Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Ambtsbericht BUZA Koeweit/Irakezen

Datum nieuwsfeit: 01-12-2000
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

www.minbuza.nl/content.asp?Key=409577




1

2 Inleiding

3 Historische achtergrond

4 Recente ontwikkelingen

5 Wetgeving

6 UNHCR

7 Uitzetting

8 Detentie

9 Terugkeer

10 Documenten
10.1 Reis- en identiteitsdocumenten
10.2 Verblijfsvergunningen

11 Samenvatting
Algemeen ambtsbericht Koeweit/Irakezen december 2000

Literatuurlijst
16


1




2 Inleiding

Dit rapport bevat informatie over de positie van Irakezen in Koeweit en is opgesteld mede met het oog op de beoordeling van asielaanvragen van Irakezen uit Koeweit in Nederland en de eventuele uitzetting van afgewezen Iraakse asielzoekers vanuit Nederland naar Koeweit. Dit algemeen ambtsbericht moet in samenhang met het algemeen ambtsbericht Koeweit/bedouns van 29 november 2000 worden gelezen, waarbij met nadruk wordt gesteld dat het onderscheid tussen Irakezen enerzijds en bedouns van Iraakse afkomst anderzijds in theorie duidelijk bestaat, maar in de fluïde praktijk niet door eenieder wordt gemaakt. Dit onderscheid komt er in essentie op neer dat wanneer de term Irakezen in de ambtsberichten over Koeweit wordt gehanteerd, het gaat om personen die erkennen in beginsel Iraaks staatsburger te zijn, en in tegenstelling tot bedouns geen aanspraak maken op de Koeweitse nationaliteit.

Aan de totstandkoming van dit ambtsbericht liggen in eerste instantie bevindingen ter plaatse ten grondslag. Er is gebruik gemaakt van rapportages van de Nederlandse ambassade, alsmede van documenten van UNHCR, Amnesty International, Human Rights Watch, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en het Internationale Rode Kruis. Ook is gebruik gemaakt van officiële Koeweitse documenten, alsmede van vakliteratuur en berichtgeving in de (Koeweitse) media. Een overzicht van de openbare bronnen is opgenomen in de literatuurlijst.

In de hoofdstukken 2 en 3 wordt een beeld geschetst van de achtergrond van de problematiek van Irakezen in Koeweit. Hoofdstuk 2 gaat met name in op het verleden; hoofstuk 3 behandelt meer actuele ontwikkelingen.

In hoofdstuk 4 komen juridische aspecten aan de orde. De hoofdstukken 5, 6 en 7 behandelen respectievelijk de mate waarin UNHCR zich kan inzetten voor Iraakse vluchtelingen en asielzoekers, het Koeweitse uitzettingsbeleid en het Koeweitse gevangeniswezen.

In hoofdstuk 8 komen relevante documenten aan de orde, waarna wordt afgesloten met een samenvatting in hoofdstuk 9.


3 Historische achtergrond


In de loop der jaren hebben veel Arabieren en andere buitenlanders zich in Koeweit gevestigd. Met de Koeweitse 'oil boom', die zich sinds de jaren vijftig voltrok, groeide het aantal Irakezen en andere buitenlanders verder, zeker nadat voor veel houders van Arabische paspoorten de visumplicht was weggevallen.
Ook gedurende de jaren zeventig en tijdens de Iraaks-Iraanse oorlog kreeg de Koeweitse arbeidsmarkt te maken met een gestage instroom van onder meer Irakezen.
Veel van de Irakezen die zich vestigden in Koeweit waren gekwalificeerde krachten die voor een deel bereid bleken hun Iraakse nationaliteit op te geven om bedoun
te worden, opdat zij in aanmerking konden komen voor toetreding tot Koeweitse overheidsdienst. Anderen namen de status van bedoun aan vanwege de sociale voorzieningen en de economische voordelen.

Halverwege de jaren tachtig was in Koeweit tot op zekere hoogte sprake van binnenlandse onrust en instabiliteit, die onder meer tot uiting kwam in bom- en moordaanslagen. In mei 1985 pleegde een Iraaks lid van de in Koeweit verboden islamitische organisatie Al-Da'wa al-Islamiyya een mislukte aanslag op de emir van Koeweit. Hierop volgde als uitvloeisel van een stringenter veiligheidsbeleid nieuwe wetgeving en een tijdelijke stop op afgifte van inreisvisa en verblijfsvergunningen. Gedurende de Iraaks-Iraanse oorlog was bij de Koeweitse regering zorg ontstaan over de Iraanse invoed op de sji'itische bevolking van Koeweit. In 1985 en 1986 werden bijna 27.000 buitenlanders gedeporteerd, waaronder vele Iraniërs.

In 1989 '... a programme of 'Kuwaitization' was vigorously pursued; the aim was to achieve a majority of Kuwaitis in the population by 2000'. The programme was most successful in the public sector, where 90% of Kuwaiti workers were employed, but the private sector continued to be dominated by expatriates, who formed 60% of the population.'

Ten tijde van de Iraakse invasie in 1990 was er in Koeweit sprake van een aanzienlijke Iraakse gemeenschap, waarvan een aantal leden zich als bedoun beschouwde. Na de bevrijding van Koeweit door de geallieerden in 1991 bleek dat het aantal inwoners van Koeweit aanmerkelijk was teruggelopen. Uitgaande van de resultaten van de '... 1985 census, the population was estimated to be 2,062,275 at mid-1990. It was estimated that in 1991, following the war to end the Iraqi occupation, the population had declined to only 1.2 m, mainly as a result of the departure of a large proportion of the former non-Kuwaiti residents, who had previously formed a majority of the inhabitants.'

Net als Koeweiti's en veel buitenlanders hebben ook veel in Koeweit woonachtige Irakezen Koeweit tijdens de Iraakse bezetting in 1990/1991 verlaten. De dreiging van oorlogsgeweld heeft hierbij ongetwijfeld een rol gespeeld, net als de slechte veiligheidssituatie, voedseltekorten en gebrek aan werk.

Vele Koeweiti's beschouwden alle Irakezen automatisch als medestanders van het regime in Bagdad. Na de bevrijding werden sommige Irakezen beschuldigd van collaboratie met de Iraakse vijand. Een aantal Iraakse inwoners van Koeweit had zich tijdens de bezetting net als de Iraakse bezetters schuldig gemaakt aan ernstige mensenrechtenschendingen. Sommige Irakezen werden na de bevrijding door de autoriteiten opgepakt en vastgezet. Ook werden er Irakezen door de Koeweitse Staatsveiligheidsrechtbank veroordeeld tot gevangenisstraffen. Enige personen zijn onder niet opgehelderde omstandigheden verdwenen. Irakezen in overheidsdienst werden na de Golfoorlog en masse ontslagen. Overigens zijn er ook Irakezen die tijdens de Iraakse bezetting van Koeweit stelling namen tegen de Iraakse bezetter en verzet hebben gepleegd tegen de Iraakse strijdkrachten.

Vrijwel alle Irakezen die vóór de inval van Irak nog de beschikking hadden over een geldige Koeweitse verblijfsvergunning, verloren deze toen de Koeweitse autoriteiten in november 1991 alle vergunningen introkken. Slechts weinigen kwamen in aanmerking voor een nieuwe verblijfsvergunning. Anderen moesten Koeweit verlaten. Een aantal Irakezen werd thuis bezocht door de Koeweitse politie, die op hun vertrek uit Koeweit aandrong. Omdat het onmogelijk was om alle Irakezen in korte tijd het land uit te zetten, verbleven velen nog enkele jaren in Koeweit alvorens hen werd gesommeerd het land te verlaten.

Sinds de Golfoorlog zijn personen met de Iraakse nationaliteit in het algemeen niet langer welkom in Koeweit. In de periode sinds de Golfoorlog heeft de Koeweitse regering haar beleid van nieuwe en strengere vereisten voor werk- en verblijfsvergunningen voor onder meer Irakezen dan ook voortgezet. Sinds de Golfoorlog hebben de Koeweitse autoriteiten afgifte en verlenging van werk- en verblijfsvergunningen aan onder meer Irakezen vertraagd of verhinderd. Ook werd in veel gevallen gezinshereniging niet toegestaan aan Irakezen in Koeweit die hun gezinsleden wilden laten overkomen.

Enige tijd na de Golfoorlog werd het beleid ten opzichte van Irakezen verzacht en werd aan duizenden in Koeweit verblijvende houders van een Iraaks paspoort een verblijfsvergunning verleend. Desondanks beschouwen de Koeweitse autoriteiten veel Irakezen in hun land als een blijvende bron van onveiligheid.

Er is overigens na de Golfoorlog geen sprake meer geweest van vrij personenverkeer tussen Koeweit en Irak. Tot 1995 waren legale grensoverschrijdingen mogelijk voor Irakezen die op basis van vrijwilligheid of met een 'deportation order' naar Irak terugkeerden. Iraakse medewerking aan dergelijke terugkeerregelingen werd in 1995 stopgezet en de grensovergang is sindsdien zo goed als gesloten. Illegale grensoverschrijding komt echter nog steeds voor. Er zijn echter weinig of geen gevallen bekend van Irakezen die recentelijk als vluchteling van Centraal-Irak naar Koeweit zijn uitgeweken.


4 Recente ontwikkelingen


Het aantal Irakezen in Koeweit is in vergelijking met de periode voor de Iraakse invasie zeer klein. Het exacte aantal Irakezen in Koeweit is niet bekend; schattingen van goed geïnformeerde bronnen gaan uit van maximaal 15.000 personen, waarvan de meesten legaal in Koeweit verblijven. Een groot deel van de Irakezen in Koeweit is afkomstig uit Zuid-Irak en van Arabische etniciteit. Ook is er een klein aantal Iraakse Koerden in Koeweit woonachtig.

Hoewel er geen sprake zou zijn van werkelijke druk op de Irakezen om Koeweit te verlaten, voert Koeweit momenteel nog steeds een beleid dat erop is gericht het aantal Irakezen in Koeweit te beperken. Veel Irakezen hebben daarom paspoorten van derde landen aangeschaft om zo eenvoudiger visa, werk- en verblijfsvergunningen te bemachtigen.

Van willekeurige arrestaties, marteling of slechte behandeling van Irakezen op politiebureaus, in detentiecentra en gevangenissen, is, anders dan direct na de Golfoorlog, al lange tijd geen enkele sprake meer. Ook worden Irakezen niet meer vanwege hun Iraakse afkomst lastig gevallen door Koeweiti's, al komen administratieve problemen met overheidsinstanties wel voor. Incidentele discriminatie van Irakezen vindt plaats. Irakezen en hun (Koeweitse) gezinsleden kunnen ook het slachtoffer worden van ambtelijke of burgerlijke pesterijen. Er is echter geen sprake van dat men van overheidszijde ernstige problemen zou ondervinden louter omdat men is getrouwd met een Irakees, of een kind uit een dergelijk huwelijk is.

Net als andere buitenlanders kunnen Irakezen geen aanspraak maken op sociale uitkeringen. Als belangrijk probleem wordt ook vaak het gebrek aan toegang tot de openbare onderwijsfaciliteiten gezien. Irakezen zijn doorgaans aangewezen op duur privé-onderwijs. Wel verlenen UNHCR en lokale ngo's in beperkte mate steun aan Irakezen.

De diplomatieke betrekkingen tussen Koeweit en Irak zijn na de Golfoorlog niet meer hersteld. De Iraakse ambassade in Koeweit is na de Golfoorlog nooit heropend. Voorzover bekend zijn er ook geen Iraakse ngo's of andere Iraakse organisaties in Koeweit actief. Oprichting van een Iraakse organisatie zou onvermijdelijk tot problemen met de autoriteiten leiden.

Irakezen kunnen in beginsel Iraakse documenten
verkrijgen of verlengen bij de Iraakse diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen in Jordanië, de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein. Omdat velen van hen niet beschikken over Iraakse identiteitsdocumenten, en omdat de mannen geen Iraakse militaire documenten kunnen overleggen, is het echter zeer moeilijk om Iraakse paspoorten te bemachtigen.

Veel Irakezen in Koeweit vrezen in Irak problemen te krijgen omdat zij zich niet hebben geregistreerd voor de militaire dienstplicht, zoals dat verplicht was tijdens de Iraaks-Iraanse oorlog. Zij menen bij eventuele terugkeer in Irak als verraders of opponenten van het Iraakse regime te zullen worden beschouwd. Dit laatste geldt mogelijk nog sterker voor Irakezen die tijdens de bezetting van Koeweit in Koeweit woonden en zich nooit hebben aangemeld voor indiensttreding in het (bezettende) Iraakse leger, zoals dat door het Iraaks leiderschap bij decreet was vastgesteld.

Iraakse mannen die in Koeweit verblijven worden niet opgeroepen voor de Iraakse dienstplicht.

Iraakse staatsburgers die na de Golfoorlog een Koeweitse verblijfsvergunning hebben bemachtigd, verklaren veelal te vrezen voor het Iraakse regime in geval van terugkeer naar Irak. De Koeweitse regering heeft dergelijke verblijfsvergunningen alleen afgegeven tegen overlegging van getuigenverklaringen van vijf Koeweitse staatsburgers dat betrokken Irakees gedurende de zeven maanden durende bezetting zich pro-Koeweits heeft opgesteld. Deze procedure is uiteraard ook bekend bij de Iraakse autoriteiten.


5 Wetgeving


De Koeweitse nationale wetgeving voorziet niet in bepalingen die de positie van asielzoekers of vluchtelingen regelen. Er zijn geen asielprocedures waarop Irakezen aanspraak kunnen maken.

Naturalisatie van niet-Koeweiti's is in beginsel beperkt wettelijk mogelijk.

Volgens de Koeweitse nationaliteitswetgeving
hebben personen die zelf of wier voorouders voor 1920 in Koeweit woonachtig waren in beginsel recht op de Koeweitse nationaliteit. Hetzelfde geldt voor kinderen van een Koeweitse vader. Kinderen uit een huwelijk van een Koeweitse man met een Iraakse vrouw verwerven derhalve automatisch het Koeweits staatsburgerschap. Kinderen uit een huwelijk van een Koeweitse vrouw met een Irakees kunnen geen aanspraak maken op het Koeweits staatsburgerschap.

Koeweit heeft een aantal internationale mensenrechtenverdragen getekend, maar is geen partij bij de internationale Overeenkomst inzake Beperking van het Aantal Gevallen van Staatloosheid. Koeweit is evenmin partij bij het Vluchtelingenverdrag, of bij (bilaterale) verdragen over vluchtelingen met landen in het Midden-Oosten. Wel zijn er tussen de Koeweitse regering en UNHCR
besprekingen over toetreding tot het Vluchtelingenverdrag op gang gekomen.

In augustus 1996 heeft Koeweit een overeenkomst
met UNHCR geratificeerd die het UNHCR-mandaat voor de bescherming van vluchtelingen erkent.
Hiermee heeft de staat Koeweit zijn bereidheid aangegeven UNHCR-medewerkers toegang te bieden tot vluchtelingen en personen die volgens het UNHCR-mandaat vallen onder de UNHCR-statuten.


6 UNHCR


In de praktijk verschaft de regering van Koeweit UNHCR volledige toegang tot asielzoekers en vluchtelingen. De Koeweitse regering "... generally allows refugees to stay in the country on a temporary basis, pending the identification of a lasting solution.".
De Koeweitse autoriteiten stellen zich jegens UNHCR coöperatief op. Er staan bij UNHCR-Koeweit, dat zijn activiteiten in Koeweit in 1991 direct na afloop van de Golfoorlog startte, ongeveer 1100 Palestijnse, en meer dan 1400 Iraakse, Somalische, Sudanese en Afghaanse vluchtelingen geregistreerd.

Irakezen in Koeweit kunnen bij UNHCR-Koeweit terecht voor advies, onder meer ten aanzien van problemen op het gebied van verblijfsvergunningen, verlenging van reisdocumenten en toegang tot onderwijs en medische zorg. Daarnaast kan soms financiële steun aan Irakezen worden verleend. UNHCR kan bij (dreiging van) detentie of uitzetting in bepaalde gevallen interveniëren.
UNHCR richt zich op hervestiging van Irakezen buiten Koeweit wanneer lokale oplossingen voor problemen niet haalbaar blijken. UNHCR-Koeweit schenkt speciale aandacht aan vrouwen en kinderen.

UNHCR-Koeweit wordt door het Koeweitse ministerie van Binnenlandse Zaken geïnformeerd over illegale inreis van asielzoekers. Dergelijke als 'infiltranten' betitelde personen worden door de Koeweitse veiligheidsdiensten uitgebreid ondervraagd en kunnen tijdens hun detentie door UNHCR worden bezocht en bijgestaan. UNHCR is met de United Nations Iraq-Kuwait Observation Mission (UNIKOM) overeengekomen dat UNIKOM UNHCR op de hoogte brengt van asielzoekers die de gedemilitariseerde zone tussen Irak en Koeweit passeren.


7 Uitzetting


In Koeweit is het in beginsel mogelijk dat Irakezen net als andere niet-Koeweiti's worden uitgewezen, als zij als een specifiek veiligheidsrisico worden beschouwd. Dit geldt bijvoorbeeld voor hen die zijn veroordeeld door de (in 1995 afgeschafte) Staatsveiligheidsrechtbanken. Ook kunnen Irakezen net als andere buitenlanders worden uitgewezen als zij niet in staat blijken werk- en verblijfsvergunningen te bemachtigen of te verlengen.

Veel deportatiebevelen worden louter administratief afgedaan, zonder dat er een rechtszaak aan ten grondslag ligt. Uitzetting is mede afhankelijk van de documenten waarover men beschikt.

Refoulement van vreemdelingen geschiedt niet indien betrokkenen hebben aangegeven bezwaar te maken tegen terugzending naar hun eigen land, waarmee hen veelal geen andere keuze wordt geboden dan verblijf in Koeweitse detentie. Dit laatste geldt vaak voor de Irakezen die de gedemilitariseerde zone tussen Irak en Koeweit passeren; zij worden immers beschouwd als 'infiltranten' die als 'potentiële agent' van het regime in Bagdad mogelijk staatsgevaarlijk zijn en daarom om redenen van veiligheid in verzekerde bewaring worden gesteld. Van lang verblijf van Irakezen in Koeweitse detentie is vaak sprake als zij hebben aangegeven niet naar Irak te willen terugkeren.

UNHCR kan bij dreiging van uitzetting interveniëren. ICRC heeft de laatste jaren een aantal keren bemiddeld bij vrijwillige terugkeer van Irakezen naar Irak, in de meeste gevallen via Jordanië, en sporadisch ook via de Iraaks-Koeweitse grens.


8 Detentie

De omstandigheden in de Koeweitse gevangenissen worden door onafhankelijke waarnemers als redelijk gekwalificeerd en voldoen aan 'minimum international standards in terms of food, access to basic health care, scheduled family visits, cleanliness, and opportunities for work and exercise'. Wel is sprake van 'overcrowding', maar de regering werkt momenteel aan renovatie van de bestaande faciliteiten, terwijl er ook een nieuwe 'maximum security prison' wordt gebouwd.
Volgens betrouwbare berichten zouden '... some police and members of the security force abuse detainees during interrogation. Reported abuses include blindfolding, verbal threats, stepping on toes, and slaps and blows'. Niet-Koeweiti's worden hiervan eerder het slachtoffer dan Koeweitse staatsburgers.
Het komt voor dat gevangenen in Koeweitse detentiecentra worden geslagen.

De Koeweitse autoriteiten kunnen nog steeds personen interneren die worden verdacht van collaboratie met Irak tijdens de bezetting van 1990/1. Eind 1999 verbleven nog 50 door de voormalige oorlogs- of staatsveiligheidsrechtbanken veroordeelde personen in Koeweitse gevangenissen, waaronder zo'n 30 Irakezen.

Het gevangeniswezen in Koeweit beschikt over de volgende gevangenissen en detentiecentra waar in totaal zo'n 3000 personen zijn ondergebracht:


· Kuwait Central Prison. De faciliteiten van deze grootste gevangenis van Koeweit zijn verouderd en niet berekend op de ongeveer 800 mannelijke gedetineerden die er zijn ondergebracht. Opening van een nieuw gevangenisgebouw in de nabije toekomst is gepland.


· Talha Detention Centre. Dit is een gevangenis met kenmerken van een open strafinrichting die over goede faciliteiten beschikt. Er bevinden zich ongeveer 800 mannelijke gedetineerden. Het betreft personen die zijn veroordeeld in een civiele procedure of voor naar verhouding lichte vergrijpen, of personen die de laatste periode van hun gevangenisstraf uitzitten en spoedig vrij kunnen komen. In de periode van 1992 tot aan de tijdelijke sluiting in 1998 werden vanuit Talha illegale Irakezen uitgezet naar Irak, indien betrokkenen daarmee instemden. Het betrof vaak Irakezen die na een veroordeling wegens collaboratie met de Iraakse bezettingsmacht een gevangenisstraf van doorgaans zo'n vijf jaar hadden uitgezeten. Na een detentieperiode van één tot twee jaar kon men bij goed gedrag worden overgebracht naar Talha, van waaruit later uitzetting kon volgen. Sinds de heropening van deze gevangenis in 1998 is er geen kritiek geweest van mensenrechtengroeperingen over mishandeling van gevangenen.


· Shuwaikh state security facility. Deze gevangenis doet tevens dienst als deportatiecentrum, waar zich mannen bevinden die niet over een verblijfsvergunning beschikken en daarom voor uitzetting in aanmerking komen. Het komt vaak voor dat men wordt vrijgelaten op het moment dat een sponsor zich garant stelt en een verblijfsvergunning wordt verkregen. Dit laatste komt vooral voor in geval van (tijdelijke) detentie. Het aantal personen dat er is gedetineerd in verband met mogelijke uitzetting fluctueert tussen 80 en 200. Het betreft veelal Iraniërs, Srilankanen, Indiërs en Pakistani. Er is één geval bekend van een Irakees die acht jaar in detentie op uitzetting heeft gewacht. Gemiddeld bevinden er zich tien tot twaalf Irakezen.


· Jeugdstrafinrichting. Deze inrichting richt zich voor een belangrijk deel op reclassering. Er bevinden zich zo'n 20 gedetineerden; de staf bestaat uit ongeveer 120 personen.


· Centrale vrouwengevangenis. Hier zijn ongeveer 400 vrouwen gedetineerd. Degenen die voor uitzetting in aanmerking komen bevinden zich in een aparte vleugel; het betreft voor een groot deel vrouwen uit Pakistan, India, Filippijnen, Bangladesh, etc. die hun verblijfsvergunning niet (tijdig) konden verlengen.


· Militaire gevangenis Diwan.


9 Terugkeer


Koeweit neemt in beginsel geen Irakezen of andere vreemdelingen terug die het Koeweitse grondgebied eerder hebben verlaten, als zij niet in het bezit zijn van een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning.

In de praktijk geldt daarnaast dat Irakezen en andere buitenlanders niet opnieuw tot Koeweit worden toegelaten indien zij langer dan zes maanden buiten Koeweit hebben verbleven.
Dit laatste geldt net zozeer voor terugkeer in het kader van gezinshereniging, die in beginsel wel mogelijk is in geval van huwelijk met een Koeweits staatsburger.

In veel gevallen wordt gezinshereniging niet toegestaan aan Irakezen in Koeweit die hun gezinsleden willen laten overkomen. Wel is er de laatste tijd een toename zichtbaar van het aantal Irakezen dat een visum krijgt voor een kort bezoek aan (familieleden in) Koeweit. Veel van dergelijke visa worden afgegeven op de Koeweitse ambassade in Amman.


10 Documenten


10.1 Reis- en identiteitsdocumenten

Een aantal Irakezen verblijft in Koeweit op basis van een al dan niet authentiek Iraaks paspoort of ander reisdocument. Irakezen kunnen in beginsel Iraakse documenten verkrijgen of verlengen bij de Iraakse diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen in Jordanië, de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein.

Omdat velen van hen niet beschikken over Iraakse identiteitsdocumenten, en omdat de mannen geen Iraakse militaire documenten kunnen overleggen, is het echter niet eenvoudig Iraakse paspoorten te bemachtigen.

Een beperkt aantal Irakezen verblijft in Koeweit met westerse (waaronder Nederlandse en Canadese) reisdocumenten (paspoorten, vluchtelingendocumenten, vreemdelingendocumenten).

Dergelijke praktijken komen sinds 1997 echter op veel kleinere schaal voor dan voorheen. In een aantal gevallen wordt betrokkenheid van de desbetreffende autoriteiten of hun diplomatieke vertegenwoordigingen in het buitenland vermoed. Vaak bleken documenten in de landen van oorsprong als vermist of gestolen geregistreerd te staan. Ook circuleren in beperkte mate volledig vervalste reisdocumenten. Westerse ambassades in Koeweit stuitten een enkele keer op reisdocumenten van fictieve landen. Sommige paspoorten worden via het internet aangeboden.

10.2 Verblijfsvergunningen


Irakezen dienen, net als andere houders van buitenlandse reisdocumenten voor verblijf in Koeweit, te beschikken over een geldige verblijfsvergunning. Deze 'residence permits'
kunnen in beginsel alleen worden verstrekt indien men over een geaccepteerde (veelal Koeweitse) 'sponsor' beschikt. De geldigheid van verblijfsvergunningen varieert; de maximum verblijfsduur bedraagt vijf jaar. Voor Irakezen lijkt in beginsel te gelden dat verlenging ieder jaar noodzakelijk is. Het komt voor dat leden van hetzelfde gezin verblijfsvergunningen met verschillende perioden van verblijfsduur krijgen toegewezen. Criteria voor verkrijging en verlenging van verblijfsvergunningen liggen naar het zich laat aanzien niet vast.

Naast het verplichte sponsorship dient men medische verklaringen te overleggen. Ook een bewijs van ziektenkostenverzekering wordt verlangd.

In sommige gevallen plaatsen de Koeweitse autoriteiten in buitenlandse documenten een blokstempel met de tekst: 'Absence Exceeding Six Months Out of Kuwait Shall Nullify The Residence Permit.'
Dit stempel wordt vaak naast het stempel van de verblijfvergunning geplaatst.

Naast de verblijfsvergunning bestaan een hieraan gekoppelde werkvergunning en verschillende soorten visa. Volgens goed ingelichte bronnen is het mogelijk visa en vergunningen te verwerven door Koeweitse staatsburgers te betalen voor hun garantstelling en sponsoring. In een aantal gevallen blijken oplichters verblijfs- en werkvergunningen toe te zeggen in ruil voor grote geldbedragen.


11 Samenvatting


In de loop der jaren hebben zich vele Irakezen in Koeweit gevestigd. Sinds de Golfoorlog is het aantal Irakezen in Koeweit echter aanzienlijk kleiner dan voorheen. Momenteel zouden - afgezien van een groot aantal bedouns van Iraakse afkomst - naar schatting zo'n 15.000 Irakezen in Koeweit verblijven. Zij kunnen wel eens het slachtoffer worden van pesterijen of incidentele discriminatie.

Voor Irakezen gelden geen bijzondere criteria met betrekking tot visa, verblijfsvergunningen e.d. Niettemin handhaaft Koeweit nog steeds een beleid dat erop is gericht het aantal Irakezen in Koeweit te beperken. Er geldt een aantal beperkingen voor terugkeer naar Koeweit van Irakezen die daar eerder verblijf hebben gehad.

Sommige Irakezen in Koeweit kunnen zonder problemen over Iraakse paspoorten en andere documenten beschikken; anderen hebben geen contacten met de Iraakse autoriteiten en stellen te vrezen voor het Iraakse regime in geval van hun eventuele terugkeer naar Irak, bijvoorbeeld omdat zij volgens Bagdad tijdens en na de Iraakse bezetting van Koeweit als Iraakse staatsburgers een te weinig pro-Iraakse houding zouden hebben ingenomen.

De Koeweitse nationale wetgeving voorziet niet in bepalingen die de positie van asielzoekers of vluchtelingen regelen. Er zijn geen procedures voor asielaanvragen waarop Irakezen aanspraak kunnen maken. Naturalisatie tot Koeweits staatsburger is in beperkte mate mogelijk. UNHCR kan enige steun verlenen aan onder meer Iraakse asielzoekers en vluchtelingen. Zo kan UNHCR bij dreiging van uitzetting interveniëren. Refoulement naar Irak tegen de wil van betrokkenen vindt niet plaats vanuit Koeweit.

Literatuurlijst

Naast de in de inleiding genoemde bronnen is gebruik gemaakt van de volgende bronnen en publicaties:

Amnesty International, Annual Report 2000 - Kuwait, website

Arab Times (Koeweits dagblad)

Associated Press

BBC News, website

CIA, The World Factbook 1999 - Kuwait, website, homepage

The Economist Intelligence Unit, Country Profile Kuwait (Londen, mei 2000)

Elsevier bedrijfsinformatie, Nationaliteitswetgeving Koeweit, aanvulling 224 (april 2000)

Europa Publications Limited, The Middle East and North Africa 1999, 44e editie (Londen, 2000)

Gulf States Newsletter (website)

ICRC Annual Report Kuwait (Genève, 1998)

Kuwait Times (Koeweits dagblad)

Ministerie van Buitenlandse Zaken, algemeen ambtsbericht Koeweit/bedouns, 29 november 2000

Takkenberg, Lex, The Status of Palestinian Refugees in International Law, Clarendon Press (Oxford, 1998)

UNHCR, Country Fact Sheet UNHCR Kuwait operations (13 mei 2000)

UNHCR Country Profiles - Kuwait, (Genève, september 1999)

UNHCR, Programme for Iraqi Refugees (Genève, december 1999)

USCR, Country Report, Kuwait, website, homepage Worldwide Refugee Information

U.S. State Department, 1999 Country Reports on Human Rights Practices: Kuwait (Washington, 25 februari 2000)

Vertaling uit het Arabisch in het Engels van de Koeweitse nationaliteitswet, amiri decreet no. 15/1959 met amendementen: amiri decreet no. 2/1960 en wetten no. 21/1965 en no. 70/1966


1 Zo waren Palestijnse houders van bijvoorbeeld Jordaanse paspoorten niet meer visumplichtig voor Koeweit nadat eind vijftiger jaren een bilateraal verdrag tussen Koeweit en Jordanië was gesloten waarin werd vastgelegd dat de visumplicht werd opgeheven.


2 The Status of Palestinian Refugees in International Law, L. Takkenberg, Oxford, 1998.


3 Zie Algemeen ambtsbericht Koeweit/bedouns, Ministerie van Buitenlandse Zaken, Den Haag, 29 november 2000.


4 Voor het in de algemene ambtsberichten over Koeweit gehanteerde onderscheid tussen bedouns en Irakezen zie hoofdstuk 1.


5 Zie de algemene ambtsberichten over Centraal-Irak, laatstelijk dat van 18 juli 2000.


6 The Middle East and North Africa 1999, 44e editie, Europa Publications Limited, Londen, 2000, p. 705.


7 The Middle East and North Africa 1999, 44e editie, Europa Publications Limited, Londen, 2000, p. 705.


8 The Middle East and North Africa 1999, 44e editie, Europa Publications Limited, Londen, 2000, p. 702.


9 Om een nieuwe verblijfsvergunning te kunnen krijgen diende men in het bezit te zijn van een 'verklaring van geen bezwaar' (clearance) van de Koeweitse autoriteiten. Een dergelijke verklaring werd slechts afgegeven indien men afdoende kon aantonen dat men in de Golfoorlog niet de zijde van de Iraakse bezetter had gekozen. Als bewijs moesten verklaringen van Koeweitse onderdanen ('residency sponsors') worden overgelegd die het verhaal van de aanvrager bevestigden en de aanvraag voor een verblijfsvergunning ondersteunden.


10 Hetzelfde gold voor onder meer Jordaniërs en Jemenieten.

11 Dit laatste geldt ook met betrekking tot Palestijnen en staatsburgers van Jemen, Soedan en Jordanië, ondanks dat deze (ten tijde van de Golfoorlog pro-Iraakse) landen zich inmiddels lijken te hebben verzoend met Koeweit.


12 Zie ook hoofdstuk 2.



13 1999 Country Reports on Human Rights Practices: Kuwait, U.S. State Department, Washington, 25 februari 2000.


14 Zie ook hoofdstuk 9.


15 Zie ook hoofdstuk 9.


16 Zie ook voetnoot 9.


17 Counry Report: Kuwait, USCR Worldwide Refugee Information, VS, 2000.

18 Zie algemeen ambtsbericht Koeweit/bedouns, Ministerie van Buitenlandse Zaken, Den Haag, 29 november 2000.


19 Voor een volledige en juiste beoordeling van de nationaliteitswetgeving dient correctheidshalve te worden verwezen naar de integrale tekst van deze wetgeving. Zie tevens algemeen ambtsbericht Koeweit/bedouns, Ministerie van Buitenlandse Zaken, Den Haag, 29 november 2000.


20 Besluit nr. 15/1959 inzake de Koeweitse nationaliteit, laatstelijk gewijzigd op 2 augustus 1987, zoals opgenomen in: Nationaliteitswetgeving, onder redactie van F. Zilverentant, Elsevier bedrijfsinformatie, Den Haag, bijgewerkt tot april 2000.


21 Besluit nr. 15/1959 inzake de Koeweitse nationaliteit, artikel 1.

22 Ibidem, artikel 2.


23 Zie ook hoofdstuk 5.


24 Een zgn. Cooperation and Office Agreement.

25 Counry Report: Kuwait, USCR Worldwide Refugee Information, VS, 2000; UNHCR Country Profiles - Kuwait, Genève, september 1999.


26 UNHCR'S programme for Iraqi refugees, UNHCR, Genève, december 1999.

27 UNHCR Country Profiles - Kuwait, UNHCR, Genève, september 1999.

28 Zie ook hoofdstuk 6.


29 1999 Country Reports on Human Rights Practices: Kuwait, U.S. State Department, Washington, 25 februari 2000, p. 3.


30 1999 Country Reports on Human Rights Practices: Kuwait, U.S. State Department, Washington, 25 februari 2000, p. 3.


31 1999 Country Reports on Human Rights Practices: Kuwait, U.S. State Department, Washington, 25 februari 2000, p. 1.


32 1999 Country Reports on Human Rights Practices: Kuwait, U.S. State Department, Washington, 25 februari 2000, p. 2.


33 1999 Country Reports on Human Rights Practices: Kuwait, U.S. State Department, Washington, 25 februari 2000, p. 2.


34 1999 Country Reports on Human Rights Practices: Kuwait, U.S. State Department, Washington, 25 februari 2000, p. 3.


35 Zie ook paragraaf 9.2.


36 Hiertoe kan een speciaal stempel in het reisdocument worden geplaatst; zie paragraaf 9.2.


37 Zie ook hoofdstuk 3.


38 In het Arabisch wordt de term 'iqama' gehanteerd.

39 In het stempel staat ook een dergelijke tekst in het Arabisch.
===

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie