Rekenkamer bloedserieus genomen?

KOK:
In dat verband hebben we thans over de kritiek van de Rekenkamer alleen nog maar in de raad over die kwestie van de destructie gesproken, dus de kadavers en de manier van financieren en het voorkomen dat men als het ware ontduikt.

DE GRAAF:
Het is niet zo dat het kabinet zegt: deze kritiek van de Rekenkamer leggen wij terzijde?

KOK:
We leggen niks terzijde. We zullen de kritiek van de Rekenkamer van adequate antwoorden voorzien. We zullen daar ook de nodige voorstellen voor krijgen vanuit de betreffende departementen. Het kan heel goed zijn dat in die antwoorden van de departementen op een overtuigende manier wordt aangegeven dat er wel degelijk een aantal dingen goed gaan in tegenstelling tot wat de Rekenkamer zegt. Ik zeg niet dat de ministers het hoofd buigen voor de Rekenkamer, maar ze zullen serieus en adequaat op ieder van de aangelegen punten reageren, ook ten overstaande van de Tweede Kamer. Want gezondheid en de maximale zekerheid dat je op dingen kunt rekenen, juist waar zoveel geruchten rondgaan, ook zoveel verschijnselen zich voordoen, is het belangrijkste wat er is. Als mensen die voedselveiligheid echt moeten gaan betwijfelen en meer dan dat, dan moeten we alles doen om dat geschonden vertrouwen of dat wegzakkende vertrouwen met elkaar te herwinnen. Dat vind ik echt een opgave voor de overheid, samen met wie het aangaat.

DE GRAAF:
We moeten allemaal zelf nadenken over hoe we denken over die risico's, hoe we ze voor onszelf inschatten. Eet u rundvlees vanavond?

KOK:
Of ik dat vanavond eet, weet ik niet. Maar ik ben niet zo'n grote eter. Ik eet geen lappen. Maar ik moet u eerlijk zeggen dat ik nog steeds niet de neiging heb om te zeggen: dat persé niet. Ik eet op een bescheiden manier wat er op mijn bord komt. Meestal kies ik dat niet eens uit.

DE GRAAF:
Maar u eet het als het ligt?

KOK:
Ja, want het lichaam moet gevoed worden.

DE GRAAF:
U gaat niet zo ver als het lid van de vorige Engelse regering die op het hoogtepunt van de crisis zei: ik heb zoveel vertrouwen in de toekomst, ik laat mijn kleindochter nu een hamburger eten voor het oog van de fotografen. Dat is het andere uiterste?




KOK:
Nee. A heb ik nog geen kleindochter, maar B, ik zou dat kind niet direct hamburgers voorschotelen. Ik zou zeggen als je met mate eet en ik heb zelf een beetje moeite, ik vind het lekker. Ik vind rundvlees lekker. Om nou te zeggen, ik laat het staan vanwege al die risico's, dat vind ik wel ver gaan. Maar dat is een eigen keus. Ik respecteer mensen die zeggen: nee, dat beter niet. Dat is ieder zijn eigen verantwoordelijkheid.

DE GRAAF:
Eet smakelijk.

KOK:
Dank u wel.
(letterlijke tekst, ongecorrigeerd, JBr)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie