Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Anders eten vermindert broeikaseffect

Datum nieuwsfeit: 01-12-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Rijksuniversiteit Groningen
Zoek soortgelijke berichten
Rijksuniversiteit Groningen

Anders eten vermindert broeikaseffect

Iets minder vlees en zuivel, veel meer lokaal geteelde groente en één keer per week een vegetarische maaltijd. Als de doorsnee Nederlander zijn consumptiepakket volgens dit recept bijstelt en er bovendien bij de productie van voedingsmiddelen een aantal technische maatregelen wordt doorgevoerd, kan Nederland wat voeding betreft in 2010 aan de Kyoto-doelstellingen voldoen. Dat concludeert de Groningse milieukundige Klaas Jan Kramer in het proefschrift Food Matters waarop hij 1 december 2000 promoveert.

Op de Kyoto conferentie in 1997 is besloten dat de uitstoot van de broeikasgassen kooldioxide (CO2), methaan (CH4) en distikstofoxide (N2O) in 2010 minstens vijf procent minder moet zijn dan die van 1990. Nederland mikt op een reductie van zes procent. Productie en consumptie van voedsel gaan gepaard met energiegebruik en de emissie van stoffen, waaronder broeikasgassen, en dragen dus zowel direct als indirect bij aan het broeikaseffect. Het aandeel is niet gering. Met de huishoudelijke consumptie van voedsel is twintig procent van het huishoudelijke energiegebruik gemoeid. Het consumeren van voedsel is daarmee, stelt promovendus Kramer, een activiteit die bij het bereiken van de Kyoto-doelstelling zeker mee moet tellen.

Sperzieboon

Kramer bewandelde twee wegen om het energiegebruik en de broeikasgas-emissies van de voedselconsumptie vast te stellen. Met een eerste, zeer gedetailleerde analyse-methode loopt hij het energiegebruik en de broeikasgas-emissie van de onderdelen van voedingsmiddelketens nauwkeurig na. Met die methode kan hij de vraag beantwoorden wat bijvoorbeeld een sperzieboon van zaadje tot klaar-op-het-bord in termen van energie en broeikasgas-emissie kost. De tweede, meer globale, methode dient vooral om de gegevens uit die eerste analyse met economische factoren aan het gemiddelde huishouden te verbinden.

Kramer berekende van 125 verschillende voedingsmiddelen de energie- en broeikasgas-intensiteit (dat wil zeggen het energiegebruik en de gas-emissie per gulden). Met behulp van het CBS-budgetonderzoek, waarin huishoudens gevraagd worden naar hun uitgaven aan verschillende categorieën voedingsmiddelen, relateert hij deze aan het gemiddelde huishouden in Nederland. Het blijkt dan dat in 1990 de voedselconsumptie per huishouden zorgde voor een energiegebruik van 47 giga Joule en een emissie van 4,2 ton CO2-equivalenten. Het gaat bij deze cijfers om een totaal, waarin directe en indirecte bijdragen tot en met de afwas zijn verdisconteerd. Een CO2-equivalent is een eenheid waarin ook de broeikaseffecten van CH4 en N2O uitgedrukt kunnen worden.

Uit het onderzoek blijkt ook dat de broeikasgassen CH4 en N2O niet mogen worden verwaarloosd, hoewel zij vaak als minder belangrijk worden beschouwd, omdat de emissies kleiner zijn dan die van CO2 - in de voedingssector. In de veehouderij en in de productie van rijst komt veel CH4 vrij. Bij de productie en toepassing van kunstmest en de toepassing van organische mest wordt N2O uitgestoten.

Alles uit de kast

Kramer deelde vervolgens de levenscyclus van een voedingsmiddel in fasen in. Voordat voedsel op tafel staat, wordt het geproduceerd, verwerkt, bewaard, verpakt, getransporteerd en bereid. Kramer lette er vooral op waar zich in die fasen mogelijkheden voordoen om het broeikaseffect te verminderen. Hij onderscheidt daarbij aan het proces en aan de consument gerelateerde opties. De proces-opties komen vaak overeen met het overheidsbeleid dat onder andere is vastgelegd in het convenant 'Meerjarenafspraak energie' (MJA). Er zijn MJA's voor verschillende sectoren zoals de glastuinbouw of supermarkten.

Proces-opties zullen de grootse besparing moeten opleveren. In het onderzoek wordt er vanuit gegaan dat de Nederlandse voedselconsumptie in de periode van 1990 tot 2010 door een stijging van het aantal huishoudens zal toenemen met 32 procent. Om de reductie van Kyoto in 2010 te halen zal de emissie van broeikasgassen van voedselconsumptie dus niet met zes, maar met 29 procent moeten afnemen (voor de rekenaars: (32%+6%)/132%=29%). Kramer verwacht dat met proces-opties 25 procent besparing haalbaar is. "Maar dan moeten we wel alles uit de kast halen."

Emotionele waarde

Consumenten zelf kunnen een bijdrage leveren, waarmee een besparing van twee tot tien procent mogelijk is. Belangrijk daarbij is een verandering van het voedingspatroon. Tien procent minder vlees (vervangen door groente en niet door kaas), tien procent minder zuivel (vervangen door koffie/thee, fruit en suikerhoudende producten), vijftig procent meer lokaal geproduceerde groente en eenmaal per week vegetarisch eten, maakt de Kyoto-doelstelling haalbaar, berekende Kramer. Als de consument bovendien wat vaker de auto thuis laat staan bij het boodschappen doen, minder gebruik maakt van elektrische keukenapparatuur en niet elektrisch, maar op gas kookt, is een reductie van 32 procent op broeikasgas-emissies mogelijk.

De onderzoeker benadrukt dat de verandering van menu de gezondheid van mensen niet zal aantasten. "Sterker nog, de gezondheid van veel mensen heeft waarschijnlijk baat bij een voedselpakket waarin de dagelijkse consumptie van eiwitten en vetten minder is en de consumptie van koolhydraten groter." Wel kan de emotionele waarde van een maaltijd zakken met minder vlees, minder gezonde zuivel en minder variatie in verse groente. "Maar omdat dit menu ook minder duur is, kan men het geld dat overblijft, uitgeven aan voedsel met hoge emotionele waarde. 's Zomer lekker veel aardbeien, bijvoorbeeld." /JS

Klaas Jan Kramer (Hoogezand-Sappemeer, 1968) studeerde scheikunde in Groningen. Hij verrichtte zijn onderzoek bij het Centrum voor Energie en Milieu IVEM van de RUG. Het onderzoek werd deels gefinancierd door het Nationaal Onderzoek Programma Mondiale Luchtverontreinigingen en Klimaatverandering (NOP-MLK II). Kramers nieuwe werkgever is de Stichting Milieukeur.

Meer informatie over deze promotie

Onderzoek

Promotie

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie