Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag raad voor ontwikkelingssamenwerking

Datum nieuwsfeit: 29-11-2000
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

www.minbuza.nl\content.asp?Key=405609



VERSLAG RAAD VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, DD. 10 NOVEMBER 2000 IN BRUSSEL

Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie Voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer der Staten Generaal Binnenhof 4 Den Haag Directie Integratie Europa Internationale Samenwerking Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag

Datum 29 november 2000 Auteur Willemijn van Haaften

Kenmerk DIE-663/00 Telefoon 070-348 4869

Blad /1 Fax 070-348 6381

Bijlage(n) 1 E-mail die-(ex@minbuza.nl)

Betreft Verslag van de Raad voor Ontwikkelingssamenwerking dd. 10 november 2000

Zeer geachte Voorzitter,

Conform de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij het verslag aan te bieden van de Raad voor Ontwikkelingssamenwerking, die plaatsvond in Brussel op 10 november 2000.

Een verslag van het Raadssecretariaat in Brussel kunt u vinden op Internet, via de webpagina
ue.eu.int/newsroom.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

Eveline Herfkens

VERSLAG RAAD VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, DD. 10 NOVEMBER 2000 IN BRUSSEL



1. Ontwikkelingsbeleid van de Europese Unie



1.1 Verklaring van de Raad en de Commissie inzake de algemene beleidsstrategie voor EU-OS

De Franse Minister voor Ontwikkelingssamenwerking Josselin presenteerde de Verklaring als een belangrijke stap voorwaarts in de vernieuwing van het Europese ontwikkelingsbeleid. De Commissie onderschreef dat, en heeft zich bij de tekst aangesloten. De Verklaring is nu van de Raad en de Commissie samen. Dit sluit aan bij wat de Raad in mei van dit jaar afgesproken heeft, namelijk dat Raad, Europees Parlement en Commissie in nauwe samenwerking de vernieuwing vorm zullen geven.

Vanwege het politieke belang van de Verklaring, heb ik ingestemd met de tekst ervan, nadat duidelijk was geworden dat het Voorzitterschap geen ruimte zag om de tekst ingrijpend te wijzigen op de punten die voor Nederland problematisch waren. Ik heb wel een stemverklaring afgelegd bij de paragraaf over het spreken, waar mogelijk, met één stem door de EU in internationale fora (paragraaf 33). In deze stemverklaring, die is opgenomen in de notulen van de Raad, heb ik uitgelegd wat het Nederlandse standpunt is ten aanzien van het spreken met één stem in het kader van de Bretton Woods-instellingen, en de VN-fondsen en -programma's.

De tekst van de stemverklaring is als bijlage bij deze brief gevoegd.

Mijn visie op de zichtbaarheid van de hulp heb ik in een bilateraal gesprek met minister Josselin, aan de vooravond van de OS-raad naar voren gebracht. Minister Josselin had begrip voor mijn standpunt dat zichtbaarheid geen doel op zich is, maar logisch volgt uit effectief beleid, met inbegrip van het voldoen aan internationale (ODA)-doelstellingen. De zinsnede in de Verklaring (art. 34) moest echter met name gezien worden als uitnodiging aan alle Lidstaten om de internationale doelstelling voor de ODA-bijdrage als deel van het BNP te halen, zo gaf hij aan.

Verder heb ik opnieuw aandacht gevraagd voor het belang van een onafhankelijke evaluatie. Ik heb daarbij het Nederlandse systeem, waarin de evaluatiedienst zonder ambtelijke tussenkomst rapporteert aan de politiek verantwoordelijken en de volksvertegenwoordiging, als voorbeeld aangehaald, en kreeg bijval van mijn collega's voor een dergelijk systeem. Het Voorzitterschap heeft vervolgens de tekst van de Verklaring op dit punt aangescherpt.

Ten slotte heb ik aangegeven dat de zes beleidsterreinen waarop de Commissie zich zal gaan toeleggen, restrictief moeten worden geïnterpreteerd, om te vermijden dat de Commissie zich in de toekomst opnieuw met een brede waaier aan onderwerpen gaat bezighouden. De Commissie was dat met mij eens, en onderstreepte nogmaals dat bijvoorbeeld de sociale sectoren (onderwijs en gezondheidszorg) alleen in het kader van sectorale programma's aandacht zullen krijgen.

Verder werd door een aantal aanwezigen, waaronder Nederland, het belang onderstreept van aandacht voor de Minst Ontwikkelde Landen.


1.2 Actieplan


Het Actieplan (of Actieprogramma zoals het door de Commissie werd aangeduid), geeft een schematisch overzicht van de wijze waarop de Commissie haar nieuwe beleid wil gaan vormgeven. Commissaris Nielson lichtte het programma (dat heel kort vóór de Raad beschikbaar was gekomen) kort toe.

Hij ging daarbij onder meer in op de achterstanden in de uitbetaling van reeds gecommitteerde middelen. Daarbij waren specifieke problemen geconstateerd binnen de Commissie waarvan gesteld kon worden dat de tijd tussen committering en uitbetaling groter was dan normaliter verwacht mocht worden. Voor deze problemen was de 'zonsondergangclausule', waaraan de Algemene Raad op 9 oktober had gerefereerd (committeringen die niet binnen een bepaalde tijd tot uitbetalingen leiden, komen te vervallen, tenzij de vertraging aan de Commissie te wijten is), derhalve een goede oplossing. Voor nieuwe projecten en programma's dient zo veel mogelijk vermeden te worden dat zij, geheel of gedeeltelijk, na verloop van tijd achterstand oplopen. Om dat te voorkomen, waren de volgende hervormingen volgens de Commissaris van belang:


- een radicale herziening van de wijze van programmering door de Commissie, zodat problemen bij de voorbereiding van projecten en programma's beter konden worden voorzien en aangepakt. Hieraan was begonnen onder leiding van de Quality Support Group die inmiddels was ingesteld, en die Commissie-breed gedragen werd;


- de re-integratie van de projectcyclus in het 'Europese Aid Office', die met name verbetering zou opleveren in de eerste implementatie-fase van projecten en programma's, in combinatie met de delegatie van management van projecten naar de veldkantoren van de Commissie. Deze laatste verbetering bracht echter wel met zich mee dat de Commissie voldoende (financiële) middelen ter beschikking zou moeten krijgen voor het voltooien van deze delegatie.


- een herziening van de inspraak van de Lidstaten, van projectniveau naar strategisch beleidsniveau.

Ik heb in mijn interventie allereerst opnieuw gesteld dat een onafhankelijke evaluatie-dienst naar mijn mening onderdeel diende uit te maken van het pakket van hervormingen zoals door de Commissie beschreven. Ik heb nogmaals benadrukt dat het daarbij van belang is, dat een onafhankelijk orgaan rechtstreeks moet kunnen rapporteren aan het politieke niveau, zoals dat ook in Nederland gebeurt.

Verder heb ik de instelling van de Quality Support Group opnieuw verwelkomd, en opgemerkt dat meer eenheid tussen de verschillende regionale programma's van bijzonder groot belang is voor de effectiviteit van het Europese OS-beleid. Ik heb, evenals tijdens de vorige OS-Raad, aangegeven dat ik de resultaten van de Quality Support Group nauwlettend zal volgen.

Ook heb ik opnieuw het voornemen van de Commissie gesteund om een 'Aid Office' in te stellen, dat voor de hele projectcyclus verantwoordelijk zal zijn. Dat zal het tempo waarmee de Commissie haar programma's kan realiseren, aanzienlijk verhogen. Ik heb wel aangegeven dat een dergelijke 'Aid Office' niet in de weg moet staan van de voornemens van de Commissie om meer bevoegdheden naar het veld te delegeren, en zich toe te leggen op een meer sectorale benadering. Voorkomen moet worden, dat het instellen van een een 'Aid Office' opnieuw leidt tot het identificeren en uitwerken van projecten op micro-niveau.

Ik heb daaraan toegevoegd dat Nederland een groot voorstander is van het verschuiven van de inspraak van Lidstaten naar het strategische beleidsniveau, zoals de Commissie dat graag wil. De bureaucratie van vergaderingen in Brussel over individuele projecten is tijd- en geldrovend, en draagt niet bij aan een effectief beleid. Om een dergelijke verschuiving mogelijk te maken, is het wel nodig dat er op macro-niveau een kwalitatief goed beleid gevoerd wordt. Indien de Lidstaten overtuigd zijn dat het beleid op hoofdlijnen in orde is, en er institutionele waarborgen zijn die ervoor zorgen dat het beleid effectief wordt uitgevoerd door de Commissie in overeenstemming met die vastgestelde hoofdlijnen, dan is er geen enkele reden waarom Lidstaten zich nog over individuele projecten zouden moeten buigen. Daarom is het van belang dat de Quality Support Group goed gaat werken, dat er een effectief Focal Point komt voor coherentie-vraagstukken, en is tenslotte een onafhankelijke evaluatie-procedure noodzakelijk.

Coherentie:

Ik heb in aansluiting hierop gerefereerd aan de brief aan mijn collega's van 8 november, om coherentie als terugkerend punt op de agenda van de OS-Raad te plaatsen. (Een kopie van deze brief is als bijlage bij dit verslag gevoegd.) Ik heb opgemerkt dat coherentie als het ware de 'raison d'être' vormt van de OS-Raad. Het belang van dit onderwerp blijkt onder meer uit de vier recente voorbeelden die ik onder 'Diversen' heb geagendeerd. Ik heb de Commissie en mijn collega's erop gewezen dat het bespreken van coherentie-vraagstukken tijdens de OS-Raad van groot belang is om de gevolgen die bepaalde voorstellen hebben voor ontwikkelingslanden tijdig te signaleren. Zo kunnen ze worden meegenomen bij de verdere bespreking van die voorstellen. Ook het 'Focal Point' voor coherentie binnen de Commissie, waarvan Commissaris Nielson aangaf dat dit per 1 juli jongstleden is ingesteld, moet een belangrijke signalerende werking gaan krijgen voor coherentie-vraagstukken.

Het voorstel om coherentie als vast punt te agenderen op iedere OS-Raad werd door mijn collega's ondersteund, en het Voorzitterschap concludeerde dat mijn voorstel was aangenomen.

Personeel:

Ik heb tenslotte opnieuw aangegeven, zoals ik ook reeds in de OS-Raad van mei had gedaan, dat Nederland de hervormingsvoorstellen van de Commissie van harte ondersteunt. Dat geldt ook voor de kwalitatieve en kwantitatieve versterking van het Commissie-personeel. Ook voor dit punt is het van belang dat de Commissie zijn eigen prioriteitsstelling serieus neemt. Een duidelijke beperking van het aantal beleidsterreinen waarop de Commissie werkzaam is, zal het makkelijker maken om de beschikbare menskracht optimaal in te zetten. De Commissie gaf aan dat zij op dit punt een aantal voorstellen in voorbereiding heeft, die verder besproken dienen te worden door de Begrotingsautoriteit.

Besloten werd, dat de OS-Raad in mei 2001 opnieuw zal terugkomen op het Actieprogramma.


1.3 Evaluatie van de ontwikkelingsprogramma's en -instrumenten van de Unie: follow-up van de Raadsconclusies van 21 mei 1999

Het idee om een input te leveren voor het prioriteitendebat dat de Algemene Raad in januari/februari zal houden, werd algemeen door de Raad ondersteund. Mijn Zweedse collega benadrukte, als aankomend Voorzitterschap, dat daar een effectieve discussie gevoerd zal worden, waarbij datgene wat de OS-Raad reeds heeft bereikt, zal worden meegenomen. De Concept-conclusies werden aangenomen.


1.4 Kader voor landenstrategiedocumenten


Ik heb mijn waardering uitgesproken voor het concept-Kader, met name vanwege de wijze waarop de landenstrategiedocumenten uitdrukkelijk in het kader van Poverty Reduction Strategy Papers (PRSP) en Comprehensive Development Framework (CDF) worden geplaatst.

Verder heb ik gesuggereerd een alinea toe te voegen aan het Kader, zodat in ieder landenstrategiedocument aandacht kan worden besteed, door middel van een zogenaamde 'coherentie-check' aan andere EU-beleidsterreinen dan het ontwikkelingsbeleid. Daarmee kan worden voorkomen dat de doelstellingen van het ene EU-beleidsterrein (bijvoorbeeld ontwikkelingssamenwerking) feitelijk ongedaan worden gemaakt door de doelstellingen van een ander beleidsterrein (bijvoorbeeld het handelsbeleid). Deze suggestie is door het Voorzitterschap overgenomen, en de tekst van het Kader is in deze zin aangevuld.


2. Overdraagbare ziekten en armoedebestrijding

De Raad sprak zijn waardering uit voor de Ronde Tafel-bijeenkomst die de Commissie over dit onderwerp heeft georganiseerd, op 28 september in Brussel, in samenwerking met WHO en UNAIDS, en de concept-Resolutie die aan de Raad voorlag over verdere actie in het kader van de Massive Effort waartoe de G-8 in Okinawa heeft opgeroepen ter bestrijding van de drie grote infectieziekten (HIV/AIDS, malaria en tuberculose). Ik heb opgemerkt dat de bestrijding van de infectieziekten bij uitstek een onderwerp is, waar de Commissie zich beter kan aansluiten bij de inspanningen van de Wereldbank en de VN, onder verwijzing naar mijn eerdere pleidooi om de prioritaire beleidsterreinen van de Commissie zo beperkt mogelijk te houden.

Wel zijn in deze resolutie onder meer bepalingen opgenomen over afspraken met de farmaceutische industrie, die ik heb ondersteund. Dit is een terrein waar de Commissie mijns inziens een duidelijke toegevoegde waarde heeft, omdat het zowel ontwikkelings- als handelsaspecten heeft. De Commissie zegde toe een actieplan te zullen presenteren waarin de voorstellen uit de resolutie verder zullen worden uitgewerkt.


3. Strijd tegen anti-personeelsmijnen

De Raad ging zonder discussie akkoord met het voorstel van de Commissie om twee aparte verordeningen uit te werken voor de bestrijding van anti-personeel mijnen. De Juridische Dienst van de Raad had namelijk geconcludeerd dat het niet mogelijk was om de brede inhoudelijke doelstelling die de Commissie voor ogen had, namelijk het bijdragen aan zo veel mogelijk aspecten van het Ottawa-Verdrag, te realiseren met een verordening gebaseerd op artikel 179 van het Verdrag (het artikel over ontwikkelingssamenwerking).

Ook een verordening met een gecombineerde rechtsbasis (artikel 179 en artikel 308 -humanitaire hulp- van het Verdrag) is moeilijk te realiseren, omdat beide artikelen verschillende procedures kennen, zowel in de Raad als in het Europees Parlement.

De Commissie zal nu met een voorstel komen voor één verordening op basis van artikel 179 van het Verdrag, en één verordening op basis van artikel 308. Deze concept-verordeningen zullen vervolgens opnieuw aan de Raad worden voorgelegd voor verdere bespreking.


4. Relatie tussen noodhulp, rehabilitatie en ontwikkeling
Commissaris Nielson vroeg aandacht voor het gat dat vaak ontstaat, wanneer ECHO zijn interventies in een bepaald land beëindigt, terwijl er nog geen goede omgeving bestaat voor het geven van structurele hulp. Ook binnen de Commissie wordt over deze problematiek nagedacht, en de Commissie hoopte op niet al te lange termijn een aantal voorstellen te kunnen doen in een Mededeling over dit onderwerp. Hij zou daarin echter graag de gedachten van de Lidstaten willen meenemen.

Ik benadrukte dat de oplossing niet lag in het uitbreiden van het mandaat van ECHO, maar in het zoeken naar alternatieve instrumenten, en dit werd door een aantal collega's beaamd. Naar aanleiding van de Mededeling van de Commissie zal over dit onderwerp verder van gedachten worden gewisseld.


5. Co-développement

Het Voorzitterschap benadrukte het belang van dit onderwerp in het licht van de conclusies van de Bijzondere Europese Raad van Tampere, en de High Level Working Group over asiel en migratie (HLWG). Commissaris Nielson benadrukte dat dit een uiterst gevoelig onderwerp was, waarover goed gecommuniceerd dient te worden met ontwikkelingslanden, zodat deze niet de indruk krijgen dat de Unie slechts mensen wil terugsturen naar hun land van herkomst. De noodzaak tot een voorzichtige, alomvattende aanpak, waarin de nadruk wordt gelegd dat onderontwikkeling in veel gevallen bijdraagt aan grotere migratie, werd door een aantal Lidstaten onderstreept. Geconcludeerd werd, dat het concept verder zou worden uitgewerkt door de Commissie.


6. De Zesde Conference of Parties bij het VN-Klimaatverdrag
Ik lichtte de Nederlandse concept-conclusies kort toe, met een verwijzing naar het grote belang dat ontwikkelingslanden hebben bij dit onderwerp, omdat zij vaak het meest kwetsbaar zijn voor klimaatveranderingen, en merkte op dat een positieve uitkomst van de conferentie in Den Haag derhalve in ieders belang was. Ik kreeg daarvoor bijval van een groot aantal collega's, waarbij onder meer werd opgemerkt dat ontwikkelde landen hun verantwoordelijkheden moeten nemen in dit verband, omdat zij tot de grootste vervuilers horen. Als ontwikkelde landen het goede voorbeeld niet geven, kan niet van ontwikkelingslanden verwacht worden dat zij de klimaat-problematiek krachtdadig aanpakken.

Mijn collega's waren het over het algemeen eens met de concept-conclusies, die derhalve werden aangenomen.


7. De derde VN-conferentie inzake de Minst Ontwikkelde Landen (MOLs)
Commissaris Nielson lichtte kort de voorbereidingen van de conferentie toe. Hij merkte op dat ook het Europees Parlement nauw bij de voorbereidingen betrokken is. Hij verwachtte dat er aan het eind van het jaar een document kon worden aangenomen door de Raad waarin de richtlijnen van de EU uiteen werden gezet, en hoopte dat hierin zo veel mogelijk concrete actiepunten konden staan. Tijdens de conferentie zou aandacht worden geschonken aan de verscheidenheid binnen de groep van MOLs, en hij wilde ook aandacht besteden aan hetgeen deze de EU te bieden hadden. In dit verband noemde hij cultuur en muziek als voorbeeld. In de onmiddellijke nabijheid van de conferentie zal tegelijkertijd een NGO-forum worden gehouden, zodat zo veel mogelijk synergie wordt bereikt tussen de verschillende onderdelen van de conferentie.

Ik heb mijn bezorgdheid uitgesproken over de geringe betrokkenheid van niet-EU donoren bij de voorbereidingen. Verder heb ik opnieuw gerefereerd aan de afspraak in VN-verband, dat 0,15% van het BNP van donoren naar de MOLs zal gaan. In de praktijk ligt het DAC-gemiddelde op 0,5%. Ten slotte heb ik opgemerkt dat een concrete committering aan het ontbinden van ODA aan de MOLs niet mag ontbreken in de EU-inzet voor de conferentie.

Zoals ik reeds heb toegezegd tijdens het Algemeen Overleg op 8 november, gaat een notitie over de Nederlandse inzet voor deze conferentie separaat toe aan Uw Kamer.


8. Diversen

Coherentie

Zoals ik tijdens de bespreking van het Actieplan (punt 1.2) reeds had aangegeven, heb ik onder Diversen opnieuw aandacht gevraagd voor coherentie, en het grote belang van dit onderwerp voor de OS-Raad.

Coherentie: voorbeelden

Ik heb vervolgens aandacht gevraagd voor vijf voorbeelden van incoherentie, die in het afgelopen halfjaar aan de orde zijn gekomen:


- Nederland heeft onlangs tegen een voorstel van de Commissie gestemd, waarin een minimale liberalisering wordt verwezenlijkt van de Europese textielmarkt. Samen met Denemarken en Zweden is een verklaring afgegeven bij de stemming over dit onderwerp, waarin werd uitgelegd waarom wij het voorstel onvoldoende vonden voor een grotere toegang van textielproducten uit ontwikkelingslanden tot de Europese markt.


- De voorstellen voor een nieuwe Gemeenschappelijke Marktordening voor Rijst en Suiker bieden op vergelijkbare wijze onvoldoende markttoegang voor ontwikkelingslanden. Voor een aantal producten zal daarbij mogelijk het importtarief omhoog gaan, in plaats van omlaag.


- Een Wereldbankrapport (
Saving two in a billion: a case study to quantify the trade effect of European food safety standards on African exports) bracht onlangs aan het licht dat de Europese standaard voor aflatoxinen de ontwikkelingslanden ongeveer 700 miljoen dollar aan exporten naar de Europese Unie kost.


- Op vergelijkbare wijze zullen ontwikkelingslanden worden benadeeld door de standaarden die de EU hanteert voor afgewerkte electrische en electronische apparaten, waarvoor op dit moment een nieuwe Richtlijn wordt voorbereid.

Commissie-Mededelingen

Twee nieuwe Commissie-Mededelingen werden kort toegelicht: de Mededeling over duurzaam vervoer en ontwikkelingssamenwerking (hierover werd Uw Kamer reeds geïnformeerd door middel van een BNC-fiche), en een Mededeling over Visserij en armoedebestrijding, die op 9 november is uitgekomen.

Zimbabwe, Liberia, Ethiopië/Eritrea

De situatie in deze Afrikaanse landen kwam kort aan de orde.

Mijn Deense collega deed verslag van het bilaterale bezoek dat hij kort voor de OS-Raad had gebracht aan Zimbabwe. Het belang van transparante deelverkiezingen, die voor eind november gepland staan, werd onderstreept. De Commissie heeft een her-oriëntatie aangebracht in haar ontwikkelingshulp aan Zimbabwe, die nu geheel gericht is op de sociale sectoren zodat zij met name het armste deel van de bevolking ten goede komt.

Over Liberia spraken wij af dat de Commissie vooralsnog geen nieuwe middelen onder het Europees Ontwikkelingsfonds aan dat land zal toekennen. Een restant van het bedrag dat reeds is toegekend, maar nog niet uitgekeerd, zal ten goede komen aan de vluchtelingen in dat land, en de situatie zal in Liberia en in Sierra Leone zal nauw worden gevolgd.

Over Ethiopië/Eritrea ten slotte, spraken wij af dat de EU één lijn zal volgen voor wat betreft het hervatten aan de hulp aan deze landen, die gradueel, selectief en
even-handed
zal zijn. Commissaris Nielson stelde dat hervatting van de hulp pas kan plaatsvinden als het vredesproces onomkeerbaar is. Dat moet worden vastgesteld aan de hand van drie criteria:


- de vredesmacht is naar eigen tevredenheid ontplooid in het missiegebied, en krijgt voldoende medewerking om haar operatie uit te voeren;


- de ontmijning is daadwerkelijk begonnen, en partijen verlenen hieraan hun medewerking, onder meer door het verstrekken van de benodigde informatie:


- de door het Internationale Rode Kruis gemonitorde terugkeer en uitwisseling van krijgsgevangenen en Internally Displaced Persons is op gang gebracht.

Ik heb mijn steun uitgesproken voor deze criteria.


9. Lunchdiscussie:

Tijdens de lunch is een korte discussie gevoerd over informatie- en communicatietechnologie (ICT) en de 'digitale kloof'. Het Voorzitterschap leidde de discussie in, met een verwijzing naar de achterstand die ontwikkelingslanden oplopen, omdat zij geen aansluiting vinden bij moderne communicatiemiddelen zoals het internet. Commissaris Nielson gaf aan dat dit weliswaar een interessant onderwerp is, maar één waarop de eigen inbreng en de toegevoegde waarde van de Commissie twijfelachtig is. Ik heb hem uiteraard krachtig ondersteund op dit punt, onder verwijzing naar mijn eerder geuite visie op de inperking van de prioritaire beleidsterreinen van de Commissie.


*****

Raad voor Ontwikkelingssamenwerking, Brussel 10 november 2000

Nederland

Verklaring voor de notulen van de Raad inzake de Verklaring van de Raad en

de Commissie over de Algemene Beleidsstrategie voor Europese

Ontwikkelingssamenwerking.

De Nederlandse delegatie kan instemmen met de Verklaring van de Raad en de Commissie over de Algemene Beleidsstrategie voor Europese Ontwikkelingssamenwerking, maar wenst het volgende toe te voegen ter uitleg van haar positie inzake het gestelde in paragraaf 33:

"de Unie dient zich op conherente wijze uit te drukken in internationale fora, en

waar mogelijk met één stem te spreken....":

Naar Nederlands oordeel miskent deze zin de besluitvormingsstructuren die binnen de Kiesgroepsysteem van IMF en Wereldbank worden gehanteerd.

Wil de besluitvorming recht doen aan de bestaande vertegenwoordiging binnen deze instellingen, dan prevaleert de noodzaak van consensus binnen de verschillende Kiesgroepen boven consensus tussen EU-lidstaten,.

De wenselijkheid van het spreken met een stem binnen de VN-Fondsen en - Programma's acht Nederland ondergeschikt aan de gerechtvaardige behoefte van individuele EU-lidstaten m.n. van diegenen die de voornaamste financiers van het VN-systeem zijn om samen te werken met gelijkgezinden grote donoren om eigen beleidsaccenten aan te brengen en actief uit te dragen.

Kenmerk
DIE-663/00
Blad /1

===

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie