Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Werkplan 2001 FNV Rotterdam

Datum nieuwsfeit: 27-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Werkplan 2001


WERKPLAN 2001

FNV (afdeling) Rotterdam

Alleen door investeren in het menselijk potentieel van alle Rotterdammers, worden sociale en economische krachten vrijgemaakt, die deze stad terugbrengen op de plaats, die het verdient.

Rotterdam, 27 november 2000 / Concept

Inhoudsopgave

Voorwoord

Activiteiten

Van Contract Compliance naar Aanvullend
Bestek

Sociale
Vernieuwing

Milieu: van IPNR naar
Maasvlakte

Van Denktank Werkgelegenheid naar uitwisseling met Antwerpen *

Van Productieheffing naar werk en
winst

De
middenstand

Van erkenning Armoede naar Speerpunt
Armoede

Van Banenpool naar
functieloon

Van Rotterdam hoe verder naar bakens in de
mist

Kansen voor het bedreigde Rotterdam? Een SWOT analyse *

De Denktank
Armoede

*

Rotterdam KOMMER nog wat
van? *

Allemaal anders, allemaal
Rotterdammers *

Actueel


1
mei

Rotterdam
2005

Antwerpen en
Rotterdam

*

Bijeenkomsten

Participatie

Kwaliteitspanel

Politiek
(begroting)

Vakbondscafé

*

Werkgelegenheidscircus

Media

Bestuur

Bedreiging

Informatie en
reacties


*) nadere informatie op deze site

Net als in het werkplan 1997 kijken wij met dit werkplan 2001 niet alleen vooruit, maar blikken we terug op het werk van de FNV afdeling Rotterdam over de afgelopen jaren. Een tijdshorizon van één jaar is te beperkt om zicht te krijgen op de belangenbehartiging voor de leden van de bonden in Rotterdam. De FNV heeft zich in Rotterdam tot taak gesteld om niet uit te gaan van kortdurende acties en successen. De sociaal-economische problemen in Rotterdam zijn van structurele aard. Vandaar dat beïnvloeding van het beleid van de politiek en het ondersteunen en meedoen aan plaatselijke initiatieven een kwestie van lange adem is.

De FNV Rotterdam kent een lange geschiedenis (de Rotterdamse Bestuurdersbond werd al in 1869 opgericht). De geschiedenis van de FNV afdeling Rotterdam in de huidige vorm begon op 8 juli 1991 toen een nieuw voorlopig bestuur gevormd werd, na een korte periode van stagnatie. Op 29 november 1991 werd de afdeling opnieuw opgestart. Dit naar aanleiding van vragen in de bondsraad van de Industriebond: Een grote stad zoals Rotterdam kan toch niet zonder een FNV afdeling.

Het uitgangspunt was: De afdeling zal gaan inspelen op concrete plannen in Rotterdam en zal in samenwerking met de bonden bevorderen dat er meer banen voor Rotterdammers komen. Zestigduizend ingeschreven werkzoekenden is teveel en is niet gezond voor het werk- en het leefklimaat. De eerste aandachtspunten waren: de Kop van Zuid, Sociale Vernieuwing en de Noordrand van Rotterdam. Dit uitgangspunt staat nog recht overeind, ook al zijn er in de afgelopen jaren tienduizenden banen, al dan niet gesubsidieerd bijgekomen.

Rotterdam is nu bij de harde kern van werklozen aangekomen, een kern waarvoor in het bedrijfsleven geen plaats is. Zestig procent van die kern is al langer dan drie jaar zonder baan. Dit vereist een aanpak op het snijvlak van verschillende disciplines zoals onderwijs, arbeidsbemiddeling en schuldsanering. Een bijdrage van de FNV in de komende jaren zal een onderzoek zijn vanuit de basis naar nieuwe kansen voor nu maar vooral in de toekomst, onder de projecttitel: Allemaal anders, allemaal Rotterdammers.

In het voorwoord van dit werkplan wordt de Rotterdamse economische situatie weergegeven, de oorzaken daarvan en de gevolgen. Daarna wordt er een samenvatting gemaakt van de activiteiten van de afdeling in de afgelopen jaren. Een aantal actuele aandachtspunten voor het komende jaar worden onder het hoofdstuk actueel kort weergegeven. Er volgt een overzicht van samenwerking met anderen, een overzicht van het bestuur en de omstandigheden en voorwaarden waaronder zij het werk verrichten.

Helaas moet er daarna een apart hoofdstuk worden besteed aan een bedreiging voor de FNV afdeling Rotterdam, waar het bestuur van de afdeling en de leden van de bonden vanuit een federatief principe geen invloed op mogen uitoefenen. Het betreft een reorganisatie die eerst achter de ruggen van de FNV afdelingen om uitgebroed is en vervolgens zonder mogelijkheid van inspraak als enig mogelijk alternatief voor het FNV werk doorgedrukt is: alle afdelingen moeten opgeheven worden.

Gezien het werk wat in dit werkplan beschreven is en waar het bestuur zich met hart en ziel voor inzet, zouden we geen knip voor onze neus waard zijn, als we ons er niet met hand en tand tegen zouden verzetten. Het woord afdeling op de voorpagina van dit werkplan staat in 2001 tussen haakjes, omdat er een bom onder het werk is gelegd. Als de reorganisatie de continuïteit van de belangenbehartiging vanuit de FNV en de bonden in Rotterdam gaat bedreigen of als de democratische verantwoording naar de leden van de bonden in de tocht komt te staan zal het bestuur van de FNV Rotterdam zich krachtig verzetten. Als militante kaderleden met een duidelijk doel voor ogen.

Voorwoord

Ondanks alle prachtige berichten over de Nederlandse economie is er nog steeds geen enkele reden tot juichen over de economie in Rotterdam. De tientallen miljarden die dankzij onze mainport gegenereerd worden voor de Nederlandse economie slaat maar mondjesmaat neer in de stad. De stad Rotterdam is een arme stad, met een groot aantal langdurig werklozen, met een lage opleidingsgraad, met een groot aantal voortijdig schoolverlaters en met veel drugsoverlast en criminaliteit. Veel Rotterdammers hebben een hoge schuldenlast en het vestigingsklimaat voor bedrijven is matig. Het leefklimaat in Rotterdam staat er nog niet veel beter op dan enkele jaren geleden.

Naast 29.000 mensen met een WAO uitkering zijn er 56.000 die onder de WW of de bijstandswet vallen. Hiervan zijn er 41.000 ingeschreven voor een baan. Hiertegenover staan een groot aantal vacatures die niet vervuld kunnen worden. Deze mismatch tussen werkzoekenden en vacatures heeft niet alleen een oorzaak in de lage opleidingsgraad of de kennis van het Nederlands. Nog steeds zit de sleutel in de deur naar werk aan de kant van de werkgever. En zijn nog veel te veel werkgevers die discrimineren op kleur, een vlekje of op leeftijd.

De landelijke overheid heeft in haar wijsheid uitgevonden dat werklozen stuk voor stuk benaderd moeten gaan worden in een zogenaamde sluitende aanpak. Dit zou dan uitgevoerd moeten worden door particuliere sector. Hiermee is veel geld gemoeid, in Rotterdam 129 miljoen gulden. De praktijk van de huidige bestrijding van de werkloosheid belooft niet veel goeds. De bestanden van de arbeidsbureaus en de sociale dienst zijn onzuiver. In het verleden werden er ook al veel werklozen rondgepompt met als doel financieel voordeel voor de bemiddelingsorganisaties. Schijnbemiddeling dreigt. Het minimum salaris dreigt de norm te worden. De kwaliteit van het werk zal uit het oog verloren worden. Werklozen worden onvrijwillig publiek handelswaar, moderne slaven. De sluitende aanpak heeft de lucht van een goedkoop politiek compromis. Een betere bestemming voor (een deel) van die 129 miljoen zou een diepte investering in het onderwijs zijn. En dan ook onderwijs en bijscholing voor ouders van kinderen, om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan. Om de kennis van de Rotterdammers op dat peil te brengen dat in de toekomst nodig is. In een maatschappij die steeds meer kennis vraagt.

Nog steeds heerst in Nederland het marktdenken als overheersende ideologie. Zelfs bij politieke partijen die zich ooit progressief noemden. Zelfs in vakbondskringen staat het uitgangspunt van solidariteit soms op de tocht door de tijdgeest waarin markt en individualisme toverwoorden lijken te zijn. Misschien zijn het mensen die zich in (te dure) woningen in slaapsteden kunnen onttrekken aan de maatschappelijke werkelijkheid, die de markt als tovermiddel zien. In Rotterdam lukt dat niet. Ook op de werkvloer niet, waar flexibiliteit tot tweederangs arbeiders leidt en waar de werkdruk er voor zorgt dat het WAO bestand maar niet wil slinken. De geest van de tijd moet terug in de fles. De werkelijkheid is anders. Het is voor beleidsmakers onverantwoordelijk, en overigens ook lui, om het aan de markt over te laten. De werkelijkheid vereist steeds nieuwe creativiteit. Zeker in een stad als Rotterdam, waar nog veel te overwinnen, maar vooral te winnen is.

En dat geldt ook voor de vakbeweging! Wil de bond zichzelf niet verliezen is er nieuw sociaal elan nodig. Afscheid van het poldermodel, behoud van een sociaal verantwoordelijke vakbeweging. Niet navolgen van marketingtrends zoals individualisering. Maar het neerzetten van een trend, vanuit eigen kracht uit het verleden: een sociale eenentwintigste eeuw.

Activiteiten

De aangesloten bonden van de federatie zijn bezig met de behartiging van de belangen van de werknemers op de werkvloer. De FNV behartigt als federatie de gemeenschappelijke belangen van de leden van de bonden op het gebied van economie en algemeen maatschappelijke vraagstukken.

De afgelopen negen jaar heeft de FNV Rotterdam, ondanks een bescheiden herstart een opvallend eigen plaats weten te verwerven. Opvallend daarbij is dat het werk dat verzet wordt meestal pas na jaren navolging krijgt in de plaatselijke en (vaak de) landelijke politiek. Het is een intelligente klus om naast volharding ook kansen in de veranderende werkelijkheid te zien die leiden tot aanzienlijke verbeteringen voor leden van de bonden van de FNV. Het is daarbij interessant dat kritisch beschouwen van de werkelijkheid voor de FNV kan leiden tot een voortrekkersrol zoals bij de Denktank Werkgelegenheid en de Denktank Armoede.

In 1994 stond de FNV Rotterdam aan de basis bij de totstandkoming van streefcijfers voor de Rotterdamse overheid: in vier jaar 10.000 extra banen erbij. Naar aanleiding van Rotterdam 2005 volgden de bakens op bijna alle beleidsterreinen. De FNV Rotterdam heeft zich tot taak gesteld om de voortgang van die bakens te bewaken.

Het bedrijfsleven schiet tekort door de beperkte doelstelling van winstmaximalisering. De politiek richt zich erop om vanwege het electoraat zich te profileren op een naar zichzelf toe beperkend standpunt. En dan blijft, goed ingeschat, de vakbeweging over om de discussie zuiver en toekomstgericht te houden. Alleen al omdat de vakbeweging meer aangesloten leden kent dan politieke partijen en ondernemersorganisaties bij elkaar ligt hierin een niet te onderschatten rol en verantwoordelijkheid van de vakbeweging. Lid worden van de vakbeweging gebeurt vanuit verschillende achtergronden: van vader op zoon, door de collega op het werk, of als men uiteindelijke gesetteld is: ik wil wat meer zekerheid over verworvenheden voor mijn gezin. Daarom verenigt de vakbeweging in zich ideologie, solidariteit en de wens naar zekerheid. Het één kan niet zonder het ander.

De lange adem van de vakbeweging, erop gebaseerd om onrechtvaardigheid krachtig te bestrijden, wordt hierna uiteengezet in negen jaar ontwikkeling van Rotterdamse vraagstukken en de invloed van de FNV afdeling daarop. Het zijn uiteraard niet allemaal overwinningen, winnen en verliezen hoort bij het vakbondswerk, daarmee onderscheiden we ons niet, daar putten we onze motivatie uit om door te blijven gaan. Om meerdere redenen is het nuttig om het vakbondswerk in Rotterdam in een historisch perspectief van de laatste negen jaar te plaatsen:


·
Het werk van de FNV zoals dat door de afdeling Rotterdam aan wordt gepakt wordt gekenmerkt door beleidsbeïnvloeding. Dat betekent dat resultaten van het werk slechts op termijn merkbaar zijn. Dat het werk is voor mensen met uithoudingsvermogen.


·
Ook al neemt de FNV afdeling Rotterdam het initiatief, of zorgt ze voor een extra lading bij initiatieven van anderen, zoals dat hoort bij de grootste maatschappelijke organisatie in Rotterdam, dan zijn er op den duur altijd heel veel vaders van goede ideeën.


·
Bij de vakbeweging speelt ledenbehoud en versterking van het ledenaantal. Na honderd eenendertig jaar vakbeweging in Rotterdam richt de FNV als federatie zich op te realiseren doelen. Dat is over het algemeen breder en anders dan de politieke partijen, die in een voortdurend gevecht gewikkeld zijn om de kiezersgunst.


·
Een gemeenteraad heeft maar een bestaanshorizon van vier jaar. De vakbeweging moet er voor waken, dat de gemeenteraad niet elke vier jaar kan denken met een schone lei te kunnen beginnen. En zeker niet als steeds opnieuw het wiel wordt uitgevonden in steeds weer nieuwe notas over hetzelfde.

Van Contract Compliance naar Aanvullend Bestek

Het was zo mooi gedacht, het wederzijds profijt. Een dure wijk bouwen en exploiteren met daaromheen arme wijken waarvan de bewoners er werk zouden kunnen vinden. Als een van de eerste daden van het afdelingsbestuur van de FNV Rotterdam naar buiten (in 1991) was een bezoek aan de projectleider van wederzijds profijt Kop van Zuid. Al meteen bleek het vrijwillige karakter van de medewerking van de bedrijven. Reden voor de FNV om die vrijwilligheid aan de kaak te stellen.

In juni 1992 bracht de FNV Rotterdam afdeling een rapport uit Kom over de brug , contractafspraken over de ontwikkeling en exploitatie van de Kop van Zuid in Rotterdam, ter stimulering van de werkgelegenheid voor de bewoners uit de oude wijken. Berekend was bij Contract Compliance dat er vijftienhonderd aanvullende banen gecreëerd zouden kunnen worden op de Kop van Zuid. In september 1992 werd door de FNV Rotterdam over het rapport een conferentie georganiseerd, met daarbij een aantal gemeenteraadsleden. De conclusie eruit was dat vrijblijvendheid zoals bij wederzijds profijt weinig banen oplevert.

Onder invloed van de lobby van werkgevers op het Gemeentebestuur en het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam is het gemeentebestuur om het probleem heen gaan draaien. Er kwamen witte lijsten. Met Europese wetgeving werd gedreigd, achteraf onjuist. De reddende engel voor het gemeentebestuur kwam uit Den Haag: de Wet BEAA, het verplicht registreren van allochtonen in de bedrijfsboekhoudingen. Deze wet is niet doelmatig gebleken. Sinds enkele jaren is er nu het Aanvullend bestek. Vijf procent van de investeringsbegroting van de Gemeente Rotterdam wordt gereserveerd om extra voorwaarden bij de uitbesteding van werk te stellen aan bedrijven om langdurig werklozen aan werk te helpen. Nog steeds onttrekken veel gemeentelijke organisaties zich aan het aanvullend bestek

Sociale Vernieuwing

In 1993 en 1994 is medewerking verleend, in het kader van Opzoomeren, om samen met het bestuur van de speeltuin Afrikaanderwijk, deze speeltuin grondig te renoveren. Op Opzoomerdag, 28 mei 1994, is de speeltuin tot volle tevredenheid van de kinderen weer aan de jeugd overgedragen.

Milieu: van IPNR naar Maasvlakte

Als ergens milieu en economie in de afgelopen jaren tegenover elkaar gestaan hebben, dan is het wel in de discussie rondom vliegveld Zestienhoven. Het onderzoek naar een Integraal Plan voor de Noordrand in Rotterdam (IPNR), was in volle gang toen we eind 1991 dit als één van de punten kozen om het vakbondswerk in Rotterdam weer op gang te brengen. De rapporten zamelden zich op tot een hoogte van zestig centimeter literatuur.

De volstrekte onmogelijkheid om gezamenlijke discussiepunten te vinden tussen milieu en economie is de oorzaak geweest dat de vliegvelddiscussie nog steeds niet echt een einde heeft gevonden. Alle argumenten van beide kanten zijn door en door bekend. Al met al blijft het huidige vliegveld in stand. Het IPNR werd in 1995 door wethouder Kombrink afgedaan met: te duur.

Inmiddels gaat het anders tussen milieu en economie. De overheid hield in 1999 en 2000 consultatierondes over de Tweede Maasvlakte met verschillende maatschappelijke organisaties, waaronder ook de FNV. In het hele discussietraject hebben de milieuorganisaties zich verenigd in Consept. In ruil voor nieuw natuurgebied is er tot overeenstemming gekomen met de Gemeente Rotterdam.

Van Denktank Werkgelegenheid naar uitwisseling met Antwerpen

De vakbeweging werd halverwege de negentiger jaren het stempel van conservatisme opgelegd, het zou het jaar 2000 niet halen en de aantrekkingskracht van de vakbeweging zou verdwenen zijn. Om het conservatieve stempel kwijt te raken werden er eind 1993 een aantal nieuwe vakbondsinitiatieven door de FNV Rotterdam ontwikkeld. Eén daarvan was de Denktank Werkgelegenheid. Werkgelegenheid was sterk in de belangstelling en zou ook zowel landelijk als in de Gemeente Rotterdam in 1994 tot speerpunt van beleid gemaakt worden. Om de vermeende muren rondom het vakbondswerk weg te nemen werd in juni 1994 een conferentie gehouden, waarin werkgevers, werknemers en overheid al heel vlug tot een overeenkomst kwamen om de werkloosheid in Rotterdam aan te pakken. Belangrijk daarbij was dat deze conferentie breed in Rotterdam was aangekondigd. Er was in de uitnodigingen gericht op vakbondsleden, beleidsmakers en beleidsuitvoerders die direct met het onderwerp te maken hadden.

In vier elkaar kort opvolgende bijeenkomsten kwamen werkgelegenheidsbevorderaars, gemeenteraadsleden, banenpoolers, ambtenaren en vakbondsleden bij elkaar om op een onorthodoxe manier over onorthodoxe ideeën te discussiëren. Het uiteindelijke doel was om een rapport uit te brengen en dit voor te leggen aan de gemeenteraad. Het bestond uit 21 uitgewerkte ideeën en meer dan honderd andere ideeën ooit door een aantal andere organisaties naar voren gebracht. Rotterdam kreeg zijn projectbureau werk. Wethouders Simons wilde tot 1998 tienduizend extra banen creëren. Ook in het land ging men aan het werk. Na het stormachtige begin heeft de denktank werkgelegenheid nog ongeveer een jaar gefunctioneerd.

Bijna alle ideeën over bevordering van werkgelegenheid van de Denktank zijn inmiddels in een of andere vorm werkelijkheid geworden. Begin 2000 heeft de Universiteit van Antwerpen een vergelijking gemaakt tussen de ontwikkeling van werkgelegenheid in Antwerpen en in Rotterdam. In een gezamenlijke bijeenkomst op 8 april in Antwerpen is een vruchtbare uitwisseling tussen de ACV Antwerpen en de FNV Rotterdam op gang gekomen.

De FNV zal in Rotterdam overal aanwezig waar het om werkgelegenheid gaat. Door het structurele karakter van de problemen in Rotterdam is werkgelegenheid alleen niet meer het kernpunt voor de FNV. Belangrijk zijn ook armoedebestrijding, de armoedeval, het onderwijspeil en de leefbaarheid in de stad.

Van Productieheffing naar werk en winst

De onrechtvaardigheid dat als een werkgever iemand ontslaat, dat dan de gemeenschap moet opdraaien voor de daaraan verbonden lasten is inherent aan ons systeem van belastingheffing en innen van de sociale verzekeringspenningen. Het enorme verschil tussen het nettoloon en de loonkosten (de wig) voor de werkgever is keerzijde van dezelfde medaille. Waar door de technologie steeds minder arbeid tegenover steeds meer productiemiddelen komen te staan wordt arbeid steeds onevenrediger belast. Rechtvaardig zou zijn de belasting naar die productiemiddelen te verschuiven en liefst geleidelijk, zodat de overgang naar een nieuw systeem voor werkgever en werknemer geen negatieve gevolgen oplevert.

Uiteindelijk zou er een nieuwe vorm van indirecte belasting moeten ontstaan, parallel aan de belasting op toegevoegde waarde. Liefst met een premie op arbeid, zodat het onvoordelig wordt een werknemer te ontslaan. Dit idee, de productieheffing (ook wel ProHef genoemd), is vele malen onderwerp van discussie geweest op vakbondsbijeenkomsten. Inmiddels loopt er een experiment in Rotterdam, waarin een aantal bedrijven zich verenigd hebben. Zij dragen hun belasting en premie af op de manier van de productieheffing aan een organisatie, die vervolgens afrekent op basis van de bestaande wetgeving. Op 13 december 2000 komt er een conferentie waarin de resultaten van het experiment bekend gemaakt gaan worden. De resultaten zijn veelbelovend, zowel in het scheppen van banen als in de bedrijfsresultaten van de ondernemingen die deelgenomen hebben.

De belastingherziening van 2001 is slechts de hervorming van een stelsel uit de vorige eeuw. De economie in deze eeuw zal ProHef nodig hebben.

De FNV blijft de ontwikkelingen op de voet volgen!

De middenstand

Het gemiddelde bestedingsniveau van de Rotterdammer is laag. Ook omdat er veel meer mensen van buiten Rotterdam in de stad werken, dan andersom. Al gauw kwam de FNV Rotterdam tot de overtuiging dat alleen als zoveel mogelijk mensen van buiten Rotterdam hier ook hun geld besteden dit goed zou zijn voor de Rotterdamse Middenstand.

Zo werd er al heel vroeg contact vanuit de FNV gelegd met de Landelijke Vereniging voor Ambulante Handel over meer marktdagen op het Binnenrotteplein. De zeer conservatieve houding van deze organisatie heeft er voor gezorgd dat het pas in 2000 zover was dat er nu ook op vrijdag marktdag is.

Een enorme impuls voor de stad was de zondagsopening in de binnenstad, met als middelpunt de Beurstraverse (Koopgoot). De aanvankelijke aarzeling bij de bonden werd gelogenstraft door de grote hoeveelheden jongeren, die op zondag een goed betaald baantje vonden in de binnenstad.

Van erkenning Armoede naar Speerpunt Armoede

Het rapport van Rome over aanpassing aan de beperkte natuurlijke hulpbronnen, de ontwikkelingshulp en de hongersnood in verre Afrikaanse landen hebben er toe bijgedragen dat er ooit een taboe op het woord armoede in Nederland is ontstaan. Het crisisdenken vanuit het rapport van Rome, samen met de ideologie van de markt, in praktijk gebracht door Thatcher en Reagan, waren de oorzaken van de ondermijning van onze zorgvuldig opgebouwde sociale maatschappij.

Dat daarbij tegenwoordig individualisering als argument wordt gebruikt is meer gevolg dan oorzaak. Immers wie tegen elkaar opgezet wordt, door inkomensachteruitgang of door toeneming van werkdruk, is eerder geneigd aan lijfsbehoud te denken. Zeker als inkomen en werkomstandigheden niet goed geregeld zijn. De eerste levensbehoeften staan onder druk, pas wie aanzien en vooral geld heeft verworven kan zich, en dan ook maar een beetje, vrij voelen.

Dit in tegenstelling tot de American Dream van de conservatieven: de krantenjongen die tot directeur wordt. De droom die ook tot thema van vele Nederlandse personeelsadvertenties is verheven. De werkelijkheid is anders.

Waar de markt gedurende enige tijd ten positieve heeft gewerkt in oorspronkelijk ontwikkelingslanden in Zuid-Oost Azië zijn de negatieve gevolgen in Nederland afgewenteld op de mensen zonder werk of de mensen met de laagste inkomens. We mogen ons gelukkig prijzen dat de wetenschappelijke afdeling van de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid van Rotterdam dit proces voortdurend in kaart heeft gebracht. Wat dat betreft heeft deze afdeling dezelfde lange adem als die van de vakbond vereist wordt.

Vijfentwintig procent op achterstand (cijfers CBS) binnen een periode van vijftien jaar, dankzij bevriezing van uitkeringen, betekent voor de meerderheid van de huidige uitkeringsgerechtigden een verstikking in de armoede waar geen uitweg uit is, dankzij opgebouwde schulden. Eén van de snelst groeiende sectoren is geruime tijd de sector van de gerechtsdeurwaarders geweest.

De armoede is uiteindelijk weer ontdekt door de politiek. Maar er iets aan doen gebeurt nog niet. In de Denktank Armoede van de FNV Rotterdam voorjaar 1999 bleek dat maatwerk via bijzondere bijstand en subsidiemaatregelen volstrekt onvoldoende zijn, door het steeds weer uitsluiten van groepen. Vooral aan het generiek inhalen van de opgelopen achterstand moet voorrang gegeven worden. En dan niet met één procent tegelijk, maar bijvoorbeeld met vijf procent per jaar.

Ernstig is dat de armoedeval op dit moment als excuus wordt gebruikt om de uitkeringen niet generiek te verhogen. Er wordt dan alleen naar gesubsidieerde banen gekeken tegen het minimumloon. Terwijl als op die W.I.W. banen het functieloon toegepast zou worden, deze banen op minimaal dertig procent boven het minimum zouden uitkomen. Zo wordt via gesubsidieerde banen de armoede in Nederland in stand gehouden. Terwijl met het ontkennen van vrijheid van onderhandelen over W.I.W. banen door de Nederlandse regering het internationaal recht met voeten getreden wordt.

Van Banenpool naar functieloon

De FNV heeft al in 1991 voor de start van de banenpool een conferentie gehouden over de voor- en nadelen verbonden aan deze vorm van gesubsidieerde arbeid. Eén van de punten die uit deze conferentie naar voren kwamen was het economisch perspectief dat iedereen in elke vorm van arbeid zou moeten hebben. En het idee op tot aan het pensioen op het minimumloon vastgepind te zitten was daarmee in tegenspraak. Hoe banenpoolers dat ervaren werd duidelijk vanuit de bestuursfunctie van Léon Peeters (helaas niet meer in diens bij de FNV) in Nieuwe Banen Rotterdam Werk en gesprekken met banenpoolers op de werkplek. Dit heeft geleid tot een onderzoek naar de ervaringen van banenpoolers middels onder andere een enquête, waar het afdelingsbestuur praktisch aan meegewerkt heeft.

De leden van de ondernemingsraad van de banenpool hebben zich ontplooid tot een spreekbuis van de banenpoolers naar de politiek. Ook binnen de vakbeweging werden zij actief, mede door een in het begin voordelig lidmaatschap van de AbvaKabo. De medezeggenschap van de banenpooler in Rotterdam werd sterk ontwikkeld, wat tot uitdrukking kwam in massale bijeenkomsten van 700 van de toen 3.000 banenpoolers. De belangrijkste punten die daaruit naar voren zijn gekomen: een cao voor de banenpool en oplossing voor de schuldenlast waaronder veel banenpoolers verkeren, dankzij jarenlang op achterstand te zijn gezet.

De vraag om een cao was er omdat sommige banenpoolers inmiddels vijf jaar voor een bepaalde functie ingezet zijn en door ervaring zoveel voor de werkgever zijn gaan betekenen, dat het onrechtvaardig en ook onverstandig is (motivatie) om nog steeds het minimumloon als richtlijn te hanteren. In een gezamenlijke actie van de banenpoolers met de AbvaKabo en de landelijke FNV is de landelijke politiek erop gewezen dat er internationale regels zijn waarin beschreven staat dat elke werknemer het recht heeft om invloed uit te oefenen op zijn of haar eigen arbeidsvoorwaarden. Het maximum van minimumloon plus twintig procent is daarmee in tegenspraak. Uiteindelijk betekent dat er functieloon moet komen en dat is heel wat beter dan de driehonderd gulden fooi die de werknemers van (inmiddels) Werkstad er aan het eind van het jaar bij krijgen.

Verder is het pijnlijk op te moeten merken over Werkstad, dat deze organisatie zich onvoldoende heeft gericht op de uitstroom naar reguliere banen.

Van Rotterdam hoe verder naar bakens in de mist

Het was goed mis tussen de bevolking van Rotterdam en de politiek na het referendum van 7 juni 1995. De bevolking had met 87% tegen de opdeling van Rotterdam gestemd. Terwijl toch een overgrote meerderheid van de Gemeenteraad zich had willen opheffen. En er vond een toevallige ontmoeting plaats:

(Uit de eerste nieuwsbrief van Rotterdam Hoe Verder)

Woensdagavond 14 juni 1995 troffen dominee Taco Noorman van de Laurenskerk en Hans Goosen, voorzitter van de FNV Rotterdam, elkaar en kwamen in gesprek over hoe het nu verder moet met Rotterdam na het referendum. Omdat zij beiden ervaring hebben met het organiseren van bijeenkomsten met de Rotterdamse bevolking, kwamen ze overeen om gezamenlijk een initiatief te nemen dat verwoord werd in een persbericht waar Stads-TV in haar nieuwsuitzending aandacht aan besteedde. Ze namen afscheid van elkaar met een handdruk en de gezamenlijke conclusie: Kerk en bond gaan de discussie met de Rotterdammers organiseren.

Een drietal grote bijeenkomsten werden in het kader van Rotterdam hoe verder.. gezamenlijk in het najaar van 1995 georganiseerd vanuit een kerngroep waarin ook Ernst van der Grijp (Stichting de Laurens) en Dominic Schrijer (bestuurskundige) zitting hadden genomen. Opvallend was dat daarbij zowel de burgerij (burger was even een eretitel) als de politiek voor bijna de helft vertegenwoordigd was. De misverstanden kwamen soms rechtstreeks voort uit het verschillend taalgebruik. Tussen deze bijeenkomsten door waren er een tiental kleinere bijeenkomsten in kleinere, wisselende samenstelling. Daarin werden de discussies uitgediept met medewerking van burgers, gemeenteraadsleden, een tweetal wethouders en een oud wethoudster en een aantal wetenschappers. De enquête in de Havenloods en het Zuiden leverde veel reacties op van mensen die iets aan Rotterdam of hun eigen leefomgeving veranderd wilden zien. De avond die naar aanleiding daarvan georganiseerd werd druk bezocht en leverde nog meer ideeën op.

De Gemeente Rotterdam heeft in 1996 discussies georganiseerd in het kader van Rotterdam 2005, een toekomstvisie. Honderden mensen hebben de discussieavonden bijgewoond en de werkgroepen, uitmondend in een stadscongres op 14 december 1996 in de Doelen, met duizenden bezoekers.

In 1997 heeft dit Stadscongres geleid tot een bijzondere Gemeenteraadsvergadering in het World Trade Centre waarin een dertigtal ideeën tot amendementen waren omgevormd en vrijwel allemaal aangenomen werden.

Het is jammer dat geleidelijk de veelheid aan ideeën door ambtelijke bemoeiing sterk ingesnoerd is. Overgebleven zijn bakens die voor de politiek door de Rotterdamse ambtelijke organisatie zijn uitgezet om net als bij de 10.000 extra banen uit 1994, op vele beleidsterreinen in de zittingsperiode 1998-2002 referenties te hebben. Hoewel onder andere de wethouder van Sociale Zaken die bakens ziet als zaken waarmee men politiek met de burgers afrekent, dreigt dit besef bij een aantal Gemeenteraadsleden te verdwijnen. Zij zien eerder hun eigen beperking om belangrijke wijzigingen in de begroting aan te brengen, dan dat zij met visie en creativiteit de weg plaveien voor structurele verbeteringen. Daarbij komt dat in tegenstelling tot voornoemde wethouder de accountantsdienst van de Gemeente de bakens als interne, ambtelijke leidraad ziet.

Terugkijkend naar het referendum, dreigt de Rotterdamse gemeentepolitiek na een gedurfde confrontatie met haar burgers, geleidelijk weer af te glijden tot navelstaarderij. In de jaren 1998 en 1999 heeft de FNV Rotterdam daartegen de aanval ingezet met een SWOT analyse van de gemeentepolitiek, met de Denktank Armoede en het confronterende Rotterdam KOMMER nog wat van?.

Kansen voor het bedreigde Rotterdam? Een SWOT analyse

In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van maart 1998 heeft de FNV Rotterdam onderzoek gedaan naar de stand van zaken van het gemeentelijk beleid in Rotterdam. Aanleiding was het, volgens de FNV, magere resultaat van een op zich sprankelende consultatie van de burger via stadsgesprekken en een stadscongres over "Rotterdam 2005". Aan de hand van honderdvijftig bladzijden Rotterdams gemeentelijk beleid, beschikbaar op internet, verdeeld over vijfentwintig onderwerpen werden door de FNV voorlopige conclusies getrokken. Om deze conclusies uit te diepen werd nu eens niet de weg van het politiek debat gekozen maar die van een SWOT-analyse (Strenght, Weakness, Opportunities, Threats = Sterkte, Zwakte, Kansen, Bedreiging). Ongeveer de helft van de onderwerpen van gemeentelijk beleid waren relevant voor een zinvolle benadering en een standpuntbepaling door de FNV. Deze beleidsterreinen werden ondergebracht in zes clusters, waarbij inleiders werden gezocht.

Het volgende programma kwam tot stand:

Datum

SWOT-analyse over Gemeentebeleid

Inleider

Dinsdag 27 januari 1998

Onderwijsbeleid en Sociale vernieuwing

Gerard de Kleijn, Directeur Openbaar Onderwijs Gem. Rotterdam

Dinsdag 10 februari 1998

Afval en Milieubeleid

Dhr. K. Voormeulen Directeur R.O.T.E.B.

Donderdag 19 februari 1998

Economisch beleid

Prof. H. Molenaar Haveneconomie

Dinsdag 24 februari 1998

Werkgelegenheid en Armoedebeleid

Gerard Oude Engberink Wetenschappelijk bureau SoZaWe

Donderdag 26 februari 1998

Grote stedenbeleid

Drs. A.W. Verkennis, projectleider regionale en stedelijke ontwikkeling NEI

Veiligheid, Drugs en Overlast-beleid

Het zesde cluster over veiligheid, drugs en overlastbeleid is uiteindelijk pas op 17 september 1999 ingevuld, samen met de nieuwe burgemeester van Rotterdam Ivo Opstelten en in een apart rapport terecht gekomen: veiligheid in Rotterdam.

De SWOT-analyse zoals de FNV Rotterdam heeft toegepast op de gemeentepolitiek wijkt op een aantal punten af van de gebruikelijke SWOT-analyses. De bestuursdienst van de Gemeente Rotterdam toonde begin november 2000 belangstelling voor de FNV methode, als mogelijke basis voor haar interne kwaliteitsbeoordeling.

De Denktank Armoede

De denktank armoede van de FNV Rotterdam werd gehouden op dinsdag 23 en 30 maart en 13 en 20 april 1999 van 20.00 tot 22.00 uur in Zalencentrum Engels. De deelnemers waren kaderleden van bonden, leden van de Gemeenteraad Rotterdam, vertegenwoordigers van belangenorganisaties en andere geïnteresseerden. Kernpunten uit de denktank waren de problemen aan de inkomsten en de uitgavenkant, de schuldopbouw en de schuldsanering en de armoedeval. De tegenstelling tussen specifieke maatregelen voor bepaalde groepen en een algemene verhoging van de uitkeringen stond centraal.

Rotterdam KOMMER nog wat van?

Dit discussieproject was bedoeld om de Rotterdamse politiek na twee jaar gemeenteraad eens wakker te schudden, omdat de FNV Rotterdam het vermoeden had dat de politiek ingeslapen was. Het project wordt in 2001 afgerond met het onderwerp grote steden beleid. In 2000 zijn aan de orde geweest: de bestuurscultuur (Peter Aubert en Kor Kegel, politiek columnisten), de Rotterdamse economie (wethouder Nico Janssens en gemeenteraadslid Theo Cornelissen) en het armoedebeleid (met wethouder Sjaak van der Tak, FNV bestuurslid Agnes Jongerius en tweede kamerlid Jan Marijnissen). Na afronding van het project volgt een verslag.

Allemaal anders, allemaal Rotterdammers

Hoewel er van oorsprong alle nationaliteiten hun eigen aardigheden hebben is het hoogstwaarschijnlijk zo dat wanneer het laagje behoudendheid, meegenomen als eigen cultuur, eraf geschrapt is, iedereen zich in de eerste plaats burger van deze stad voelt. En iedereen wil zich volwaardig burger van deze stad voelen en een goede boterham verdienen. Daarom zal vanaf nu bij de geboorte van elk Rotterdams kind alle kansen meegegeven moeten worden om op school, in het beroep en in de maatschappij soepel opgenomen te worden. Elk kind autochtoon of met ouders die geboren zijn buiten Nederland. De Rotterdamse arbeiderskinderen van vlak na de oorlog, nu vijftigers, weten dat de geschiedenis zich herhaalt, vandaag bij de kinderen van grote groepen Rotterdammers.

Het grote potentieel van jonge mensen in Rotterdam verdient alle kansen. Ook de ouders van die kinderen moeten de kans krijgen hun kinderen te helpen bij het voltooien van een volwaardige opleiding. En om van onderop die kansen te analyseren wil de FNV Rotterdam zich daarin verdiepen via een uitgebreid onderzoek. Het projectvoorstel, reeds positief ontvangen bij de wethouder van sociale zaken en vele anderen, zal opnieuw aangepast worden. Allemaal anders, allemaal Rotterdammers is een ambitieus initiatief, dat in 2001 tot uitvoering zal worden gebracht.

Actueel


1 mei


De 1 mei viering is een vast punt in het programma van de FNV Rotterdam. In de ochtend wordt er traditioneel samen met de PvdA een herdenking gehouden bij het Spiekman monument, de afgelopen jaren waren sprekers van de kant van de FNV: Johan Stekelenburg, Lodewijk de Waal en Kitty Roozemond. Als de FNV Rotterdam zich met de uitgangspunten van het Rotterdamse 1 mei comité kan verenigen wordt medewerking gegeven aan de jaarlijkse demonstratie via een toespraak van de voorzitter van de FNV Rotterdam. Verbreding van de 1 mei gedachte blijft uitgangspunt van de FNV Rotterdam. Vandaar dat de voorzitter op 1 mei 2000 in een artikel heeft aangedrongen op een nationale feestdag. Met medewerking van de Jonge Socialisten is dit als punt op het partijcongres van de PvdA aangenomen.

Rotterdam 2005

Het komende jaar zal de FNV Rotterdam volharden in het op de voet volgen van de toekomstplannen die de Gemeente in de afgelopen jaren samen met haar bewoners ontwikkeld heeft. De gestelde bakens voor het zullen steeds kritisch tegen het licht worden gehouden.

Antwerpen en Rotterdam

De samenwerking met Antwerpen zal worden voortgezet. Ook de ABVV Antwerpen wordt er bij betrokken.

In het voorjaar zal in Antwerpen gezamenlijk een aantal concrete economische ontwikkelingen doorgenomen worden, zoals de Tweede Maasvlakte, Doel, de Betuwelijn, de IJzeren Rijn, de uitdieping van de Westerschelde en de onderlinge positie van de havens van Antwerpen, Terneuzen, Vlissingen en Rotterdam. Uiteraard worden hierbij de havensector van FNV Bondgenoten en de AbvaKabo leden van het Gemeentelijk Havenbedrijf nauw betrokken. Belangrijke zaken daarbij zijn: zowel in Rotterdam als in Antwerpen dreigen de werkgevers met de arbeidsvoorwaarden van de andere havenstad en er is of er dreigt een Europese overcapaciteit in de containerafhandeling, die slecht is voor de arbeidsvoorwaarden.

De najaarsbijeenkomst zal in verband met de gemeenteraadsverkiezingen in 2002 een meer algemeen sociaal economisch thema hebben.

Aangezien de uitwisseling relatief duur is zal naar extra financieringsbronnen gezocht worden.

Bijeenkomsten

Rotterdam KOMMER nog wat van? kan dankzij de financiële belemmeringen van de landelijke FNV pas in het voorjaar afgerond worden. Daarna volgt er nog een bijeenkomst over de financiële positie van mensen met een WAO-uitkering zonder perspectief op werk. Het project Allemaal anders, allemaal Rotterdammers zal tevens in het voorjaar van start gaan. De bijeenkomsten in het najaar zullen vooral als doelstelling hebben de inbreng van de mening van de FNV Rotterdam in de gemeenteraadsbegroting en het programma van het nieuw te vormen college in 2002.

Participatie

Kwaliteitspanel

De FNV heeft twee deelnemers aan het Kwaliteitspanel Rotterdam. Samen met een groot aantal andere maatschappelijke organisaties wordt daarmee in de praktijk het functioneren van de overheid en semi-overheids instanties onderzocht voor de Rotterdamse burger. En wordt na een jaar onderzocht in hoeverre de aanbevolen verbeteringen zijn toegepast. Rapporten van het kwaliteitspanel:

Wachten in Rotterdam
Vervoer op maat
Klagen in Rotterdam
Stembureaus in Rotterdam
Club en buurthuizen in Rotterdam
Warme maaltijd voorziening in Rotterdam Vrijwilligersbeleid in Rotterdam
Bijzondere bijstand in Rotterdam
Buitenkunst in Rotterdam
Parken in Rotterdam
De kwaliteit van metrostations in Rotterdam De kwaliteit van publieksinformatie in Rotterdam De kwaliteit van afvalcontainers in Rotterdam De kwaliteit van voetgangersbewegwijzering in Rotterdam

Politiek (begroting)

Regelmatig vinden er in het najaar voorafgaand aan de gemeentebegroting gesprekken plaats met leden van de verschillende fracties van de gemeenteraad over de standpunten ten aanzien van actuele vraagstukken. Deze bijeenkomsten hebben een informeel karakter en zijn zeer verhelderend voor de onderlinge standpunten.

Vakbondscafé

Er is in Rotterdam een zelfstandig draaiend vakbondscafé, dat elke maand kritische onderwerpen ten aanzien van de vakbeweging behandelt. Zonder aan het eigen karakter en dus het kritisch gehalte afbreuk te doen levert de FNV afdeling Rotterdam niet alleen een bijdrage in aanwezigheid, maar ook een kleine bijdrage in de organisatiekosten.

Werkgelegenheidscircus

Vier maal per jaar organiseert het projectbureau Werk van de gemeente Rotterdam de zogenaamde werkplaats. Dit is een bijeenkomst van werkgelegenheidsbevorderaars. Met recht past hier nogal wat kritiek op, omdat er over het algemeen over kleinschalige projecten wordt gesproken en vooral het eigen presteren daarin op de voorgrond komt.

Media

Na een jarenlange moeizame strijd om de regionale TV in Rotterdam een gezonde basis te geven is deze via Rijnmond TV in gezond vaarwater gekomen. De vertegenwoordiger vanuit de FNV in het dagelijks bestuur van de Stichting Lokale Omroep Rotterdam heeft meegewerkt aan een nieuw lokaal TV station, Rotterdam TV, dat voor producenten goedkoop toegankelijk is en een subsidiepot bezit voor nieuwe talenten.

Momenteel participeert onze vertegenwoordiger in het onderzoek naar gezamenlijke multiculturele radio in de vier grote steden. Vier samenwerkende volwaardige etherzenders, uitzendend in het Nederlands, gericht op de jonge allochtoon, met plaatselijke accenten.

Bestuur

De FNV afdeling Rotterdam is een vrijwilligersorganisatie, waarvan de leden van het bestuur bijna allemaal drie zaken moeten combineren: een fulltime betaalde baan, activiteiten in de eigen bond en het bestuurslidmaatschap van de afdeling. Het algemeen bestuur komt elke maand bijeen ter bespreking van actuele ontwikkelingen in Rotterdam en in de bonden, informatie over de voortgang van de activiteiten en over vertegenwoordigingen en ter goedkeuring van nieuwe initiatieven. De vergaderingen worden in de praktijk door meer dan de helft van de bestuursleden bijgewoond, in wisselende samenstelling. Het dagelijks bestuur komt hiernaast soms nog eens kort bijeen, over het algemeen om actuele Rotterdamse zaken te bespreken en, indien noodzakelijk, daarop initiatieven in gang te zetten.

De huidige samenstelling van het bestuur van de FNV afdeling Rotterdam is:

Algemeen bestuur Dagelijks bestuur lid van

Ankie Berghuis - AOB (onderwijs) *

Nel Corstanje -
AbvaKabo FNV

Ruud Dickhoff 2e secretaris FNV Bondgenoten

Hans Goosen voorzitter FNV Bondgenoten

John Knottenbelt secretaris AFMP (militairen)

Hans Schuiling penningmeester FNV Kiem

Jan Smit - FNV Kiem **

Henk Sterkman - FNV Kiem

Tim Thumann 2e voorzitter Abva Kabo FNV

Richard Visser -
Horecabond FNV *


* zijn op zoek naar opvolgers


** is na verblijf in het buitenland, weer terug als adviseur van het bestuur

Fundamenteel voor het uitvoeren van haar werkzaamheden vindt het bestuur:


·
Verantwoording naar de plaatselijke afdelingen van de bonden


·
Continuïteit van het werk over meerdere jaren.


·
Continuïteit in de gelegde kontakten


·
Continuïteit in externe vertegenwoordigingen


·
Een autonoom werkplan binnen de algemene beleidskaders van de FNV


·
Een eigen begroting


·
Tijdige afdrachten vooraf vanuit de landelijke FNV


·
Plaats voor eigen vernieuwende initiatieven


·
Voortdurende kwaliteitsontwikkeling


·
Serieuze aanspreekpunten bij mogelijke problemen van de FNV Rotterdam met andere organen van de federatie

Bedreiging

Dit is de inleiding van een artikel in Solidariteit nr. 97, blad voor een kritische vakbeweging:

Discussie over herstructurering FNV moet heropend - afdeling Rotterdam

"Opheffen? - Ammenooitniet"

Ruzie maken over vakbondsdemocratie is het laatste waar de FNV-afdeling Rotterdam zin in heeft. Geen tijd ook. Er zijn in Rotterdam wel belangrijker zaken aan de orde. "In Rotterdam zijn we bezig de opbouw van onderaf te organiseren om daarmee de economische en sociale politiek onder druk te zetten", zegt afdelingsvoorzitter Hans Goosen. Hans en tweede voorzitter Tim Thumann hebben het dan over hun onderwerp van de laatste tijd: de strijd tegen armoede. En dan is daar de grote, landelijke FNV. De vakcentrale heeft mensen in dienst die de opdracht hebben de afdelingen op te heffen. Ja, dan krijg je ruzie.

Het is onvermijdelijk bij een beweging die strijdt voor verbetering van omstandigheden, dat er regelmatig een strijd ontstaat rondom de methode. De eerlijkheid van de onderlinge strijd over de methode garandeert dat partijen na een dialectische confrontatie weer bij elkaar komen om samen op te trekken voor de oorspronkelijke doelstelling. Echter zodra er een oneerlijke strijd wordt gestreden, versplintert de beweging. Oneerlijkheid schept een lange herinnering die over verschillende generaties heen doorgegeven kan worden. Zie de godsdiensten, zie de sociale beweging, zie de progressieve politieke partijen en zie, tegenwoordig helaas ook, de vakbeweging. Interne strijd is het vuur dat een beweging wakker houdt en vooruit helpt. Oneerlijke machtsuitoefening, onachtzaamheid of een hautaine houding zorgt voor verzwakking.

En juist op die manier dreigt ons werk abrupt stopgezet te worden. Een clubje mensen uit de bonden, die we nooit gezien hebben en ons nooit gehoord heeft, heeft besloten dat alle afdelingen opgeheven worden. De districtsbestuurders hebben dat door de strot proberen te drukken van de afdelingen, met de mededeling daarbij, dat van inspraak geen sprake kon zijn. Als je dit aan buitenstaanders probeert te verklaren dan zegt iedereen: Maar dat kan toch niet, juist de FNV is democratisch opgebouwd.

Natuurlijk is het duidelijk dat dit soort onzorgvuldige manipulaties (wat reorganisaties vaak zijn) voortkomt uit een imperfecte structuur binnen de federatie die FNV heet. Terwijl de samenwerking tussen de bonden op plaatselijk niveau in Rotterdam uitstekend functioneert, functioneert die blijkbaar nog niet op hoger niveau. In ieder geval niet dat men op dat niveau zich verdiept in het belang van ons werk voor de vakbeweging en de plaatselijke leden van de bonden aangesloten bij de federatie. Als ons werk afgebroken wordt dan zal de tijd leren dat het over enkele jaren weer moeizaam van de grond af aan opgebouwd moet worden.

Daarom vragen wij degenen die ons werkplan 2001 tot zich genomen hebben ons te ondersteunen en ons te helpen ons werk overeind te houden. De voorwaarden daarvoor zijn onder het kopje bestuur aangegeven. Wij willen ons voortdurend democratisch verantwoorden naar de leden van de bonden, omdat zij de voedingsbodem zijn van ons werk. Wij zien in Rotterdam grote groepen potentieel nieuwe leden: vanuit traditie, vanuit solidariteit of vanuit eigenbelang.

Wij eisen met klem dat wij ons werk kunnen blijven voortzetten. En tussen haakjes, of we nu FNV afdeling Rotterdam of gewoon FNV Rotterdam genoemd worden maakt ons niets uit.

Informatie

informatie en opmerkingen over dit werkplan:

FNV afdeling Rotterdam

p/a Hondiusstraat 45 a

3021 NH Rotterdam

of John Knottenbelt, secretaris (015) 256 87 06

Hans Goosen, voorzitter (010) 411 15 16

(hans_goosen@wxs.nl)

e-mail aan (hans_goosen@wxs.nl)
Copyright © 1999- 2000 FNV afdeling Rotterdam
Last modified: december 01, 2000

www.vvv.rotterdam.nl

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie