Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Tussentijds bericht Raad Financiële Toezichthouders

Datum nieuwsfeit: 06-12-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Financien
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Tussentijds bericht van de Raad van Financiële Toezichthouders



DIRECTIE FINANCIËLE MARKTEN

Aan:

De Voorzitter van de Tweede Kamer

Plein 2

2511 CR DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

FM 2000-192

6 december 2000

Onderwerp

Tussentijds bericht van de Raad van Financiële Toezichthouders

Bijgaand treft u aan het Tussentijds bericht van de Raad van Financiële Toezichthouders (RFT) dat door de RFT is uitgebracht om een overzicht te geven van de sinds de zomer van 1999 verrichte werkzaamheden, de bereikte resultaten en de toekomstige activiteiten. Ik beschouw dit bericht als een goede gelegenheid om mijn toezegging in de Nota institutionele vormgeving toezicht in de financiële marktsector1gestand te doen dat ik de Tweede Kamer periodiek mijn beoordeling zal doen toekomen van de vorderingen met het niet-sectorspecifiek toezicht.

De redenen voor het aanvullen van het toezicht op de financiële sector door het instellen van de RFT zijn meermaals onder uw aandacht gebracht en onderwerp van bespreking geweest. Gelet op de ontwikkelingen in de financiële sector en het overheidsbeleid, kon de vormgeving van het toezicht op de financiële sector niet achterblijven. Ik noem hier nogmaals enkele ontwikkelingen die vragen om een bredere blik dan een zuiver sectorale: de vervlechting van financiële producten, het ontstaan van financiële conglomeraten, overheidsbeleid ten aanzien van informatieverstrekking aan de consument en integriteit van de financiële sector. Beoogd is dat de RFT dit bredere perspectief bestrijkt via samenwerking aangaande beleid en regelgeving en, in voorkomende gevallen, door samenwerking en werkverdeling bij de uitvoering.

De RFT is, conform mijn verzoek en vooruitlopend op de wettelijke basis die in voorbereiding is, ingesteld bij Instellingsbesluit d.d. 7 juli 1999. Na enkele maanden van voorbereidingen is hij in augustus 1999 van start gegaan. Het achterliggende bericht geeft een goede indruk van de wijze waarop de RFT is vormgegeven en de werkzaamheden die door de RFT gedurende het eerste jaar van functioneren zijn verricht.

In de Nota institutionele vormgeving van het toezicht op de financiële marktsector zijn de meest relevante criteria verwoord voor de beoordeling daarvan. Deze zijn:

i. de slagkracht van het toezicht (de tijdigheid waarmee onderwerpen op niet-sectorspecifiek terrein door de RFT ter hand worden genomen en waarmee de RFT inspeelt op de ontwikkelingen in de financiële sector);
ii. de effectiviteit van het toezicht (de mate waarin niet-sectorspecifieke onderwerpen adequaat worden geregeld; een belangrijk element daarbij is het voorkomen van overlap en lacunes in het niet-sectorspecifieke toezicht); en
iii. de invloed van het toezicht op het gelijke speelveld in en de concurrentiekracht van de financiële sector (van sectordifferentiatie in het toezicht mag geen zelfstandige invloed
- zonder inhoudelijke grond - uitgaan op de marktverhoudingen; tevens dient van het toezicht geen onbedoelde invloed uit te gaan op de marktstrategie, organisatiestructuur en concurrentiekracht van de financiële instellingen als geheel).

Bij de evaluatie van de doelmatigheid en de doeltreffendheid die voor 2002 is toegezegd, zullen deze criteria een belangrijke rol spelen. Bij mijn tussentijdse beoordelingen van de vorderingen op niet-sectorspecifiek terrein en het functioneren van de RFT spelen de criteria uiteraard ook een rol. Op dit moment moet echter worden vooropgesteld dat de RFT voor zowel toezichthouders als de markt een nieuw fenomeen was dat allereerst gestalte moest krijgen.

Gedurende het eerste jaar van functioneren, heeft de RFT invulling moeten geven aan zijn organisatie en procedures en zich moeten positioneren ten opzichte van de markt. Mijn indruk is dat de RFT erin is geslaagd een plaats te verwerven. Contacten met de brancheorganisaties en de aandacht van de media kwamen op natuurlijke wijze tot stand in verband met de onderwerpen die door de RFT zijn opgepakt. Het onderzoek naar en de beleidsvorming op het gebied van onderwerpen als het toezicht op financiële conglomeraten en informatievoorziening aan de consument vragen om input van alle betrokkenen. Ook internationaal staat de RFT in de belangstelling als model voor de aanpak van niet-sectorspecifieke onderwerpen. In Duitsland heeft het model intussen navolging gekregen. Op 3 november jl. is het Forum für Finanzaufsicht ingesteld dat grotendeels is gestoeld op het Nederlandse concept. Ook andere landen hebben belangstelling getoond voor de Nederlandse no regret benadering, die verschillende mogelijke modellen voor de toekomst op flexibele wijze begaanbaar laat.

Als minister van Financiën ben ik op verschillende wijzen betrokken bij de werkzaamheden van de RFT. Teneinde de ontwikkelingen op niet-sectorspecifiek terrein mede te kunnen entameren, vindt (tenminste) vier maal per jaar overleg plaats tussen het ministerie en de RFT over zijn werkzaamheden in den brede. Voorts is Financiën betrokken bij enkele projecten die in het kader van de RFT worden uitgewerkt. Gedacht kan worden aan de Beleidsregel inzake de betrouwbaarheidstoetsing van (kandidaat)(mede)beleidsbepalers en houders van gekwalificeerde deelnemingen in onder toezicht staande instellingen die in april is gepubliceerd (Stcrt. 78) en door mij mede is ondertekend. Daarnaast neemt Financiën sinds enkele maanden deel in de Werkgroep rendement en kosten die in kaart brengt op welke wijze de consument het best kan worden geïnformeerd over risicos, rendement en kosten van financiële producten. Tot slot brengt de adviesfunctie van de RFT regelmatig contact op specifieke dossiers met zich mee.

Inhoudelijk heeft de RFT met name op het terrein van de financiële conglomeraten goed gepresteerd. De door de RFT opgestelde Contourennota inzake een veranderend toezicht op financiële conglomeraten2 bevatte een advies dat een goede inbreng bood bij de vorming van het beleid dat aan u is gepresenteerd in de Nota toezicht op financiële conglomeraten3. Op basis hiervan zal het aanvullend groepstoezicht op financiële conglomeraten worden vernieuwd en versterkt. Zoals aangegeven in de laatst genoemde nota, ben ik van mening dat dit aanvullend groepstoezicht de effectiviteit van het toezicht ten goede zal komen doordat alle onderdelen van het conglomeraat in het toezicht worden betrokken die van belang zijn voor de soliditeit, organisatie en de integriteit van de onder toezicht staande instellingen in de groep. Ook heb ik gewezen op de mogelijke positieve gevolgen voor de concurrentiekracht van financiële conglomeraten, doordat de toezichthouders consistente normen dienen op te stellen en dienen te voorkomen dat financiële conglomeraten onnodig worden geconfronteerd met uiteenlopende of cumulatieve normen. Voorts ben ik van mening dat de RFT een belangrijke stap heeft gezet ten aanzien van de betrouwbaarheidstoetsing. De uitgevaardigde beleidsregel inzake betrouwbaarheidstoetsing kan dienen om deze toetsing verder te stroomlijnen hetgeen de effectiviteit ten goede komt en uiteindelijk kan resulteren in geringere lasten voor de onder toezicht staande instellingen.

Op het gebied van de informatievoorziening aan de consument heeft de RFT voorrang gegeven aan de opzet van een centraal aanspreekpunt door hun informatielijnen te bundelen. Dit centraal aanspreekpunt is begin november van start gegaan. Voor mijn onderhavige, positieve beoordeling van de RFT-werkzaamheden in het eerste jaar is dit zeer relevant. Komend jaar verwacht ik dat concrete invulling zal worden geven aan de verdere voornemens die zijn verwoord in de Nota informatieverstrekking aan de consument van financiële diensten4. Ik ben voornemens u daarover aan de hand van een uitgewerkt tijdschema op te stellen door de RFT op korte termijn te informeren.

Het eerste jaar van de RFT overziend, kan ik constateren dat deze zich inmiddels heeft weten te positioneren en enkele belangrijke slagen heeft gemaakt op niet-sectorspecifiek terrein. De RFT heeft daarbij aandacht gegeven aan de invulling van beleid en regelgeving. Nu de kaders in eerste aanzet worden vormgegeven, kan volgend jaar ook aandacht worden besteed aan werkzaamheden inzake samenwerking en werkverdeling bij de uitvoering van het toezicht, zodat de mogelijkheden van de RFT om lacunes en overlap te voorkomen, zoals beoogd, ook op dit terrein worden benut. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan het door de RFT geïnitieerde onderzoek naar de concrete invulling van het aanvullend groepstoezicht en de voorgenomen aanpassing van het Protocol tussen de Verzekeringskamer en de Nederlandsche Bank waarin ook de Stichting Toezicht Effectenverkeer zal worden opgenomen. Een ander voorbeeld is de stroomlijning van de betrouwbaarheidstoetsing. Ook over deze dimensie zal dan volgend jaar kunnen worden gerapporteerd.

Naar verwachting zal de RFT in april 2001 een jaarverslag uitbrengen. Bij die gelegenheid zal ik u tevens informeren over de wijze waarop ik de RFT zoals toegezegd in 2002 zal evalueren.

DE MINISTER VAN FINANCIEN,

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie