Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

EU keurt groepsvrijstellingen inzake staatssteun goed

Datum nieuwsfeit: 06-12-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
European Union


Commission adopts group exemptions for State aid
DN: IP/00/1415 Date: 2000-12-06

TXT: FR EN DE ES PT NL IT SW FI EL

PDF: FR EN DE ES PT NL IT SW FI EL

Word Processed: FR EN DE ES PT NL IT SW FI EL

ip/00/1415

Brussel, 6 december 2000

De Commissie keurt groepsvrijstellingen inzake staatssteun goed

De Europese Commissie heeft drie groepsvrijstellingsverordeningen goedgekeurd die betrekking hebben op staatssteun ten behoeve van kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's), opleidingssteun, en "de minimis"-regel. In deze verordeningen worden deze categorieën steun vrijgesteld van het vereiste van voorafgaande aanmelding. In de toekomst kunnen lidstaten steun verlenen die aan alle voorwaarden van de verordeningen voldoet, zonder voorafgaande goedkeuring door de Commissie. De verordeningen zijn aangenomen na een breed overleg met de lidstaten en derde partijen. De voor concurrentie bevoegde commissaris, Mario Monti zei: "Dit is een belangrijke stap voorwaarts in onze inspanningen om de concurrentievoorschriften van de Gemeenschap te moderniseren en efficiënter te maken. De nieuwe verordeningen hebben duidelijke voordelen voor het bedrijfsleven, de lidstaten en de Commissie. Het is de eerste keer dat de Commissie groepsvrijstellingen gebruikt op het gebied van de staatssteun. Dit betekent evenwel geenszins dat wij ons beleid versoepelen, integendeel: de nieuwe voorschriften zullen de mogelijkheden om ook op nationaal niveau toezicht op staatssteun uit te oefenen, verbeteren."

Deze hervorming is mogelijk gemaakt dankzij Verordening nr. 994/98 van de Raad van 7 mei 1998. De Commissie heeft in een eerste fase ervoor gekozen om groepsvrijstellingen goed te keuren voor steun aan KMO's en opleidingssteun aangezien de Commissie en de lidstaten op die gebieden over voldoende ervaring en routine beschikken om de criteria vast te stellen op grond waarvan dergelijke steun kan worden vrijgesteld van de huidige aanmeldingsprocedure.

De verordeningen inzake steun aan KMO's en opleidingssteun bevatten duidelijk omschreven regels die in het verlengde liggen van hetgeen tot dusver is omschreven in richtsnoeren en kaderregelingen betreffende staatssteun. De wijzigingen die worden ingevoerd, zijn voornamelijk van procedurele aard maar niet zonder belang. De lidstaten zullen steun kunnen verlenen zonder aanmelding en standstill-periode hetgeen de administratieve procedure voor steunverlening zal vereenvoudigen. Voor de Commissie zullen de groepsvrijstellingen middelen vrijmaken die tot dusver worden ingezet voor de beoordeling van talloze standaardzaken die doorgaans geen aanleiding geven tot problemen inzake hun verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt. Dit zal de doelmatigheid verhogen en de diensten van de Commissie meer ruimte bieden om zich toe te spitsen op zaken van groter belang. Het bedrijfsleven zal baat vinden bij de administratieve vereenvoudiging en de hogere doorzichtigheid. Bovendien zijn de verordeningen rechtstreeks van toepassing en creëren aldus nieuwe mogelijkheden inzake toezicht op staatssteun op nationaal niveau: in geval van niet-naleving van een groepsvrijstelling kunnen concurrenten zich niet alleen tot de Commissie maar ook tot de nationale gerechtelijke instanties wenden.

De Commissie heeft eveneens een "de minimis"-verordening aangenomen waarin de huidige "de minimis"-regel welke is neergelegd in een mededeling van 6 maart 1996, wordt gecodificeerd. Overeenkomstig deze regel worden steunmaatregelen ten behoeve van een onderneming die gedurende een periode van drie jaar een maximum van 100 000 niet overschrijden, niet beschouwd als staatssteun in de zin van het Verdrag aangezien zij de mededinging niet dreigen te vervalsen en/of geen nadelige invloed uitoefenen op het handelsverkeer tussen de lidstaten. Derhalve hoeven dergelijke maatregelen niet te worden aangemeld bij de Commissie. De "de minimis"-regel verhindert evenwel niet dat de begunstigde andere staatssteun kan ontvangen op grond van door de Commissie goedgekeurde regelingen. De sectoren landbouw, visserij en vervoer blijven uitgesloten van de werkingssfeer van de verordening.

De nieuwe verordeningen treden in werking uiterlijk 20 dagen na hun publicatie in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij blijven van kracht tot 31 december 2006.

Steun ten behoeve van kleine en middelgrote ondernemingen Definitie van kleine en middelgrote ondernemingen:

Een middelgrote onderneming is een onderneming met minder dan 250 werknemers waarvan de jaaromzet 40 miljoen niet overschrijdt of het jaarlijkse balanstotaal niet meer bedraagt dan 27 miljoen en die zelfstandig is.

Een kleine onderneming wordt omschreven als een onderneming met minder dan 50 werknemers, waarvan de jaaromzet 7 miljoen niet overschrijdt of het jaarlijks balanstotaal niet meer bedraagt dan 5 miljoen en die eveneens zelfstandig is.
Subsidiabele kosten:

Steun kan worden verleend voor investeringen in materiële activa (grond, gebouwen, machines, ...), investeringen in immateriële activa (uitgaven die verband houden met technologieoverdracht). Er kan ook zogenaamde zachte steun (consultancydiensten, verspreiding van kennis, ...) verleend worden.
Maximum steunbedragen:

In de niet-gesteunde regio's van de EU kan de investeringssteun 15 % bedragen voor kleine ondernemingen en 7,5 % voor middelgrote ondernemingen. "Zachte steun" kan tot 50 % van de kosten vertegenwoordigen. In de armste gebieden van de EU (regio's in de zin van artikel 87, lid 3, onder a)), komt het maximumbedrag voor investeringssteun overeen met het toepasselijke plafond inzake regionale steun vermeerderd met 15 %; in regio's in de zin van artikel 87, lid 3, onder c) is het maximum gelijk aan het regionale-steunplafond vermeerderd met 10 %. "Zachte steun" kan in beide typen regio's meer bedragen dan 50 %.

Opleidingssteun

De verordening betreft alle openbare ondersteuning ten behoeve van opleiding die ten goede komt aan één of meer ondernemingen of bedrijfstakken doordat de steun de kosten beperkt die zij normaliter zouden moeten dragen wanneer zij hun werknemers nieuwe vaardigheden wensen bij te brengen. De verordening is van toepassing op opleidingssteun ongeacht of de opleiding door de ondernemingen zelf dan wel door openbare of particuliere opleidingscentra wordt verstrekt.

Voorbeelden van subsidiabele kosten zijn de personeelskosten van de opleiders, de reiskosten van de opleiders en degenen die de opleiding volgen, andere lopende uitgaven voor materiaal en benodigdheden of de kosten inzake begeleiding en advisering met betrekking tot het opleidingsproject.

De maximum steunpercentages verschillen naargelang de opleiding "specifiek", dan wel "algemeen" is. Onder "algemene" opleiding wordt onderricht verstaan dat niet uitsluitend of hoofdzakelijk op de huidige of toekomstige functie van de werknemer in de begunstigde onderneming gericht is, en door middel waarvan bekwaamheden worden verkregen die in ruime mate naar andere ondernemingen of werkgebieden overdraagbaar zijn. Voor specifieke opleidingsmaatregelen bedraagt het standaard steunplafond voor grote ondernemingen die niet in steunzones gevestigd zijn, 25 % van de subsidiabele kosten. Voor algemene opleiding geldt een plafond van 50 %. Die standaard steunplafonds worden verhoogd met 10-20 % voor KMO's, 5-10 % in de armere regio's van de EU en 10 % voor bepaalde categorieën benadeelde werknemers.

Achtergrond
Procedure:

Op 28 juli 1999 keurde de Commissie drie ontwerpverordeningen goed. Overeenkomstig Verordening nr. 994/98 van de Raad van 7 mei 1998 werden de ontwerpverordeningen in november 1999 met de lidstaten besproken in het adviescomité inzake overheidssteun. Vervolgens werden nieuwe versies van de ontwerpen, die werden gewijzigd ingevolge de opmerkingen van het adviescomité, gepubliceerd in het Publicatieblad van 28 maart 2000 ten einde alle belanghebbenden in de gelegenheid te stellen hun opmerkingen te maken. Op 5 juli kwam het adviescomité een tweede keer bijeen.

De verordening betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op bepaalde soorten van horizontale maatregelen:

De verordening biedt de Commissie de mogelijkheid om per categorie steunmaatregelen individuele vrijstellingsverordeningen goed te keuren en bevrijdt aldus de lidstaten van de in het Verdrag neergelegde verplichting om individuele steunmaatregelen aan te melden. Die verplichting blijft evenwel gelden voor steun die niet in de werkingssfeer van de groepsvrijstellingen valt.

De verordening omschrijft eveneens de categorieën steunmaatregelen waarvoor de Commissie de bevoegdheid heeft om dergelijke vrijstellingen goed te keuren. Het betreft steun ten gunste van kleine en middelgrote ondernemingen, onderzoek en ontwikkeling, milieubescherming, werkgelegenheid en opleiding, en steun die in overeenstemming is met de voor de desbetreffende lidstaat goedgekeurde regionale-steunkaart.

In de verordening is voorts bepaald dat de Commissie tevens een verordening kan goedkeuren waarin een vrijstelling van de aanmeldingsverplichting wordt toegestaan voor steun die onder een bepaalde drempel blijft ("de minimis"-steun). In het algemeen wordt ernaar gestreefd een solidere rechtsgrondslag te bieden voor de huidige voorschriften.

De verordeningen van de Commissie moeten voor elke soort steun het volgende specificeren: de doelstelling van de steun, de categorieën begunstigden, de steunplafonds (hetzij in termen van intensiteit met betrekking tot een reeks subsidiabele kosten, hetzij in termen van maximumbedragen), de voorwaarden inzake de cumulering van steun en het toezicht.

Bij de tenuitvoerlegging van vrijgestelde steunmaatregelen, moeten de lidstaten de Commissie, met het oog op publicatie in het Publicatieblad, bondige informatie over dergelijke steunmaatregelen verstrekken. De lidstaten moeten de Commissie minstens één keer per jaar een verslag over de toepassing van de groepsvrijstellingen verstrekken. De Commissie zal de andere lidstaten toegang verlenen tot die verslagen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie