Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage PvdA overleg evaluatiewet bestuursrecht

Datum nieuwsfeit: 04-12-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Den Haag, 4 december 2000

BIJDRAGE VAN USMAN SANTI (PVDA) AAN HET WETGEVINGSOVERLEG OVER DE EERSTE EVALUATIEWET ALGEMENE WET BESTUURSRECHT (ABW), VOORBEREIDINGSPROCEDURE AWB EN BESTUURLIJKE VOORPROCEDURE AWB (resp. 26 523, 27 023 en 27 024)

Eerste Evaluatiewet Awb

Dit voorstel bevat relatief kleine technische wijzingen een aanvullingen. Wetsvoorstellen als deze zouden na een gedegen schriftelijke voorbereiding een hamerstuk moeten zijn. Helaas moet worden opgemerkt dat er bezwaren leven in mijn fractie tegen het meer afhoudende dan inhoudelijke karakter van de schriftelijke beantwoording in twee termijnen.

Bij de evaluatie was tijdigheid één van de kritiekpunten. Dat betekent om te beginnen dat de wet concrete termijnen moet bevatten, maar ook dat maatregelen genomen moeten worden om de tijdigheid na te leven (betrouwbaar openbaar bestuur). Zie debat juridisering 6 september jl. en het algemeen overleg over termijnen van twee weken geleden.

De verhoging van de griffierechten sluit aan bij eerder aangenomen wetgeving. Reeds eerder is de minister geadviseerd om te onderzoeken in hoeverre de hoogte van de griffierechten drempelverhogend werkt (rapport 'Toepassing en effecten van de Awb 1994-1996' van de commissie Evaluatie Awb). Dat onderzoek heeft bij mijn weten nog steeds niet plaatsgevonden. Mijn fractie dringt erop aan dat dit nu wel op korte termijn gaat gebeuren. Gaarne antwoord van de minister.

Uniforme openbare voorbereidingsprocedure

Dit voorstel heeft van de zijde van mijn fractie in de schriftelijke voorbereiding geleid tot een positieve relatie.

De combinatie van twee voorbereidingsprocedures naar één is absoluut een verrijking. Dit bevordert de duidelijkheid en komt de lengte van de procedures ten goede (althans, zes maanden is wel wat lang voor bij voorbeeld een kapvergunning). De bezwaarprocedure blijft alleen van toepassing op de zogenaamde 'normale gevallen', te weten hoofdstuk 4 Awb-gevallen.

Het schrappen van de bezwaarprocedure na een lange voorbereidingsprocedure is alleszins redelijk ervan uitgaande dat het betreffende overheidsorgaan een open openstelling hanteert bij de verwerking van de vele zienswijzen.

Het hanteren van het systeem van een ontwerpbeschikking kan zeer wel de flexibiliteit ten goede komen in die zin dat de kans wordt geboden om alle zienswijzen mee te wegen.

Vraag blijft of dit wetsontwerp zal leiden tot minder besluiten en de daarmee samenhangende formulieren en gegevensstroom. Ook het effect op dejuridisering zal niet per se voordeling uitpakken. De zeefwerking van de bezwaarprocedure komt te vervallen. De kans is groot dat dit leidt tot een grotere toestroom bij de Rechtbanken. Tot aan de rechtbank hebben belanghebbende en 'klager' nog geen 'onafhankelijk orgaan' gezien. Graag commentaar van de minister.

In de schriftelijke voorbereiding wordt mededeling gedaan over het indienen van de aanpassingswet aan het eind van dit jaar. Gaat dit nog gebeuren? Wat zijn de consequenties bij vertraging daarvan?

Art. 3:10 lid 1

In hoeverre hebben de overheidsorganen nog de vrijheid om te bepalen welke procedure bij welke gevallen wordt gehanteerd (dit is mede van belang bij het WO kosten bestuurlijke voorprocedure)?

Art. 3:11 lid 2

Hoe wordt omgegaan met privacygevoelige gegevens? Is de Wet openbaarheid bestuur (WOB) op dit punt sluitend (zelfs bonnetjes van ministers zijn niet meer veilig)?

Art. 3:13

Dank voor het antwoord op de vraag van mijn fractie over per e-mail berichten in de procedure. Vol verwachting zien wij uit naar Wetsvoorstel elektronisch verkeer.

Art. 3:15

Bij fictieve weigering is beroep mogelijk.

In het algemeen overleg over termijnen met ambtgenoot van BZK is gesproken over sancties bij benadeling. Ik heb verwezen naar vergoeding van rente in fiscale zaken, zoals dat geregeld is in de Invorderingswet.

Art. 3:18

Voor mijn fractie is het nog niet duidelijk wat voor termijnen er gelden als geen zienswijzen worden ingediend. Is er dan een verplichting voor het bestuursorgaan om kort na de termijn van terinzagelegging een besluit te nemen? Waarom zou het bestuursorgaan zes maanden mogen wachten?

Art. 4:10

Schrapping akkoord.

Kosten voorprocedure

Dit wetsontwerp heeft tot heel wat verhitte reactie geleid van zowel juristen als niet juristen. Hierbij verwijs ik naar reacties in het NJB van Hartlief (jrg 2000, p. 921 e.v.) en Leenders (jrg 2000, p. 760 e.v.). Voorts kan worden verwezen naar de commentaren van Forum te Utrecht en van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs. De kritiek is niet mals. Hartlief zegt: "De overheid kan niet tegen haar verlies, zorgt goed voor zichzelf en let zelf op de kleintjes" (p. 927).

Is het niet vreemd dat juist de overheid de mogelijkheden van vergoeding van kosten van bestuurlijke voorprocedure beperkt en daarmee wel de burger benadeelt? Is dit niet een inbreuk op de waarborgen op rechtsbescherming van de burger?

De regering maakt in de memorie van toelichting (MvT) duidelijk waarvoor zij kiest. Er is gezien de onduidelijkheid in de jurisprudentie aanleiding om tot een wettelijke regeling te komen. Tot zover is de regering nog goed te volgen. Er wordt vervolgens aansluiting gezocht bij de jurisprudentie van de bestuursrechter: voorgesteld wordt vergoeding indien het besluit onrechtmatig is en het bestuursorgaan in ernstige mate onzorgvuldig heeft gehandeld. Daarna volgt de nadere motivering in de MvT: "Een verdergaande aansprakelijkheid van bestuursorganen voor de kosten van de bestuurlijke voorprocedure zou tot een ongewenste juridisering van deze voorprocedure leiden". Wat bedoelt de minister hiermee? Bedoelt hij, dat de overheid de burger moet laten zitten met de door hem gemaakte kosten, al zijn er fouten gemaakt door het bestuursorgaan met het doel juridisering tegen te gaan. Is dit nog wel uit te leggen. Past dit in het beeld van de betrouwbare overheid? Hoe is dit te rijmen met de van toepassing zijnde regelgeving en jurisprudentie op het terrein van het civiele recht en het strafrecht? In zowel het civiele recht als het strafrecht is in beginsel sprake van recht op vergoeding van kosten, indien er fouten zijn gemaakt van de zijde van de overheid. In dit wetsontwerp heeft het er alle schijn van dat slechts bij hoge uitzondering schade wordt vergoed. Regel is derhalve: 'Geen schade, tenzij....'

In de MvT, pag. 3, 4 worden beschouwingen gewijd aan het karakter van de bezwaarschriftprocedure. Het is niet alleen een vorm van rechtsbescherming maar ook een vorm van verlengde besluitvorming. Is dat nu werkelijk een reden om de burger om de burger met zijn schade te laten zitten? Bovendien als de burger geen bezwaar maakt gaat de overheid dan vrijwillig het besluit intrekken of wijzigen?

Tenslotte mag de vraag worden gesteld of de door de regering genoemde verruiming (tot vergoeding van kosten bij een onrechtmatig besluit) wel zal leiden tot verdere juridisering van de voorprocedure. Is dit gebaseerd op onderzoek?

Ik verwijs ten overvloede nog naar het debat in de Kamer over juridisering op 6 september jl. Toen is nadrukkelijk gesproken over de kwaliteit van de juridische diensten van lokale overheden. De minister van BZK heeft toen gesteld dat er nu en in de toekomst veel zal worden geïnvesteerd. De verwachting zal vervolgens zijn dat wanneer de kwaliteit van de besluitvorming beter is dit ook de juridisering tegen zal zijn.

De conclusie van mijn fractie is duidelijk: mijn fractie kan zich niet vinden in dit wetsvoorstel als het gaat om de beperking van vergoeding van kosten in de bestuurlijke voorprocedure.

Artikelen 7:15 en 7:28

Gezien de eerdere beschouwingen zal het de minister niet verbazen dat mijn fractie niet akkoord gaat met de beperkende formuleringen aangaande de vergoeding van de schade. Naar de mening van mijn fractie dienen de kosten te worden vergoed indien sprake is van onrechtmatig handelen van de overheid, welke haar kan worden toegerekend. Wij gaan niet akkoord met de formulering "ernstig onzorgvuldig handelen en in strijd met het recht".

Wel kan mijn fractie zich vinden in een forfaitaire vergoeding zoals is verwoord in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Ik merk daarbij wel op dat het mogelijk is om in bepaalde gevallen af te wijken van een forfaitaire regeling. Het zal daarbij gaan om kosten die in redelijkheid worden gemaakt en dat het ook redelijk is die kosten te maken.

Amendement

Voor mijn fractie is het van belang dat de burger op de hoogte is van de mogelijkheid om kosten te vorderen, temeer hij op het moment dat er besloten is door bestuursorgaan of rechter de mogelijkheid daartoe ontnomen wordt. Zie daarom het door mij ingediende amendement.

8:75 lid 2

Waarom betalen aan griffiers en niet aan gemachtigde-advocaat, die op grond van de toevoeging hiervan mededeling moet doen waardoor verrekening geschiedt bij de eindafrekening met de Raad voor Rechtsbijstand?

Exclusieve bevoegdheid bestuursrechter

Antwoord op vragen over vragen grondwetmatigheid en strijd met verdragen is duidelijk, doch overtuigd niet. Vraag blijft of de burger voor andere schade nog naar de burgerlijke rechter kan. Als dat zo is, schiet dit wetsontwerp haar doel voorbij.

Overgangsbepaling

In het kader van wetgevingsoverleg is het goed als de minister nog eenmaal uitlegt dat oude gevallen onder oud regiem blijven.

Laatste vraag

Samenhang met wetsontwerp uniforme voorbereidingsprocedure?

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie