Rijksuniversiteit Groningen
20 nov 2000
Nummer 151 20 november 2000
Gedragstraining heeft weinig zin
ADHD onderzocht bij vergeten groep
Stress
Beter scoren
Geen rem
Groeiende aantallen
Curriculum vitae
Noot voor de pers
"Het heeft geen zin om overactieve kinderen met een licht
verstandelijke handicap te blijven corrigeren", stelt psycholoog
drs. Dirk-Jan van der Meer. "De impulsen zijn voor deze kinderen
met ADHD, Attentional Deficit/Hyperactivity Disorder, eenvoudigweg
niet te onderdrukken. Ook al doen ze nog zo hun best. Ouders en
begeleiders zouden er beter aan doen te erkennen dat het een
blijvende handicap is en ermee te leren leven." In tegenstelling
tot wat altijd is gedacht, blijkt de aandoening niet voort te komen
uit de verstandelijke problemen die de kinderen hebben. Van der
Meer promoveert op 30 november 2000 aan de Rijksuniversiteit
Groningen.
Ook voor normaalbegaafde kinderen met ADHD geldt dat de
impulsiviteit niet te onderdrukken is, stelt de promovendus. Hij
verrichtte zijn onderzoek bij licht verstandelijk gehandicapte
kinderen met gedragsproblemen. Dit is een groep kinderen die de
hulpverlening voor grote problemen plaatst, maar nog weinig
wetenschappelijk is onderzocht.
Stress
"ADHD-kinderen met een licht verstandelijk handicap blijken, in
tegenstelling tot wat wordt gedacht, geen aandachtsstoornissen
hebben" aldus Van der Meer. "Ze scoren soms zelfs beter dan
normaalbegaafde leeftijdgenoten." De promovendus vond bovendien
belangrijke aanwijzingen voor de oorzaak van overactivititeit: "Het
lijkt er sterk op dat bij kinderen met aanleg voor ADHD die
aandoening zich ontwikkelt of versterkt wanneer ze met 'stressvolle
opvoedingssituaties' worden geconfronteerd. Dat kan uiteenlopen van
bijvoorbeeld een te hoog schoolniveau tot daadwerkelijke
mishandeling van het kind", zegt Van der Meer. Het stresshormoon
cortisol speelt hierin een bepalende rol, omdat het zorgt voor een
versnelde rijping van de hersenen.
Beter scoren
De kinderen die Van der Meer onderzocht blijken helemaal geen
problemen met aandacht te hebben. "Om de aandacht van de kinderen
te testen, gaven we ze een zogeheten dubbele taak", zegt hij, "Ze
moesten twee dingen tegelijk doen. Er is altijd gedacht dat
impulsieve kinderen of kinderen met een licht verstandelijke
handicap hun aandacht niet kunnen verdelen tussen verschillende
bronnen van informatie, maar in mijn onderzoek blijken ze evengoed
en soms zelfs beter te scoren dan hun normaalbegaafde
leeftijdgenoten zonder ADHD."
Geen rem
De onderzochte groep ADHD-kinderen is impulsief; het lukt hen niet
om hun reactie uit te stellen. Er zit geen rem op. "In een
experiment lieten we kinderen achter de computer plaatsnemen", zegt
de promovendus, "We zeiden dan dat ze een knop moesten indrukken
wanneer ze een kruisje zagen verschijnen. Voordat het kruisje
verscheen kregen ze een geluidje te horen als waarschuwingssignaal.
Maar het lukte de kinderen eenvoudigweg niet om te wachten op het
kruisje. Ook al deden ze nog zo hun best, ze bleven te snel en te
vroeg reageren. Corrigeren heeft daarom geen zin, het wordt op den
duur alleen maar frustrerend. Ouder en kind moeten leren leven met
de impulsiviteit."
Groeiende aantallen
Impulsiviteit is een aandoening waarmee alle kinderen, ongeacht hun
specifieke diagnose zoals ADHD, CD (Conduct Disorder) of MLK
(moeilijk lerende kinderen), te maken kunnen hebben. De kinderen
die Van der Meer onderzocht zijn opgenomen in een internaat,
vanwege ernstige gedragsproblemen. De diagnose ADHD en CD is
gesteld, maar daarnaast hebben ze nog vele andere gedragsproblemen.
Maar impulsiviteit is het hoofdkenmerk, en dit komt ook bij de
niet-geïnstitutionaliseerde kinderen met ADHD voor. Van der Meer
beveelt aan om bij deze groep kinderen na te gaan wat ze nog wel
kunnen en niet de nadruk te leggen op hun 'verstandelijke
handicap'. De promovendus is er bovendien van overtuigd dat 'meer
personeel' niet de enige oplossing is in de zorg. Ook onderzoek op
verschillende terreinen, zoals psychologie gecombineerd met
neurologie, is nodig om beter op de complexe hulpvragen te kunnen
inspelen die de kinderen hebben.
Curriculum vitae
Dirk-Jan van der Meer (Amsterdam, 1957) studeerde kinder- en
jeugdpsychologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij
verrichtte zijn promotieonderzoek bij de afdeling Ontwikkelings- en
experimentele klinische psychologie van de RUG. Zorggroep 's Heeren
Loo te Amersfoort financierde het onderzoek. Hij is al ruim 12 jaar
werkzaam met dit type kinderen. Van der Meer promoveert tot doctor
in de psychologische, pedagogische en sociologische wetenschappen
bij prof.dr. A.F. Kalverboer en prof.dr. J.J. van der Meere. De
titel van het proefschrift luidt: Cognitive studies in children
with mild mental retardation with externalizing disorders.
Noot voor de pers
Noot voor redacties