Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Standount Nederland over EBD-lening aan Oekraine

Datum nieuwsfeit: 04-12-2000
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

www.minbuza.nl\content.asp?Key=404734



Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Binnenhof 4 DEN HAAG Directie Economische Samenwerking Afdeling Energie, Technologie en Onderzoek Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag

Datum 4 december 2000 Auteur P.H.A. van Eijk-Koevoets

Kenmerk DES/ET-601/00 Telefoon 070-3484948

Blad /2 Fax 070-3486386

Bijlage(n) E-mail pha-(van.eijk@minbuza.nl)

Betreft Standpunt Nederlandse regering inzake een EBRD- lening voor de voltooiing van twee kernreactoren in Oekraine (het K2/R4-project)/ Motie Feenstra, 26 800 XI, nr. 17

Zeer geachte Voorzitter,

Bij brief van 25 november 1999, kenmerk DES/ET-789/99 hebben wij u laatstelijk geïnformeerd over de stand van zaken van de behandeling van dit dossier bij de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD). Inmiddels hebben zich nieuwe ontwikkelingen voorgedaan en willen wij u, mede namens de ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Economische zaken als volgt informeren. Deze brief dient tevens als reactie op de vraag die op 16 november door de Vaste Commissie voor Volkshuivesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan Minister Pronk gesteld is over de uitvoering van de Motie-Feenstra van 23 november 1999 (26 800 XI, nr. 17).

Op 7 december a.s. wordt het definitieve voorstel voor een lening voor de voltooiing van twee kernreactoren in Oekraine (Khmelnitsky-2 en Rivne-4, het K2/R4-project) voorgelegd aan de Raad van Bewind van de EBRD. Een principe-besluit zal gevraagd worden met het oog op de formele sluiting op 15 december a.s. van de kerncentrale te Tsjernobyl in Oekraïne.

In de Ministerraad van 1 december jl. is afgesproken dat de bewindvoerder, die namens Nederland de vergadering op 7 december a.s. bijwoont, tegen het project zal stemmen omdat naar ons oordeel:


- de financiële onderbouwing van de voorgestelde lening ten enenmale onvoldoende is,


- alternatieve financieringsvormen niet zijn onderzocht,

- er leemtes zijn in de milieueffect-rapportage over het project en

- (niet nucleaire) alternatieven voor het project niet serieus zijn onderzocht.

Voor verdere informatie verwijzen wij u gaarne naar bijgevoegde notitie, waarin het standpunt nader wordt toegelicht.

De Minister van Buitenlandse Zaken De Minister van Financiën

Standpunt Nederlandse regering t.a.v. K2R4

06-12-00


1. Inleiding


Het voorstel behelst een lening van de
European Bank for Reconstruction and Development
(EBRD) ten behoeve van het voltooien van twee kernreactoren in Oekraïne voor een totaalbedrag van 250 mln euro. Het betreft de kernreactoren Khmelnitsky-2 en Rivne-4. Beide reactoren zijn opgezet in de Sovjet-tijd, maar door het uiteenvallen van de Sovjet Unie nooit afgebouwd. De totale omvang van de investering wordt geraamd op 1,5 mld euro. Naast de EBRD wordt verwacht dat Euratom (Europese Unie), exportkrediet-maatschappijen, Rusland en Oekraïne eveneens deelnemen. Hoewel de EBRD-financiering maar 1/6 deel van de financiering vertegenwoordigd heeft de EBRD het voortouw bij de opzet en de beoordeling van het project en is deze lening, inclusief de politieke steun, essentieel voor het doorgaan van dit project in de huidige vorm.

Het voltooien van de K2R4-kernreactoren in Oekraïne is een project dat nu al vijf jaar sleept binnen de EBRD. Oorspronkelijk heeft de EBRD niet aan dit project willen meewerken. Echter, de G-7 (m.n. de VS) en de Europese Commissie hebben zich in hun MOU met Oekra?ne van december 1995 verbonden tot de levering van alternatieven voor de Tsjernobyl-centrale, en het K2/R4-project is in feite het enige alternatief dat serieus overwogen wordt. Door heftige debatten en elkaar tegensprekende evaluaties van het least cost

-aspect van het project (zie hieronder) en verwoede tegenstand tegen het project vanuit de milieubeweging is het K2/R4-project inmiddels het meest politiek beladen project uit de geschiedenis van de EBRD.

Ook vanuit Nederland wordt dit project nauwlettend gevolgd. Zo heeft de Nederlandse regering november vorig jaar bepaald het project, mocht het uiteindelijk toch aan de bewindvoerders van de EBRD worden voorgelegd, te beoordelen op een aantal aspecten: milieu, veiligheid, financiële onderbouwing en
least cost
. Ook de Kamer heeft haar bezorgdheid over dit project uitgesproken. De Kamer heeft de regering in een motie (Motie Feenstra d.d. 23 november 1999) gevraagd niet in te stemmen met het project aangezien, in de visie van de Kamer, er gerede twijfels bestaan dat niet aan bepaalde milieu- en veiligheidseisen wordt voldaan, er geen inzicht is in de te verwachten effecten bij calamiteiten en realistische alternatieven voor het project niet zijn uitgewerkt. De regering heeft hierop toegezegd dat het advies van de Nederlandse MER-commissie, dat de aanleiding was voor de motie Feenstra, doorgezonden zou worden aan de EBRD.

Op 7 december a.s. zal het project als principevoorstel aan de bewindvoerders van de EBRD worden voorgelegd. Uniek in het voorstel voor dit project is de aanbeveling van de President van de EBRD. Hij heeft zijn aanbeveling conditioneel gemaakt aan een viertal voorwaarden, die overigens niet zozeer op het project zelf betrekking hebben als op algemene zaken zoals de nucleaire regelgeving in Oekraine, technische assistentie door de G-7-landen, een overeenkomst met het IMF, toezeggingen van medefinanciering door Euratom en dergelijke. Meer specifiek project-gerelateerde voorwaarden werkt hij in deze serie niet uit. Normaal gesproken zou reeds aan deze condities voldaan moeten zijn voordat het project aan de bewindvoerders wordt voorgelegd. Echter de President wil nu, nog voor de sluiting van Tsjernobyl, waarvoor een internationale ceremonie is afgesproken op 15 december a.s., een politiek besluit van de aandeelhouders om al dan niet door te gaan met het K2R4-project. Overigens kan hierbij opgemerkt worden dat de sluiting van Tsjernobyl reeds door de Westerse wereld voor de korte termijn gecompenseerd zal worden met leningen en giften aan Oekraïne om extra brandstof voor zijn thermische centrales aan te schaffen. Ten aanzien van het voldoen aan de door de President gestelde voorwaarden zal de Board in een later stadium nog geconsulteerd worden.

Daarnaast zijn voor de ondertekening van de lening en het verstrekken van fondsen eveneens voorwaarden gesteld, die betrekking hebben op zaken als de tariefstelling voor elektriciteit, opslag van kernafval en dergelijke (zie ook 3.2). Aan al deze voorwaarden dient voldaan te zijn voordat de EBRD tot de uiteindelijke uitbetaling over kan gaan (dit kan in principe nog jaren gaan duren). Het oordeel of deze condities in feite worden nageleefd, is aan het Management van de EBRD. Kortom, zelfs na vijf jaar voorbereiding gaat het nog steeds om een halfbakken project, waarbij vrijwel alle obstakels met condities worden weggemasseerd. De EBRD lijkt hiermee de project-inhoudelijke discussie zoveel mogelijk te willen vermijden. Indien er in principe ingestemd wordt met het project, kan het project alleen nog worden gestopt indien niet aan de condities wordt voldaan. Overigens is het nog maar de vraag of - als niet geheel aan alle condities is voldaan - de Board nog genoeg grip heeft op het project om het in een dergelijk stadium nog te stoppen.


2. Standpunt van de Nederlandse regering


Kort na de motie Feenstra heeft de regering vorig jaar november in een brief aan de Kamer meegedeeld dat het project uitsluitend goedgekeurd zal worden als het voldeed aan de eisen op de gebieden van (1) milieu en veiligheid; (2) de financiële onderbouwing; en (3)
least cost.
Hieronder volgt een kort overzicht van deze aspecten.

2.1 Milieu en veiligheid

Beide reactoren zijn van het type VVER-1000, dat qua ontwerp en structuur vergelijkbaar is met Westerse drukwater-reactoren en, in tegenstelling tot RBMK- en eerdere generatie VVER-reactoren, omgeven is door een hermetisch afgesloten koepel. In de kandidaat-lidstaten van de EU staan 15 reactoren van dit type, die, na modernisatie, door de vereniging van West-Europese nucleaire toezichthouders WENRA en door de EU worden beschouwd als van veiligheidsniveau vergelijkbaar met dat van Westerse landen. De EBRD heeft wel voorwaarden gesteld t.a.v. de veilige exploitatie en voldoende toezicht; in de project-begroting zijn daartoe ook sommen opgenomen voor de uitrusting en training van zowel de exploitant (Energoatom) als de toezichthouder, de Nuclear Regulatory Department (NRD). Indien de reactoren door de Westerse aannemers volgens de huidige maatstaven worden voltooid en indien de door de Bank gestelde maatregelen worden genomen om een veilige exploitatie en grondig toezicht te handhaven, zullen de reactoren kunnen voldoen aan de Westerse veiligheidsnormen. De Nederlandse Commissie voor de milieueffectrapportage (CMER), die de milieu-effect-rapportage over het project heeft geevalueerd, kwam onder meer tot de conclusie dat de studies belangrijke leemten bevatten. Vooral de kans op "buiten-ontwerp ongevallen"
- het type calamiteiten die wel uiterst zeldzaam zijn maar waarbij de grootste emissies van radioactieve stoffen te verwachten zijn - en de dan te verwachten gevolgen zijn onvoldoende onderzocht.

2.2 Least cost

Één van de voorwaarden die de EBRD en het Nederlandse Kabinet aan het project stelt is de
least cost
voorwaarde. De EBRD heeft dit onderzocht en stelt dat de K2R4-kerncentrales de goedkoopste oplossing zijn, met name omdat ze alleen nog maar afgebouwd hoeven te worden. Er zijn door de EBRD nooit serieuze alternatieve opties onderzocht, zoals afgesproken in het MOU van december 1995. De optie, gesuggereerd door de Oekraïense regering, van een centrale aangedreven door een gasturbine zou inderdaad veel duurder zijn. Toch kunnen er de nodige vraagtekens bij het behalen van de
least cost
voorwaarde gezet worden. Immers, na het bekend worden begin dit jaar dat er mogelijk sprake zal zijn van een kostenoverschrijding van 500 mln euro was een vijfde 'onafhankelijke'
least cost
studie nodig om te kunnen aantonen dat de kosten niet overschreden zullen worden. Daar komt bij dat ook niet ingegaan wordt op de vraag of een geconcentreerde poging tot besparing op elektriciteitsverbruik niet voldoende zou kunnen zijn.

2.3 Financiële onderbouwing

De financiële onderbouwing van het project is wankel te noemen. De financiële haalbaarheid van het project is gebaseerd op financiële veronderstellingen waaraan op dit moment nog niet is voldaan. In het thans voorliggende voorstel zijn ook financieel-economische condities opgenomen waaraan voldaan dient te zijn voordat de EBRD de lening zal uitkeren, zoals verhoging van de prijs van elektriciteit en verbeterde inning van elektriciteitsrekeningen. Deze condities zijn eerder al door IMF, Wereldbank en EBRD bij herhaling gesteld. Desondanks heeft Oekraïne hier niet aan willen of kunnen voldoen. Men dient zich derhalve serieus af te vragen of instemmen met deze lening - één van de grootste EBRD-leningen tot nu toe - financieel verantwoord is. De politieke motivatie voor het project (uitvoering van MOU van 1995) in aanmerking nemende is het vreemd dat niet andere financieringsvormen zoals een apart fonds naar analogie van het Nuclear Safety Account van de EBRD overwogen zijn. Met goedkeuring van deze lening zou de Bank zich op een hellend vlak begeven van gepolitiseerde leningen.

Conclusie

Wanneer het in de EBRD-Board op stemming over het principe-voorstel aankomt, zou Nederland op grond van de volgende overwegingen tegen dienen te stemmen:


- de financiële onderbouwing van de voorgestelde lening is ten enenmale onvoldoende en alternatieve financieringsvormen zijn niet onderzocht,


- er zijn leemtes in de Milieueffect-rapportage over het project,

- (niet nucleaire) alternatieven voor het project zijn niet serieus onderzocht.


3. Toelichting

3.1 Milieu en veiligheid

De twee reactoren zullen worden gemoderniseerd volgens en programma waarin rekening wordt gehouden met de aanbevelingen die door de IAEA zijn gedaan m.b.t. de veiligheid van VVER-reactoren. Riskaudit, een consortium van technische ondersteuningsorganisaties van de West-Europese nucleaire toezichthouders, heeft de veiligheid van het project geëvalueerd en is tot een positieve conclusie gekomen. Ten behoeve van de milieuaspecten zijn, namens Energoatom, op kosten van de EU door internationale consultants, een tweetal Environmental Impact Assessments (EIA) uitgevoerd, een voor K2 en een voor R4, waarbij ook de relevante beleids- en institutionele kaders meegenomen zijn alsmede de omgeving rondom de centrales, rekeninghoudend met functioneren onder normale en abnormale omstandigheden. Deze evaluaties zijn eveneens tot een positieve conclusie gekomen. Handhaving van een hoog niveau van nucleaire veiligheid zal echter investeringen vergen in menskracht en uitrusting van zowel de exploitant als de toezichthouder; het EBRD-rapport bevat enige zorgwekkende passages over de o.a. door financieringsproblemen veroorzaakte personeelsproblemen bij de NRD, die opgelost zullen moeten worden.

Nederlandse Commissie voor de Milieueffectrapportage

De Nederlandse Commissie voor de milieueffectrapportage (CMER) heeft deze studies, evenals het rapport van Risk Audit over de veiligheidsaspecten van de twee kernreactoren getoetst. De Commissie komt bij deze toetsing onder meer tot de conclusie dat de studies belangrijke leemten bevatten. Vooral de kans op "buiten-ontwerp ongevallen" - het type calamiteiten waarbij de grootste emissies van radioactieve stoffen te verwachten zijn - en de dan te verwachten gevolgen zijn onvoldoende onderzocht. Vanwege de geconstateerde leemten geven de uitgevoerde studies geen inzicht in de te verwachten effecten in Nederland, maar de Commissie merkt op dat, indien de reactoren, zoals gepland, zullen voldoen aan Westerse veiligheidsnormen, er ook bij grote calamiteiten geen effecten in Nederland te verwachten zijn. Voorts stelt de Commissie dat alleen aan de veiligheidsnormen wordt voldaan wanneer de aangekondigde studies en maatregelen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd en dat een voldoende veiligheidscultuur bij de bedrijfsvoering wordt bereikt. Alternatieven komen te weinig aan bod; bijvoorbeeld, elektriciteitsproductie uit fossiele brandstoffen wordt onvolledig besproken en andere realistische alternatieven worden in het geheel niet uitgewerkt. Dit advies is aangeboden aan de EBRD. De EBRD heeft de conclusies van het advies van de CMER niet weersproken, en de voorwaarden die door de President van de Bank worden gesteld voor goedkeuring van de lening (zie boven) hebben o.a. betrekking op het door de CMER aangevoerde belang van het bereiken en handhaven van een adequate veiligheidscultuur.

Voorwaarden van de EBRD

Een van de belangrijkste aspecten met betrekking tot nucleaire veiligheid in de context van het onderhavige project is of bij de steunverlening aan dit project de nucleaire veiligheid in geheel Oekraïne wordt verbeterd. Alles afwegende komt de EBRD tot de conclusie dat een beleid gericht op sluiting van de gehele nucleaire sector in Oekraïne niet opportuun is, aangezien het land voor een belangrijk deel afhankelijk is van kernenergie. Het K2R4-project zou een bijdrage kunnen leveren aan een verbetering van de algemene nucleaire veiligheidscultuur, als voldaan zou worden aan de volgende voorwaarden:

sluiting van de laatst overgebleven RBMK-reactor, nr. 3 in Tsjernobyl, overeenkomstig een van de uitgangspunten van het in 1995 overeengekomen Memorandum of Understanding tussen Oekraïne, de G-7 en de EU;

toezeggingen, bevestigd door verklaringen van een onafhankelijke commissie van nucleaire toezichthouders, de G-7, de Europese Commissie en de Regering van Oekraïne dat nucleaire veiligheidsstandaarden in Oekraïne zullen worden verbeterd en de handhaving gewaarborgd;

voltooiing van de K2 en R4 volgens internationale veiligheidsstandaarden waarbij in ieder geval de ontwerp- en fabricagefouten die door de IAEA zijn gesignaleerd worden hersteld;

invoering van een samenwerkingsrelatie tussen Energoatom en een internationaal nutsbedrijf ten einde Energoatom's capaciteit op het gebied van bedrijfsvoering en veiligheid te verbeteren met betrekking tot de gehele kernenergie-sector.

De Oekraïense regering heeft in haar beleid en acties m.b.t. K2/R4 duidelijk gemaakt dat het alternatief voor financiering door de EBRD van de afbouw zal zijn voltooiing van de twee reactoren (waarschijnlijk in een langzamer tempo) door eigen financiering of met steun vanuit Rusland. Onder die omstandigheden lijkt het onvermijdelijk dat minder middelen aanwezig zullen zijn voor zowel de modernisering als de handhaving van een hoog niveau van nucleaire veiligheid en toezicht daarop. Met de kanttekening dat enige leemtes in de MER-procedures zouden dienen te worden aangevuld kan dus gesteld worden dat het project een positieve invloed zal hebben op de nucleaire veiligheid in Oekraïne.

3.2 Financiële onderbouwing

De financiële haalbaarheid van het project dient gebaseerd te zijn op een drietal zaken: (1) het
project
dient goed te zijn gestructureerd zodat de lenende partij, Energoatom, in staat is de lening terug te betalen uit de opbrengsten; (2) de sector
waarin geïnvesteerd wordt dient levensvatbaar te zijn; en (3) het land
, Oekraïne, dat de lening garandeert dient een gezond financieel beleid te voeren om in geval van nood de lening te kunnen terugbetalen.

Het project

Ondanks de vijf jaar durende aanloopperiode van dit project bestaan er nog steeds zorgen over kostenoverschrijdingen en mogelijke vertragingen in de voltooiing van de kerncentrales. In een eerder dit jaar uitgebrachte offerte door een consortium van bedrijven zou al sprake zijn van een kostenoverschrijding van 500 mln euro ten opzichte van het budget. In het voorliggende document is hier geen rekening mee gehouden. Ook hebben vergelijkbare projecten in Tsjechië en Slowakije, waar kerncentrales van Russisch ontwerp met Westerse techniek voltooid moesten worden, de nodige vertraging opgeleverd. Het feit dat K2R4 al ruim tien jaar onafgebouwd in slapende toestand verkeert draagt niet in gunstige zin aan dit risico bij.

Kostenoverschrijdingen en vertragingen brengen het risico met zich mee dat opbrengsten uit het project niet of later tot stand komen, waardoor de terugbetaling in gevaar zou kunnen komen. Op zich zijn dit risico's waar ieder project mee te maken heeft, maar de risico's bij dit project zijn - mede gezien de omvang - significant groter. De EBRD heeft dit risico echter voor een groot deel gemitigeerd door de lening in twee delen uit te keren. Het tweede deel ten behoeve van de tweede centrale (R4) wordt pas uitgekeerd als de eerste centrale (K2) op tijd en binnen het budget is voltooid.

De sector

De energiesector is al jaren punt van discussie tussen de IFI's en Oekraïne. De verbruikerstarieven zijn te laag en het percentage van de rekeningen dat wordt betaald is gering. De energiesector heeft hierdoor een liquiditeitstekort, als gevolg waarvan Oekraïne aanzienlijke leningen heeft moeten afsluiten om de energiecentrales deze winter draaiend te kunnen houden. In de huidige toestand zijn investeringen in deze sector niet levensvatbaar.

De EBRD stelt ten aanzien van deze tekortkomingen onder meer de volgende condities: een stijging van het energietarief naar een niveau waarop de lange termijn marginale kosten van Energoatom gedekt zijn (US$ 0,025 per kilowattuur); en het verhogen van de
cash
inningsratio (het gedeelte van de uitstaande rekeningen dat contant wordt betaald) naar 40% op het moment van uitkering van de lening. Oekraïne heeft de afgelopen jaren echter een bijzonder slechte
track record
opgebouwd in de energiesector.

Uiterst recent zijn er echter verbeteringen waarneembaar. Deze zijn echter zo recent dat ze nauwelijks geloofwaardig zijn. Daarbovenop beschouwen onafhankelijke waarnemers de gemelde verbeteringen als te rooskleurig. Zo zou betaling van de energierekening gecompenseerd worden door het niet betalen van belastingen. Desondanks voldoen het energietarief en de inningratio nog steeds niet aan de condities. Het projectdocument van de EBRD omschrijft het als volgt: "The project's transition impact potential has been rated
excellent
; the risk to achieving this potential has been rated as high, perhaps excessive
".

Het land

Oekraïne heeft de lening gegarandeerd en zal de lening terug moeten betalen in het geval Energoatom dat niet meer zou kunnen. De kredietwaardigheid van Oekraïne speelt een belangrijke rol bij het risico dat de EBRD loopt over deze lening en is daarmee mede bepalend bij de financiële onderbouwing van de lening. Essentieel hierbij is dat de Oekraïne over voldoende (belasting)inkomsten en een gezonde betalingsbalans beschikt. Dit is nu niet het geval en het IMF-programma is dan ook
off-track
.

De EBRD heeft om deze reden het land gekwalificeerd als 'onder het investeringsniveau'. Een belangrijke conditie - zelfs de President van de EBRD verbindt hier zijn aanbeveling aan - is derhalve het overeenkomen van een IMF-programma. Ondanks positieve ontwikkelingen die door zowel het IMF als door de Oekraïense autoriteiten gemeld worden, is er nog geen overeenstemming over een IMF-programma.

3.3 Least Cost

De EBRD heeft inmiddels een vijftal 'onafhankelijke' consultancy-studies laten verrichten naar de manier waarop in Oekraïne energie opgewekt kan worden tegen de laagste kostprijs. Deze studies kwamen niet met gelijkluidende antwoorden. De laatste studie - die door de EBRD in het projectdocument wordt gebruikt - stelt dat K2R4 de least cost option
is. Hierbij speelt een belangrijke rol dat de K2R4-centrales alleen nog afgebouwd hoeven te worden. Ook wordt er in deze studie vanuit gegaan dat aan de voorwaarden en condities, die de EBRD in haar document stelt, voldaan zal worden.

In een vorige studie is ook de mogelijkheid van een conventionele energiecentrale aangedreven door een gasturbine onderzocht. Deze op één na beste optie zou $514 mln duurder zijn volgens de berekeningen. Ook de mogelijkheden van het
upgraden
van bestaande conventionele (met kolen of bruinkool gestookte) centrales is onderzocht. Deze opties zijn vanwege de milieuvervuiling en de te sterk verouderde techniek van deze centrales echter niet realistisch.

Deze laatste 'onafhankelijke' studie roept op twee manieren vragen op. Waarom had de EBRD vijf studies nodig om aan te tonen dat K2R4 least cost
is? En waarom wordt de kostenoverschrijding van minstens 500 mln euro, waar het consortium van gecontracteerde bedrijven voor waarschuwt, niet in de berekeningen meegenomen? Als men deze kostenoverschrijding in ogenschouw neemt zou de op één na beste, die politiek minder gevoelig ligt, mogelijk te prefereren zijn.

3.4 Afwegingen

Diverse landen zijn nog doende een standpunt te formuleren over het projectvoorstel. Uit eerste sonderingen valt af te leiden dat het project een grote kans maakt te worden goedgekeurd, zeker indien de conditionaliteit verder wordt aangescherpt en de Board wordt geïnvolveerd in het afwegingsproces ten aanzien van de lijst van condities.

Landen die naar verwachting zullen voorstemmen zijn: VS, Frankrijk, Japan, VK, Canada, de van de EBRD lenende landen, Zwitserland, de EIB en de Europese Commissie (deze instellingen hebben ieder hun eigen stoel in de Board). Landen die naar verwachting zullen tegenstemmen zijn: Oostenrijk, Noorwegen en mogelijk Zweden. Landen die naar verwachting hun stem zullen onthouden zijn: Duitsland, Italië en Finland.

Overwegingen voor landen om wèl in te stemmen met het project zijn:

Zonder Westerse inbreng zullen deze kerncentrales mogelijk met (inferieure) Russische of Chinese techniek worden afgebouwd. Een aantal G-7 landen (m.n. de VS) is hier bevreesd voor.

Oekraïne zou mogelijk de sluiting van Tsjernobyl opnieuw kunnen uitstellen. Als waarschuwing hebben de Oekraïense autoriteiten een ambtelijke werkgroep opgericht om de mogelijkheden voor het langer ophouden van Tsjernobyl te onderzoeken.

Zonder K2R4 wordt Oekraïne afhankelijker van Russische energieleveranties en daarmee de Russische invloedsfeer. Dit is voor bijvoorbeeld Zwitserland reden om in te stemmen met het project.

Het lijkt erop dat de gestelde conditionaliteit de algehele nucleaire veiligheidssituatie in Oekraïne ten goede zal komen.

Specifiek voor Nederland geldt als overweging dat Oekraïne een IMF/WB-kiesgroepland is.

Overwegingen om niet in te stemmen met het project zijn:

Een groot aantal landen heeft vanuit milieu- en veiligheidsoverwegingen angst voor een kerncentrale in Oekraïne. Het Duitse en het Nederlandse parlement hebben daarom ook een motie tegen het project aangenomen.

Het project is niet rijp om naar de Board te gaan. Dit project is echter in verband met de sluiting van Tsjernobyl volledig gepolitiseerd. De President wil daarom nu duidelijkheid van de politiek om te onderzoeken of het zin heeft nog langer met het project door te gaan.

Alhoewel de waslijst van condities veel inhoudelijke bezwaren tegen het project wellicht wegneemt, blijft het twijfelachtig of dit project - zelfs na het voldoen aan alle condities - ooit
sound bankable
zal worden. Ten eerste is dit project
rated
als
below investment level
(
risk rating 7
). Ten tweede zijn er nog tal van condities met betrekking tot de s ound banking
criteria waar Oekraïne nog steeds aan dient te voldoen voordat de EBRD deze lening zal uitkeren. Dit zijn onder meer het verhogen van de energietarieven en het verhogen van de betalingsratio van consumenten. IMF, WB en EBRD dringen hier echter al jaren ter vergeefs op aan.

Tevens kunnen vraagtekens bij de
least cost
voorwaarde gezet worden. Immers, nadat begin dit jaar een kostenstijging van ca. euro 500 mln gemeld werd, was een vijfde 'onafhankelijke' studie nodig om aan te tonen dat
het project desondanks
least cost
zou zijn.

Kenmerk
Blad /2

===

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie