Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief SP Utrecht inzake nevenfuncties gemeente-ambtenaren

Datum nieuwsfeit: 03-12-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Socialistische Partij afdeling Utrecht

Aan de leden van de raad van de gemeente Utrecht

Utrecht, 3 december 2000
Betreft: nevenfuncties ambtenaren, voorstel onderzoek door gemeenteraad

Geachte leden van de raad,

Namens de SP-fractie vraag ik uw aandacht voor het volgende.

In het Utrechts Nieuwsblad van zaterdag 2 december jl. wordt melding gemaakt van de nevenwerkzaamheden van twee ambtenaren van de gemeente Utrecht. Deze nevenactivi-teiten zijn naar mijn mening strijdig met art. 15:19 van de Arbeidsvoor-waardenrege-ling van de gemeente Utrecht, handelende over neven-werkzaamheden.
Het artikel luidt als volgt:

1. De ambtenaar is verplicht de nevenwerkzaamheden die hij verricht of van plan is gaan te verrichten, die de belangen van de dienst kunnen raken, te melden.

2. Burgemeester en Wethouders kunnen het verrichten van nevenwerkzaamheden verbieden, als door het verrichten van die nevenwerkzaamheden de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voorzover deze in verband staan met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
3. De nevenwerkzaamheden in het eerste lid worden geregistreerd.
Uit eigen onderzoek was de SP-fractie al in 1997 tot de conclusie gekomen dat de nevenwerkzaamheden van voornoemde ambtenaren waarschijnlijk in strijd waren met de Arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente en het Ambtenarenreglement. Vanwege het vertrouwelijke aspect van de zaak heeft de SP haar vermoeden in 1997 dan ook gemeld bij de Vertrouwenscommissie. Enkele maanden later vernamen wij dat de zaak bij de gemeente bekend was, dat er onderzoek was verricht en dat er geen reden was om maatregelen te nemen. Die reactie heeft ons toen zeer verbaasd.

Begin 2000 bereikte ons opnieuw informatie dat de betrokken ambtenaren handelden in onroerend goed. De bewijzen daarvoor hebben wij toen opnieuw bij de Vertrou-wenscommissie gemeld. Wederom kregen wij te horen dat de zaak bekend was bij het hoofd van de afdeling waar de betrokken ambtenaren werkzaam waren en dat er geen reden was om op te treden.

Omdat wij echter over voldoende duidelijke bewijzen beschikten dat de ambtenaren in kwestie op aanzienlijke schaal handelden in onroerend goed en wij het zeer waar-schijnlijk achten dat de ambtenaren daarmee in strijd met de Arbeidsvoorwaarden-re-ge-ling handelden, hebben wij onze informatie beschikbaar gesteld aan het Utrechts Nieuwsblad. Waar het onderzoek van het UN vervolgens toe geleid heeft, is in het UN van 2 december jl. te lezen.

In dat verband vraag ik ook uw aandacht voor de antwoorden van B & W van 8 november jl. op onze schrifte-lijke vragen over nevenfuncties van ambtenaren en de controle erop (2000, nr. 43). In de antwoorden zegt het college dat "bij sommige diensten naar nevenfuncties wordt gevraagd bij indiensttreding, dat bij andere diensten het personeel de werk-zaamhe-den meldt bij de leidinggevende of toestemming wordt gevraagd bij het diensthoofd". Verder melden B & W niet te weten hoeveel ambtenaren nevenfuncties hebben aange-meld en dat bij de meeste diensten geen lijst wordt bijgehouden. Op de vraag onzerzijds hoe vaak er bij de bekende nevenfuncties sprake is van neveninkomsten antwoordt het college dat niet te weten en op de vraag of de gemeente actief onderzoek doet naar het bestaan van nevenfuncties, luidt het antwoord simpelweg ontkennend. Van belang is tenslotte het antwoord van B & W dat als grondregel geldt dat integriteit van overheidsbestuurders te allen tijde boven elke twijfel verheven moet zijn.

Met die grondregel stemmen wij volledig in. Tegelijk stellen wij vast dat B & W geen zicht hebben op de nevenwerkzaamheden en de nevenfuncties van ambtena-ren en derhalve geen inzicht hebben op de mogelijke onverenigbaarheid van deze nevenwerkzaamheden met de ambtelijke functies. Evenmin hebben B & W weet van de mogelijke gevolgen van deze nevenwerkzaamheden voor het aanzien en de positie van de gemeente als zodanig. De SP vindt dit een onverantwoorde opstelling van het college.

Gelet op het voorgaande zijn wij van mening dat een grondig onderzoek door de raad zelf in deze noodzake-lijk is. Dat onderzoek zal naar onze opvatting onder meer betrekking moeten hebben op de volgende vragen:


1. Wat is de omvang van de nevenwerk-zaam-heden van de genoemde ambtenaren geweest?

2. Welke gevolgen hebben deze werkzaamheden voor zowel de gemeente zelf als voor het aanzien en de positie van de gemeente?
3. Hoe is het mogelijk dat tot twee keer toe een melding van de SP aan de Vertrouwenscommissie niet serieus is onderzocht?
4. Waarom heeft het door VROM en de gemeente in 1997 uitgevoerde onderzoek niet aan het licht gebracht wat de journalisten van het UN in korte tijd wel boven tafel hebben gebracht?

5. Welke andere ambtenaren hebben kennis gehad van en zijn direct dan wel indirect betrokken geweest bij de nevenwerkzaamheden van de ambtenaren in kwestie?

6. Waarom heeft burgemeester I. Opstelten destijds in 1997 het onderzoek niet verder doorgezet?

7. Hebben de betrokken ambtenaren hun nevenwerkzaamheden m.b.t. de handel in onroerend goed bij hun dienst-hoofd gemeld?
8. Zo ja, hoe heeft deze daarop gereageerd?
9. Heeft het betrokken diensthoofd het college van B & W hierover geïnformeerd?

10. Indien de ambtenaren in kwestie hun nevenwerkzaamheden niet hebben gemeld, is er dan sprake geweest van overtreding van de Arbeidsvoorwaardenrege-ling en het Ambtenarenreglement?
11. Welke consequenties moeten er verbonden worden aan een dergelijke overtre-ding?

12. Dient binnen de gemeente de melding van nevenwerkzaamheden door ambtena-ren in het algemeen verbeterd te worden en zo ja, hoe?
13. Dient er bijzondere aandacht te komen voor functies, die het risico van belan-genverstrengeling met zich brengen?
14. Dient er een aparte regeling te komen om het handelen met voorkennis te voorkomen?

15. Dient er extra toezicht te komen op het verlenen van splitsingsvergunningen op de afdeling Bouwbeheer?
16. Is het toelaatbaar dat ambtenaren die op grond van hun ambtelijke functie beschikken over relevante informatie op de onroerendgoed-markt, direct of indirect betrokken zijn bij de particuliere handel in onroerend goed?

Graag zie ik uw reactie hierop tegemoet.

Natuurlijk ben ik altijd bereid ons standpunt terzake nader toe te lichten en te onderbouwen.

Tenslotte kan ik u melden dat de SP in verband met mogelijk strafbare feiten in deze kwestie het Openbaar Ministerie zal verzoeken een strafrechtelijk onderzoek
in te stellen.

Een afschrift van deze brief zend ik aan het college van Burgemeester en Wethou-ders.

Met vriendelijke groet,

R.F. Ruers


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie