Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak voorzitter CvdM bij Vereniging Communicatierecht

Datum nieuwsfeit: 24-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Commissariaat voor de Media

ACTUEEL : HELMER KOETJE BIJ DE VERENIGING VOOR MEDIA- EN COMMUNICATIERECHT D.D. 24 NOVEMBER 2000

De toekomst van het toezicht
in de media- en communicatiesector

Schets inhoud toespraak Helmer Koetje, voorzitter van het Commissariaat voor de Media, 24-11-2000, Vereniging voor Media- en Communicatierecht, 15.10-15.30 uur; geen spreektekst


1. Het Commissariaat voor de Media


Voor een goed begrip van onze positie is het goed in herinnering te roepen, dat het Commissariaat als hoofdtaken heeft: financieel toezicht houden op alle publieke omroepen, het programmatoezicht (reclame, sponsoring, quota, onafhankelijk product, programmavoorschriften), toestemmingen verlenen voor de publieke lokale en regionale omroepen die aan een aantal voorwaarden moeten voldoen in de vergunningensfeer, de toestemmingen verlenen voor commerciële omroepen na een lichte toets op een aantal formele vereisten. Het gros van onze tijd en capaciteit gaat in deze kerntaken zitten. Daarbij doen we de toetsing van nevenactiviteiten van publieke omroepen, beslissen we over de afwijking van adviezen van programmaraden door kabelexploitanten en gaan we de monitoring van mediaconcentraties doen.


2. Commissariaat voor de Media en NMa


Bij de toetsing van nevenactiviteiten van de publieke omroepen kan er enige relatie met de NMa zijn: als er een vermoeden van of een klacht over concurrentievervalsing is. Klachten zijn er tot nu toe niet geweest. Slechts in 3 gevallen is een
concurrentievervalsingstoets uitgevoerd; 1 is onderweg (die overigens eerder op het terrein van OPTA ligt (postservices)). In totaal gaat het om zo'n 120 besluiten. De afspraak met NMa is, dat wij geen nieuwe Mededingingswet schrijven bij onze besluitvorming, maar ons zullen conformeren aan het begrippenkader van de NMa, voor zover relevant bij een concurrentievervalsingstoets. Dat is dus een ander begrip dan het 'misbruik van machtsposities' van de NMa. Er is nog geen praktijk of en zo ja we ons aan die afspraak hebben gehouden. Formalisering van de theoretische relatie is niet nodig gebleken; we vinden elkaar zo nodig. Wat de monitoring van mediaconcentraties betreft is er geen overlap: wij monitoren en hebben geen bevoegdheid om op te treden. Wij signaleren de verbanden en analyseren de gevolgen van machtsconcentraties voor de pluriformiteit van de informatievoorziening. Het materiaal kan voor de NMa aanleiding zijn op grond van de Mededingingswet op te treden. Samenwerking bij de opzet van registratie e.d. is geboden en aanwezig.


3. Overlap met OPTA?

Gevraagd is iets te zeggen over de overlap. Is de toegang tot de kabel een typisch voorbeeld van overlap? De afbakening van de taken van OPTA en Commissariaat voor de Media is redelijk. Simpel gezegd: afwijkingen van het basispakket bij het Commissariaat waar het de keuze van de programma's betreft; als er voor dat deel ook prijskwesties in het geding zijn, is OPTA mee betrokken. Alle overige toegangskwesties zijn OPTA. Dat is dus redelijk helder. Wij duiken niet meer in kostprijsmodellen of principiële vragen als ' mag er wel of niet gratis worden doorgegeven'. Toetsing van het Commissariaat betreft de pluriformiteit van het pakket en de zwaarwegendheid van de motieven om eventueel af te wijken van adviezen van programmaraden. Tot nu toe heeft elke programma-aanbieder die om toegang tot het pakket heeft gevraagd (zowel basis als standaard) bij ons nul op het rekest gekregen. Nu na enkele jaren de jurisprudentie vorm begin te krijgen, verwacht ik een vermindering van het aantal gelukzoekers bij het Commissariaat. Veelal kan men beter meteen naar de OPTA gaan, als er twisten zijn over het betalingsprincipe of de hoogte van de tarieven.

Gesteld al dat er overlap zou zijn, wat zijn nu eigenlijk de feiten? Van de bijna 800 besluiten die het Commissariaat dit jaar heeft genomen, zijn er dit jaar 7 genomen met betrekking tot art. 82k Mediawet. 3 zijn nog in behandeling. Van die 7 zijn er 4 doorgegaan in bezwaar. In 1999 betrof het 1 besluit op een totaal van 600.

Conclusie voor het Commissariaat: als er al overlap is, betreft dit een zeer gering deel van ons takenpakket. Ik neem aan dat dit voor OPTA in dezelfde lijn ligt. Kijken we iets nauwkeuriger, dan is 1 programmaraad/kabelexploitant hoofdleverancier: APR en UPC. Tweede zijn Eneco en Castel en daar ging het tot nu toe om Eurosport, Discovery en Muzzik. Kortom, het valt dus allemaal reuze mee, zelfs als je het bekijkt vanuit die 10 gevallen. Zelfs als je alleen deze 10 gevallen tot maatstaf neemt, is er geen reden om verontrust aan de wetgever te vragen orde te scheppen.

Het ligt in de verwachting van politiek Den Haag dat de programmaraden over een jaar of vijf overbodig zijn vanwege de settop-boxen e.d.. Als het al een probleem is, dan een tijdelijk probleem.


4. Samenwerking met OPTA

De vraag naar de afstemming volgt op die van de overlap. OPTA en NMa kennen een wettelijk voorgeschreven samenwerkingsprotocol. Moet dat ook voor Commissariaat voor de Media en OPTA? Zou dit ten behoeve van rechtsbescherming en rechtszekerheid niet wenselijk zijn? Een wettelijk voorgeschreven samenwerkingsprotocol is overbodig en onwenselijk. Ook zonder formalisering is de attitude van het Commissariaat om daar waar samenwerking nodig of nuttig is, die samenwerking te zoeken. Onze klanten weten dat, ook als het gaat om de samenwerking met OPTA. Bij hoorzittingen in het kader van 82k wordt OPTA altijd uitgenodigd en is vaak aanwezig. Voordat conceptbesluiten aan weerskanten de deur uit gaan, vindt afstemming over de conceptinhoud plaats. Binnenkort van de afronding te verwachten van een beleidsregel programmaraden etc., die volledig met OPTA zal zijn afgestemd en wellicht vergezeld zal gaan worden van een gezamenlijk paper - zo u wil protocol - waarin een gezamenlijke uitleg van begrippen etc. zal worden gegeven. Overigens is het zoeken en tasten van programma-aanbieders misschien nog wel meer te wijten aan de slechte inbedding van de programmaraden in de Mediawet dan aan de mogelijke overlap van OPTA en Commissariaat. Overigens is de taak van OPTA wezenlijk anders dan het die van het Commissariaat, nl. de liberalisering organiseren en in dat kader de toegangsvragen beoordelen. Het Commissariaat heeft als invalshoek de pluriformiteit van het pakket en de manier waarop met het advies van een programmaraad wordt omgegaan.

Gezien het bovenstaande is er derhalve wat ons betreft geen enkele reden om te komen tot een specifieke vorm van arbitrage of hoger beroep om te bewerkstelligen, dat op het niveau van toezichthouders eenduidige standpunten en uitgangspunten worden gehanteerd.


5. De toekomst

Moet inperking plaatsvinden of van bijzondere toezichthouder naar algemene toezichthouders? Twee punten: internet en convergentie. Internet: geen behoefte aan overregulering. Voor Commissariaat voor de Media is internet alleen van belang als omroepen met een toestemming iets op Internet doen. Voor publieke omroepen ligt analogie met regelgeving voor publieke omroepen in programmatisch opzicht voor de hand. Voor commerciële omroepen is niets geregeld. Moet dat? Veel haken en ogen, bijv. in afbakening met andere beelden of geluiden, niet van omroepen afkomstig. Keuze is niet: wordt internet inhoudelijk geregeld via Mediawet, maar welke omroepactiviteiten krijgen een zelfde regime als de programma's, zowel nationaal of europees. Het Commissariaat voor de Media heeft niet de ambitie voor totale regulering van internet te gaan. Lijn van zelfregulering, co-regulering en geconditioneerde zelfregulering kan een ontwikkeling zijn, afhankelijk van de praktijk van zelfregulerend vermogen en de politieke attitude. Zie bijv. NICAM als voorbeeld van geconditioneerde zelfregulering met een rol op afstand van het Commissariaat.

Convergentie heeft (zie Raad voor Verkeer en Waterstaat) betrekking op het naar elkaar toe groeien van infrastructuren en het geschikt worden van die infrastructuren voor meerdere soorten diensten. Terecht maakt de Raad een onderscheid tussen content en infrastructuur. Content wordt door de Mediawet onder meer ingevuld als pluriformiteit, diversiteit, scheiding publiek-commercieel, onderscheidende programmering en de bekende regelgeving voor reclame en sponsoring. De conclusie, dat de toezichthouder voor content en de publieke omroep niets te zoeken heeft bij OPTA en NMa, deelt het Commissariaat voor de Media volledig. De Mediawet is - op art 82 na - een content en organisatiewet, geen infrastructuurwet. In die zin is het advies van de Raad voor VenW niet logisch. Telecomwet en Mediawet omvormen tot een communicatiewet, die techniek onafhankelijk is, is te verdedigen. De Raad ziet over het hoofd dat de Mediawet eigenlijk niets met infrastructuren heeft. De dienst staat centraal. Ons inziens zal er voorlopig, zeker de eerste 10 jaar (concessieperiode) een publieke omroep zijn, die op onderdelen onder toezicht zal moeten staan. Vooralsnog is er een stevige Europese Richtlijn met veel inhoudelijke voorschriften voor commerciële en publieke omroep. Zolang dat alles het geval is, bestaat het Commissariaat voor de Media over 5 en 10 jaar nog wel: toezichthouder voor content en publieke omroep. Als er meer diensten - om die term maar over te nemen - onder publiekrechtelijk toezicht gebracht (moeten) worden, is het Commissariaat voor de Media de logische algemene toezichthouder voor content. Welke dat zullen zijn, maakt de wetgever uit. Gelet op de tot op heden gevoerde systematiek, ligt een forse uitbreiding niet voor de hand. Discussiepunt zullen de internetactiviteiten van omroepen zijn: niet omdat het op internet gebeurt, maar omdat het niet goed te verdedigen is, waarom dezelfde aktiviteiten/diensten die via ether, satelliet of kabel aan regels zijn gebonden, via de infrastructuur internet geheel vrij zouden zijn.

De suggestie van Arnbak (FD, 10-11-00) om RDR, OPTA en Commissariaat voor de Media samen te voegen, klinkt logisch en aantrekkelijk voor zover het de RDR betreft. Zolang het kabinet in weerwil van bijv. de Raad van Europa en de praktijk in andere landen de frequentietoewijzing voor omroepdiensten niet tot het domein van een toezichthouder rekent, is die optie van Arnbak meer een vlucht naar voren, dan een alternatief voor de discussie waar NMa en OPTA zich kennelijk in bevinden.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie