Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Nota Tweede suppletore wetsvoorstel 2000 Defensie

Datum nieuwsfeit: 08-12-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Defensie
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Defensie



Brieven aan de Kamer


Nota naar aanleiding van Tweede suppletore wetsvoorstel 2000

08-12-2000

NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG OVER HET WETSVOORSTEL TOT WIJZIGING VAN DE BEGROTING VAN DE UITGAVEN EN DE ONTVANGSTEN VAN HET MINISTERIE VAN DEFENSIE (X) VOOR HET JAAR 2000 (WIJZIGING SAMENHANGENDE MET DE NAJAARSNOTA)

Vraag 1:

Op verschillende plaatsen blijkt er van een grotere inhuur van personeel sprake te zijn (bijv. blz. 27, 31, 33, enz.). Kan de regering nader ingaan op het verband tussen de hogere uitstroom en achterblijvende werving, en de inhuur van tijdelijk personeel? Wat zijn de financiële gevolgen van de grotere inhuur?

Antwoord:

De toenemende zuigkracht van de arbeidsmarkt heeft zowel achterblijvende wervingsresultaten als een hogere uitstroom tot gevolg. Het gaat hierbij zowel om personeel voor technische en financieel-economische functies als om personeel voor meer algemene functiegroepen en gevechtsfuncties. Voor een deel kan dit worden opgevangen door (tijdelijke) inhuur. De omvang van de inhuur wordt beperkt door de aard van de functie (gevechtsfuncties komen bijvoorbeeld niet in aanmerking), de budgettaire ruimte en de ook voor inhuur geldende krapte op de arbeidsmarkt. De grotere inhuur wordt geheel geaccommodeerd uit de gelden die door het ontstaan van vacatures vrijvallen uit de ramingen van de salarisartikelen van de ontwerpbegroting.

Vraag 2:

Hangt de verhoging van de post vredesoperaties ook samen met deelname aan de vredesmissie Ethiopië-Eritrea?

Antwoord:

De additionele uitgaven voor vredesoperaties worden gedekt uit de structurele voorziening voor vredesoperaties, zoals voorzien in de HGIS. Ook de additionele uitgaven voor de VN-vredesoperatie in Ethiopië - Eritrea worden hieruit gefinan-cierd. Kosten c.q. uitgaven die niet onder de definitie additionele uitgaven vallen, zoals investeringen in materieel, komen ten laste van de defensie-begroting. Door prioriteitsstelling dient hiervoor de benodigde financiële ruimte te worden gevonden.

Daarnaast draagt naar verwachting de VN met ongeveer f 30 miljoen bij in de Nederlandse kosten van deze VN-operatie.

Vraag 3:

Kan de regering aangeven hoe de kosten voor deelname aan de vredesmissie Ethiopië-Eritrea worden gedekt?

Antwoord:

De additionele uitgaven voor vredesoperaties worden gedekt uit de structurele voorziening voor vredesoperaties, zoals voorzien in de HGIS. Ook de additionele uitgaven voor de VN-vredesoperatie in Ethiopië - Eritrea worden hieruit gefinancierd. Naar verwachting draagt daarnaast de VN met ongeveer f 30 miljoen bij in de Nederlandse kosten van deze VN-operatie.

Vraag 4:

Hoe groot is het bedrag dat in 2000 extra wordt besteed aan personeelsbeleid?

Vraag 20:

In de Defensienota 2000 wordt een structurele voorziening van f 100 miljoen genoemd, terwijl in de Najaarsnota sprake is van 'de f 50 miljoen voor nieuw P-beleid zoals verwoord in de Defensienota'. Hoe is dit met elkaar te rijmen?
Antwoord:

Wat betreft de opbouw van de beschikbare gelden voor nieuw personeelsbeleid wordt verwezen naar de brief van de staatssecretaris van Defensie van 26 oktober jl. (TK 2000-2001, 27400X, nr. 10).

Vraag 5:

Hoe groot zijn de totale overschrijdingen ten gevolge van de excessief hogere dollarkoers en de hogere brandstofprijzen?

Vraag 7:

Aan welke artikelen komt de compensatie van f 75 miljoen uit de algemene middelen voor hogere brandstofprijzen ten goede? Waarop is dit bedrag gebaseerd? Dekt dit bedrag de volledige extra uitgaven? Zo nee, waarom is dan voor dit bedrag gekozen?

Vraag 9:

Waarom is de toevoeging van f 75 miljoen aan het defensiebudget ter compensatie van de hogere brandstofprijzen verlopen via artikel 08.06?

Vraag 13:

Kan de regering een totaaloverzicht geven van de verdeling van de f 75 miljoen als gevolg van de hogere dollarkoers, met een toelichting op de verdeling?

Vraag 15:

Kan worden gekwantificeerd waarom de 'excessief hogere dollarkoers en de brandstofprijzen' een toevoeging van f 75 miljoen aan de Defensiebegroting noodzakelijk maakten?

Vraag 17:

Op welke wijze kan, gezien de hoger uitgevallen exploitatie uitgaven, het budget voor EVDB worden gecompenseerd? Kortom, hoe wordt een reserve gecreëerd op een post waar nu onvoorziene tekorten zijn ontstaan?

Vraag 22:

Is het waar dat er in 2000 van de in totaal f 200 miljoen voor EVDB f 32,7 miljoen wordt gerealiseerd. Zo nee, hoeveel wordt er wél besteed en waaraan?
Vraag 37:

Welk deel van de extra uitgaven ter compensatie van de hogere dollarkoers is ten laste van het generale beeld gecompenseerd? Waarom is dit niet geheel gecompenseerd? Waaruit is de rest van de compensatie gefinancierd?

Vraag 56:

Wordt de f 75 miljoen uit het EVDB-fonds die in 2000 wordt vrijgegeven ten gunste van de algemene middelen met een verhoging van het defensiebudget in 2001, in 2001 opnieuw toegevoegd aan het EVDB-fonds?

Vraag 57:

Waaraan wordt in 2000 het bedrag van f 32,6 miljoen uit het EVDB-fonds uitgegeven? Welke "hogere exploitatie-uitgaven" op welke artikelen leiden tot het doen van de uitgave van f 92,3 miljoen uit het EVDB-fonds in 2000? Op welke wijze en in welke periode wordt dit geld in 2001 weer terug ontvangen van andere beleidsterreinen? Betreft het hier geen vervuiling van de begroting?

Vraag 67:

f 75 miljoen van de budgettoevoeging van het EVDB zal naar verwachting niet meer worden verwerkt en wordt in 2000 vrijgegeven ten gunste van het generale beeld en toegevoegd aan het Defensiebudget 2001. Is hier al een bestemming voor?

Vraag 68:

Een belangrijke mutatie op de begroting van Defensie betreft de compensatie voor de gestegen dollarkoers. Defensie heeft daarvoor f 75 miljoen ontvangen die toegevoegd is aan artikel 08.06. Op artikel 08.06 wordt dit bedrag wel genoemd, maar komt verder niet terug. Een totaaloverzicht ontbreekt. Kan de regering een totaaloverzicht geven van de verdeling van de f 75 miljoen, met een toelichting op de verdeling? Wat is het gevolg van de hogere dollarkoers voor de operationele inzet van Defensie?

Vraag 69:

Een andere opvallende mutatie in begrotingsartikel 08.06 is de verhoging van het budget van f 200 miljoen in het kader van het EVDB. Aangezien dit jaar de uitgaven niet (geheel) tot realisatie komen is f 92,3 miljoen aangewend voor de dekking van de hogere exploitatie uitgaven bij de beleidsterreinen. In 2001 zal dit door de betreffende beleidsterreinen weer gecompenseerd worden. Een overzicht van de verdeling van de f 92,3 miljoen over de diverse beleidsterreinen ontbreekt. Hoe wordt de f 92,3 miljoen voor exploitatie-uitgaven verdeeld over de beleidsterreinen?

Antwoorden:

De toevoegingen van de extra middelen aan de begroting van Defensie is voornamelijk gebaseerd op de hogere dollarkoers. In de begroting is uitgegaan van de CPB-koers van f 1,95. De actuele koers is voortdurend hoger geweest. De overschrijdingen ten gevolge van de excessief hogere dollarkoers beloopt voor geheel 2000 naar schatting f 120 miljoen. De hogere brandstofprijzen leiden tot overschrijdingen voor geheel 2000 van naar schatting f 40 miljoen. De besluitvorming inzake de Najaarsnotaproblematiek in de Ministerraad heeft geleid tot een gedeeltelijke compensatie van f 75 miljoen ten laste van de algemene middelen. Dit bedrag is naar rato van de problematiek over de beleidsterreinen verdeeld.

De voornoemde overschrijdingen vormen een onderdeel van een groter tekort bij de beleidsterreinen in de tweede suppletore begroting 2000. Inclusief de dollar- en brand-stofproblematiek gaat het hier om een totaal bedrag van f 167,3 miljoen. Deze totaalpro-blematiek en de gecompenseerde f 75 miljoen is als volgt over de beleidsterreinen te specificeren (bedragen x f 1 miljoen):

(Lees in kolommen)
BT/gecompenseerde dollar en brandstof/overige problemen (incl. niet gecompenseerde $ en brandstof)/totaalprobleem

KM/ f 31,9/ f 20,4/ f 52,3
KL/ f 7,2/ f 13,4/ f 20,6
KLu/ f 33,6/ f 10,2/ f 43,8
Kmar/f 0,4/- f 5,9 /- f 5,5

Dico/f 1,1/ f 2,4 / f 3,5
P&U/f - / f 15,6 / f 15,6
Alg/f 0,8 /f 36,2 / f 37,0
Tot./f 75,0/f 92,3/f 167,3

Ten behoeve van het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB) heeft het kabinet f 200 miljoen gulden uit de Algemene Middelen toegevoegd aan de defensiebegroting. Zorgvuldig wordt bezien welke projecten de komende periode voor deze gelden in aanmerking komen. In de tussentijd wordt geld uit de EVDB-voorziening (artikel 08.06) tijdelijk gebruikt om tekorten binnen de defensiebegroting te compenseren. Deze tijdelijke maatregel laat de omvang van het
--EVDB-fonds onverlet, omdat dezelfde gelden later weer beschikbaar worden gesteld voor het EVDB-fonds. Wanneer dat geld weer beschik-baar moet zijn, hangt af van de besluitvorming over de projecten die uit het EVDB-fonds worden betaald.

Het totale exploitatietekort van f 167,3 miljoen wordt voor f 75 miljoen gedekt uit door het kabinet extra beschikbaar gestelde middelen. De resterende f 92,3 miljoen wordt gedekt uit de EVDB-middelen van f 200 miljoen, die dit jaar niet meer tot betaling komen. Om in 2001 toch weer te kunnen beschikken over de volledige f 200 miljoen worden op de verschillende beleidsterreinen maatregelen getroffen om de f 92,3 miljoen terug te verdienen en wordt het resterende bedrag van de overgebleven EVDB-middelen van f 107,7 miljoen doorgeschoven naar 2001 (f 75 miljoen bij Najaarsnota en het restant van f 32,7 miljoen bij Slotwet).

Vraag 6:

Waarom is de loonbijstelling die voortvloeide uit de eerste suppletoire begroting 2000 gekoppeld aan overeenstemming over het arbeidsvoorwaardenbeleid?

Antwoord:

De kabinetsbijdrage in de arbeidsvoorwaarden wordt jaarlijks als loonbijstelling in het kader van de eerste suppletore begroting verantwoord. Deze loonbijstelling vormt onderdeel van de middelen die beschikbaar zijn voor het arbeidsvoorwaardenoverleg.

De in 2000 toegekende loonbijstelling is onder andere aangewend voor de CAO 1999 - 2000. Het resterend deel van de door het kabinet toegekende loonbijstelling zal worden aangewend voor de voor de periode vanaf 1 augustus 2000 tot stand te brengen CAO.

De uitdeling van de loonbijstelling aan de beleidsterreinen wordt gebaseerd op de feitelijk in de CAO overeengekomen maatregelen. De uitdeling aan beleidster-reinen van dat gedeelte van de loonbijstelling 2000 dat betrekking heeft op de CAO 1999 - 2000 heeft plaatsgehad en is in het kader van de tweede suppletore begroting verantwoord. De uitdeling van het resterend gedeelte van de loonbij-stelling, dat betrekking heeft op de voor de periode vanaf 1 augustus 2000 tot stand te brengen CAO, zal eerst kunnen plaatshebben nadat over de in die CAO aan de orde zijnde maatregelen overeenstemming is bereikt. De betrokken middelen blijven in afwachting hiervan voorshands gestald op het artikel 01.27 Loonbij-stelling.

Vraag 8:

Wat zijn de gevolgen van de hoge dollarkoers voor de operationele inzet van Defensie? Wanneer kan de Kamer maatregelen van de kant van de regering tegemoet zien om de gevolgen van dergelijke prijsstijgingen op te vangen?

Vraag 14:

Wat is het gevolg van de hogere dollarkoers en brandstofprijzen voor de operationele inzet van Defensie?

Antwoord:

Als gevolg van de hogere dollarkoers en de verhoging van de brandstofprijzen kunnen binnen het beschikbare exploitatiebudget minder oefen-/vaardagen en vlieguren worden gemaakt dan aanvankelijk werd voorzien. Dit heeft negatieve gevolgen voor de operationele inzetbaarheid. De gevolgen blijven op de kortere termijn echter beperkt omdat bijvoorbeeld wordt ingeteerd op brandstofvoorraden. Het afwentelen van de hogere dollarkoers op de investeringen is ongewenst omdat daarmee de uitvoering van de Defensienota onder druk komt te staan.

Zoals ik ook heb aangegeven tijdens de behandeling van de Defensiebegroting op 1 november jl. wil ik in overleg met minister van Financiën een analyse uitvoeren van de mogelijkheden om tot een meer algemene systematiek te komen, waarmee wordt vastgelegd welke plussen of minnen in de valutakoers Defensie nog zonder compensatie kan opvangen. De Kamer zal hierover bij Voorjaarsnota worden geïnformeerd.

Vraag 10:

Waarom is het wel mogelijk de f 50 miljoen voor personeelsbeleid uit de motie Dijkstal in 2000 ter besteding te laten komen, maar niet de f 50 miljoen voor personeelsbeleid uit de Defensie-nota? Waar is vastgelegd dat het bedrag voor nieuw personeelsbeleid een onderdeel vormt van het nieuwe arbeidsvoorwaardenakkoord?

Vraag 11, 21, 34:

Kan de regering garanderen dat het bedrag van f 50 miljoen uit de Defensienota, bestemd voor het personeelsbeleid, ondanks de terugboeking naar artikelonderdeel 01.27 nog in 2000 wordt besteed en niet in de algemene middelen terugvloeit?

Antwoord:

In 2000 zal tot besteding komen het bedrag van f 50 mln in het kader van de motie Dijkstal dat bestemd is voor de bevordering van de externe werkzekerheid. Of ook het voor 2000 voorziene bedrag van f 50 mln voor nieuw personeelsbeleid tot besteding komt is afhankelijk van de afronding van het nog lopende CAO-traject. De voorgenomen maatregelen, zoals U met mijn brief van 26 oktober is weergegeven, hebben namelijk alle betrekking op de rechtspositie van het personeel. Over deze wijzigingen in de rechtspo-sitie dient overeenstemming te worden bereikt met de Centrales van Overheidspersoneel.

De regering kan dan ook niet garanderen dat het bedrag van f 50 mln voor nieuw personeelsbeleid nog in 2000 wordt besteed. Dit bedrag zal echter deel blijven uitmaken van het CAO-traject en is juist daarom (tijdelijk) naar het loonbijstellingsartikel 01.27 teruggeboekt. Na afronding van het CAO-traject zal dit bedrag worden aangewend voor de hiervoor geoormerkte maatregelen. Het betrokken bedrag zal ook volgend jaar beschikbaar blijven voor het personeelsbeleid.

Vraag 12:

Is met de herziene berekening van de af te dragen omzetbelasting door de Koninklijke marine de belastingproblematiek bij dit krijgsmachtdeel ten einde?

Vraag 43:

Is de regering bereid de f 58,5 miljoen BTW nader toe te lichten?

Antwoord:

Naar aanleiding van een in 1999 door de Koninklijke Marine uitgevoerde controle naar het proces van het terugvorderen van omzetbelasting bij magazijnsverstrekkkingen is in de programmatuur van het geautomatiseerde voorraadadministratiesysteem KM betreffende de BTW een fout ontdekt. Deze fout is ontstaan tijdens een uitgebreide onderhoudsronde in 1995. Als gevolg hiervan is in de periode 1995-1999 teveel BTW door de Koninklijke Marine teruggevorderd. Dit betreft het bedrag van f 58,5 miljoen.

Na de controle is, in nauwe samenwerking met de fiscus, de fout gevalideerd en is in overleg met de inspecteur Belastingsdienst Grote Ondernemingen Den Haag een terugbetalingsregeling opgesteld. Tevens zijn de ramingen van de BTW-ontvangsten structureel verlaagd. Hiermee is deze problematiek afgedaan.
Vraag 16:

De f 200 miljoen extra bestemd voor het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid wordt dit jaar niet geheel besteed. Hoe verhoudt zich dat tot de niet bepaald ruime planning van de Headline Goal?

Antwoord:

In mijn brief van 13 november jl. heb ik uw Kamer geinformeerd over de Nederlandse bijdrage aan de Headline Goal van de Europese Unie en over de voorbereiding van de Capabilities Commitment Conference van 20 en 21 november jl. Met de aangegeven initiele bijdrage kan tijdig invulling worden gegeven aan de Headline Goal in 2003.

In de aanloop naar genoemde conferentie zijn Europese militaire tekortkomingen geïdentificeerd. Om een duidelijk politiek signaal af te geven en om te kunnen bijdragen aan het wegwerken van onderkende tekorten, heeft het kabinet besloten f 200 miljoen aan de Defensiebegroting 2000 toe te voegen. Met de financiële impuls, die is bedoeld voor additionele bijdragen, heeft Nederland helder gemaakt de Europese ontwikkelingen te steunen, hetgeen heeft geleid tot waardering van de andere lidstaten.

Inmiddels is de behoefte aan Europese militaire capaciteiten vastgesteld, evenals de voorlopige bijdragen van de lidstaten. De komende periode zal een proces worden doorlopen om de benodigde aanvullende bijdragen te bewerkstelligen. Dit proces vergt tijd en zorgvuldige internationale afstemming in de Europese Unie, naast het zorgvuldig doorlopen van het nationale Defensie Materieelkeuze Proces.

Door bovengenoemde aspecten zullen dit jaar geen EVDB-gelden voor de additionele bijdrage tot besteding komen. Afhankelijk van de aard van deze bijdrage en de uitkomst van de genoemde processen zullen gelden naar verwachting vanaf 2001 geleidelijk tot besteding komen en kan worden ingeschat of aan de voorgenomen realisatie van de Headline Goal in 2003 geheel kan worden voldaan.

Vraag 18:

Waaraan is het extra bedrag van f 10 miljoen voor inhuur op het beleidsterrein algemeen uitgegeven? Had deze inhuur niet voorzien kunnen worden?
Antwoord:

Het extra bedrag van f 10 miljoen voor inhuur op het beleidsterrein Algemeen is uitgegeven aan onder andere onvoorziene inhuur voor de ontwikkeling van het Defensielogo, een noodzakelijke extra bijdrage aan de ontwikkeling van defensie ICT-infrastructuur en inhuur ten behoeve van de politieke en ambtelijke leiding van het departement. Het betreft vraagstukken als de Commissie Bakker, de verhoging van subsidies, het onderzoek in het kader van ruimtelijke ordening en milieu, onderzoek naar aansturing CHV- operaties en het onderzoek inzake rechts-extremistisch gedrag. Daarnaast heeft inhuur plaatsgevonden voor met name de noodzakelijke verbetering in het kader van financieel beheer. Gegeven het karakter en het tijdstip van ontstaan van de behoeften was dit niet in die volle omvang te voorzien bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2000.

Vraag 19:

Waarom zijn de uitgaven voor verbetering archivering, bedrijfsvoering en reorganisatie MID geboekt onder het ressort Kerndepartement en niet onder het ressort MID? Waarom waren deze kosten, in het kader van de voorziene reorganisatie, niet voorzien?

Vraag 28:

Is de regering bereid de uitgaven ICT te specificeren?

Vraag 29:

"De overschrijdingen (...) zijn (...) terug te voeren op overheidsbeslissingen die in voorafgaande jaren zijn genomen (...)." Kan de regering hierop enige verduidelijking geven? Antwoord:

De overschrijdingen zijn terug te voeren op beleidsbeslissingen ten aanzien van de Militaire Inlichtingen Dienst (MID) en Informatie Communicatie Technologie (ICT).

Het budget van de MID was in de afgelopen jaren voldoende voor het veiligstellen van de lopende bedrijfsvoering doch onvoldoende voor het accomoderen van bijzondere activiteiten. Als gevolg hiervan zijn kritieke activiteiten, zoals de verbetering van de archivering, de bedrijfsvoering en de reorganisatie van de MID, mede vanuit het kerndepartement gefinancierd. Een aantal van deze activiteiten en uitgaven uit 1999 is overgelopen naar 2000. Deze zijn inmiddels afgerond. Gegeven het karakter en het tijdstip van ont-staan van de behoeften was dit niet te voorzien bij het opstellen van de ontwerpbegro-ting.

De beleidsbeslissing met betrekking tot ICT betreft de inhuur van deskundigen ten behoeve van de ontwikkeling van defensiebrede ICT. Het betreft contracten met betrekking tot onder andere datalijnen en beheerscontracten voor verschillende systemen.

Vraag 23:

Welk voorbehoud hebben de Verenigde Staten bij het project Warning Installation? Welke maatregelen heeft Nederland genomen om de onzekerheden op dit terrein weg te nemen? Wanneer is over de "onzekerheid" duidelijkheid te verwachten?

Antwoord:

De Verenigde Staten hebben bij het project Warning Installation op 5 juli 2000 een administratief voorbehoud gemaakt. Er mogen door het ministerie van Defensie van de Verenigde Staten geen verplichtingen worden aangegaan zolang het Congres de nationale begroting nog niet heeft goedgekeurd. Dit administratief voorbehoud treft projecten van alle Navolidstaten (inclusief de Verenigde Staten zelf). Nederland kan hierop geen invloed uitoefenen. Het boekjaar van de Verenigde Staten loopt van 1 oktober tot en met 30 september. Inmiddels hebben de Verenigde Staten hun voorbehoud overigens opgeheven.

Vraag 24:

Waaruit bestaat het project "afsluiting Humanitair Ontmijnen 2000" ? Wanneer zal meer duidelijkheid zijn over de besteding van het geld dat voor het project HOM 2000 gereserveerd is?

Antwoord:

In de brief aan de Kamer van 27 oktober jl. (Kamerstuk 24.292, nr. 20) over de beëindiging van HOM-2000 is uiteengezet hoe dit project op een zorgvuldige wijze inhoudelijk en financieel wordt afgerond. Het betreft activiteiten die een verantwoorde consolidatie van de onderzoeksresultaten zekerstellen. Tevens betreft het afrondende activiteiten waarvan de resultaten als input dienen voor (inter)nationale onderzoeksprogramma's op het gebied van humanitair mijnenruimen. Op deze wijze wordt TNO in staat gesteld de kennis en deskundigheid die HOM-2000 heeft opgeleverd te benutten en in te brengen in internationale samenwerkingsverbanden waardoor het nuttig effect van de Defensie onderzoeksinspanningen op ontmijningsgebied kan worden vergroot.
Verwacht wordt dat aan het einde van het eerste kwartaal 2001 meer duidelijkheid zal bestaan over de aanwending van het resterende defensiebudget voor HOM-2000, naar schatting ongeveer f 6 miljoen, dat onveranderd zal worden besteed aan doelen die verband houden met humanitaire mijnenruiming.

Vraag 25:

Kan de regering de verlaging van de uitgaven op artikel 01.25 nader toelichten?

Antwoord:

De verlaging van de uitgaven op artikel 01.25 wordt veroorzaakt door het uitdelen van de gestalde gelden voor nieuw milieubeleid over de betrokken beleidsterreinen. Het betreft een verlaging voor artikel 01.25 doch geen verlaging van de milieu-uitgaven door het ministerie van Defensie.

Vraag 26:

Van welke andere beleidsterreinen zijn de gelden ten behoeve van de renovatie van gebouw 32 op het Van Alkemadecomplex, het onderzoek naar de werkdruk in het kader van de Arbeids-omstandighedenwet en de uitgaven voor toetreding tot Occar afkomstig en wat is de onderlinge verdeling?

Antwoord:

Alle beleidsterreinen hebben gelden bijgedragen ten behoeve van de renovatie van gebouw 32 op het Van Alkemadecomplex, het onderzoek naar de werkdruk in het kader van de Arbeidsomstandighedenwet en de uitgaven voor toetreding tot Occar. Toerekening heeft plaatsgevonden door het stellen van prioriteiten tussen de verschillende beleidsterreinen. Een onderlinge verdeling tussen de beleidsterreinen is niet aan te geven, omdat de overschotten en tekorten van de beleidsterreinen in het geheel zijn bezien.

Vraag 27:

De ramingvrijstelling betreft met name inhuur (f 10 miljoen) en inhuur bij het MID (deel van f 15 miljoen). Hoeveel externen zijn er in 2000 actief bij Defensie en welk bedrag is hier in totaal mee gemoeid?

Antwoord:

Door beleidsterrein Algemeen is ten laste van de ramingsbijstelling van f 10 miljoen voor het Kerndepartement voor f 2,7 miljoen ingehuurd. Hiervoor zijn 23 externen actief geweest bij het kerndepartement.

Ten laste van de ramingsbijstelling van f 15 miljoen bij de MID is f 2,3 miljoen uitgegeven aan inhuur. Hiervoor zijn 15 externen actief geweest.

Vraag 30:

Waaraan worden de extra uitgaven van f 1 miljoen voor het nieuwe logo voor Defensie besteed?

Antwoord:

Het betreft hier geen extra uitgaven, maar alle uitgaven die in 2000 voor het ontwikkelen van een nieuw logo voor Defensie zijn gedaan.

Vraag 31:

Wat zijn de redenen van de trager dan verwachte uitfasering van personen die aanspraak maken op de UKW uit het ZVD-bestand? Zijn hierin veranderingen te verwachten?

Antwoord:

Bij het per 1 januari 1999 onderbrengen in het ziektekostenstelsel voor militairen (SZVK) van personen die een uitkering genieten in het kader van de UKW is bij wijze van overgangsrecht aan reeds in uitkering zijnde UKW-ers de mogelijkheid geboden gedurende twee jaar (ergo tot 1 januari 2001) te kiezen tussen de overstap naar de SZVK en het handhaven van de bestaande situatie. Een overstap naar de SZVK betekent evenals voor actief dienende militairen dat de aanspraak op ZVD wordt beëindigd. Voor de vanaf 1999 in de UKW instromende personen is aanspraak op ZVD uitgesloten.

Bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2001 diende in dit verband een inschatting te worden gemaakt van het gebruik dat zou worden gemaakt van de mogelijkheid van handhaving van de bestaande (ZVD-)aanspraak. In de praktijk blijkt dat het gebruik van de ZVD door UKWers groter is dan in het kader van de ontwerpbegroting als uitgangspunt is gehanteerd. Het gaat daarbij vooral om oudere UKWers (63-64 jaar). Dit bestand faseert in de komende jaren uit doordat deze UKW-ers de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar bereiken.

Vraag 32:

Wat is de achtergrond van de millenniumuitkering van 100 euro aan gepensioneerde militairen?

Antwoord:

Het ABP heeft aan bij de aldaar in uitbetaling zijnde gepensioneerden in het kader van het millennium een eenmalige uitkering van 100 euro verstrekt. In het kader van de op basis van de Kaderwet Militaire Pensioenen te realiseren overgang van de militaire pensioenen naar het ABP is deze uitkering door het ABP ook aan gepensioneerde militairen verstrekt. Deze militaire pensioenen zijn via Defensie en USZO ten laste van de Defensiebegroting uitbetaald. De hiertoe van de zijde van ABP ontvangen vergoeding is aan de middelenzijde van de begroting verantwoord.

Vraag 33:

Welk deel van de aanpassing van de begrotingssterkte met 515 vte'n bij het ressort CZMNED is het gevolg van omzetting van BOT naar BBT-functies en welk deel is een gevolg van hogere uitstroom en achterblijvende werving? Is deze aanpassing structureel? Waarop is deze aanpassing gebaseerd?

Vraag 36:

Welk deel van de aanpassing van de begrotingssterkte met 52 vte'n bij het ressort CKMARNS is het gevolg van omzetting van BOT naar BBT-functies en welk deel is een gevolg van hogere uitstroom en achterblijvende werving? Is deze aanpassing structureel? Waarop is deze aanpassing gebaseerd?

Vraag 38:

Welk deel van de aanpassing van de begrotingssterkte met 53 vte'n bij het ressort ondersteu-nende eenheden is het gevolg van omzetting van BOT naar BBT-functies en welk deel is een gevolg van hogere uitstroom en achterblijvende werving? Is deze aanpassing structureel? Waarop is deze aanpassing gebaseerd?

Antwoord:

De omzetting van BOT naar BBT-functies heeft niet geleid tot verlaging van de begrotingssterkte, wel tot verlaging van de uitgavenraming. Deze verlaging is het gevolg van een optredende verjonging van het gehele personeel bij een toename van BBT-functies.

De aanpassing van de begrotingssterkte is bij CZMNED voor het grootste deel en bij CKMARNS en de Ondersteunende eenheden in zijn geheel het gevolg van hogere uit-stroom en achterblijvende werving. Het resterende aantal bij het ressort CZMNED is het gevolg van overhevelingen met andere ressorts. Voor de jaren 2000 tot en met 2005 is deze aanpassing bij CZMNED doorgetrokken op een niveau van 200 vte'n. Bij de ressorts CKMARNS en Ondersteunende eenheden is de aanpassing incidenteel voor het jaar 2000.

Vraag 35:

Wat is de reden van de verhoging met 9 vte'n militair personeel bij het ressort CZMCARIB?
Antwoord:

De verhoging met 9 vte'n militair personeel bij CZMCARIB is het gevolg van het proces van uitzending en repatriëring van personeel van de Koninklijke Marine naar en van het Caribisch gebied. Hierbij wordt onder andere rekening gehouden met de individuele omstandigheden en operationele behoeftes. Het aantal vte'n is daardoor onderhevig aan geringe schommelingen.

Vraag 39:

Op welke termijn wordt verwacht de geplande omzetting van BOT naar BBT-functies bij het ressort Admiraliteit te behalen? Hoeveel personeel is op dit ressort overgenomen van de MID?

Antwoord:
De omzetting van BOT naar BBT-functies is conform de Defensienota 2000, voor de gehele Koninklijke Marine, gepland in de periode 2000 tot en met 2009.

De Koninklijke Marine heeft 3 vte'n burgerpersoneel en 8 vte'n militair personeel overgenomen van de MID.

Vraag 40:

Waarom is op het ressort Admiraliteit het naar artikel 01.27 teruggeboekte bedrag voor personeelsbeleid niet gelijk aan het eerder in het kader van de verwerking personeelsbeleid Defensienota onder dit ressort gestalde bedrag?

Antwoord:

Alleen de bedragen die onderwerp zijn van het
arbeidsvoorwaardenoverleg met de Centrales van overheidspersoneel zijn teruggeboekt naar artikel 01.27. De bedragen gemoeid met de omzetting van BOT-functies naar BBT-functies alsmede met het werkze-kerheidstraject van BBT-ers blijven voor de beleidsterreinen beschikbaar.

Vraag 41:

Is de mutatie ramingbijstelling lonen het gevolg van achterblijvende werving, bijvoorbeeld door vergrijzing?

Antwoord:

De mutatie 'ramingsbijstelling lonen' is veroorzaakt door de hogere verblijfstoelage voor militairen die geplaatst zijn op buitenlandse staven. Deze verblijfstoelage is volledig koersafhankelijk.

Vraag 42:

Welke budgettaire problematiek is de reden van de verlaging van de uitgaven aan infrastructurele projecten bij de Koninklijke Marine? Wat zijn de gevolgen van deze verlaging?

Antwoord:

Na de vaststelling van de begroting 2000 is sprake geweest van een aantal budgettaire tegenvallers. Het gaat hier met name om een de excessief gestegen dollarkoers en hogere brandstofprijzen. Het betreft een bedrag van ruim f 52 miljoen in 2000, waarvoor de Koninklijke Marine slechts ten dele ten laste van het generale beeld wordt gecompenseerd. Als gevolg hiervan is bij de tweede suppletore begroting een herschikking binnen de budgetten van de Koninklijke Marine noodzakelijk gebleken. Deels is dit uitgevoerd door een aantal infrastructurele projecten te vertragen.

Vraag 44:

"Als gevolg van budgettaire krapte is het budget voor incidenteel onderhoud tot een minimum beperkt". Kan de regering dit verduidelijken?

Antwoord:

Onderhoud aan het materieel bestaat uit benoemd (gepland) en incidenteel (onverwacht) onderhoud. Voor dit laatste is in de begroting 2000 budget gereserveerd. Als gevolg van de budgettaire krapte wordt een groot deel van dit budget anders aangewend. Het incidenteel onderhoud wordt daarom van geval tot geval beoordeeld, waarbij alleen het absoluut noodzakelijke onderhoud aan het materieel wordt uitgevoerd.

Vraag 45:

Welk deel van de aanpassing van de begrotingssterkte bij het ressort 1 GE/NL Legerkorps is het gevolg van hogere uitstroom en achterblijvende werving? Welk deel van deze aanpassing is structureel?

Antwoord:

De aanpassingen zijn niet structureel. Voor het beroepspersoneel onbepaalde tijd is de aanpassing het gevolg van de uitzending in verband met vredesoperaties waarbij het personeel om administratieve redenen tijdelijk bij 1GE/NL Legerkorps wordt geplaatst. Het deel van de aanpassing van de begrotingssterkte voor het beroepspersoneel bepaalde tijd is het gevolg van een hogere uitstroom en een achterblijvende werving, waarbij wordt opgemerkt dat de wervings- en behoudactiviteiten worden geïntensiveerd. De nadruk wordt hierbij gelegd op een verbetering van de arbeidsvoorwaarden.

Vraag 46:

Met hoeveel vte'n wordt de begrotingssterkte voor burgerpersoneel bij het ressort NATCO naar beneden bijgesteld? Is deze aanpassing structureel?

Antwoord:

De begrotingssterkte wordt met 220 vte'n neerwaarts bijgesteld. Deze bijstelling wordt veroorzaakt door een verhoogde uitstroom die overigens past binnen de structurele vermindering door de reorganisatie NATCO 2000.

Vraag 47:

Waarom worden kazernecomplexen langer aangehouden dan voorzien?

Antwoord:

De ontruimde kazernecomplexen konden niet in alle gevallen worden verkocht. Voorts worden kazernes langer aangehouden omdat nieuwbouw op andere kazernes niet gereed is, waardoor ze niet kunnen worden ontruimd.

Vraag 48:

Hoeveel leerlingen heeft het ressort COKL minder in opleiding dan oorspronkelijk werd ver-wacht? Is de gehele neerwaartse aanpassing van de begrotingssterkte hieraan te wijten? Is deze aanpassing van de begrotingssterkte structureel?

Antwoord:

COKL heeft ongeveer 400 leerlingen minder in opleiding. Deze aanpassing is niet structureel, omdat ervan wordt uitgegaan dat de geïntensiveerde wervingsactiviteiten zullen leiden tot een grotere instroom van leerlingen.

Vraag 49:

Waarom is op het ressort Overige Eenheden BLS het naar artikel 01.27 teruggeboekte bedrag voor personeelsbeleid niet gelijk aan het eerder in het kader van de verwerking personeelsbeleid Defensienota onder dit ressort gestalde bedrag?

Antwoord:

Het aan de KL toegekende bedrag voor nieuw P-beleid bedroeg f 20,660 miljoen. Tevens is aan de KL een bedrag toegekend voor overige P-maatregelen van f 5,825 miljoen. Dit laatste bedrag is aangewend voor de verhoging van de aanvangssalarissen van nieuw instromend militair personeel. Het bedrag voor nieuw P-beleid is niet uitgegeven in verband met het ontbreken van een arbeidsvoorwaardenakkoord, zodat dit geld weer is gestald op het (centrale) loonbijstellingsartikel 01.27.

Vraag 50:

Zijn al resultaten te melden van de projecten bij USZO om de fraude bij uitkeringen terug te dringen? Zo nee, wanneer kan de Kamer hierover ingelicht worden?

Bij USZO is sinds jaren sprake van een toetsing van inkomsten van uitkeringsgerechtigden op basis van de bij de fiscus bekende gegevens. Er zijn in het kader van die administratieve controle geen aanwijzingen dat sprake is van fraude. Besloten is als aanvulling op de (administratieve) toetsing jaarlijks een 15-tal gerichte onderzoeken te laten instellen. Deze onderzoeken zullen worden verricht door de hierin gespecialiseerde opsporingsdienst van USZO, die tevens belast is met het onderzoek naar fraude in het kader van de WAO. Er zijn thans geen gegevens beschikbaar. Ik stel voor U op basis van de in 2001 te verrichten onderzoeken over de uitkomsten te informeren.

Vraag 51:

Hoeveel personeel is bij het ressort DOE ingehuurd als direct gevolg van de achterblijvende werving van BBT'ers?

Antwoord:

Binnen het ressort Decentrale Ondersteunende Eenheden is een tekort van ongeveer 70 vte'n (voornamelijk technisch) personeel als gevolg van de achterblijvende werving van BBT'ers gecompenseerd met inhuur.

Vraag 52:

Wat wordt bedoeld met enkelzij band apparatuur?

Antwoord:

Enkelzij band apparatuur is verbindingsapparatuur die radio-communicatie over grote afstanden mogelijk maakt.

Vraag 53:

Waarom zijn de verplichtingen voor het project RPV met f 24 miljoen verhoogd, terwijl de raming voor 2000 in de begroting van 2001 reeds met f 23,5 miljoen was bijgesteld?

Antwoord:

De in de begroting 2001 vermelde nieuwe mutatie betreft een wijziging op de begroting 2000. Deze wijziging is formeel middels de tweede suppletore begroting 2000 aangemeld. Dit bedrag van f 20 miljoen (excl. BTW) is een eenmalige bijdrage als uitkomst van het onderhandelingsresultaat met SAGEM om op een verantwoorde wijze het project voort te zetten. Over dit onderhandelingsresultaat is de Kamer geïnformeerd met de brief van de staatssecretaris van Defensie nummer M2000003662 d.d. 27 september 2000.

Vraag 54:

Welk bedrag van de f 7,7 miljoen "meeruitgaven Defensienota" is beschikbaar voor nieuw personeelsbeleid en welk deel voor het versterken van de staf? Wordt dit gehele bedrag teruggestort naar artikel 01.27?

Antwoord:

Van het bedrag van f 7,7 miljoen 'meeruitgaven Defensienota' is f 3,7 miljoen beschik-baar voor nieuw personeelsbeleid en f 0,9 miljoen voor het versterken van de staf van de Kmar. Alleen het bedrag van f 3,7 miljoen voor nieuw personeelsbeleid is centraal gestald op artikel 01.27.

Vraag 55:

Wat is de reden voor het achterblijven van het aantal humanitaire vluchten OS in 2000?

Antwoord:

Bij calamiteiten vraagt Ontwikkelingssamenwerking aan Defensie regelmatig om bijstand om noodhulpgoederen naar rampgebieden te transporteren. De verzoeken voor deze vorm van bijstand zijn achtergebleven bij het aantal dat hiervoor door Defensie is geraamd.

Vraag 58:

Waarom is op artikelonderdeel 09.02, personeel en materieel Dico, de compensatie van de hogere dollarkoers en brandstofprijzen ten laste van het generale beeld wel volledig?

Antwoord:

Op het artikel 09.02 zijn de meeruitgaven als gevolg van de hogere dollarkoers en brandstofprijzen niet volledig gecompenseerd. De totale meeruitgaven op artikel 09.02 zijn circa f 2 miljoen, de compensatie bedroeg f 1,1 miljoen.

Vraag 59:

Is bij DWS het beleid reeds ingezet waarbij een toenemende wervingsproblematiek niet zonder meer betekent dat de wervingsbudgetten hoeven te worden verhoogd? Wordt reeds een wijziging in de mix van wervingsinstrumenten toegepast, zoals in de antwoorden op de vragen bij de begroting 2001 werd aangekondigd?

Antwoord:

De genoemde wijzigingen zijn reeds in gang gezet.

Vraag 60:

Is voor het beschikbaar krijgen van de Nederlandse bijdrage aan UNMEE geput uit de strategische reserve voor SFOR?

Antwoord:

Het mariniersbataljon ten behoeve van UNMEE is uit de strategische reserve SFOR gehaald onder gelijktijdige vervanging door een versterkt bataljon van de Luchtmobiele Brigade, met een sterkte van ongeveer 500 militairen. Na beëindiging en afwikkeling van de missie (evaluatie, verlof, onderhoud materieel) zal het Luchtmobiele bataljon weer worden vervangen door het mariniersbataljon. Ik verwijs u naar de brief van 9 oktober jl. (Kamerstuk 22.831, nr. 10).

Vraag 61:

Wat is de aard van de "projecten" welke door SFOR in de rapportageperiode zijn uitgevoerd? Betreft het hier CIMIC-projecten onder Nederlands beheer? Wat zijn de kosten van deze projecten en door welk departement worden deze betaald?

Antwoord:

Deze projecten betreffen voornamelijk humanitaire ontwikkelingsprojecten die worden gefinancierd door het ministerie van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwer-king (BuZa/OS). Voor 2000 heeft BuZa/OS hiervoor een bedrag bijna f 4 miljoen ter beschikking gesteld.

Vraag 62:

Bestaat het geneeskundig detachtement Sipovo geheel uit Nederlanders? Zo nee, hoe groot is de Nederlandse bijdrage dan?

Antwoord:

Het geneeskundig detachement van het multinationale hospitaal te Sipovo bestaat uit 46 functies. Daarvan zijn 15 functies gevuld door Nederlandse militairen.

Vraag 63:

Uit het overzicht blijkt dat voor VN contributies f 74 miljoen is geraamd. Dit is het gevolg van het aantal gestegen VN vredesoperaties, waardoor de verwachte contributie van Defensie aan het VN vredesbudget is verhoogd van f 30 miljoen naar f 74 miljoen. In de ontwerpbegroting 2001 was dit nog f 66 miljoen. Waardoor wordt deze extra stijging van f 8 miljoen verklaard?

Vraag 64:

De verwachte contributie van Defensie aan het VN-vredesoperatiebudget is verhoogd naar f 74 miljoen. In de ontwerpbegroting 2001 was dit nog f 66 miljoen. Waardoor wordt deze extra stijging van f 8 miljoen verklaard?

Antwoord:

De door Nederland te betalen bijdrage in de kosten van VN-vredesoperaties (VN-contributies) komt ten laste van de voorziening voor vredesoperaties op HGIS. De raming hiervoor is in de loop van 2000 bijgesteld van f 30 miljoen naar f 66 miljoen. Niettegenstaande deze tussentijdse verhoging van het specifieke budget voor VN-contributies blijkt thans, vanwege de grotere intensiteit van VN-operaties en als gevolg daarvan hogere kosten, een tekort hierop van ongeveer f 8 miljoen. Dit tekort wordt vooralsnog binnen de totale voorziening voor vredesoperaties gecompenseerd.

Vraag 65:

Waar kwam het asbest vandaan dat zich op de voertuigen bevond die zijn ingezet voor KFOR? Is de hoeveelheid asbest die zich op deze voertuigen bevond binnen de Nederlandse normen gebleven? Welke voorzorgsmaatregelen zijn ter plekke genomen?

Antwoord:

In het stof en de bodem van Kosovo komen asbestsoorten van natuurlijke vorm voor.
Op de voertuigen is wel de aanwezigheid van asbest vastgesteld, deze was echter beneden de (strenge) Nederlandse normen. Bij luchtmetingen tijdens activiteiten met het materieel (verplaatsing en reiniging) bleken geen losse asbestvezels in de lucht aantoonbaar.

Tussentijdse metingen leverden geen nieuwe informatie op. Ter voorkoming van mogelijke gezondheidsrisico's zijn de voertuigen regelmatig zorgvuldig gereiningd onder waarborging van de veiligheid (aangepast reinigingsregime) van het personeel. Ik verwijs naar de brief van 8 juni jl. (Kamerstuk 22.181, nr. 319), waarmee ik de Kamer heb geïnformeerd over de onderzoeken naar asbest in Kosovo.

Vraag 66:

Hoeveel heeft de verkoop van Nederlandse compounds en andere onroerende goederen in Kosovo opgebracht? Welk deel hiervan is ten bate van artikel 08.02 gebracht?

Antwoord:

De verkoop in Kosovo van compounds en andere onroerende goederen heeft ongeveer
f 3,6 miljoen opgebracht. Met het ministerie van Financiën is overeengekomen deze opbrengst in zijn geheel ten gunste van het artikel 08.02 te brengen.

Vraag 70:

Beschikt Nederland over het voor MAPE benodigde hoger gekwalificeerde KMar-personeel? Is Nederland van plan dit personeel voor MAPE in te zetten?

Nederland beschikt over het benodigde hoger gekwalificeerde Kmar-personeel, dat noodzakelijk is voor een omschakeling van MAPE naar een adviseursfunctie. Deze capaciteit is echter dusdanig schaars, dat, zodra daadwerkelijk het doel van de MAPE-missie wijzigt, een nadere afweging moet worden gemaakt.

Vraag 71:

Hoe groot was de laatste Nederlandse bijdrage aan het Cambodian Mine Action Centre? Wordt deze taak na het vertrek van het Nederlandse personeel overgenomen?

Antwoord:

De Nederlandse bijdrage aan CMAC is inmiddels beëindigd. Hierover heb ik de Kamer op 7 december jl. per brief geïnformeerd.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie