Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Standpunten CDA-Eerste Kamerfractie over Vreemdelingsenwet

Datum nieuwsfeit: 21-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA


Standpunten van de CDA-Eerste Kamerfractie over de Vreemdelingsenwet.

Dinsdag 14 november jl. zijn in de Eerste Kamer twee wetsvoorstellen behandeld: de Vreemdelingenwet 2000 en de daarbijbehorende Invoeringswet. Ze zijn uitvloeisel van het regeerakkoord en hebben vooral betrekking op de asielproblematiek. Ons land staat met betrekking tot de toestroom van asielzoekers in europa relatief gezien op de eerste plaats en absoluut gezien op de derde plaats. Daar komt bij dat van de mensen zich bij ons melden als asielzoeker slechts ongeveer 20% een status krijgt.
Wat de Staatssecretaris van justitie met beide wetsvoorstellen wil bereiken is het terugdringen van de procedures, kwaliteitsverhoging van de beslissingen en een adequaat terugkeerbeleid.

CDA-uitgangspunten
De CDA-fractie heeft in de Eerste kamer uitgesproken dat niet de beheersbaarheid van de instroom van asielzoekers als zodanig een doel is, maar een middel om diegenen die echt vluchteling zijn ook snel in ons land toe te laten. Het christen-democratische solidariteitsbegrip richt zich niet op een abstracte problematiek (hoe groot deze ook is en hoezeer deze ook wordt onderkend), maar op mensen die in erbarmelijke omstandigheden hebben verkeerd en een beroep mogen doen op onze verantwoordelijkheid. Gerechtigheid en solidariteit duiden ook op het tot recht laten komen van de vluchteling als mens. Daarbij gaat het niet om medelijden een zieligheidsbeeld. Dit gaat er immers aan boorbij dat vluchtelingen hun menselijke waardigheid hebben die noopt tot respect. Die menselijke waardigheid en dat respect vormen dan ook de reden waarom de CDA-fractie de doelstelling van de staatssecretaris met verkorting van procedures deelt. Die verkorting is ook van belang om de zuigkracht te verminderen op die 80% asielzoekers die eigenlijk economische migranten zijn. De grote instroom en problemen bij de uitstroom vergroten het risico dat het draagvlak voor opvang van asielzoekers bij de burgers vermindert. Het normatieve uitgangspunt van de CDA-fractie dat asiel een recht is en geen gunst, dreigt in de beleving van velen te vervagen. Ook daarom wordt het doel van de staatssecretaris met de wetsvoorstellen onderstreept.

Kritiek op de wetsvoorstellen
In de wetsvoorstellen is een aantal bouwstenen vervat om de procedures te versnellen. Met een deel daarvan is de CDA-fractie het eens. Van de kritiekpunten volgt hierna het belangrijkste.

a. een status
Bij de nieuwe wetgeving wordt iedereen die een status krijgt voor de tijd van maximaal drie jaar toegelaten Daarna kan men in aanmerking komen voor een vergunning voor onbepaalde tijd. Een punt van zware kritiek ligt in het feit dat er voor degenen die worden toegelaten één voorzieningenniveau. Thans is het zo dat er verschillende statushouders zijn (verdragsvluchtelingen, humanitaire vluchtelingen en vvtv-ers) waarbij er verschil is in het voorzieningenniveau. De reden van het creëren van een uniforme status is, dat nu veel wordt doorgeprocedeerd om voor een sterkere status in aanmerking te komen. Er blijven wel nog de verschillende fronten waarop iemand een status krijgt. Het blijft dus zo dat mensen op grond van het Vluchtelingenverdrag worden toegelaten, vanwege humanitaire redenen of omdat sprake is van oorlogsontheemden. De staatssecretaris zegt dat niet meer zal worden geprocedeerd voor een sterkere status omdat de voorzieningen voor iedereen hetzelfde zijn. Volgens hem is er dus geen rechtens relevant belang op grond waarvan de rechter een zaak zal toetsen. Hierbij moeten echter grote vraagtekens worden geplaatst. In de eerste plaats zijn de mogelijkheden voor intrekking van en vergunning groter bij verdragsvluchtelingen veel geringer dan bij vvtv-ers. Dat zou al een procedureel belang kunnen opleveren. Cohen bestrijdt dit door te stellen dat hier sprake is van een toekomstig belang, waardoor het aanspannen van een procedure over de status pas aan de orde is als de vergunning wordt ingetrokken? Daarbij kan toch moeilijk van een toekomstig belang worden gesproken? In de derde plaats zal bij de vergaande harmonisatie van het asielbeleid leiden tot Europese regelingen waarbij sprake zal zijn van een communautair beschermde status. Er zullen prejudiciële vragen aan het Hof in Luxemburg worden voorgelegd. De staatssecretaris heeft geen antwoord gegeven op de vraag hoe ij kan voorkomend at niet wordt geprocedeerd.


b. Eén voorzieningen niveau
De voorzieningen van alle statushouders worden door de Invoeringswet opgetrokken tot het hoogste niveau, dat van de verdragsvluchteling. Voor de niet-verdragsvluchtelingen betekent dit dat men recht krijgt op onder andere bijstand, huursubsidie, kinderbijslag, studiefinanciering. Men krijgt ook direct toegang tot de arbeidsmarkt en een vluchtelingenpaspoort waardoor men vrij kan reizen. Vergeleken met de anderen EU-landen betekent dit een Alleingang die de aantrekkingskracht van ons land op economische migranten die onder de vlag van vluchteling willen worden toegelaten alleen maar zal vergroten. Cohen denkt dat die zuigkracht zal worden gecompenseerd door de verkorting van de procedures en door een adequaat terugkeerbeleid. Hij ontkent echter niet dat er ook andere factoren zijn die de lengte van procedure en het terugkeerbeleid die een rol spelen in de beeldvorming van vreemdelingen die naar ons land trekken, zoals de goede opvang, gratis rechtshulp, Nederland als democratische rechtsstaat en tolerant land.
Conclusie: het risico dat de uniforme status zal worden doorbroken en toch zal worden doorgeprocedeerd is groot. Als dat risico intreedt zal door de optrekking van het voorzieningenniveau een zuigkracht waardoor al met al de huidige problemen niet alleen onopgelost blijven, maar juist worden vergroot! Daarmee komt verder weg te staan wat wij willen, namelijk adequate bescherming kunnen bieden aan diegenen die het echt nodig hebben.


c. Weigeringsgronden
Ook juridisch heeft de CDA-fractie kritiek op de wetsvoorstellen. Het belangrijkste punt waarover ook andere reacties in de Eerste Kamer kritisch waren, betreft het veilige landenbeleid. In de nieuwe Vreemdelingenwet staat dat een asielverzoek kan worden afgewezen als de vreemdeling afkomstig is uit een veilig land van herkomst of een veilig derde land. Het partij zijn van die langen bij onder meer het Vluchtelingenverdrag is daarbij als criterium gesteld. Organisaties als Amnesty en Vluchtelingenwerk, maar ook de UNHCR hebben fundamentele kritiek hierop geuit. Immers, het louter partij zijn bij een Verdrag betekent nog niet dat ook sprake is van een daadwerkelijk veilig land! Daar komt bij dat volgens het wetsontwerp de bewijslast van de vreemdeling wordt verzwaard, zodat ook daar het een grote vraag is of dit overeenstemt met onze verdragsverplichten. In het debat in de Eerste Kamer is de interpretatie van de voorgestelde wettekst onderwerp van discussie geweest. Daarbij kwamen meningsverschillen tussen de coalitiepartners (VVD versus PvdA/D66) helder naar boven. De VVD wilde de bewijslast bij de vreemdeling houden, de anderen coalitiepartners wilden een bewijslastverdeling. Slotsom was dat in de Vreemdelingencirculaire iets zal worden geformuleerd waarbij duidelijk is dat het moet gaan om daadwerkelijke naleving van de verdragen. Welke bewijslast de vreemdeling nu precies daarbij heeft en of op de Staat dan ook bewijslast rust, zal dus nog moeten blijken. Reden te meer voor de CDA-fractie om staande te houden dat de voorgestelde wettekst zelf niet strookt met onze verdragverplichtingen.



reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie