Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Tekst gesprek Wim Kok met 'Met het Oog op morgen'

Datum nieuwsfeit: 25-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Algemene Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Algemene Zaken


1red8789
24-11-2000, NOS, Met het Oog op morgen, Radio 1, 23.07 uur

VICE-PREMIER JORRITSMA, NA AFLOOP VAN DE WEKELIJKSE

MINISTERRAAD, OVER HET BEZOEK VAN DE OUDERS VAN MAXIMA

ZORREGUIETA EN OVER HET EUTHANASIEDEBAT

VAN SLOOTEN:
Mevrouw Jorritsma, u heeft kinderen, hè?

JORRITSMA:
Ja.

VAN SLOOTEN:
Twee meiden, geloof ik.

JORRITSMA:
Twee meisjes, ja.

VAN SLOOTEN:
En zijn ze al in de leeftijd dat de vriendjes komen?

JORRITSMA:
Die zijn er allebei. En ook al allebei zeer langdurig.

VAN SLOOTEN:
Heeft u ook al het stadium bereikt dat u dan kennis gaat maken met die ouders van die vriendjes?

JORRITSMA:
Sterker nog, ik heb zelfs met vorige vriendjes vaak kennis gemaakt.

VAN SLOOTEN:
De ouders daarvan?

JORRITSMA:
Ja hoor. Als het een beetje duurde, dan kom je gebruikelijk wel eens een keer in aanraking met die ouders.

VAN SLOOTEN:
En heeft u dan het gevoel dat zo'n relatie dan iets begint voor te stellen?

JORRITSMA:
Dat was niet het geval, want heel vaak was het direct daarna over. Ik weet niet of daar een relatie tussen zat. Maar het is wel een paar keer voorgekomen dat ik kennis heb gemaakt met ouders, en dat dat niet een nieuwe stap in die relatie was, nee. Vaak was het zo dat je dan zei: ze gaan al zo lang, mag ik eens even weten wat voor vlees ik in de kuip heb?




VAN SLOOTEN:
Ik ben zo vrijpostig om naar uw privé-leven te vragen, omdat er deze week allerlei commentaren waren op het bericht dat de ouders van Maxima Zorreguieta het afgelopen weekend in Nederland op bezoek waren geweest bij koningin Beatrix. Men zei: er is nu sprake van een nieuwe fase in de relatie tussen die twee.

JORRITSMA:
Ik dacht dat de minister-president daar duidelijk over is geweest. Er is dus geen nieuwe fase. En zolang er geen nieuwe fase is, is er dus ook niks aan de hand.

VAN SLOOTEN:
Nee, maar daarom probeer ik het even te toetsen aan, laat ik maar zeggen, normale mensen, omdat deze natuurlijk in een glazen kooi wonen. Maar u zelf ervaart het dus ook bij normale relaties?

JORRITSMA:
Ja. Ik geloof niet dat dat anders is, nee. Ik geloof echt dat het wat dat betreft een normale relatie is en dat er niks nieuws aan is.

VAN SLOOTEN:
Want je ontmoet elkaar überhaupt wel?

JORRITSMA:
Ja. Dat lijkt me heel logisch.

VAN SLOOTEN:
Spreken ze dan niet over alles wat er voorbereid moet worden, qua verloving, qua hobbels op de weg?

JORRITSMA:
Ik denk dat je daarover spreekt als het aan de orde is. U heeft de minister-president daarover gehoord. Er is geen nieuwe fase bereikt.

VAN SLOOTEN:
En hij komt terug op het moment dat er wel weer iets te melden is. Heeft hij het trouwens aan u gezegd, vooraf?

JORRITSMA:
Nee.

VAN SLOOTEN:
U bent vice-premier. Had u dat niet willen weten?

JORRITSMA:
Maar er is geen nieuwe fase, dus is het niet de zaak van ons.

VAN SLOOTEN:
Maar had u niet gewoon willen weten, ongeacht of er een nieuwe fase is of niet, dat die mensen op bezoek kwamen?




JORRITSMA:
Nee. Eerlijk gezegd ben ik daar niet echt in geïnteresseerd.

VAN SLOOTEN:
En het is ook niet van belang voor u als vice-premier?

JORRITSMA:
Nee. Ik geloof het niet. Ik zou niet weten wat ik vervolgens met die kennis moet doen.

VAN SLOOTEN:
Wanneer wilt u wel wat weten? Op het moment dat er een verloving aan komt?

JORRITSMA:
Als er sprake is van een officiële relatie, die leidt tot een huwelijk, dan zullen wij ongetwijfeld direct op de hoogte gesteld worden.

EUTHANASIEDEBAT

VAN SLOOTEN:
De premier heeft beloofd dat hij dan ook iedereen verder op de hoogte stelt. Dat wachten we dan maar af. Iets heel anders deze week was het debat over de euthanasie. Daar is in het buitenland erg veel belangstelling voor. Ze zeggen dat Nederland het eerste land is met een euthanasiewetgeving. Bent u daar trots op?

JORRITSMA:
Ja. Ik ben daar wel trots op. Voor zover ik het debat heb kunnen volgen ­ en ik heb dat ook van collega Borst begrepen ­ was het een buitengewoon waardevol debat, waar ook niet zozeer politiek bedreven werd, maar waar mensen vanuit hun eigen geweten, vanuit hun eigen overtuiging, aan deelgenomen hebben. Soms loopt dat een beetje door partijen heen. Niet altijd, sommige partijen hebben een heel absolute opvatting. En soms is het een beetje gemengd. Ik denk dat dat ook zo is bij dit soort onderwerpen, die toch vaak met je eigen levensopvatting te maken hebben. Maar ik ben er wel trots op dat we in dit land op een heel volwassen manier daarover kunnen spreken en er ook wetgeving bij kunnen maken die het op een volwassen manier regelt. Want ga er maar vanuit dat in elk land dit soort zaken voorkomt. Dan net doen alsof het niet bestaat en er een soort waas van onduidelijkheid over laten bestaan, lijkt mij veel ernstiger dan het fatsoenlijk regelen en ook zorgen dat er garanties zijn dat het altijd over euthanasie gaat. En euthanasie is dat je daar zelf de beschikking over hebt en niet dat een ander bepaalt wat er met jou gebeurt.

VAN SLOOTEN:
Was het ook niet een beetje een debat tussen gelovigen, namelijk mensen die een bepaald standpunt hebben en daar heel onwrikbaar aan vasthielden?

JORRITSMA:
Er zijn mensen die daar ­ soms ook vanuit hun geloofsovertuiging ­ een bepaalde opvatting over hebben. Ik ben zelf ook lid van een kerk. Desalniettemin heb ik er een uitgesproken opvatting over. Dat is mijn opvatting. Zo denk ik dat het in heel veel politieke partijen ligt. Een aantal politieke partijen, zeker de kleine christelijke partijen, hebben een levensovertuiging waar dit absoluut niet in past. Daar kan ik me iets bij




voorstellen. Aan de andere kant mag je ook van hun verwachten ­ en ik heb begrepen dat ze dat ook op een heel waardige wijze hebben gedaan ­ dat ze op een volwassen manier deelnemen aan het debat. Voor mij komt dan altijd de vraag: ook al vind je zelf dat het niet kan, moet je dan ook de mogelijkheid aan een ander onthouden ­ want uiteindelijk gaat het om de zorgvuldigheid waarmee iets gebeurt. Dat is iets waarover je kunt discussiëren. Maar ik heb begrepen dat dit een goed debat geweest is. Dat leidt, mijns inziens, ook tot goede wetgeving. Waarmee overigens het verhaal niet uit is, want er blijven een aantal maatschappelijke vragen liggen, die op enig moment nog wel om een antwoord vragen.

VAN SLOOTEN:
De zaak-Brongersma?

JORRITSMA:
Ja. En over mensen met dementie; daar zijn ook nog vragen over te beantwoorden. We moeten even afwachten hoe het loopt rond de zaak-Brongersma. Daar zijn ook binnen partijen nog heel uiteenlopende debatten over. Ik vind het heel goed als dat maatschappelijk ook gewoon doorgaat, want dit is niet iets wat geheel statisch is. Het is toch iets wat de samenleving bezig blijft houden.

VAN SLOOTEN:
De wet is eigenlijk een soort kader, en vervolgens zal het debat verder gaan?

JORRITSMA:
Het debat zal verder gaan, maar ik ben blij dat er een helder kader is. Want dat is natuurlijk wel van belang.

VAN SLOOTEN:
Is deze wet vooral mogelijk geworden door de samenstelling van dit kabinet, namelijk twee liberale partijen en één sociaal-democratische?

JORRITSMA:
Ik denk wel dat het regelen zoals het nu geregeld wordt daar misschien iets mee te maken heeft, hoewel we moeten zeggen: de eerste euthanasiewet, die natuurlijk ook al een regeling was, is gemaakt met deelname van het CDA. Dus ook binnen het CDA leeft wel de opvatting dat er iets geregeld moet worden. Ik denk dat wij ­ en misschien ook de PvdA ­ iets meer vinden dat het wat meer buiten het strafrecht geplaatst moet worden. Maar het betekent op zich niet een verruiming. Het betekent een betere procedure, althans, in onze ogen een betere procedure.

VAN SLOOTEN:
U komt nogal veel in het buitenland. Valt dit uit te leggen in het buitenland?

JORRITSMA:
Ja. Dit valt zeker uit te leggen in het buitenland. Ik kom heel veel mensen tegen die het heel interessant vinden hoe het debat in Nederland gevoerd wordt. Ik ben nog nooit mensen tegengekomen die zeggen: jullie zijn helemaal gek geworden, dat je überhaupt het debat voert. Nee.




VAN SLOOTEN:
Niemand die zegt: jullie zijn van God los?

JORRITSMA:
Dat zal een aantal mensen ongetwijfeld denken. Misschien zelfs wel ook nog in Nederland. Maar die ben ik nog nooit tegengekomen, nee.

VAN SLOOTEN:
Dank u wel voor dit gesprek.

JORRITSMA:
Graag gedaan.
(Letterlijke tekst, ongecorrigeerd, HK)




reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie