Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Vergadering Europese Raad van Econmie & Financien

Datum nieuwsfeit: 29-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
European Union

2301. Raad - ECOFIN Press Release: Brussels (07-11-2000) - Press: 417 - Nr: 12925/00


12925/00 (Presse 417)

(OR. fr)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2301e zitting van de Raad


- ECOFIN -

Brussel, 7 november 2000

Voorzitter:

de heer Laurent FABIUS

Minister van Economische Zaken, Financiën en Industrie van de Franse Republiek

INHOUD

DEELNEMERS

*

BESPROKEN PUNTEN

FOLLOW-UP VAN DE EUROPESE RAAD VAN LISSABON EN VOORBEREIDING VAN DE

EUROPESE RAAD VAN NICE *


-
FINANCIERING VAN ONDERNEMINGEN *

-
INDICATOREN VOOR STRUCTURELE PRESTATIES: EEN INSTRUMENT VOOR

STRUCTURELE HERVORMINGEN - ONTWERP-VERSLAG VAN DE RAAD AAN DE

EUROPESE RAAD VAN NICE *

-
OVERHEIDSFINANCIËN *

-
WISSELKOERSSTRATEGIE VAN DE KANDIDAAT-LIDSTATEN - CONCLUSIES VAN

DE RAAD *

HERZIENING VAN HET FINANCIEEL REGLEMENT

*

TIJDENS DE LUNCH BESPROKEN PUNTEN

*

BIJLAGE

*

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

ECOFIN

*


-
Garantie voor leningen voor projecten in Kroatië *

EXTERNE BETREKKINGEN

*


-
Betrekkingen met Letland - deelname aan het programma "Jeugd" *
-
Betrekkingen met Slowakije *

-
Betrekkingen met Slovenië - Autonome maatregelen inzake landbouwproducten *

-
Europese Economische Ruimte *

-
Betrekkingen met de ACS-landen *

-
Grondstoffen *

-
Textiel - onderhandelingen met de Republiek Bosnië-Herzegovina en de Republiek Kroatië *

-
Antidumping - invoer van haarborstels uit China, Korea, Taiwan en Thailand *

BENOEMINGEN

*


-
Comité van de Regio's *

TRANSPARANTIE

*


-
Toegang van het publiek tot documenten van de Raad *



Voor meer informatie: tel. 285 84 15, 285 64 23 of 285 74 59.

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België
:

de heer Didier REYNDERS

minister van Financiën

Denemarken
:

de heer Michael DITHMER

staatssecretaris van Economische Zaken

Duitsland:

de heer Hans EICHEL

de heer Caio KOCH-WESER

minister van Financiën

staatssecretaris, ministerie van Financiën

Griekenland
:

de heer Yannos PAPANTONIOU

minister van Economische Zaken en Financiën

Spanje
:

de heer Rodrigo de RATO y FIGAREDO

tweede vice-minister-president en minister van Economische Zaken en Financiën

Frankrijk
:

de heer Laurent FABIUS

minister van Economische Zaken, Financiën en Industrie

Ierland
:

de heer Charlie McCREEVY

minister van Financiën

Italië
:

de heer Vincenzo VISCO

minister van de Schatkist, van Begroting en van Economische Planning

Luxemburg
:

de heer Jean-Claude JUNCKER

de heer Henri GRETHEN

minister-president, minister van Financiën

minister van Economische Zaken

Nederland
:

de heer Gerrit ZALM

minister van Financiën

Oostenrijk
:

de heer Karl-Heinz GRASSER

minister van Financiën

Portugal
:

de heer Manuel BAGANHA

staatssecretaris van de Schatkist en van Financiën

Finland
:

de heer Sauli NIINISTÖ

minister van Financiën

Zweden
:

de heer Bosse RINGHOLM

de heer Sven HEGELUND

minister van Financiën

staatssecretaris, ministerie van Financiën

Verenigd Koninkrijk
:

mevrouw Melanie JOHNSON

economisch secretaris van de Schatkist


* * *

Commissie
:

de heer Pedro SOLBES MIRA

lid


* * *

Overige deelnemers
:

de heer Wim DUISENBERG

de heer Philippe MAYSTADT

de heer Mario DRAGHI

de heer Norman GLASS

president van de Europese Centrale Bank

president van de Europese Investeringsbank

voorzitter van het Economisch en Financieel Comité

voorzitter van het Comité voor Economische Politiek

FOLLOW-UP VAN DE EUROPESE RAAD VAN LISSABON EN VOORBEREIDING VAN DE

EUROPESE RAAD VAN NICE


- FINANCIERING VAN ONDERNEMINGEN


· UITVOERING VAN HET ACTIEPLAN VOOR RISICOKAPITAAL


· ANALYSE VAN DE COMMUNAUTAIRE FINANCIËLE INSTRUMENTEN VOOR HET MKB

CONCLUSIES VAN DE RAAD

In de conclusies van de Europese Raad van Lissabon van 23 en 24 maart 2000 werd de nadruk gelegd op het belang van een betere financiering van innovatieve bedrijven en werd "de Raad en de Commissie om eind 2000 verslag uit te brengen over de aan de gang zijnde herziening van de financiële instrumenten van de EIB en het EIF, teneinde de financiële ondersteuning te richten op startende ondernemingen, hoogtechnologische bedrijven en microbedrijven, evenals op andere initiatieven met risicokapitaal die door de EIB worden voorgesteld".

De Raad toont zich ingenomen met de mededeling van de Commissie betreffende de analyse van de communautaire financiële instrumenten voor bedrijven en met de maatregelen die worden overwogen ter verbetering van de coördinatie, en is het ermee eens dat de communautaire financiële instrumenten moeten worden afgestemd op de kenniseconomie.

De Raad is van mening dat de kenniseconomie en de ondernemingsgeest in de Europese Unie moeten worden bevorderd door het makkelijker te maken om innovatieve bedrijven te starten en door de O & O-inspanning ten volle te benutten. De Raad merkt met name op dat er nog steeds een groot tekort is aan financiële middelen voor technologische bedrijven in de prille aanloopfase. Daarom is de Raad van mening dat de communautaire instrumenten binnen het huidige begrotingskader moeten worden toegesneden op de vroege stadia van de innovatiecyclus, en zich moeten richten op aanwijsbare gevallen van onvoldoende marktwerking.

Van nieuwe acties zou een kosten-batenanalyse moeten worden gemaakt om marktverstoring te voorkomen. Om vooraf de lidstaten in staat te stellen maatregelen uit te voeren om op hun eigen risicokapitaalmarkt specifieke gevallen van onvoldoende marktwerking aan te pakken via publiek-private partnerschappen - wat het verlenen van een zekere mate van steun aan mede-investeerders

kan inhouden - verzoekt de Raad de Commissie om tijdig richtsnoeren te geven waarmee kan worden beoordeeld of het aldus inzetten van openbare middelen te verenigen valt met de regels inzake overheidssteun.

De Raad is ingenomen met de recente hervorming van de EIB-Groep die er op de eerste plaats op is gericht de meeste communautaire instrumenten voor durfkapitaal bij het EIF onder te brengen. De Raad ziet ook uit naar de volledige uitvoering van het i2i-initiatief van de EIB, dat steun zal geven voor gebieden die van groot belang zijn voor de bedrijven.

De Raad onderstreept ook de belangrijke rol van de maatregelen die de lidstaten op dit vlak hebben genomen en verzoekt de Commissie en de EIB-Groep nauwer samen te werken om te voorkomen dat hun financiële instrumenten elkaar overlappen, of dat er overlap is tussen die instrumenten en de nationale instrumenten, en waar mogelijk gebruik te maken van nationale regelingen. De Raad spoort de EIB ook aan om de effectiviteit van haar globale leningen aan het MKB verder te verbeteren en daarbij resterende en nieuwe gevallen van onvoldoende marktwerking aan te pakken door in de hele EU te voorzien in schuldfinanciering voor het MKB, bijvoorbeeld via diversificatie van de financiële bemiddelingsinstellingen en door toe te staan dat globale leningen worden gecombineerd met andere vormen van risicokapitaal.

De Raad is van mening dat alle communautaire acties ten gunste van bedrijven volledig coherent moeten zijn, dat er daartoe een duidelijk onderscheid moet zijn tussen door de Commissie gefinancierde en door de EIB gefinancierde instrumenten, rekening houdend met hun specifieke kenmerken:

i) risicovolle communautaire begrotingsmiddelen moeten worden geheroriënteerd en een voortrekkersfunctie gaan vervullen bij de financiering van innovatieve bedrijven in de aanloopfase, o.a. door het inzetten van passende bemiddelingsinstellingen, zoals starterscentra en startkapitaalfondsen. Zij moeten ook gericht zijn op garantiestelsels en andere financiële instrumenten die speciaal zijn ontworpen voor micro-ondernemingen, zoals micro-kredietgarantiestelsels;
ii) de eigen middelen van de EIB-Groep worden gewoonlijk geïnvesteerd in projecten met een lager risicoprofiel dan de instrumenten die middelen uit de Gemeenschapsbegroting krijgen. Toch moet de EIB-Groep haar steunbijdragen meer toesnijden op de aanloopfase en moet voorrang worden gegeven aan startfondsen, of fondsen die op regionale ontwikkeling of op specifieke bedrijfstakken of technologieën - inclusief pan-Europese fondsen - zijn gericht, of aan risicokapitaalfondsen waarmee de exploitatie van O & O-resultaten wordt bekostigd. Ook moet de Groep blijven functioneren als een belangrijke steunpilaar van de ontwikkeling van Europese markten voor risicokapitaal.

Voorts is de Raad het volledig eens met het voorstel van de Commissie om alle gelijksoortige financiële instrumenten van de Commissie, met uitzondering van het structuurfonds (EFRO) en het kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling, in één begrotingslijn onder te brengen en één rechtsgrondslag te geven, zoals het meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap 2001-2005, in het verlengde van het groei- en werkgelegenheidsinitiatief, en ze alle waar dienstig onder het beheer van het EIF te brengen. De Raad draagt het EFC op toezicht te houden op de ontwikkeling van die instrumenten, aan de hand van het meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap en de jaarrapporten van het EIF.

In dat verband, en wat de uit de communautaire middelen gefinancierde instrumenten betreft, verzoekt de Raad de Commissie om de bestaande door het EIF beheerde communautaire voorzieningen een andere opzet te geven zodat daarmee kan worden ingegrepen in gevallen van langdurige onvoldoende marktwerking, door:


- de inzet van startersregelingen van het ETF in een vroeger stadium mogelijk te maken zodat startersbedrijven via geschikte financiële bemiddelingsinstellingen, zoals starterscentra en startfondsen kunnen worden ondersteund, omdat de Raad van mening is dat de EIB-Groep ertoe zou kunnen overgaan in een vroeg stadium in het aandelenkapitaal van bedrijven te participeren;
- de MKB-kredietgarantiefaciliteit uit te breiden tot risicogaranties en garanties voor microkredieten en garanties ter ondersteuning van de financiering van internet- en e-commerce-toepassingen voor kleinere bedrijven.

Voorts is de Raad ingenomen met de mededeling van de Commissie betreffende het voortgangsverslag over het Actieplan risicokapitaal. Voor de ontwikkeling van risicokapitaal en ondernemende bedrijven zijn de structurele omgeving en het regelgevingskader immers net zo belangrijk als de beschikbaarheid van middelen. Op dit gebied zijn maatregelen genomen op het niveau van de EU en de lidstaten, maar er is meer actie nodig wil het Actieplan risicokapitaal vóór de door de bijzondere Europese Raad van Lissabon gestelde uiterste datum van 2003 worden uitgevoerd.

De Raad verzoekt de Commissie en het EIF om, gebruik makend van de met de nationale regelingen opgedane ervaringen, deze conclusies in nauwe samenwerking met de lidstaten te implementeren.


-
INDICATOREN VOOR STRUCTURELE PRESTATIES: EEN INSTRUMENT VOOR

STRUCTURELE HERVORMINGEN - ONTWERP-VERSLAG VAN DE RAAD AAN DE

EUROPESE RAAD VAN NICE

De Raad heeft het ontwerp-verslag van het Comité voor economische politiek, betreffende indicatoren voor structurele prestaties besproken. In dit verslag, dat is opgesteld op verzoek van de Europese Raad van Lissabon, is rekening gehouden met een mededeling van de Commissie over dit onderwerp. De bedoeling is aan de hand van indicatoren een objectiever beeld te krijgen van de vooruitgang van economische en sociale hervormingen op de vier gebieden die in Lissabon als prioritair zijn aangemerkt nl. werkgelegenheid, innovatie, economische hervormingen en sociale samenhang. In het verslag zijn ook een aantal algemene indicatoren opgenomen voor de economische context.

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan een algemene lijst van indicatoren waarin zowel de Raad als de Commissie zich kunnen vinden. Die lijst loopt niet vooruit op de naar verwachting meer beperkte set van indicatoren die gebruikt zal worden in het syntheseverslag van de Commissie voor de Europese Raad van Stockholm.

Aan het eind van de bespreking besloot de Raad het verslag, samen met een nota van het voorzitterschap waarin melding wordt gemaakt van de opmerkingen van de delegaties betreffende het aantal en het type indicatoren, voor te leggen aan de Europese Raad van Nice.

De lijst met indicatoren voor structurele prestaties staat in de bijlage.


-
OVERHEIDSFINANCIËN

·
VOORTGANGSVERSLAG OVER DE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN DE VERGRIJZING

De Raad heeft een bespreking gewijd aan het voortgangsverslag van het Comité voor economische politiek over de financiële gevolgen van de vergrijzing. In dit verslag ( 1) wordt een studie gemaakt van de nationale prognoses inzake pensioenuitgaven tot 2050, op basis van geharmoniseerde hypotheses betreffende demografische en economische ontwikkelingen. Het verslag zal een belangrijke bijdrage vormen tot de studie van de sociale bescherming die zal worden voorgelegd aan de Europese Raad van Nice, en tot het rapport over de bijdrage van de overheidsfinanciën aan de groei en de werkgelegenheid, dat later door de Raad zal worden besproken.

De ministers hebben zich met name gebogen over de problematiek van de financiering van de publieke pensioenstelsels, waarmee ze ook bij een gunstige economische conjunctuur vroeg of laat geconfronteerd zullen worden.

De Raad heeft het Comité voor economische politiek opdracht gegeven de werkzaamheden voort te zetten en ook aandacht te besteden aan de gevolgen van de vergrijzing voor de uitgaven in de gezondheidszorg en de belastingstelsels en na te gaan welke maatregelen kunnen worden genomen om de verschillende stelsels aan te passen.


· VOORTGANGSVERSLAG OVER KWALITEIT EN HOUDBAARHEID VAN DE

OVERHEIDSFINANCIËN

De Raad heeft nota genomen van het door de Commissie opgestelde voortgangsverslag over de kwaliteit en houdbaarheid van de overheidsfinanciën, dat reeds besproken is in het Economisch en Financieel Comité. De voorzitter gaat ervan uit dat de Europese Raad van Stockholm op basis van de lopende besprekingen belangrijke conclusies en politieke beleidsopties zal kunnen goedkeuren om de toestand van de overheidsfinanciën te verbeteren en de bijdrage van de overheidssector aan de groei en de werkgelegenheid te versterken.

In de loop van het debat hebben de ministers met name de vier criteria besproken (die ook reeds in het Commissieverslag over de overheidsfinanciën in EMU 2000 worden vermeld) waaraan volgens de Commissie moet worden voldaan om te zorgen dat de belastinghervormingen verenigbaar zijn met een evenwichtige en houdbare begroting. Het gaat om de volgende vier criteria:


· De lidstaten moeten op middellange termijn een evenwichtige begroting of een begrotingsoverschot hebben of daarop aankoersen
· Bij de hervormingen moet rekening worden gehouden met de conjunctuur, de hervormingen mogen niet procyclisch zijn
· Er moet rekening worden gehouden met het niveau van de overheidsschuld en de houdbaarheid op de lange termijn van de overheidsfinanciën

· De belastingverlagingen moeten deel uitmaken van een globaal hervormingspakket.


- WISSELKOERSSTRATEGIE VAN DE KANDIDAAT-LIDSTATEN - CONCLUSIES VAN

DE RAAD

De Raad ECOFIN heeft een bespreking gewijd aan het kader van de wisselkoersstrategieën voor de kandidaat-lidstaten waarmee toetredingsonderhandelingen lopende zijn, teneinde hun een helpende hand te bieden bij het bepalen van hun algehele economische toetredingsstrategieën.

De kandidaat-lidstaten moeten hun economie op het EU-lidmaatschap voorbereiden. Dat impliceert dat zij concurrerende markteconomieën moeten worden, zoals bepaald in het economisch criterium van Kopenhagen. De keuze en de consistentie van het economisch beleid zijn van cruciaal belang en houden structurele hervormingen in, alsook de keuze van het wisselkoerssysteem.

De Raad ECOFIN onderscheidt drie opeenvolgende fasen in de overgang naar de invoering van de euro, namelijk de pretoetredingsfase, de fase na de toetreding en de invoering van de euro.

In de pretoetredingsfase moeten de wisselkoersstrategieën dienen ter ondersteuning van ander economisch beleid, teneinde te kunnen voldoen aan het economisch criterium van Kopenhagen en vooruitgang te boeken op het stuk van reële convergentie en macro-economische stabiliteit. Na de toetreding zullen de kandidaat-lidstaten niet in staat zijn om de euro onmiddellijk in te voeren: eerst moeten zij voldoen aan alle relevante vereisten van het Verdrag. Dit houdt onder meer in dat zij moeten voldoen aan de convergentiecriteria van Maastricht, alvorens de euro in te kunnen voeren. De evaluatie van de vervulling van de convergentiecriteria van Maastricht en de voor de invoering van de euro te volgen procedures zullen een gelijke behandeling waarborgen van de toekomstige lidstaten en de huidige deelnemers aan de eurozone.

In dit verband zij duidelijk gesteld dat eenzijdige invoering van de eenheidsmunt door middel van "euroïsering" in strijd zou zijn met de economische redenering in het Verdrag die aan de EMU ten grondslag ligt, namelijk dat de eventuele invoering van de euro het eindpunt vormt van een gestructureerd convergentieproces binnen een multilateraal kader. Van eenzijdige "euroïsering" om de in het Verdrag vastgestelde fasen voor de invoering van de euro te omzeilen, kan dan ook geen sprake zijn.

Van de nieuwe lidstaten wordt verwacht dat zij enige tijd na de toetreding deelnemen aan het WKM II, onder voorbehoud van een gezamenlijk akkoord over de centrale pariteit en de fluctuatiemarge, aangezien deelname aan het WKM II vóór de invoering van de euro wettelijk vereist is. In het WKM II zouden de belangrijkste kenmerken van een aantal wisselkoerssystemen kunnen worden ingepast, op voorwaarde dat de verbintenissen en doelstellingen ervan geloofwaardig zijn en sporen met die van het WKM II. De enige kenmerken die in deze fase reeds als duidelijk onverenigbaar met het WKM II kunnen worden aangemerkt, zijn volledig zwevende wisselkoersen, kruipende wisselkoersen en wisselkoersen tegenover andere verankeringspunten dan de euro.

De kwestie van de wisselkoersstrategieën van de kandidaat-lidstaten is van gemeenschappelijk belang voor de Raad, de Commissie en de ECB. De Raad neemt nota van het voornemen van het Zweedse voorzitterschap om tussen deze EU-organen en de kandidaat-lidstaten in 2001 een brede dialoog op gang te brengen over het economisch beleid, met inbegrip van de wisselkoersstrategieën, teneinde de kandidaat-lidstaten bij te staan in hun economische toetredingsstrategieën. Deze dialoog zal onder meer gebaseerd zijn op de studie die de Commissie maakt van de economische pretoetredingsprogramma's van de kandidaat-lidstaten.

HERZIENING VAN HET FINANCIEEL REGLEMENT

De Raad heeft nota genomen van het door Commissielid Michaele Schreyer ingeleide Commissievoorstel voor een verordening houdende omwerking van het financieel reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. Dit voorstel maakt deel uit van een pakket dat eind juli door de Commissie is goedgekeurd in het kader van de hervorming van deze instelling.

De ministers verzoeken de voorbereidende instanties van de Raad zo snel mogelijk een begin te maken met de bespreking van dit voorstel om, samen met het Europees Parlement, bij te dragen aan een spoedige uitvoering van de hervorming van de Commissie.

Mevrouw Schreyer beklemtoonde dat de thans voorliggende volledige herziening van het financieel reglement (dat in zijn oorspronkelijke vorm dateert van 20 jaar geleden en sindsdien op talloze punten is aangepast) verder gaat dan de in het kader van de interne hervorming van de Commissie vastgestelde doelstellingen, zoals de bevestiging van de verantwoordelijkheid van de ordonnateurs, het toezicht van de dienst voor interne controle en de opheffing van de gecentraliseerde controles vooraf. De herziening van het financieel reglement beoogt met name het volgende:


- een vereenvoudiging van het financieel reglement, waarin alleen de basisprincipes worden vastgelegd, terwijl bijzonderheden geregeld worden in afgeleide reglementen;

- een verbetering van opzet en duidelijkheid van de tekst, met name in de structuur van de tekst (bepalingen van gemeen recht / bepalingen van specifieke aard / overgangs- en slotbepalingen);
- een betere afstemming van het financieel reglement op andere teksten met betrekking tot financieel recht.

De herziening behelst zes gebieden:


- herbevestiging van de beginselen inzake begrotingsrecht;
- uitvoering van de begroting, behelzende de rol van de actoren, de externalisering en het gedeelde of gedecentraliseerde beheer, de vastleggingen, de betalingstermijnen en de inningsopdrachten;
- overheidsopdrachten, subsidies;

- boekhouding en rekening en verantwoording;
- externe acties;

- overige vraagstukken: EOGFL-Garantie, structuurfondsen, onderzoek, oprichting van het Bureau voor fraudebestrijding, administratieve uitgaven, overgangsbepalingen.

Gememoreerd wordt dat de Raad op dit ogenblik reeds een, door de Commissie op 24 mei 2000 toegezonden voorstel bespreekt, dat ten doel heeft artikel 24 van het financieel reglement te wijzigen door de functies van interne controle en financiële controle van elkaar te scheiden.

TIJDENS DE LUNCH BESPROKEN PUNTEN

Tijdens de lunch heeft de voorzitter de Raad geïnformeerd over de werkzaamheden in de Eurogroep, die de avond tevoren was samengekomen. (Tijdens die bijeenkomst is met name gesproken over de situatie en de economische vooruitzichten in het eurogebied, de euro en de wisselkoersen, alsook de jongste conjunctuurontwikkelingen. Voorts is gedebatteerd over de vergrijzingsproblematiek - dit onderwerp is later ook in de Raad aan bod gekomen -, de ontwikkeling van conjunctuurindicatoren voor het eurogebied en de voorbereiding van de invoering van de euro.)

Tijdens de lunch hebben de ministers ook IGC-vraagstukken aangesneden die van belang zijn voor de Raad ECOFIN. Er is onder meer gesproken over de mogelijke uitbreiding van stemming met gekwalificeerde meerderheid voor bepaalde artikelen met betrekking tot de EMU (de Raad zal hierop terugkomen tijdens de zitting van 27 november), de macro-financiële steun aan de Balkan-landen en de voorbereiding van de dialoog met de olie-exporterende landen op 17 november in Riyad.

BIJLAGE

New list of INDICATORS

General economic background indicators
a. GDP per capita (in PPS) and real GDP growth rate b. Energy intensity of the economy
c. Labour productivity (per person employed and per hour worked) d. Inflation rate
e. Real unit labour cost growth
f. Public balance
g. General government debt

List of 28 indicators
I. Employment

1. Employment rate

2. Employment growth

3. Female employment rate

4. Employment rate of older workers

5. Unemployment rate

6. Tax rate on low-wage earners

7. Life-long learning (adult participation in education and training)
II. Innovation and research

1. Public expenditure on education

2. R&D expenditure

3. ICT expenditure

4. Level of Internet access

5. Patents

6. Exports of high-technology products

7. Venture capital
III. Economic Reform

1. Trade integration

2. Business investment

3. Relative price levels and price convergence
4. Prices in network industries

5. Public procurement

6. Sectoral and ad hoc State aids

7. Capital raised on stock markets
IV. Social Cohesion

1. Distribution of income (income quintile ratio)
2. Poverty rate before and after social transfers
3. Persistence of poverty

4. Jobless households

5. Regional cohesion (variation in unemployment rate across regions)

6. Early school-leavers not in further education or training
7. Long term unemployment


·

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

ECOFIN

Garantie voor leningen voor projecten in Kroatië

De Raad heeft een besluit aangenomen houdende wijziging van Besluit 2000/24/EG tot uitbreiding van de garantie van de Gemeenschap aan de Europese Investeringsbank tot leningen voor projecten in Kroatië. Die garantie, ten bedrage van 250 miljoen euro, dient ter dekking van eventuele verliezen die uit die leningen zouden voortvloeien.

Het door de Raad geraadpleegde Europees Parlement heeft advies uitgebracht en het voorstel ongewijzigd goedgekeurd.

EXTERNE BETREKKINGEN

Betrekkingen met Letland - deelname aan het programma "Jeugd"

De Raad heeft een besluit aangenomen betreffende het binnen de Associatieraad door de Gemeenschap in te nemen standpunt inzake de deelname van Letland aan het communautaire actieprogramma "Jeugd".

Letland heeft net als de andere geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa deelgenomen aan het programma "Jeugd voor Europa", dat op 31 december 1999 is verstreken: de nadere regels voor de deelname van Letland zijn vastgesteld bij een besluit van de Associatieraad. Dit land wenst eveneens deel te nemen aan het nieuwe programma "Jeugd", voor de periode 2000-2006. Om die deelname mogelijk te maken is een nieuw besluit van de Associatieraad nodig: dat is het doel van dit Commissievoorstel.

Betrekkingen met Slowakije

De Raad heeft een besluit aangenomen betreffende het door de Gemeenschap in te nemen standpunt binnen de Associatieraad, die is opgericht krachtens de op 16 december 1991 ondertekende Europa-overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Slowaakse Republiek, anderzijds, inzake de oprichting van een gemengd raadgevend comité door de Associatieraad EU/Slowakije.

Artikel 109 van de Europa-overeenkomst met Slowakije bepaalt dat de Associatieraad tot de oprichting kan besluiten van ieder ander speciaal comité of lichaam dat hem bij de uitvoering van zijn taken kan bijstaan. In gemeenschappelijke verklaring nr. 12 die als bijlage bij de Europa-overeenkomst gaat, komen de partijen overeen "dat de Associatieraad een onderzoek zal instellen met betrekking tot de oprichting van een adviesorgaan dat is samengesteld uit leden van het Economisch en Sociaal Comité van de Gemeenschap en overeenkomstige partners van de Slowaakse Republiek".

Op verzoek van Slowakije is deze aangelegenheid ter sprake gebracht tijdens de vergadering van de Associatieraad van 27 april 1999; de twee partijen zijn daarbij tot een beginselakkoord gekomen over de oprichting van een comité bestaande uit vertegenwoordigers van het Economisch en Sociaal Comité van de Europese Gemeenschappen, enerzijds, en economische en sociale belangengroeperingen van de Slowaakse Republiek, anderzijds. Dat is het doel van dit Commissievoorstel.

Betrekkingen met Slovenië - Autonome maatregelen inzake landbouwproducten

In afwachting van de inwerkingtreding van het protocol tot vaststelling van nieuwe wederzijdse concessies heeft de Raad een verordening aangenomen tot vaststelling van bepaalde concessies in de vorm van communautaire tariefcontingenten voor bepaalde landbouwproducten en tot aanpassing, via een autonome overgangsmaatregel, van bepaalde landbouwconcessies die zijn opgenomen in de Europa-overeenkomst met Slovenië.

In maart 1999 had de Raad de Commissie gemachtigd met de tien geassocieerde LMOE onderhandelingen te openen om nieuwe wederzijdse concessies voor landbouwproducten vast te stellen. Deze onderhandelingen zijn gebaseerd op de evolutieve clausules van de Europa-overeenkomsten, beogen een geleidelijke liberalisering van het handelsverkeer in landbouwproducten en worden gevoerd in de context van het toetredingsproces.

Europese Economische Ruimte

De Raad heeft twee ontwerp-besluiten goedgekeurd van het Gemengd Comité van de EER tot wijziging van Protocol 31 bij de EER-Overeenkomst betreffende:


- samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (deelname van de EVA-landen aan het meerjarenprogramma ter bevordering van duurzame energiebronnen in de Gemeenschap (Altener));

- samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (deelname van de EVA-landen aan het meerjarenprogramma ter bevordering van de energie-efficiëntie (SAVE)).

Betrekkingen met de ACS-landen

De Raad heeft een besluit aangenomen betreffende het door de Gemeenschap in te nemen standpunt binnen de ACS-EG-Raad van ministers inzake het verlenen van steun aan een financieringsfaciliteit voor industriële en bedrijfsontwikkeling in ACS-landen.

Doel van dit besluit is om de in het kader van de IVe Overeenkomst van Lomé voor de particuliere sector beschikbare middelen te versterken teneinde te voorkomen dat de toegewezen bedragen volledig zijn opgebruikt voordat de Overeenkomst van Cotonou in werking treedt en de middelen van de nieuwe investeringsfaciliteit beschikbaar komen.

Grondstoffen

De Raad heeft een besluit aangenomen inzake het standpunt dat de Gemeenschap in de Internationale Raad voor tropisch hout dient in te nemen over de verlenging van de Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout van 1994.

Dit besluit houdt in dat de Europese Gemeenschap in de Internationale Raad voor tropisch hout vóór een verlenging met drie jaar van de Overeenkomst inzake tropisch hout van 1994 zal stemmen.

Textiel - onderhandelingen met de Republiek Bosnië-Herzegovina en de Republiek Kroatië

De Raad heeft de Commissie gemachtigd om met de Republiek Bosnië-Herzegovina en de Republiek Kroatië te onderhandelen over een overeenkomst betreffende de handel in textielproducten.

Antidumping - invoer van haarborstels uit China, Korea, Taiwan en Thailand

De Raad bevestigt dat er geen gewone meerderheid is voor het voorstel voor een verordening van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van de voorlopig ingestelde rechten op de invoer van haarborstels van oorsprong uit de Volksrepubliek China, de Republiek Korea, Taiwan en Thailand.

BENOEMINGEN

Comité van de Regio's

De Raad heeft een besluit aangenomen houdende benoeming van leden van het Comité van de Regio's:


- de heer Paul-Henri MEYERS wordt tot lid benoemd ter vervanging van de heer Willy BOURG,

- de heren John LIBER en Jean-Marie HALSDORF worden tot plaatsvervangend lid benoemd ter vervanging van respectievelijk de heren Paul-Henri MEYERS en François BILTGEN,

voor de verdere duur van hun ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2002.

TRANSPARANTIE

Toegang van het publiek tot documenten van de Raad

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan de antwoorden


- op het confirmatief verzoek om toegang tot documenten van de Raad, ingediend door de heer Oscar WÅGLUND SÖDERSTRÖM, met een tegenstem van de Deense, de Duitse, de Ierse, de Nederlandse, de Finse, de Zweedse en de Britse delegatie.

- op het zesde en het achtste confirmatief verzoek om toegang tot documenten van de Raad, ingediend door de heer Tony BUNYAN in 2000, met een tegenstem van de Deense, de Ierse, de Nederlandse, de Finse, de Zweedse en de Britse delegatie.
- op het zevende confirmatief verzoek om toegang tot documenten van de Raad, ingediend door de heer Tony BUNYAN in 2000, met een tegenstem van de Griekse, de Duitse en de Spaanse delegatie.



Footnotes:

( 1) De tekst staat op de internetsite van de Raad (ue.eu.int/Newsroom of ue.eu.int/emu.)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie