Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak staatssecretaris de Vries bij lustrum OCAN

Datum nieuwsfeit: 18-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Toespraak staatssecretaris Gijs de Vries, Lustrumconferentie Overlegorgaan Caribische Nederlanders
Een toespraak bij het onderwerp Nederlands beleid 18 november 2000
Graag maak ik van deze gelegenheid gebruik om het OCAN te feliciteren met het derde lustrum.
Het thema van deze bijeenkomst is "De stem van onze gemeenschap". Over die gemeenschap van Nederlanders, Antillianen en Arubanen zou ik het vandaag willen hebben. Niet alleen over de onderlinge verbondenheid hier in Nederland, maar ook over die met de eilanden overzee. Velen van u zijn geboren op één van de Caribische eilanden. U heeft familie en vrienden op St. Maarten, Aruba, Curaçao, Saba, St. Eustatius of Bonaire. Die banden zijn sterk. Maar door onze geschiedenis is de hele Nederlandse samenleving in verleden, heden en toekomst verbonden met de Nederlandse Antillen en Aruba.
Een Antilliaans spreekwoord, dat u zeker allemaal kent, luidt: "Ta mi so ta toka, ta mi so ta balia". Dat betekent letterlijk vertaald: "Ik musiceer en tegelijkertijd moet ik ook dansen". Of vrijer vertaald: "Ik moet alles alleen opknappen". De verbondenheid tussen onze gemeenschappen zorgt er echter voor dat dit niet geldt voor de Nederlandse Antillen en Aruba. De mensen daar hoeven zeker niet alles alleen op te knappen, dat doen we samen. Samen musiceren en samen dansen, samen oplossingen zoeken en samen verbeteringen doorvoeren. Dat is de basis van het hulpbeleid van de Nederlandse regering.
Hechte samenwerking is altijd gebaseerd op wederzijds respect. Goed bestuur en goed beleid dwingen respect af. Goed bestuur staat of valt met de kwaliteit en integriteit van de overheid. Een overheid die zich ziet en door de bevolking gezien wordt als dienstbaar aan de samenleving - waar politici niet hun eigen belang voorop stellen, maar dat van de bevolking. Een overheid die beleid voert dat economische groei en werkgelegenheid helpt scheppen.
Zonder goed binnenlands beleid levert buitenlandse hulp geen bijdrage aan de ontwikkeling van een land. Zonder gezonde overheidsfinanciën en een aantrekkelijk investeringsklimaat bereikt de hulp de bevolking onvoldoende. Hulp helpt alleen die landen die zichzelf helpen.
Nederland heeft de Nederlandse Antillen de afgelopen tien jaar omvangrijke financiële steun verleend. Het is van belang vast te stellen dat deze hulp de financiële en sociale problemen op de Antillen niet heeft kunnen voorkomen. Ondanks de steun uit Nederland kennen de Antillen de afgelopen jaren negatieve economische groei. Ondanks het feit dat geen land ter wereld meer ontwikkelingshulp uit Den Haag ontvangt dan de Nederlandse Antillen hebben tienduizenden Antillianen hun land inmiddels verlaten, waaronder een groot deel van de jeugd. Meer Nederlandse hulp voor de Antillen is dus niet als zodanig de oplossing. Dat is dan ook de reden dat Nederland de ontwikkelingshulp aan de Nederlandse Antillen sinds augustus 1998 niet structureel heeft verhoogd.
Wat is dan wel de oplossing ? Een binnenlands beleid dat op de Antillen en in het buitenland vertrouwen wekt. Een beleid dat de aanzienlijke concurrentievoordelen die Curaçao en de overige eilanden nog altijd bezitten, benut. Een beleid waarbij de overheid burgers en bedrijven de ruimte geeft, en waarbij de markt niet wordt gedwongen de overheid te ondersteunen. Zon beleid is op de Nederlandse Antillen nu in uitvoering. Het is een beleid dat moed vergt, omdat de hervormingen raken aan gevestigde belangen van invloedrijke personen en groepen. Maar het is een beleid dat de belangen dient van de bevolking op elk van de eilanden. Daarom moet het ook de komende jaren worden voortgezet. En daarom ondersteunt Nederland dit beleid met overtuiging. Moedige stappen zijn intussen gezet, hoewel veel beslissingen nog moeten worden genomen. Dertienhonderd ambtenaren zijn ontslagen, maar de afslanking van de overheid is nog niet voltooid en de pensioenen van politici en ambtenaren nog niet wezenlijk aangepast. De arbeidsmarkt is ten dele geliberaliseerd, maar Europese Nederlanders kunnen nog steeds niet rechtens op een werkvergunning rekenen. Met ingang van volgend jaar wordt een begin gemaakt met vermindering van de importbelemmeringen die het leven vooral op Curaçao onnodig duur maken, maar van de aangekondigde privatiseringen is er nog geen in praktijk gebracht. Toch is de trend onmiskenbaar positief. Het bestuurscollege van Curaçao en de landsregering zijn de weg ingeslagen die naar het zo dringend nodige herstel leidt. Zij verdienen daarvoor alle steun, in de eerste plaats in eigen land. Een beleid dat verstarde markten liberaliseert, zoals nu gebeurt, helpt banen scheppen. Dat verdient de steun van de vakbonden. Een beleid dat de overheidsfinanciën op orde brengt, zoals nu gebeurt, helpt het investeringsklimaat verbeteren. Dat verdient de steun van de werkgevers. En van de politieke partijen die er verantwoordelijk voor zijn.
Zon beleid heeft ook de steun van Nederland. Toen het bestuurscollege op Curaçao 900 ambtenaren ontsloeg en de samenwerkende partijen in hun regeerakkoord tot echte hervormingen besloten, heeft Nederland eind vorig jaar 130 miljoen aan liquiditeitssteun verleend. Toen de Antillen in september een reeks afspraken maakten met het IMF, heeft Nederland via het IMF zelfs een blanco cheque verstrekt, waarop de Antillen dit jaar opnieuw 130 miljoen aan overbruggingssteun zullen kunnen ontvangen.
U ziet dat elke wezenlijke stap van de Antilliaanse overheden op het pad van de hervormingen wordt gevolgd door extra steun uit Nederland. Ik zal deze lijn ook in de toekomst voortzetten. Dit betekent dat Nederland bereid is, zodra de Antilliaanse regering met het IMF overeenstemming zal hebben bereikt over het beleid voor 2001 en later, opnieuw ruimhartig bijstand te verlenen. Een dergelijk meerjarenakkoord kan onmiddellijk volgen op de uitvoering van het akkoord dat de Antillen in september met het IMF hebben gesloten, dus begin 2001.
Andere landen hebben met een IMF-programma hun samenleving uit een diep dal omhoog getrokken. In het Caribisch gebied werden Barbados, Trinidad en Tobago, en de Bahamas in het verleden met een vergelijkbare problematiek geconfronteerd als de Nederlandse Antillen op dit moment. Hun economisch herstelbeleid, opgesteld en uitgevoerd in samenwerking met Washington, resulteerde in een halvering van de werkloosheid, lage inflatie, en een verbetering van sociale indicatoren, die nu tot de hoogste behoren in het Caribische en LatijnAmerikaanse gebied. Met name de financiële discipline van de overheid stimuleerde het vertrouwen van investeerders en het herstel van de economie. Dit resultaat is overigens des te opmerkelijker, omdat Barbados, Trinidad en de Bahamas - anders dan de Nederlandse Antillen - bij hun herstelbeleid niet konden rekenen op omvangrijke steun uit West-Europa.
Ik hecht groot belang aan de sociale dimensie van het hervormingsbeleid op de Antillen.
De werkloosheid is hoog. De armoede neemt toe. Er zijn te veel jongeren die te weinig toekomst zien. In het onderwijs zijn er teveel drop-outs. De migratie naar Nederland blijft onverminderd hoog. Dat is in de eerste plaats schadelijk voor de Nederlandse Antillen zelf. Geen enkele samenleving kan het zich permitteren om de jeugd te verliezen. Meer banen en betere scholing zijn cruciaal voor het verbeteren van hun toekomstperspectief. Daarom heb ik in overleg met Willemstad 30 miljoen gulden vrijgemaakt uit de Nederlandse ontwikkelingsgelden voor een reeks initiatieven om jongeren beter op te leiden en meer kansen te bieden op werk. Daarom heb ik daarenboven nog 20 miljoen beschikbaar gesteld voor sociaal beleid. Ik heb minister-president Pourier voorgesteld dit geld vooral in te zetten om jonge werklozen te helpen.
In juni maakte de CHATA bekend dat er alleen al op Curaçao 400 vacatures in de horecasector zijn die, ondanks de hoge werkloosheid, niet vervuld blijken te worden. Kort geleden wees gedeputeerde Coffie erop dat er bij de ISLA zelfs 650 vacatures zijn, die door Curaçaose werklozen vervuld zouden moeten kunnen worden. Kennelijk gaat ook dat niet vanzelf. Nederland is bereid om te helpen vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Door middel van kortlopende, praktijkgerichte cursussen kan veel werklozen op korte termijn meer kans op werk worden geboden. Ik nodig de verantwoordelijke politici op de Antillen uit om, in overleg met de betrokken bedrijven en instanties als het Feffik, voor het eind van de maand met een voorstel te komen, opdat vooral jongeren snel een betere toekomst wordt geboden. In dit verband - samen werken aan de toekomst van de jeugd - onderstreep ik nogmaals het grote sociale belang van een goede voorbereiding van jongeren die door hun ouder(s) naar Nederland worden gestuurd. Zonder voldoende kennis van het Nederlands raken zij in Nederland in een isolement, en al te vaak ook in de criminaliteit. Elk land ter wereld komt de verantwoordelijkheid toe voor het gedrag van de eigen landskinderen. De Antilliaanse autoriteiten dragen dus verantwoordelijkheid voor de toekomst van Antilliaanse jongeren in Nederland. Daarom hebben beide regeringen samen een inburgeringscursus opgezet op Curaçao. Die cursus is een succes: 75 van de 100 deelnemers hebben het programma met een positief resultaat afgesloten. Nederland is bereid het aantal deelnemers fors te verhogen, en 400-800 jongeren per jaar kansen te bieden die zij nu niet hebben. Zoals gezegd is Nederland bovendien bereid fors extra bij te dragen aan de kansen van Antilliaanse jongeren in eigen land. Ik reken er op dat de Antilliaanse autoriteiten bereid zullen zijn wegen vinden die de effectiviteit van deze initiatieven waarborgen.
Toen het economisch goed ging op de Nederlandse Antillen, keerden meer Antillianen uit Nederland terug naar de Antillen dan er Antillianen naar Nederland verhuisden. Met Aruba is het migratiesaldo al jaren laag. Sinds het economisch goed gaat op Aruba keren de meeste Arubaanse jongeren die voor hun studie naar Nederland komen, na hun afstuderen naar hun land terug. Ook in de relatie met Aruba stelt Nederland de kwaliteit van bestuur en beleid centraal. Ook op Aruba is Nederland bereid hervormingen op deze gebieden te ondersteunen.
De positieve economische ontwikkeling van Aruba en de geboekte resultaten inzake de sanering van de overheidsfinanciën en de verbetering van de kwaliteit van het openbaar bestuur, waren voor mij aanleiding om over te gaan tot een nieuwe vorm van samenwerking.
Deze nieuwe vorm van samenwerking houdt in, dat Nederland en Aruba vanaf 2000 op hoofdlijnen afspraken maken over de besteding van de samenwerkingsmiddelen. Vanaf dit jaar financiert Nederland geen projecten meer (die op zichzelf staan), maar samenhangende meerjarenprogrammas. Het financieren van projecten wordt overgelaten aan de stichting Fondo Desaroyo Aruba. Voor de financiering van de programmas storten Nederland en Aruba over een periode van 10 jaar in totaal NLG 220 miljoen, respectievelijk AWG 180 miljoen in het stichtingsfonds. Ik nodig de Arubaanse regering uit voorstellen te doen voor de meerjarenprogrammas, bijvoorbeeld op het gebied van de kwaliteit van bestuur, en op het vlak van de duurzame ontwikkeling. Er zijn tal van mogelijkheden om op deze gebieden de komende jaren samen stappen vooruit te doen. Hechte samenwerking, gebaseerd op deugdelijk bestuur, heeft een stevige basis nodig. Die basis wordt gevormd door het Statuut voor het Koninkrijk. Het Statuut, de hoogste rechtsregeling van ons Koninkrijk, bestaat sinds 1954 en heeft sindsdien nagenoeg geen inhoudelijke wijzigingen ondergaan. Het Statuut kan alleen gewijzigd worden als elk van de drie betrokken landen daarmee instemt.
In het op 23 juni 2000 op Sint Maarten gehouden referendum sprak een ruime meerderheid van de bevolking zich uit voor een status aparte binnen Koninkrijksverband. De afgelopen vier maanden heeft het bestuur van Sint Maarten intern gediscussieerd over de vraag hoe de uitslag van het referendum moet worden geïnterpreteerd. Het is nog steeds niet bekend welke concrete wensen men daar heeft en ik wil daar hier niet op vooruit lopen. Na afronding van haar voorstellen zal Sint Maarten zich richten tot de regering van de Nederlandse Antillen en tot de besturen van de andere eilandgebieden van de Nederlandse Antillen. Geen van de andere eilanden, noch landsregering, heeft duidelijk gemaakt welke veranderingen men zelf beoogt. Toch is die duidelijkheid nodig om het draagvlak voor veranderingen op de Nederlandse Antillen te kunnen beoordelen. Er bestaan overigens verschillende wijzigingen van de politieke en staatkundige structuur van de Nederlandse Antillen die zich kunnen voltrekken binnen het kader van het land de Nederlandse Antillen. In die gevallen is wijziging van het Statuut niet nodig.
Indien de uitkomst van de Antilliaanse staatkundige discussie zou zijn dat men het Statuut wel wenst te herzien, dan zal daarover tussen de drie Koninkrijkspartners consensus moeten worden bereikt. De Koninkrijksband is immers niet door één van de deelnemende landen eenzijdig te veranderen. Nederland is bereid aan gesprekken over modernisering van het Statuut een actieve bijdrage te leveren, zoals tijdens de toekomstconferentie is 1993 reeds is gebleken. Nederland zal voorstellen tot aanpassing van de staatkundige relaties binnen het Koninkrijk toetsen aan onder meer de mate waarin de kwaliteit van het bestuur en van het beleid kan worden gewaarborgd. Tevens mag de bestuurbaarheid van het Koninkrijk niet in het gedrang komen en dienen de bevoegdheden van de eilandgebieden in overeenstemming te zijn met hun draagvermogen.
Vooralsnog ligt onze gemeenschappelijke prioriteit echter bij het financieel, economisch en sociaal herstel van de Nederlandse Antillen en in het bijzonder bij de uitvoering van het stappenplan dat is overeengekomen met het IMF. Deze hervormingen, die in essentie al de kern vormden van het regeerakkoord van de Antilliaanse coalitie, zijn doorslaggevend om het vertrouwen van de bevolking en het bedrijfsleven in de toekomst van de Antillen te herstellen. De Nederlandse Antillen zijn op de goede weg. Het is een weg waarop Nederland de Antillen zeer omvangrijk steun verleent, en die wij dus samen gaan. Nederland heeft vertrouwen in dit beleid en in de leiders die het dragen in politiek en samenleving. Nederland staat de Antillen daarin bij, zoals het ook Aruba doet, zowel in financiële als in personele zin. Wij dansen en musiceren samen. Laten partijen dit blijven doen, dan handelen wij in het belang van alle inwoners in ons Koninkrijk.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie