Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Persbericht zitting 2309 Europese Raad - Landbouw

Datum nieuwsfeit: 21-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
European Union

2309. Raad - LANDBOUW Press Release: Brussels (20-11-2000) - Press: 436 - Nr: 13431/00


13431/00 (Presse 436)

(OR. fr)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2309e zitting van de Raad


- LANDBOUW -

Brussel, 20/21 november 2000

Voorzitter:

de heer Jean GLAVANY

Minister van Landbouw en Visserij

van de Franse Republiek

INHOUD

DEELNEMERS

*

BESPROKEN PUNTEN

BSE - Conclusies van de Raad *

VOEDSELVEILIGHEID/EUROPESE AUTORITEIT VOOR DE VOEDSELVEILIGHEID


*

DIERVOEDING

*

BLUETONGUE

*

WTO-ONDERHANDELINGEN OVER DE LANDBOUW

*

GROENTEN EN FRUIT, VERWERKTE PRODUCTEN, STEUNREGELING VOOR TELERS VAN

BEPAALDE CITRUSSOORTEN

*

DIVERSEN


-
Gelijke concurrentievoorwaarden in de sector gewasbeschermingsmidddelen *

-
Het welzijn van slachtkippen *

-
Instandhouding van uitstervende dierenrassen *
-
Conferentie betreffende de WTO te Parijs: landbouw en ontwikkelingslanden *

-
"Fysische agentia (trillingen)" *

-
Biotechnologie/octrooien *

BIJLAGE

*

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

LANDBOUW


-
Handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen. *

-
Beginselen inzake de organisatie van de officiële controles op het gebied van diervoeding *

MILIEU


-
Verbranding van afval *



Voor meer informatie: tel. 02-285.78.33 of 02-285.68.08

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Commissie van de Europese Gemeenschappen waren als volgt vertegenwoordigd:

België
:

de heer Jaak GABRIËLS

minister van Landbouw en Middenstand

Denemarken
:

mevrouw Ritt BJERREGAARD

de heer Poul OTTOSEN

minister van Voedselvoorziening, Landbouw en Visserij

staatssecretaris, ministerie van Voedselvoorziening, Landbouw en Visserij

Duitsland:

de heer Karl-Heinz FUNKE

de heer Martin WILLE

minister van Voedselvoorziening, Land- en Bosbouw

staatssecretaris, ministerie van Voedselvoorziening, Land- en Bosbouw

Griekenland
:

de heer Georgios ANOMERITIS

minister van Landbouw

Spanje
:

de heer Miguel ARIAS CAÑETE

minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening

Frankrijk
:

de heer Jean GLAVANY

minister van Landbouw en Visserij

Ierland
:

de heer Joe WALSH

minister van Landbouw, Voedselvoorziening en Plattelandsontwikkeling

Italië
:

de heer Alfonso PECORARO SCANIO

mevrouw Ombretta FUMAGALLI-CARULLI

minister van Land- en Bosbouw

staatssecretaris van Volksgezondheid

Luxemburg
:

de heer Fernand BODEN

minister van Land- en Wijnbouw en Plattelandsontwikkeling

Nederland
:

de heer Laurens-Jan BRINKHORST

minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Oostenrijk
:

mevrouw Judith GEBETSROITHNER

plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Portugal
:

de heer Luis CAPOULAS SANTOS

minister van Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Visserij

Finland
:

de heer Kalevi HEMILÄ

minister van Land- en Bosbouw

Zweden
:

mevrouw Margareta WINBERG

minister van Landbouw

Verenigd Koninkrijk
:

de heer Nick BROWN

minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening


* * *

Commissie
:

de heer David BYRNE

de heer Frans FISCHLER

lid

lid

BSE - Conclusies van de Raad

"De Raad heeft de situatie na de recente ontwikkelingen in verband met BSE zorgvuldig besproken en nota genomen van de verschillende spoedmaatregelen die de afgelopen dagen zijn vastgesteld. Hij bevestigde dat een zo hoog mogelijk beschermingsniveau voor de consumenten moet worden gewaarborgd en dat hun vertrouwen moet worden teruggewonnen. Tevens heeft hij nota genomen van de resolutie die het Europees Parlement afgelopen donderdag heeft aangenomen.

Hij bevestigde het belang voor de bescherming van de gezondheid van de consument van de maatregelen die zowel op Gemeenschapsniveau als op nationaal niveau zijn getroffen in verband met de traceerbaarheid, onder andere door een speciale etikettering van verwerkte producten, en de verwijdering van gespecificeerd risicomateriaal. Op het niveau van de Gemeenschap zijn reeds de volgende maatregelen genomen:


· toezichtmaatregelen met het oog op de opsporing, de controle en de uitroeiing van BSE,


· verbod van vleesbeendermeel van zoogdieren voor herkauwers,

· behandeling van dierlijk afval gedurende 20 minuten bij 133 graden en 3 bar om de besmettelijkheid te beperken,
· onttrekking aan de voedselketen van gespecificeerd risicomateriaal afkomstig van runderen, schapen en geiten,
· invoering van een toezichtprogramma op basis van snelle tests voor categorieën risicodieren.

De Raad memoreerde dat de lidstaten de taak hebben te zorgen voor een stringente toepassing van deze maatregelen en nam terdege nota van het voornemen van de Commissie om de daarvoor benodigde inspecties zeer snel uit te voeren.

De Raad is bijgevolg van oordeel dat de communautaire maatregelen de consumenten thans zeer grote garanties ten aanzien van de veiligheid van rundvlees bieden, die in het licht van de ontwikkeling van de wetenschappelijke kennis verder geëvalueerd en versterkt dienen te worden.

De Raad acht het nodig het accent te leggen op communautaire harmonisatie van de aanpak in dezen. In dit verband staat de Raad positief tegenover de recente Commissievoorstellen, die het volgende behelzen:


· Uitbreiding van de snelle en erkende opsporingstests vanaf
1 januari 2001 tot alle risicorunderen ouder dan dertig maanden.
· In het licht van een evaluatie van dit eerste besluit zal een nieuw besluit worden genomen over de wijze waarop het programma van snelle tests voor runderen ouder dan dertig maanden die in de voedselketen terechtkomen, vanaf 1 juli 2001 zal worden opgezet.
· Kadavers worden uitgesloten van de voeding van boerderijdieren.
Deze voorstellen zullen worden voorgelegd aan de volgende vergadering van het Permanent Veterinair Comité op 21 en 22 november 2000, met het oog op een besluit dat ook de uitvoeringsbepalingen bevat.

De Raad onderstreepte dat de nodige financiële middelen moeten worden gevonden om de testprogramma's op communautair niveau mee te kunnen financieren.

De Raad nam nota van de toezegging van Frankrijk dat het, behalve dat het gespecificeerd risicomateriaal zal vernietigen, geen producten zal uitvoeren die op zijn grondgebied niet in de handel mogen worden gebracht of waarvan het in de handel brengen is opgeschort - te weten "T-Bone steaks", diermeel en beendervet - totdat de situatie op communautair niveau helemaal geëvalueerd is. In afwachting van deze evaluatie komt de Raad overeen dat de lidstaten van bestemming gemachtigd zijn om, wat geëxporteerde niet-uitgesneden geslachte dieren en levende runderen betreft, op hun grondgebied de in Frankrijk toegepaste voorzorgsmaatregelen (uitsnijden van geslachte dieren en verwijdering van gespecificeerd risicomateriaal) toe te passen. De Raad neemt nota van de toezegging van de lidstaten die nationale maatregelen hebben genomen, om deze binnen vierentwintig uur aan de Commissie mee te delen. De Commissie zal zich op basis van het advies van de Wetenschappelijke Stuurgroep vóór 30 november 2000 uitspreken voor het opheffen van deze maatregelen of voor verdergaande maatregelen door een versterking van het communautaire kader. De Raad heeft besloten zo nodig op 4 december 2000 opnieuw bijeen te komen.

Het Permanent Veterinair Comité zal alle verdere maatregelen bestuderen die op communautair niveau nodig zijn om de voedselveiligheid en het vertrouwen van de consument te versterken, zonder dat de behoorlijke werking van de interne markt uit het oog wordt verloren.

De Raad was overigens verheugd over de vorderingen die zijn gemaakt ten aanzien van het ontwerp voor een algemene verordening inzake TSE, en hij bevestigde vóór het eind van het jaar een akkoord (gemeenschappelijk standpunt) te willen bereiken. Hij nam akte van het voornemen van de Commissie om vóór 1 april 2001 een besluit voor te stellen, ertoe strekkende om op basis van een risico-evaluatie over te gaan tot verwijdering van gespecificeerd risicomateriaal in derde landen.

De Raad heeft voorts een begin gemaakt met de besprekingen over de Commissievoorstellen inzake de instelling van de Europese voedselautoriteit en het gebruik van dierlijke bijproducten in de voeding van boerderijdieren, opdat zo spoedig mogelijk een besluit wordt genomen. In het licht van de door de lidstaten verstrekte gegevens en de inspecties van het Voedsel- en Veterinair Bureau heeft de Raad bijgevolg de Commissie verzocht hem voor zijn volgende zitting verslag uit te brengen over de toepassing van de communautaire voorschriften inzake de bestrijding van BSE, waaronder het verbod van meel in de voeding van herkauwers, en hem eventuele aanvullende voorstellen voor te leggen waarmee de eerbiediging en de toepassing van deze voorschriften kunnen worden gewaarborgd. In dat verslag zal voorts melding worden gemaakt van de maatregelen die Portugal heeft getroffen. Voorts nam de Raad met voldoening kennis van de in de bijlage opgenomen verklaring van de Commissie betreffende de situatie in Portugal.

In het kader van dat verslag zal de Commissie de gezondheidsimplicaties voor herbivoren en andere soorten van het al dan niet gebruiken van diermeel in de hele Europese Unie onderzoeken. Dit onderzoek zal ook de economische en milieuaspecten betreffen.

De Raad heeft met voldoening nota genomen van de eerste spoedmaatregelen die de Commissie ter ondersteuning van de markten heeft genomen, en onderstreepte dat de bijzonder moeilijke situatie van de markten en de sectoren alsmede het evenwicht van de vraag naar en het aanbod van eiwitten zeer nauwlettend moeten worden gevolgd."

In dit verband heeft de Commissie de volgende verklaring afgelegd:

"De Commissie neemt nota van de opvoering van de inspanningen om de nodige voorwaarden te creëren voor de hervatting van uitvoer van rundvlees en rundvleesproducten uit Portugal. Het Voedsel- en Veterinair Bureau heeft onlangs een nadere inspectie uitgevoerd om de door de Portugese autoriteiten in dit verband genomen maatregelen te evalueren. In het licht van het verslag over deze inspectie, waarin verbeteringen worden geconstateerd, is de Commissie voornemens in de naaste toekomst een voorstel in te dienen voor de hervatting van de uitvoer onder veilige voorwaarden."

VOEDSELVEILIGHEID/EUROPESE AUTORITEIT VOOR DE VOEDSELVEILIGHEID

De Raad heeft de toelichting beluisterd welke de Commissie ( 1) heeft gegeven op haar voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad; dit voorstel is op 8 november jl. aangenomen en beoogt de beginselen van het voedselbeleid alsmede de werkwijze van de toekomstige Europese autoriteit voor de voedselveiligheid vast te stellen.

Tijdens zijn volgende aan landbouwvraagstukken gewijde zitting, in december, zal de Raad een openbaar debat houden over de Europese autoriteit voor de voedselveiligheid.

DIERVOEDING

De Raad heeft overeenstemming bereikt over zijn gemeenschappelijk standpunt betreffende de ontwerp-richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Richtlijn 95/53/EG van de Raad tot vaststelling van de beginselen inzake de organisatie van de officiële controles op het gebied van diervoeding en van Richtlijn 1999/29/EG van de Raad inzake ongewenste stoffen en producten in diervoeding.

De Raad verzoekt het Comité van Permanente Vertegenwoordigers de tekst te laten bijwerken, zodat de Raad tijdens een volgende zitting zijn gemeenschappelijk standpunt officieel kan vaststellen.

De richtlijn houdt met name het volgende in:


- in elke lidstaat worden operationele rampenplannen uitgevoerd om het hoofd te bieden aan noodsituaties die verband houden met de opsporing van ernstige risico's op dat gebied;
- een vrijwaringsclausule stelt de Commissie in staat beschermende maatregelen te nemen;

- op communautair niveau wordt een informatiesysteem ingesteld met betrekking tot aan diervoeders verbonden gevaren.

BLUETONGUE

De Raad heeft de richtlijn aangenomen tot vaststelling van specifieke bepalingen inzake de bestrijding en uitroeiing van bluetongue.

In het laatste trimester van 1998 hebben zich de eerste gevallen van de door insecten overdraagbare virale ziekte bluetongue op het grondgebied van de Unie voorgedaan, met name op de Griekse eilanden in het zuidoosten van de Egeïsche Zee, op Sardinië, op de Balearen en recentelijk in Griekenland, als gevolg van de stijgende temperaturen in deze regio's.

De richtlijn beoogt de vaststelling van specifieke bepalingen inzake de bestrijding en de uitroeiing van deze ziekte, eventueel met behulp van vaccinaties. Aangezien de ziekte zich de afgelopen maanden snel heeft verspreid in gebieden in het zuiden van de Unie die er voordien vrij van waren, heeft deze maatregel een dringend karakter.

Bij Richtlijn 92/119/EEG waren algemene maatregelen vastgesteld ter bestrijding van bepaalde ziekten, waaronder bluetongue, maar deze maatregelen zijn ontoereikend gebleken om het hoofd te bieden aan ernstige epidemies.

WTO-ONDERHANDELINGEN OVER DE LANDBOUW

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan het algeheel onderhandelingsvoorstel van de Gemeenschap voor de landbouwsector binnen de WTO. De conclusies van de Raad terzake zullen ter bekrachtiging worden toegezonden aan de Raad Algemene Zaken op 4 december 2000.

Zoals bekend dienen, ingevolge de Uruguay-ronde van de GATT en het landbouwgedeelte van de slotakte van de landbouwovereenkomst, in het kader van de WTO nieuwe onderhandelingen over landbouw te worden geopend wanneer de toepassingsperiode (1995 t/m 2000) afloopt.

In dit verband wordt de leden van de WTO verzocht hun voorstellen voor deze onderhandelingen vóór het eind van het jaar 2000 in te dienen, opdat in maart 2001 tijdens een zitting van de landbouwcommissie een algemene evaluatie kan worden uitgevoerd.

GROENTEN EN FRUIT, VERWERKTE PRODUCTEN, STEUNREGELING VOOR TELERS VAN

BEPAALDE CITRUSSOORTEN

De Raad heeft bij meerderheid van stemmen (de Deense, de Nederlandse, de Zweedse en de Britse delegatie stemden tegen) overeenstemming bereikt over de inhoud van de wijziging van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit, en heeft het Speciaal Comité Landbouw opgedragen de tekst bij te werken met het oog op de officiële aanneming ervan tijdens een volgende zitting.

In afwachting van het rapport over de werking van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit die de Commissie vóór het eind van dit jaar aan de Raad dient voor te leggen, worden deze GMO's gewijzigd teneinde verbeteringen aan te brengen in de bepalingen betreffende verwerkte tomaten, de gegarandeerde hoeveelheden voor tomaten, peren, perziken en verwerkte citrusvruchten en in de actiefondsen.

De belangrijkste onderdelen waarover overeenstemming is bereikt, zijn de volgende:


1. Actiefondsen (Verordening (EG) nr. 2200/96 - verse producten)

In artikel 1, punt 1, wordt 3% vervangen door 4,1%.
2. Steun voor verwerkte producten (Verordening (EG) nr. 2201/96 - verwerkte producten)
In artikel 2, punt 1, wordt artikel 4, lid 2, vervangen door de volgende tekst:
"de steun bedraagt:
34,50 EUR/ton voor tomaten
47,70 EUR/ton voor perziken
161,70 EUR/ton voor peren.".

3. Mogelijkheid tot onderverdeling van de nationale drempels (Verordening (EG) nr. 2201/96 en Verordening (EG) nr. 2202/96 - citrusvruchten)

3.1. In artikel 2, punt 1, wordt artikel 5 aangevuld met het volgende lid 4:
"4. De lidstaten kunnen de nationale drempel voor tomaten onderverdelen in twee categorieën, namelijk: tomaten voor verwerking in de vorm van hele, gepelde tomaten en tomaten voor verwerking tot andere tomatenproducten.
De lidstaten die van deze mogelijkheid gebruikmaken, stellen de Commissie daarvan in kennis.
Wanneer de nationale drempel is overschreden, wordt de in lid 2 bedoelde steunvermindering toegepast op de steun voor de twee categorieën, en wel evenredig aan de voor de betrokken categorie geconstateerde overschrijding.".
3.2. In artikel 3, punt 2, wordt artikel 5 aangevuld met het volgende lid 3:
"3. De lidstaten kunnen de nationale drempel voor kleine citrusvruchten onderverdelen in twee categorieën, namelijk: kleine citrusvruchten bestemd voor verwerking in partjes, en kleine citrusvruchten bestemd voor verwerking tot sap. De lidstaten die van deze mogelijkheid gebruikmaken, stellen de Commissie daarvan in kennis.
Wanneer de nationale drempel is overschreden, wordt de in lid 2 bedoelde steunvermindering toegepast op de steun voor de twee categorieën, en wel evenredig aan de voor de betrokken categorie geconstateerde overschrijding.".


4. Niveau van de drempels (Verordening (EG) nr. 2201/96 en nr. 2202/96)

4.1. Bijlage II wordt vervangen door het volgende:

BIJLAGE II

"Bijlage III

In artikel 5 bedoelde verwerkingsdrempels

Nettogewicht in ton verse basisproducten

Tomaten

Perziken

Peren

Communautaire drempels

8.251.455

539.006

104.617

NATIONALE

DREMPELS

Griekenland


1.211.241


300.000


5.155

Spanje


1.238.606


180.794

35.199

Frankrijk

401.608

15.685

17.703

Italië

4.350.000

42.309

45.708

Nederland

n.v.t.

n.v.t.

243

Oostenrijk

n.v.t.

n.v.t.

9

Portugal


1.050.000



218



600


n.v.t.: niet van toepassing".


4.2. Bijlage III wordt vervangen door het volgende:



BIJLAGE III

"Bijlage II

In artikel 5 bedoelde verwerkingsdrempels

Nettogewicht in ton verse basisproducten

Sinaasappelen

Citroenen

Pompelmoezen en pomelo's

Kleine citrussoorten

Communautaire drempels


1.500.236



510.600



6.000



384.000


NATIONALE DREMPELS

Griekenland


280.000



27.975



799



5.217




Spanje


600.467



192.198



1.919



270.186




Frankrijk

n.v.t.

n.v.t.


61



445




Italië


599.769



290.426



3.221



106.428




Portugal


20.000


n.v.t.

n.v.t.


1.724


n.v.t.: niet van toepassing".

DIVERSEN


- Gelijke concurrentievoorwaarden in de sector gewasbeschermingsmidddelen
De Raad heeft nota genomen van

= een memorandum van de regering van de Bondsrepubliek Duitsland over gelijke concurrentievoorwaarden voor gewasbeschermingsmiddelen en = een memorandum van de Nederlandse regering over de snellere harmonisatie van de toelatingsprocedure voor gewasbeschermingsmiddelen overeenkomstig Richtlijn 94/414/EG.


- Het welzijn van slachtkippen

De Raad heeft nota genomen van een oproep van verschillende delegaties aan de Commissie om zo snel mogelijk te komen met een richtlijnvoorstel ter bescherming van slachtkippen.


- Instandhouding van uitstervende dierenrassen
De Raad heeft de bevoegde groep, die door de FAO is ingesteld in het kader van de wereldstrategie voor het beheer van dierlijke genetische hulpbronnen, verzocht criteria vast te stellen die gemakkelijker te hanteren zijn dan de thans geldende, zeer strikte criteria.


-

Conferentie betreffende de WTO te Parijs: landbouw en ontwikkelingslanden

Het voorzitterschap heeft de Raad laten weten dat deze conferentie op
6 december 2000 te Parijs zal plaatsvinden; hiervoor uitgenodigd zijn de ministers van landbouw van de Europese Unie,
26 ontwikkelingslanden, de directeuren-generaal van de WTO, de FAO en UNCTAD, alsmede een aantal landen die tijdens de WTO-onderhandelingen het standpunt van de EU gesteund hebben. De conferentie staat onder het gezamenlijk voorzitterschap van het voorzitterschap en de Commissie.


- "Fysische agentia (trillingen)"

De Raad beluisterde het betoog van de Britse delegatie over het richtlijnvoorstel betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's ten gevolge van trillingen van landbouwmachines.


- Biotechnologie/octrooien

De Raad heeft nota genomen van het verzoek van de Italiaanse delegatie om een communautaire aanpak van deze kwestie.

BIJLAGE

EUROPEAN FOOD LAW AND FOOD AUTHORITY REGULATION

REMARKS BY DAVID BYRNE

COMMISSIONER FOR HEALTH AND

CONSUMER PROTECTION ( 2)

Introduction

I very much welcome this first opportunity to address the Council on the Commission's proposal for a Regulation laying down the general principles and requirements of food law, establishing the European Food Authority, and laying down procedures in the matter of food safety.

This debate could not be more timely. Yet again consumers are asking themselves right across the continent - is beef safe to eat? Even over the weekend, I am sure consumers were also asking - why does even the simple pleasure of eating ice-cream have to conjure up images of listeria and food poisoning?

The Commission is determined to put in place the best legislative framework to ensure a high level of human health protection as demanded by the Treaty, while at the same time ensure the smooth functioning of the internal market.

Safety is the most important ingredient in our food. My objective is the delivery of a system that will reassure consumers that their food is as safe as it can possibly be.

This legislative package is designed to overcome the weakness of the past and put food safety firmly on top of our agenda. The substantive food law and the creation of the European Food Authority are the building blocks, the very foundations upon which our new food safety policy will rest.

The new food law provisions, as proposed by the Commission, are firmly putting food safety and the protection of consumers' interests as the foundation of EU food law. They are further providing a legal underpinning for common definitions and for a set of overarching principles which will provide the basis for more specific provisions in the future.

The clear assignment of responsibilities for food safety, the definition of specific food and feed safety requirements and the establishment of traceability at all stages of production and distribution will undoubtedly provide a solid basis for the management of risks in the food sector.

Clarification about the role of science and other legitimate factors and about the use of precaution in the risk analysis process will further contribute to the development of a consistent and coherent body of food law, which will be fully compatible with the international obligations of the Community.

The European Food Authority

The new Authority is a necessary instrument for the future development of the new food policy approach. Its mission will be to provide the Community with the independent scientific and technical advice that it requires to underpin policy and legislation in the areas of food safety, nutrition, animal health and animal welfare, plant health and GMOs.

Let me make it clear from the outset. The Authority will not be a regulatory body for rule making, control or enforcement. Responsibility for these remain with relevant Community institutions and the Member States.

The structures of the Authority are designed to ensure the realisation in practice of a number of important objectives :

Independence.

Involvement of Member States
, including an Advisory Forum.

Scientific excellence
. The Authority will also have an explicit duty to address and seek to resolve conflicts between scientific opinions at Community or Member State level.

Key to the restoration of consumer confidence, the Authority will give clear and publicly accessible information on all matters on food safety.

The EFA will also be entrusted with the fundamentally important task of the collection and analysis of data to facilitate the early identification of emerging risks. Central to its functioning is the deep integration of the expertise and resources of the Member States through various networks.

The EFA will also be responsible for the day-to-day operation of the rapid alert system (covering both food and feed) and it will have a key role in the management of crisis situations under the Commission's responsibility.

Conclusion

There is no doubt that the food law part of the Regulation will contribute significantly to more effective risk management in the food area.

For the first time we will have an overarching framework in place that treats the whole food chain from farm to fork. This has been talked about for years. We now have the means of achieving this objective that consumers deserve.

Undoubtedly the European Food Authority will play a crucial role in case of crises. The most important role it will play will, in my view, be in preventing crises. We do not want crises. Yet we do not have the mechanisms in place, either to anticipate them, or effectively manage them if they occur. The European Food Authority will provide us with those means.

The EFA will work in very close co-operation with Member States food agencies and their equivalents.

This latter issue is of fundamental importance. I do not want to see a fragmentation of scientific advice cropping up across the Community. I do not want to see a fragmentation of the single market. Fundamentally I do not want to see consumers confused by conflicting scientific advice and inadequate risk management measures.

I cannot stress too much the importance of having a high level of scientific agreement at Community level for the rapid resolution of sensitive problems relating to food safety. Had such an Authority already existed when the BSE problem triggered an unparalleled crisis for the Community :


·
BSE would certainly have been identified and fully recognised by all concerned as an emerging risk, available information would have already been collected, analysed and made commonly available.
·
scientific expertise of Member States at Community level would have been mobilised and centralised far more efficiently, and differences in scientific appreciation minimised, if not eliminated.

·
the public would have had a reliable and trusted source of information describing the nature of the risks and the likelihood that they may be affected.

and, most importantly,


·
an Authority would almost certainly have facilitated early agreement on the most rational, science based risk management measures to be taken at Community level.

The Commission regards this legislative package as vital for the achievement of a high level of health protection in the Community. I am pleased that it is being treated as a high priority by the Presidency. It is the Commission' firm desire that this Regulation should be adopted as quickly as possible. This should be possible during the Swedish Presidency.


ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

LANDBOUW

Handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen.

De Raad heeft een verordening aangenomen tot wijziging van Verordening (EG) nr. 3448/93 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen.

In artikel 8 van Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad van
6 december 1993 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen, is bepaald dat, bij de uitvoer van goederen, voor de gebruikte landbouwproducten restituties kunnen worden verleend die zijn vastgesteld overeenkomstig de verordeningen houdende een gemeenschappelijk marktordening voor de betrokken sectoren. Dit artikel dient te worden aangevuld om rekening te houden met de eisen van de overeenkomst inzake de landbouw die is gesloten in het kader van het multilaterale handelsoverleg in de Uruguay-ronde.

Met name moet ervoor worden gezorgd dat de op grond van de verplichtingen gedane uitgaven door middel van de uitgifte van certificaten worden gecontroleerd. Uitgaven die niet door het verkrijgen van een of meer certificaten worden gedekt, worden echter nog steeds geboekt op basis van de restitutiebetalingen, in voorkomend geval in de vorm van een voorschot.

De Commissie houdt rekening met alle ondernemingen die landbouwproducten verwerken en in het bijzonder met de situatie van het midden- en kleinbedrijf, met inachtneming van de weerslag van de gerichte maatregelen op de besparingen inzake uitvoerrestituties.

Om de specifieke belangen van kleine exporteurs te waarborgen, worden deze vrijgesteld van het overleggen van certificaten in het kader van de regeling voor de toekenning van exportrestituties.

Op grond van overeenkomstig artikel 300 van het verdrag gesloten akkoorden is het mogelijk dat de behoeften van de verwerkende industrie aan agrarische grondstoffen niet volledig onder concurrerende voorwaarden kunnen worden gedekt door agrarische grondstoffen uit de Gemeenschap. Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek voorziet in artikel 117, onder c), in de mogelijkheid om goederen onder de regeling actieve veredeling toe te laten mits economische voorwaarden in acht worden genomen, en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie. Gezien bovenbedoelde akkoorden dient tevens te worden bepaald dat de economische voorwaarden om bepaalde hoeveelheden van bepaalde landbouwproducten onder de regeling veredeling toe te laten, worden geacht te zijn vervuld.

Om de belangen van de producten van landbouwgrondstoffen te waarborgen, dient in de opeenvolgende begrotingsjaren te worden voorzien in de nodige kredieten om ervoor te zorgen dat goederen die niet onder bijlage I van het verdrag vallen ten volle kunnen profiteren van het maximale gebruik van het geldende WTO-plafond. Er moet ook voor worden gezorgd dat er, via een soepele procedure, en op basis van regelmatig herziene geraamde balans, een globale controle plaatsvindt van de onder de regeling actieve veredeling toegelaten hoeveelheden die niet zijn onderworpen aan een voorafgaande afzonderlijke controle van de economische voorwaarden (uitgezonderd agrarische grondstoffen die worden gebruikt in het kader van loonwerk, de gebruikelijke behandelingen of de fabricage van goederen die niet voor restitutie in aanmerking komen); hierbij moet aan de andere algemene voorwaarden van de regeling actieve veredeling worden voldaan. Tenslotte dient rekening te worden gehouden met de situatie van de communautaire markt van de betrokken basisproducten en dienen voornoemde hoeveelheden zorgvuldig te worden beheerd.

In verband met de codificering van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap moeten bepaalde verwijzingen en definities worden aangepast.

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Beginselen inzake de organisatie van de officiële controles op het gebied van diervoeding

Nadat tijdens de vergadering van het Bemiddelingscomité tussen het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2000 was vastgesteld dat er overeenstemming bestaat over een gemeenschappelijke ontwerp-tekst, heeft de Raad officieel de richtlijn aangenomen houdende wijziging van Richtlijn 95/53/EG tot vaststelling van de beginselen inzake de organisatie van de officiële controles op het gebied van diervoeding.

In Richtlijn 95/53/EG van de Raad zijn de beginselen voor de uitvoering van de officiële controles op het gebied van diervoeding vastgelegd. De ervaring leert dat deze beginselen op het niveau van de Gemeenschap zo nodig gepreciseerd moeten kunnen worden, om te komen tot een betrouwbare geharmoniseerde procedure en om het nieuwe controlestelsel te doen gelden voor de in diervoeding gebruikte producten uit derde landen.

Voor een goede bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu moet worden bepaald dat deskundigen van de Commissie en van de lidstaten niet alleen in de Gemeenschap controles kunnen uitvoeren, maar ook in derde landen, met name wanneer zich daar een probleem voordoet dat de gezondheid van de in de Gemeenschap in het verkeer gebrachte diervoeding kan schaden.

De Commissie moet bovendien de mogelijkheid hebben om zo nodig deskundigen in de Gemeenschap ter plaatse te laten nagaan, of de Gemeenschapsvoorschriften in acht genomen worden en om in voorkomend geval maatregelen op Gemeenschapsniveau te nemen.

Daarom moet een vrijwaringsregeling worden ingevoerd. Op grond hiervan moet de Commissie kunnen optreden door aan de situatie aangepaste maatregelen te treffen.

De Raad heeft in Richtlijn 95/53/EG het beginsel vastgelegd dat jaarlijks op grond van een aanbeveling van de Commissie een gecoördineerd controleprogramma voor de Gemeenschap wordt opgesteld.

Wanneer in bijzondere gevallen de gezondheid van mens en dier zulks rechtvaardigen, moeten de door en in de lidstaten uitgevoerde controles verscherpt worden. Opdat de controles en opsporingen in die gevallen in de gehele Gemeenschap uniform en doeltreffend worden uitgevoerd, moet de Commissie specifieke gecoördineerde controleprogramma's kunnen vaststellen.

Deze richtlijn treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

MILIEU

Verbranding van afval

Nadat tijdens de vergadering van het Bemiddelingscomité tussen het Europees Parlement en de Raad van 11 oktober 2000 vastgesteld was dat er overeenstemming bestaat over een gemeenschappelijke ontwerp-tekst, heeft de Raad de richtlijn betreffende de verbranding van afval officieel aangenomen. Het Parlement had de gemeenschappelijke ontwerp-tekst op 16 november 2000 goedgekeurd. De richtlijn wordt derhalve geacht te zijn aangenomen.

De richtlijn heeft ten doel de negatieve milieueffecten van de verbranding en meeverbranding van afval, in het bijzonder de verontreiniging door emissies in lucht, bodem, oppervlaktewater en grondwater, alsmede de daaruit voortvloeiende risico's voor de menselijke gezondheid, te voorkomen of, wanneer dat niet uitvoerbaar is, zoveel mogelijk te verminderen door voor verbrandings- en meeverbrandingsinstallaties strenge exploitatievoorwaarden, technische voorschriften en emissiegrenswaarden vast te stellen.

Tijdens de bemiddeling hebben het Parlement en de Raad overeenstemming bereikt over het toepassingsgebied van de richtlijn, met name waar het gaat om plantaardig afval, houtafval, dierlijke karkassen en radioactief afval. Bovendien hebben de beide instellingen stringentere grenswaarden vastgesteld voor de emissies van stikstofoxide (NOx) van nieuwe installaties.

De richtlijn zal leiden tot een aanmerkelijke vermindering van de emissies van verscheidene belangrijke verontreinigende stoffen in de gehele EU. Bovendien zal door de controles op lozingen in het water als gevolg van verbranding de verontreiniging van mariene en zoetwaterecosystemen voor het eerst afnemen. Er zullen vooral aanzienlijke verminderingen worden bereikt voor zure gassen zoals stikstofoxide (NOx), zwaveldioxide (SO2) en zoutzuur (HCI), alsook voor zware metalen. Naar verwachting zullen de cadmiumemissies in de gehele EU van 16 ton per jaar in 1995 afnemen tot 1,1 ton in 2005 en de emissies van kwik van 36 ton per jaar in 1995 tot 7,1 ton in 2005. De verbranding van ongevaarlijke afvalstoffen blijkt de grootste bekende bron te zijn van de emissie van dioxines en furanen in de lucht; dankzij de richtlijn zullen de emissies van alle verbrandingsovens in de Gemeenschap voor deze stoffen van 2400 gram per jaar in 1995 afnemen tot slechts 10 gram na volledige toepassing in 2005.

De richtlijn bestrijkt in wezen al het afval dat nog niet onder het toepassingsgebied van Richtlijn 94/67/EG valt, dat wil zeggen ongevaarlijk afval, niet-stedelijk afval (bijvoorbeeld banden, zuiveringsslib, ziekenhuisafval) maar ook sommige gevaarlijke afvalstoffen die er nog niet onder vallen (afgewerkte olie en oplosmiddelen). Voorts worden met deze richtlijn strengere bepalingen ingevoerd dan in de bestaande richtlijnen inzake de verbranding van stedelijk afval (89/369/EEG en 89/429/EEG), die zullen worden ingetrokken. Wat gevaarlijk afval betreft vult de richtlijn een leemte op in de bestaande richtlijn betreffende de verbranding van gevaarlijke afvalstoffen, door de vaststelling van emissienormen van de Gemeenschap en voorwaarden voor de zuivering van afvalwater.

De richtlijn bevat procedures voor het aanvragen en verlenen van bedrijfsvergunningen en stelt een reeks voorwaarden aan de exploitatie (bijvoorbeeld zo mogelijk terugwinning van de tijdens de verbranding opgewekte warmte). De richtlijn bevat voorts meetvoorschriften en regelingen voor overleg en toegang tot informatie en inspraak van het publiek bij de vergunningsprocedure. Nieuwe verbrandingsinstallaties moeten twee jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn aan de bepalingen daarvan voldoen; voor bestaande installaties geldt een termijn van vijf jaar.


Footnotes:

( 1) De door het Commissielid Byrne uitgesproken tekst gaat in de bijlage.

( 2)
This text is only available in English.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie