Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief LNV WAR-advies Habitatrichtlijn Waddeneilanden

Datum nieuwsfeit: 20-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

De Voorzitter van de Vaste Commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
DNO. 2000/6367
datum
20-11-2000

onderwerp
WAR-advies implementatie Habitatrichtlijn Waddeneilanden (TRC 2000/10976) doorkiesnummer

bijlagen

Geachte Voorzitter,

Bijgaand doe ik u op uw verzoek een afschrift toekomen van mijn reactie op het advies van de WaddenAdviesRaad inzake de implementatie van de Habitatrichtlijn op de Waddeneilanden. Dit WAR-advies is geagendeerd voor het Algemeen Overleg met uw commissie d.d. 23 november 2000.

De staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

G.H. Faber

up

datum

kenmerk

bijlage

WaddenAdviesRaad
T.a.v. mevrouw S. de Jong
Postbus 392
8901 BD LEEUWARDEN

Uw brief van 20-7-2000
Uw kenmerk 170
Ons kenmerk DNO. 2000/6154
Datum 20 november 2000
Onderwerp Advies over implementatie afwegingskader Habitatrichtlijn Waddeneilanden
(TRC 2000/10978)

Geachte mevrouw De Jong,

Hierbij zeg ik u dank voor het advies van uw Raad over de implementatie van het afwegingskader van de Habitatrichtlijn op de Waddeneilanden. Omdat de hoofdpunten uit het advies kort en bondig in de samenvatting staan vermeld, sluit ik met mijn reactie daarop aan.

1. U adviseert de Natuurbeschermingswet 1998 aan te passen om een goede implementatie van het afwegingskader van de Habitatrichtlijn mogelijk te maken.
Ik kan u meedelen dat het kabinet heeft besloten de afwegingsformules uit de de Habitatrichtlijn te verankeren in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998. Wettelijk wordt dan geregeld dat besluitvorming over de realisatie van plannen en projecten in Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden onderhevig is aan artikel 6 (derde en vierde lid) van de Habitatrichtlijn.

2. U wijst erop dat pkb's geen geschikte instrumenten zijn om internationale verplichtingen om te zetten en constateert tevens dat een goede doorwerking in streek- en bestemmingsplannen te wensen over laat.
Zoals ik onder punt 1 al heb aangegeven, worden de internationale verplichtingen op grond van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn omgezet in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998. Ik beschouw uw constatering over de doorwerking in bestemmingsplannen als een onderschrijving van de aanpak op de Waddeneilanden, waar de gemeenten door het opnemen van het afwegingskader in hun bestemmingsplannen juist wel voor een goede doorwerking zorgen.

3. U signaleert inhoudelijke verschillen tussen de verschillende beschermingsformules en adviseert bij de herziening van zowel het SGR als de Nota Waddenzee aan te sluiten op de Habitatrichtlijn. Dit punt heeft mijn aandacht en wordt betrokken bij de verdere discussie over de wijze waarop de gebiedsbescherming geregeld gaat worden.

4. U signaleert problemen bij de implementatie van het afwegingskader van de Habitatrichtlijn in bestemmingsplannen en acht aanvullende regelgeving nodig.
U betwijfelt of de aangekondigde AMvB op grond van artikel 29 van de Natuurbeschermingswet daarvoor voldoende is.
Ik neem uw twijfel serieus. Ik beraad me op dit moment over de wijze waarop de wettelijke verankering zal worden geëffectueerd.

5. U komt tot de conclusie dat de implementatie van het afwegingskader van de Habitatrichtlijn leidt tot een nodeloos ingewikkeld systeem van regelgeving en beleid en adviseert daarom alle aangewezen en nog aan te wijzen Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden op grond van de Natuurbeschermingswet aan te wijzen.
Bij de wettelijke verankering van het afwegingskader van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998, wordt er naar gestreefd het systeem van beleid en regelgeving niet nodeloos ingewikkeld te maken. Voor mij staat op dit moment niet vast dat aanwijzingen als Beschermd Natuurmonument in de zin van de Natuurbeschermingswet - naast de wettelijke verankering van het afwegingskader van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn - noodzakelijk zijn om aan onze internationale verplichtingen te voldoen. De situatie op de Waddeneilanden biedt mijns inziens goede condities om de gewenste bescherming mogelijk te maken zonder een aanwijzing als Beschermd Natuurmonument in de zin van de Natuurbeschermingswet.

6. U adviseert de implementatie via de Natuurbeschermingswet te laten verlopen en niet via het bestemmingsplan. Verder stelt u voor het in te zetten communicatietraject te benutten om meer draagvlak te bereiken en daarnaast de mogelijkheden te gebruiken die de Natuurbeschermingswet biedt (art. 17) om bewoners en gebruikers te betrekken bij de uitvoering van natuurbeleid.
In de punten 1 en 5 heb ik aangegeven dat de afwegingsformules uit de Habitat- en Vogelrichtlijn wettelijk verankerd worden in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998. Over de wijze waarop dit zal plaatsvinden beraad ik me op dit moment nog.

Het initiatief van de gemeentebesturen op de Waddeneilanden om het afwegingskader uit de Habitat- en Vogelrichtlijn (de afwegingsformules uit artikel 6, lid 3 en 4 van de Habitatrichtlijn) door middel van een partiële herziening op te nemen in het gemeentelijk beleid past geheel binnen de wijze waarop ik gestalte wil geven aan de wettelijke vastlegging van het afwegingskader uit artikel 6 van de Habitat- en Vogelrichtlijn. Het initiatief van de Waddeneilanden zal ertoe leiden dat besluiten over plannen en projecten, waarvoor de gemeenten het bevoegd gezag zijn en die niet direct verband houden of nodig zijn voor het beheer van aangewezen speciale beschermingszones op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn, moeten voldoen aan de voorschriften zoals genoemd in artikel 6, lid 3 en 4 van de Habitatrichtlijn. Het feit dat de gemeenten het afwegingskader in hun bestemmingsplannen willen opnemen biedt goede mogelijkheden om vanuit de gemeenten zelf te werken aan draagvlak bij de lokale bevolking. Dit zie ik als een groot voordeel.

Voor wat betreft de mogelijkheden van het gebruik van artikel 17 van de Natuurbeschermingswet (opstellen beheersplan) schat ik in dat dit op de Waddeneilanden nauwelijks aan de orde is, omdat voor een zeer groot deel van het gebied reeds beheersplannen functioneren van de natuurterreinbeherende organisaties.



reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie