Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage PvdA aan algemeen overleg over riolering

Datum nieuwsfeit: 30-11-2000
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Den Haag, 30 november 2000

BIJDRAGE VAN STAF DEPLA (PVDA) AAN HET ALGEMEEN OVERLEG OVER RIOLERING

Waarom dit algemeen overleg? Vorig jaar is de motie Noorman aangenomen. Een meerderheid in de Tweede Kamer maakte zich zorgen over te hoog oplopende lokale lasten door noodzakelijke investeringen in het riool. Het gaat om een miljardeninvestering. De meerderheid in de Tweede Kamer vond dat de regering de gemeenten bij zou moeten springen als deze kostenstijging het gevolg was van de introductie van nieuw of geïntensiveerd (rijks)milieubeleid. Dit conform punt 5 uit de nota Lokale lastendruk uit 1996. De regering werd daarom gevraagd eerst in beeld te brengen hoe hoog de totale investeringskosten voor het riool bedragen en, ten tweede, in beeld te brengen of nieuw of geïntensiveerd rijksmilieubeleid de oorzaak van de hogere kosten zijn.

De regering heeft in haar brief van deze zomer geprobeerd beide vragen te beantwoorden. Helaas moeten we, samen met de minister, concluderen dat er ondanks een aantal onderzoeken nog veel onduidelijkheid bestaat over de precieze omvang van de lasten die samenhangen met rioleringen. Kortom, we kunnen nog steeds geen harde conclusie trekken over de precieze omvang van de investeringen en over de noodzaak van een eventuele rijksbijdrage. Welke conclusies trek ik?

1. Ik deel de conclusie van de minister dat er geen sprake is van nieuw of geïntensiveerd rijksmilieubeleid. Ik deel niet de conclusie van de minister dat er ondanks alle onzekerheden geen aanleiding is de schattingen uit 1992 ter discussie te stellen. De kosten van het rijksmilieubeleid lijken, ondanks versoepeling van dit beleid, wel hoger uit te pakken dan begin jaren negentig was verwacht. Het gaat hierbij vooral om kosten voor het beëindigen van lozingen in het buitengebied. (De overstortproblematiek laat ik, gezien het algemeen overleg in oktober, buiten beschouwing). De VNG schat de extra kosten voor aansluitingen in het buitengebied op één miljard. Dit bedrag kan nog mee gaan vallen. Er moeten immers enkele tienduizenden iba's (individuele zuiveringsinstallatie als je niet op riool wordt aangesloten) geplaatst gaan worden. Verlaging van de kosten door technologische innovatie en schaalvoordelen zijn dan ook te verwachten. Ik ben optimistisch, maar niet zo optimistisch als de minister. Een onderzoek naar rioleringskosten op basis van meer gemeentelijke rioleringsplannen lijkt me gerechtvaardigd.

2. In de berekeningen van begin jaren negentig is nog geen rekening gehouden met de kosten voor het ontkoppelen van hemelwater en afvalwater. Dit is nieuw rijkswaterbeleid. In de Vierde nota waterhuishouding is de ambitie neergelegd om 20% van alle verharde oppervlakten aangesloten op gemengde rioolstelsels af te koppelen. De PvdA steunt deze ambitie. Dit vermindert immers de omvang van de overstortproblematiek. Budget hiervoor is echter nog niet gereserveerd. Ten tweede draagt het bij aan vermindering van de toenemende wateroverlast bij regenpieken (zie ook Commissie Tielrooij; Water in de 21ste eeuw). Volgens de VNG en de stichting Rioned zou dit grofweg vijf miljard kosten.
Pronk heeft tijdens het algemeen overleg over de aanpak riooloverstorten toegezegd dat hij wil nagaan of het Rijk voor de ontkoppeling een bijdrage kan leveren via de ICES-gelden (investeringen in de economische structuur). Dit is op zich een goede zaak. De vraag is hoever het hier mee staat. Maar we vinden ook dat de andere overheden ook een bijdrage kunnen leveren. Afkoppelen van regenwater van riolering levert ook (op termijn) geld op. Voor de waterschappen omdat de zuiveringskosten omlaag gaan. En voor de gemeenten omdat er een kleinere riolering nodig is en de overstort problematiek kleiner wordt.

3. Kostenvereving door veel aansluitingen in buitengebied Ik deel de conclusie van de minister dat de rioleringslasten tussen gemeenten sterk uiteenlopen. Ik ben geïnteresseerd in verschillen ontstaan door een groot aantal aansluitingen in het buitengebied en de grondsoort. De minister concludeert dat het ijkpunt riolering in het Gemeentefonds voor wat betreft het buitengebied moet worden aangepast. Uit de brief begrijp ik dat dit acht jaar kost. Dat is natuurlijk te lang. Het doel is om de meeste investeringen voor 2005 uit te voeren. Kan de minister mij uitleggen waarom dat niet sneller kan? Via de verfijningsregeling is het immers mogelijk het ijkpunt op korte termijn aan te passen.

Wanneer de minister niet bereid is dit ijkpunt eerder aan te passen, vindt de PvdA dat in de tussenliggende periode voor deze gemeenten een oplossing moet worden gevonden. We nodigen de minister dan uit de mogelijkheid van een apart fonds te onderzoeken. Het fonds kan met name gevoed worden uit het Gemeentefonds. Gemeenten die aantoonbaar in het recente verleden veel investeringen hebben gedaan, zouden hierop ook een beroep moeten kunnen doen. Het fonds kan beheerd worden door de VNG of het IPO. Uitgangspunt bij deze aanpak is wel dat het probleem van de extra kosten voor de riolering in het buitengebied is opgelost. Wanneer op weg naar 2005 de kosten van de iba's - ook na grootschalige aanschaf - inderdaad te laag zijn ingeschat, hebben de gemeenten nog steeds een financieel probleem. In dit geval zou de minister moeten bekijken hoeveel geld er extra nodig is, en zo nodig boven op de bestaande bijdrage via de BGM-regeling een rijksbijdrage leveren. Verevening is alleen mogelijk als uiteindelijk het totale bedrag toereikend is.

4. Vervuiler betaalt

De minister concludeert dat rijksbijdrage niet voor de hand ligt omdat er in veel gemeenten nog geen sprake is van kostendekkende rioolrechten. Ik ben het daar niet mee eens.
Kostendekkende rioolrechten komen onvoldoende tegemoet aan het principe "de vervuiler betaalt". Ten eerste wordt volgens Rioned pas in 14% van de gevallen de hoogte van het rioolrecht verbonden aan het waterverbruik. Er is dus in de meeste gevallen noch sprake van "de vervuiler betaalt", noch sprake van "de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen". Ten tweede is maar een gedeelte van de belasting van het riool door een burger te verklaren uit zijn of haar watergebruik. Een groot deel van de belasting van het riool wordt veroorzaakt door de afvoer van regen van het dak en de bestrating rond de woning. De omvang van die belasting hangt veel meer samen met de omvang van de woning. Kortom, als het principe "de vervuiler betaalt" wordt gehanteerd, moeten de rioleringskosten verhaald worden via het rioolrecht gekoppeld aan het waterverbruik en de omzetbelasting vanwege de belasting van het riool met regenwater.

5. Riolering in het buitengebied

In een aantal regio's zijn er problemen bij verdeling van de kosten van de riolering in het buitengebied. Er is soms onenigheid over wanneer een burger een iba mag aanleggen en wanneer hij op het riool moet worden aangesloten. Gemeenten, waterschappen en provincies moeten dit onderling oplossen. We zijn dan ook verheugd over de gezamenlijke brief van de VNG, het IPO en de Unie maar deze brief lost niet alle problemen op. Waar provincie, gemeente en waterschap er onderling niet uitkomen, vindt de PvdA de richtbedragen in de brief om wel of niet tot rioolaansluiting over te gaan prima. De minister zou dit expliciet moeten uitspreken.
De PvdA vindt dat onderscheid zorgplicht voor gemeenten bij riolering en het ontbreken daarvan bij iba's tot niet kosteneffectieve afwegingen en tot ongewenste situaties voor burgers kan leiden. Gemeenten hebben in onze ogen ook een financiële verantwoordelijkheid wanneer gekozen wordt voor een iba. Het is immers vreemd en niet uit te leggen dat de iba geheel voor rekening van de lozer komt en aanleg van riolering niet. Hetzelfde bedrag dat de gemeenten kwijt zijn bij de aanleg van riolering (kosten minus baatbelasting), zouden de gemeenten moeten verschaffen aan de lozer die een iba moet plaatsen. In kwetsbare gebieden dienen waterschappen en provincies een bijdrage te leveren aan de extra kosten.
Een ander voordeel van de zorgplicht voor gemeenten is dat door op grote schaal iba's in te kopen er forse kwantumkortingen te bedingen zijn. Dit maakt op gebiedsniveau betere kosten/batenafweging mogelijk. In niet kwetsbare gebieden wordt in de WVO (Wet verontreiniging oppervlaktewater) voorgeschreven dat de sceptic tank moet worden vergroot. De kosteneffectiviteit hiervan is gering. Door gebiedsgericht aan de slag te gaan, kunnen gemeenten ervoor kiezen om bij de helft van de woningen iba's aan te leggen met een veel hoger milieurendement. En bij de andere woningen niets te doen. Met hetzelfde geld wordt dan een veel groter milieurendement behaald. PvdA vindt dat WVO hierop moet worden aangepast.

Uit cijfers van Rioned blijkt dat er in 2000 pas ruim 300 iba's zijn geplaatst. Dat moeten er zo'n 80.000 worden. Als dit het geval is, moeten de richtbedragen ook aangepast worden. Dan kunnen op grotere schaal iba's worden aangelegd aanleggen met een groter milieurendement. Mochten de kosten van de riolering toch te hoog blijven door de aansluitingen in het buitengebied, dan willen we liever fasering dan versobering van de eisen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie