Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoorden op kamervragen over Zwartboek Borstvoeding

Datum nieuwsfeit: 01-12-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Kamervragen van Kant over borstvoeding

De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

DBO-K-U-2127322

1 december 2000

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen, gesteld door het lid van uw Kamer Kant (SP) over borstvoeding (2000102170).

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Antwoorden op kamervragen van Kant over borstvoeding.

1.
Wat is uw reactie op het zwartboek van de stichting Zorg voor Borstvoeding en Unicef Nederland waaruit blijkt dat artsen, kraamverzorgenden, verpleegkundigen en verloskundigen geregeld blunderen bij de begeleiding van moeders die borstvoeding geven en hierbij regelmatig handelen in strijd met de richtlijnen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg in het bulletin uit 1999 over de voeding van zuigelingen en peuters?

1.
De begeleiding van moeders die borstvoeding geven door artsen, kraamverzorgenden verpleegkundigen en verloskundigen is inderdaad nog niet optimaal. De voorbeelden die in het zwartboek worden beschreven illustreren dit. Om de situatie te verbeteren heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg in 1999 een bulletin uitgegeven over de voeding van zuigelingen en peuters: "Uitgangspunten voor de voedingsadvisering voor kinderen van 0-4 jaar bestemd voor de hulpverleners in de gezondheidszorg". Hierin wordt expliciet gesteld dat borstvoeding de beste voeding is voor zuigelingen en dat zorgverleners een bijzondere verantwoordelijkheid hebben bij het bevorderen en ondersteunen daarvan. Eveneens wordt in het bulletin gesteld dat instellingen voor de gezondheidszorg zorg behoren te dragen voor een goed borstvoedingsbeleid en dat ze zich niet moeten laten gebruiken als verspreidingskanaal voor reclame voor zuigelingenvoeding. Overigens geeft het zwartboek een beeld van de ervaringen van slechts een klein aantal moeders, die hiertoe via internet uitgenodigd waren. Het zwartboek is dus geen schets van de situatie in Nederland in zijn algemeenheid.

2.
Wat is uw mening over het feit dat na drie maanden nog slechts 21% van de Nederlandse vrouwen borstvoeding geeft tegen 92% van de Noorse vrouwen? Kunt u grofweg deze verschillen verklaren?

2.
Het is bekend dat in Nederland het aantal vrouwen dat na 3 maanden nog borstvoeding geeft laag is. Uit oogpunt van preventieve gezondheidszorg is dat ongewenst. Met het Voedingscentrum is afgesproken dat het zich nadrukkelijker zal gaan richten op het stimuleren van het geven van borstvoeding; dit in samenwerking met de professionele hulpverleners en de vrijwilligersorganisaties. Voor de uitvoering van deze activiteiten zijn extra financiën aan het Voedingscentrum ter beschikking gesteld. Er zijn een aantal redenen aan te wijzen die het verschil in het geven van borstvoeding tussen Nederland en Noorwegen verklaren. Het belang van borstvoeding is in Noorwegen eerder onderkend dan in Nederland en ook eerder als prioritair gebied aangewezen. Daarnaast zijn er grote verschillen tussen de twee landen in traditie, cultuur en gezondheidszorgsysteem, e.d.

3.
Wat is uw mening over het tekortschieten van studieboeken en opleidingen inzake borstvoeding zoals is onderzocht door de stichting Zorg voor Borstvoeding aan de hand van criteria van de WHO?

3.
Uit het onderzoek van de Stichting Zorg voor borstvoeding blijkt inderdaad dat met name de curricula van de opleidingen voor artsen en verpleegkundigen vaak te kort schieten inzake informatie over borstvoeding. Ik zal mijn collega van OC&W hier op attenderen.

4.
Is het u bekend dat bij 38% van de opleidingsinstellingen studenten reclamefolders van de babyvoedingsindustrie krijgen en dat in 24% ook gastsprekers van deze bedrijven worden uitgenodigd?

4.
Op zich is het gewenst dat studenten op de hoogte zijn van babyvoeding in al haar facetten en dus ook informatie krijgen over producten van de babyvoeding industrie. Uiteraard dient deze informatie wel in het juiste perspectief geplaatst te worden. Een "neutrale" behandeling van het onderwerp babyvoeding zou hiervoor geëigend zijn en niet een bespreking door gastsprekers van bedrijven die flesvoeding produceren. Het is de verantwoordelijkheid van de instellingen om daarop toe te zien.

5.
Vindt u die beïnvloeding door de industrie gewenst zeker gezien de lage score van onderwijsmateriaal inzake borstvoeding? Zo nee, wat gaat u hieraan doen?

5.
Zie mijn antwoord op vraag 4. Ook de Warenwetregeling Zuigelingenvoeding en de Internationale Gedragscode voor het op de markt brengen van vervangingsmiddelen voor moedermelk van de WHO laat beïnvloeding van b.v. lesmateriaal e.d. door de industrie niet toe.

6.
Onderschrijft u het wereldwijde actieplan dat in 1990 werd opgesteld om het Verdrag over de rechten van het Kind te implementeren waarin onder meer staat dat alle vrouwen in staat gesteld moeten worden hun kinderen ongeveer zes maanden borstvoeding te geven en dat vrouwen hiervoor kennis, begeleiding, advies en ondersteuning nodig hebben? Zo ja, welke maatregelen gaat u concreet nemen?

6.
Ja, Nederland heeft het Verdrag over de rechten van het Kind geratificeerd. Zoals in het antwoord op vraag 2 is aangegeven, is de stimulering van borstvoeding een van de beleidsprioriteiten.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie