Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Inbreng PvdA invoering rijksprojectenprocedure

Datum nieuwsfeit: 05-12-2000
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

5 december 2000

Inbreng PvdA-fractie wetsvoorstel wijziging Wet op de Ruimtelijke Ordening i.v.m. invoering Rijksprojectenprocedure (27 178)



Woordvoerder: Staf Depla

Inleiding

De leden van de fractie van de PvdA hebben met instemming kennis genomen van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de Ruimtelijke Ordening in verband met de invoering van een rijksprojectenprocedure (rijksprojectenprocedure) (27178). Zij onderschrijven het streven, zoals toegelicht in de Memorie van Toelichting, om te komen tot een verbetering van de besluitvorming over grote ruimtelijke investeringsprojecten. Met name in de laatste jaren is indringend naar voren gekomen dat de besluitvorming over grote ruimtelijke investeringsprojecten te veel besluiten en procedures vergt, waardoor de beheersbaarheid en zorgvuldigheid van deze besluitvorming in het gedrang kwamen.

Ze verwijzen daarbij ook naar de resultaten van de parlementaire werkgroep 5e Nota ruimtelijke ordening ('De notie van de ruimte') en met name naar aanbevelingen 2 en 3. Aanbeveling 3 luidt dat bij een ontwikkelingsgerichte, projectmatige invalshoek zelfstandige projectprocedures op alle bestuursniveaus horen.

De leden van deze fractie zien de noodzaak om grote investeringsprojecten juridisch en procedureel beter in te kaderen in de ruimtelijke wetgeving. Aan de andere kant hechten de leden eraan dat geen afbreuk wordt gedaan aan de rechtsbescherming van burgers en bedrijven en aan de rol van lagere overheden. Zij onderschrijven de doelstelling te komen tot een snellere en efficiëntere wijze van besluitvorming en een betere coördinatie van de rechtsbeschermingmogelijkheden. De PvdA is het zeer eens met de voorgestelde coördinatie van de vergunningverleningprocedures. Als besloten is een rijksproject uit te voeren is het belangrijk dat het project snel ten uitvoering gebracht wordt.

Relatie tot planstelsel WRO
Het wetsvoorstel geeft geen inzicht in de relatie met de regeringsvoorstellen tot fundamentele wijziging van de WRO noch op de resultaten van de parlementaire werkgroep 5e Nota ruimtelijke ordening (werkgroep Duivesteijn). Kan de regering in dit verband een reactie geven op het voorstel van de Stichting Natuur en Milieu om alternatieven te gebruiken die beter passen in de huidige structuur van het ruimtelijk plan, zoals de selectieve planhiërarchie en bovenlokale bestemmingsplanbevoegdheden, voorstellen die ook in de fundamentele herziening van de WRO worden genoemd?

De leden van de PvdA zijn het eens met de opmerking van de regering dat de RPP materieel gezien niet breekt met het planstelsel van de WRO. Want na de uiteindelijke aanpassing van het bestemmingsplan aan het rijksproject blijft het bestemmingsplan het juridische kader voor integratie en toetsing van ruimtelijke projecten. Wel zien zij een feitelijke breuk. De aard van de RPP is immers dat de belangen centraal worden afgewogen vanuit het project en niet vanuit het gebiedsgerichte kader van het bestemmingsplan. Zij vragen zich af of dit niet zal leiden tot een te groot gewicht van het belang van het project. Zullen belangen die minder sterk vertegenwoordigd zijn, zoals milieu en natuur, maar ook specifieke regionale belangen, hierdoor te weinig gewicht krijgen in de afweging? Het democratische besluitvormingsproces moet voldoende waarborgen bieden om deze belangen veilig te stellen. Juist bij het ontbreken van een regionale afweging is de democratische besluitvorming op centraal niveau van groot belang, zowel bij de totstandkoming van het besluit als bij de vorm en inhoud van het besluit.

In de literatuur is veel aandacht besteed aan het bijzondere karakter van projectprocedures. Kan de regering uiteen zetten hoe zij aankijkt tegen het tweesporenbeleid in de ruimtelijke ordening en op de inbreuken daarop uit het recente verleden (Tracéwet en de zelfstandige gemeentelijke procedure, Nimby-wet) en in de nabije toekomst (RPP)? Heeft het tweesporenbeleid in de toekomst afgedaan of doet het nog altijd opgeld? Welke is de rol van het bestemmingsplan als sturingsinstrument en afwegingskader voor ruimtelijke ingrepen op lokaal niveau als dit plan steeds vaker doorbroken kan worden? Wat is de stand van zaken ten aanzien van de realisering van een regeling voor de provinciale projectprocedure en beschikken gemeenten met de gemeentelijke projectprocedure nu over een volwaardige projectprocedure of zijn daar nog aanvullende instrumenten voor nodig?

Definitie RPP

De regering laat een definitie van een rijksproject achterwege. Enerzijds is een afbakening niet te maken, anderzijds wenst de regering een flexibele invulling. De PvdA vraagt zich af of een open definitie niet te veel onduidelijkheden schept en of het niet zinvoller is om criteria te maken voor rijksprojecten, zowel voor de rechtsbescherming als de democratische besluitvorming. Deze criteria voor rijksprojecten moeten duidelijkheid geven over de soorten rijksprojecten die onder de RPP kunnen vallen. Zo zou dan bijvoorbeeld meer duidelijkheid moeten komen of natuurprojecten, zoals de EHS, onder de RPP kunnen vallen. Juist bij een open definitie ligt ad hoc besluitvorming voor de hand, terwijl een van de redenen voor de RPP juist is om ad hoc procedures te voorkomen. Het voordeel van inhoudelijke criteria is ook dat de telkens terugkerende discussie over de vraag of een project in aanmerking komt als RPP beperkt kan worden. Kunnen trouwens projecten die al in uitvoering zijn of binnenkort komen straks alsnog met terugwerkende kracht worden aangemerkt als RPP?

De RPP is van toepassing op alle grote ruimtelijke projecten behalve op infrastructurele projecten. Deze vallen onder de Tracéwet of de te wijzigen Luchtvaarwet. De regering geeft een aantal redenen aan waarom de Tracéwet en de RPP niet nu gebundeld zouden moeten worden in één wet (p. 32) De genoemde inhoudelijke verschillen zijn naar de mening van de PvdA niet overtuigend, zeker niet als op twee punten de wetgeving zou worden gelijkgetrokken, namelijk het vervallen van de mogelijkheid om via een besluit van de ministerraad een RPP te starten en het uitbreiden van de Tracéwet met de verplichting een bredere beschrijving van de gevolgen van het project te maken. Kan de regering hierop antwoord geven? Op welke termijn wordt samenvoeging van de genoemde wetten voorzien?

Totstandkoming RPP

De RPP kan van toepassing worden verklaard via 1. een wet 2. een PKB of 3. een afzonderlijk besluit van de ministerraad waarbij de Kamer via de zgn. voorhangprocedure invloed kan uitoefenen. De leden van de PvdA zijn van mening dat besluitvorming via de ministerraad niet de voorkeur verdient. Zij vragen zich af of de keuze voor besluitvorming via de ministerraad inderdaad een terughoudend gebruik van de RPP inhoudt, zoals de regering van zegt te verwachten (p. 12). Een RPP kan verstrekkende gevolgen hebben voor burgers. Zonder goedkeuring door de Tweede Kamer mag zo'n besluit naar de mening van de PvdA niet worden genomen. Een voorhangprocedure is daarbij een veel te licht middel. Ook kunnen vragen worden gesteld in hoeverre de ministerraad mag worden aangemerkt als een bestuursorgaan in de zin van de Awb. Kan de regering hierover meer duidelijkheid geven? Kan de regering nog eens aangeven in welke fasen de nut en noodzaakdiscussie rond infrastructurele projecten nu start, verloopt en afloopt, gerelateerd aan de RPP? Op welke wijze vindt deze discussie plaats en wanneer is de discussie afgerond? Hoe zijn de aanbevelingen van de Rekenkamer (gedaan in het rapport over de Betuwelijn) over de nut en noodzaak discussie verwerkt?.

Van belang voor betrokkenen is de vraag of er adequate inpassingmaatregelen zijn getroffen (fysiek en sociaal). Naar de mening van de regering hoeven deze maatregelen niet altijd in een ontwerp-rijksprojectbesluit te zijn opgenomen, omdat de mate van detaillering per rijksprojectbesluit kan verschillen. Dit is in tegenstelling tot de Tracéwet, waarvoor destijds via het amendement Feenstra een verplichting tot beoordeling van de inpassingmogelijkheden geldt bij het ontwerp-besluit. De PvdA ziet de reden van dit onderscheid niet. Ook bij de RPP behoort de wijze van inpassing een wezenlijk onderdeel te vormen van het de nut en noodzaakdiscussie en dus van het ontwerpbesluit.

Voorbereiding

Art. 39d stelt vooroverleg met provincies, gemeenten en waterschappen verplicht. Wat voor soort overleg is dit? In welke fase van het voortraject vindt dit overleg plaats? Hoe zwaar weegt hun advies en inspraak? Zijn er verschillen met de Tracéwet en zo ja waarom? De regering kiest niet voor de verplichting om procesconvenanten te sluiten. Zou een dergelijke verplichting echter niet de rol van lagere overheden in het voortraject versterken zonder dat dit de regierol van het rijk aantast? In het wetsvoorstel voor de Reconstructiewet concentratiegebieden (26356) is voorzien in een verplichting tot het aangaan van een bestuursovereenkomst. Waarom niet bij de RPP?

Het vooroverleg met burgers en maatschappelijke groeperingen wordt niet geregeld. Rijksprojecten lijken bij uitstek in aanmerking te kunnen komen voor het groenpoldermodel overleg. In de Memorie van Toelichting wordt slechts een uitleg van dit overleg gegeven. Niet wordt ingegaan of deze vorm van overleg van betekenis zou kunnen zijn voor de RPP. Graag een toelichting hierop.

De PvdA is verheugd dat de regering in de discussie over de actio popularis de keuze heeft gemaakt om de rechtsbescherming ten aanzien van bestuursbesluiten over milieu en ruimtelijke ordening open te laten voor een ieder en deze niet te beperken tot de direct belanghebbenden. Wel vraagt zij zich af of deze mogelijkheid goed geregeld is zolang het wetsvoorstel uniforme openbare voorbereidingsprocedure (27 178) nog niet van kracht is. De projectminister krijgt immers in het wetsvoorstel van de RPP de keuzemogelijkheid om derden te betrekken bij de voorbereiding (art. 39d lid 1b). Degenen die niet bij de voorbereiding worden betrokken hebben in de huidige systematiek van de Awb geen beroepsrecht. Wat is overigens de stand van zaken ten aanzien van het wetsvoorstel 27178? Is het besluit de actio popularis te handhaven voldoende verwoord in dit wetsvoorstel?

Bij de Tweede Kamer is momenteel de Tijdelijke referendumwet (27034) en de Grondwetswijziging tot invoering van het correctief referendum (27033) in behandeling. Hoe verhoudt de RPP zich tot deze voorstellen?

Vorm en inhoud RPP

Een projectbesluit moet een beschrijving bevatten van de gevolgen van het project voor de betrokken belangen. Daarenboven moet nog een globale beschrijving worden gegeven van de gevolgen voor het ruimtelijk beleid, de sociaal-economische aspecten en van de andere belangen die bij het project zijn betrokken.

De PvdA onderschrijft deze aanpak en met name de voorgestelde beschrijving van de sociaal economische gevolgen. Wel mist zij een verplichting tot beschrijving van de relatie met het ruimtelijk toetsingskader, te denken valt aan de grotere beleidsnota's rond water, milieu, natuur en ruimtelijke ordening. Eventuele afwijkingen zullen immers grondig moeten worden onderbouwd.

Ook vraagt zij zich af in hoeverre er overlap is tussen de beschrijving van de gevolgen voor de betrokken belangen uit art. 39b sub a en de beschrijving van de sociaal economische gevolgen uit art. 39c lid 1. Moeten bij alle MER-varianten ook steeds de sociaal-economische gevolgen worden beschreven? En waarom is deze eis gekoppeld aan de MER en niet aan art. 39? Zijn de genoemde beschrijvingen aan termijnen gebonden? Zo ja, zijn dit dan de MER-termijnen? En welke termijn geldt dan voor de nieuwe eis van de beschrijving van de sociaal-economische gevolgen? Indien geen MER vereist is, moet ook een beschrijving worden gemaakt. Die hoeft echter niet ter inzage te worden gelegd (art 39c lid 3). Is dit stuk dan niet toegankelijk voor burgers?

Over de inhoudelijke kwaliteit van de besluitvorming zijn geen regels gegeven. Waarom wordt bijvoorbeeld niet aangesloten bij artikel 9 e.v. van het Besluit op de Ruimtelijke Ordening. Daarin worden motiverings-, overleg- en onderzoeksvereisten voor het bestemmingsplan gegeven. Omdat een RPP ingrijpt op hetzelfde niveau als een bestemmingsplan zouden deze eisen ook voor de RPP kunnen gelden.

Planologische doorwerking en coördinatieregeling

De formele inpassing van het project in het streek- en bestemmingsplan vindt plaats nà de vaststelling van het rijksprojectbesluit. Het is de verantwoordelijkheid van de provincies en gemeenten op welke wijze dit gebeurt, aldus de regering. (p. 34). Betekent dit dat gemeenten juridisch gezien vrij zijn om inpassingeisen te stellen? Of komen hier nog landelijke richtlijnen per project voor? Hoe wordt de financiering van de inpassing wettelijk geregeld? En wat is de positie van de vergunningsaanvrager indien hij vindt dat de gemeente onredelijke inpassingseisen stelt? Algemener gesteld, welk beleidsvrijheid hebben gemeenten nog bij de verstrekking van de vergunningen in het kader van de RPP?

Gemeenten moeten binnen een jaar nadat het rijksprojectbesluit onherroepelijk is geworden het bestemmingsplan hebben aangepast aan de RPP. Is het de taak van de gemeenten om zelf de rechtspraak op dit punt bij te houden? Zij hoeven immers geen partij te zijn bij eventuele rechtsprocedures tegen het rijksprojectbesluit. Wat gebeurt er als gemeenten de wijziging niet op tijd klaar hebben?

De PvdA is het van harte eens met de coördinatie van de vergunningsprocedures. Vragen hierbij zijn de volgende: als een bestuursorgaan niet of niet tijdig een besluit op een vergunningsaanvraag neemt mag het rijk het besluit zelf nemen. Kan een indicatie worden gegeven van de werklast en extra deskundigheid die nodig zijn bij het rijk en van de wijze waarop in deze expertise zal worden voorzien? Wordt nog gedacht aan extra financiering van personeel bij provincie en/of gemeenten om de extra uitvoeringslasten aldaar op te vangen?

Om onnodige overlast tijdens de werkzaamheden tegen te gaan, zou het te overwegen zijn om in de wet vast te leggen dat een procescoördinator de werkzaamheden coördineert, met als uitgangspunt een minimum aan overlast te realiseren. Op gemeentelijk niveau zijn daar al ervaringen mee.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie