Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

: Concept besluit bijtelling privé-gebruik auto

Datum nieuwsfeit: 08-12-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Financien
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Concept besluit bijtelling privé-gebruik auto



Directie rechtstoepassingsbeleid belastingdienst

De Voorzitter van de Vaste Commissie voor Financiën

uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

RTB 2000-3120 M

8 december 2000

Onderwerp

Concept Vraag en antwoord besluit inzake bijtelling privé-gebruik auto

Overeenkomstig de tijdens de parlementaire behandeling van de Veegwet Wet inkomstenbelasting 2001 gedane toezegging, stuur ik u hierbij het concept Vraag en antwoord besluit inzake bijtelling privé-gebruik auto.

Dit concept is tijdens de bijeenkomst van de commissie Thunnissen/De Waard van gisterenmiddag besproken en als een goed werkbaar uitgangspunt geaccepteerd.

De staatssecretaris van Financiën,
Vragen en antwoorden privé-gebruik auto

Met dit besluit wordt geprobeerd zoveel mogelijk helderheid te scheppen over de uitvoering van de gewijzigde autokostenfictie.

Hieronder wordt aan de hand van een aantal vragen aangegeven wat het voornemen is inzake het in te nemen standpunt van de belastingdienst.

Resterende onzekerheden kunnen worden opgelost door afspraken vooraf te maken met de inspecteur over een op een concrete situatie toegesneden praktische toepassing van de nieuwe wettelijke regels.


1. Komt elke auto (of het nu handelsvoorraad of bedrijfsmiddelen betreft) die ook voor privé doeleinden ter beschikking staat of is gesteld, voor toepassing van het forfait in aanmerking?

Ja, iedere personen- of bestelauto die in een onderneming aanwezig is, als handelsvoorraad of als bedrijfsmiddel (inclusief lease of huur), èn die door de ondernemer en zijn gezin, de directeur-groot aandeelhouder en zijn gezin, of een werknemer ook voor privé-doeleinden kan worden gebruikt, komt in beginsel voor toepassing van de autokostenfictie, bedoeld in artikel 3.20 onderscheidelijk 3.145 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking.


2. Hoe wordt invulling gegeven aan de tijdens de parlementaire behandeling toegezegde beleidskaders voor ondernemers met tot de handelsvoorraden behorende auto's en voor ondernemers voor wie tot de bedrijfsmiddelen grote aantallen autos (wagenparken) behoren?

Binnen de totale problematiek van toepassing van de autokostenfictie zijn drie deelaspecten te onderscheiden. Het gaat dan meer specifiek om het aantal in aanmerking te nemen auto's, de waardering van de in aanmerking te nemen auto's, en de toepassing van de tegenbewijsregeling in deze gevallen. Hieronder wordt op deze deelterreinen ingegaan.

Het aantal in aanmerking te nemen auto's

Gelet op het bij vraag 1 opgenomen uitgangspunt en aangevuld met overwegingen van redelijke wetstoepassing wordt voor de ondernemer of directeur-groot aandeelhouder (en het gezin) de onttrekking/bijtelling normaliter geacht te gelden voor twee van het totaal aantal feitelijk voor toepassing van de autokostenfictie in aanmerking komende auto's. Bij een alleenstaande ondernemer/directeur-groot aandeelhouder of als in het gezin slechts één persoon een rijbewijs heeft, is de norm bijtelling voor één auto. Indien volgens de inspecteur een hoger aantal in aanmerking moet worden genomen dan twee respectievelijk één, ligt de bewijslast daarvoor bij hem. De inspecteur zal bij de bepaling van het aantal relevante autos rekening houden met het in privé hebben en rijden van een of meer eigen auto's die voor privé-gebruik evenzeer of zelfs meer geschikt zijn dan de auto's van de zaak

De waarde van de in aanmerking te nemen auto's

Indien aan de ondernemer, directeur-groot aandeelhouder (en het gezin) of werknemer gedurende de loop van het jaar één of enkele specifieke auto('s) ter beschikking staan, zal voor de berekening van de onttrekking/bijtelling worden aangesloten bij de voor die auto's geldende catalogusprijs dan wel (voor auto's ouder dan vijftien jaar) waarde in het economische verkeer, zoals is bepaald in het zesde lid van de artikelen 3.20 en 3.145 Wet IB 2001.

Indien sprake is van (ook voor privé-doeleinden ter beschikking staande) auto's die afwisselend daarvoor worden gebruikt, zal het bepalen van de voor de berekening te hanteren waarde kunnen aansluiten bij de gewogen gemiddelde catalogusprijs van de autos die de betrokkene gelet op zijn of haar positie in het bedrijf ter beschikking staan.

De tegenbewijsregeling

De Wet IB 2001 hanteert inzake de ter beschikking staande auto een vooronderstelling: De auto wordt in ieder geval geacht ook voor privé-doeleinden ter beschikking te staan of te zijn gesteld, tenzij blijkt dat dat niet of vrijwel niet (niet meer dan 500 km op jaarbasis) het geval is. Uit de vooronderstelling volgt dat de onttrekking/bijtelling 25% bedraagt, tenzij blijkt dat een lager percentage kan worden gehanteerd, bijvoorbeeld in de situatie dat uit een rittenregistratie blijkt dat niet meer dan 7000 privé kilometers met de auto zijn gereden.


3. Hoe kan een werknemer bewijs leveren dat hij de auto die hij ter beschikking heeft, niet voor privé-doeleinden gebruikt?

Naast de rittenregistratie, zoals die ook gold onder de Wet op de inkomstenbelasting 1964, kan ander bewijs geleverd worden dat de auto niet of nauwelijks voor privé-doeleinden wordt gebruikt.

Zo is in de jurisprudentie bijvoorbeeld als bewijs aanvaard de combinatie van een eigen auto en gescheurde en met vet besmeurde bekleding van de stoelen in de auto van de zaak, en ook de combinatie van een eigen auto en het niet verzekerd zijn van de auto van de zaak buiten de door de werkgever gecontroleerde dienstreizen.

Ook aan een arbeidscontract waarin is opgenomen dat de ter beschikking gestelde auto niet voor privé-doeleinden mag worden gebruikt, zal voldoende gewicht kunnen worden toegekend indien duidelijk is dat aan deze contractuele bepaling aantoonbaar de hand wordt gehouden. In dat kader zouden voorbeelden van reële sancties ingeval de auto wel in privé zou worden gebruikt, kunnen zijn het aanwijsbaar niet meer voor woon-werkverkeer ter beschikking stellen van de (bestel)auto of het betalen van een boete aan de werkgever.

Zoals ook de Hoge Raad in zijn arrest van 15 december 1999 (nr 32 263) heeft overwogen kan de werknemer/aandeelhouder hierbij niet op één lijn gesteld worden met een gewone werknemer.

Bij gegronde twijfel aan het handhavingsbeleid van de werkgever zal de inspecteur naast het arbeidscontract nader bewijs kunnen verlangen voor het laten blijken van het (vrijwel) ontbreken van privé-gebruik, waarbij ook het antwoord op de vraag telt hoe de werknemer en zijn gezin de normaal te achten privé kilometers aflegt als dat niet met de auto van de zaak gebeurt. Aan dat bewijs zal natuurlijk het hebben en rijden van een eigen auto die voor privé-gebruik evenzeer of zelfs meer geschikt is dan de auto van de zaak, sterk bijdragen.

Voor de volgende categorieën personenauto's mag, tenzij anders blijkt, worden aangenomen dat is gebleken dat zij voor niet meer dan 500 km voor privé-doeleinden aan werknemers ter beschikking worden gesteld. Het betreft personenauto's die zijn ingericht (en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn) om te worden gebruikt door de politie, door de brandweer, voor het vervoer van zieken en gewonden, voor het vervoer van stoffelijke overschotten, voor het vervoer van gevangenen, voor het vervoer van zieke of gewonde dieren, of voor geldtransport, indien zij (nog) voldoen aan de voorwaarden voor teruggaaf van de BPM. Één van de voorwaarden daarvoor is dat de personenauto uitsluitend bedrijfsmatig wordt gebruikt voor het specifieke doel.


4 Hoe moet de rittenregistratie worden ingevuld indien de auto ook door klanten wordt gebruikt om een proefrit te maken?

Naast het door de vaste berijder invullen van de registratie geldt het volgende. Indien de zakelijke rit een proefrit is geldt het (getekende) bewijs van uitlenen aan de klant (waar begin- en eindkilometerstand op staan) als onderdeel van de rittenregistratie. Een afschrift van de rittenregistratie blijft achter in de auto zodat door een volgende gebruiker kan worden doorgeschreven tot het moment waarop de auto wordt verkocht. Controle bestaat er in dat de laatst genoteerde kilometerstand in de administratie van belanghebbende overeenkomt met de kilometerstand op datum aflevering.


5 Welke bestelauto's zijn door aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt voor vervoer van goederen?

Hierbij wordt in elk geval gedacht aan sommige service-auto's waarin naast de bestuurder alleen plaats is voor gereedschappen en reserveonderdelen. Voor deze auto's blijft de bijtellingssystematiek van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 gelden: werkelijk aantal privé kilometers maal werkelijke kilometerprijs. Opgemerkt wordt nog dat bestelauto's met twee voorstoelen of een voorbank in het algemeen niet voor toepassing van deze systematiek kwalificeren.


6. De auto van de zaak is bijna 15 jaar oud. Hoe wordt de autokostenfictie toegepast?

In de Wet IB 2001 is opgenomen dat de waarde van de auto die meer dan vijftien jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen, in plaats van op de catalogusprijs wordt gesteld op de waarde in het economische verkeer. Veelal zal dit inhouden dat bij het bereiken van de vijftien jaar een waardesprong optreedt, naar beneden of naar boven. Indien de vijftien jaarin de loop van het jaar wordt bereikt en de auto staat gedurende het gehele jaar ook voor privé-doeleinden ter beschikking, tellen alle in dat jaar gereden privé kilometers mee voor de indeling in de tabel. Voor het berekenen van de bijtelling wordt naar tijdsgelang met de waardesprong rekening gehouden.


7. Bij indiensttreding in september van enig jaar is een auto met een catalogusprijs van 20.000 ook voor privé doeleinden ter beschikking gesteld. Vanaf dat moment is een rittenregistratie gevoerd. Er zijn 400 km privé gereden. Hoe wordt de autokostenfictie toegepast?

In de regeling van de autokostenfictie worden de grenzen van 500, 4000 en 7000 km op jaarbasis beschouwd. Indien een auto slechts een gedeelte van het jaar ook voor privé-doeleinden ter beschikking heeft gestaan, wordt het gedurende die periode gereden aantal privé-kilometers herrekend tot een jaartotaal, waaruit de indeling in de tabel volgt. De op basis van de tabel berekende bijtelling wordt naar tijdsgelang toegepast.

Het voorbeeld uit de vraag kent de volgende uitwerking. Gedurende de maanden september tot en met december staat de auto van 20 000 ook voor privé ter beschikking, en uit de rittenregistratie blijkt een totaal aantal privé kilometers van 400. De berekening van de bijtelling is als volgt: 12/4 * 400 km = 1200 km. Het bijtellingspercentage is volgens de tabel 15. De bijtelling bedraagt 4/12 * ( 20 000 * 15%) = 1000.


8. Op 1 april van enig jaar is de auto van de zaak van 20.000 (privé-gebruik tot die datum 900 km) vanwege verandering van werkgever ingeleverd, waarna van de nieuwe werkgever op 1 september een nieuwe auto ter beschikking is gekregen met een catalogusprijs van 30.000 (privé-gebruik tot einde van het jaar 600 km). Hoe wordt de autokostenfictie toegepast?

Ook bij niet-aaneensluitend gebruik van meer dan een auto in een jaar geldt dat de privé kilometers bij elkaar worden geteld voordat herrekening naar jaarbasis plaatsheeft. Via het aldus bepaalde bijtellingspercentage heeft voor iedere auto bijtelling naar tijdsgelang plaats.

De bijtelling volgens de vraagstelling wordt als volgt berekend: herrekening naar een jaarkilometrage moet plaatshebben en vervolgens bijtelling naar tijdsgelang.

Uitwerking: 900 + 600 km gedurende 3 + 4 maanden geeft een jaarkilometrage van 1500 * 12/7 = 2571 km, wat valt binnen de klasse 500 - 4000 km. Dan is de bijtelling voor auto 1: 3/12 * 15% van 20 000 = 750 en voor auto 2: 4/12 * 15% van 30 000 = 1500. De totale bijtelling is dan 2250.


9. Hoe komt de vereenvoudigde rittenadministratie voor bestelautos eruit te zien waarmee het tegenbewijs kan worden geleverd voor een privé-gebruik van meer dan 500 maar minder dan 4000 km?

Voor bestelautos kunnen vereenvoudigde regels worden gesteld waaraan een rittenadministratie moet voldoen bij privégebruik tussen 500 en 4.000 kilometer per jaar. In deze situatie wordt verondersteld dat voornamelijk zakelijk gebruik wordt gemaakt van de ter beschikking gestelde auto. De vereenvoudigde rittenadministratie zal van soortgelijke aard zijn als de huidige rittenadministratie voor personenautos, zij het dat alle vragen en gegevens over de zakelijke ritten verwijderd zullen zijn. Dit impliceert dat de vereenvoudigde rittenadministratie er ongeveer als volgt uit zal zien, waarbij wordt aangetekend dat het hier slechts gaat om een registratie van de prive-ritten.

Naam:

Blz.

Datum

Kenteken

Rit nr.

Beginstand

Eindstand

Van/naar

Indien van verschillende bestelautos gebruik wordt gemaakt moet de belanghebbende voor elk kenteken een dergelijk overzicht bijhouden.


10. De bestel- of personenauto van de zaak wordt tijdens een wachtdienst, waarbij mogelijk na een oproep snel naar een klant moet worden gereden, gebruikt voor familiebezoek. Halverwege de rit naar de familie komt een oproep, en de route wordt omgebogen naar de klant. Is dit een zakelijke rit?

Het doel, het karakter van de rit naar de familie is privé en moet als zodanig worden meegeteld. Het karakter van de rit verandert halverwege in zakelijk, en dus zijn alleen de eerste kilometers als privé mee te tellen. Ook indien tijdens een zakelijke rit van de gebruikelijke route wordt afgeweken voor bijvoorbeeld familiebezoek, vormen de omrijkilometers gebruik voor privé-doeleinden.


11. Hoe wordt de waarde in het economisch verkeer van autos ouder dan 15 jaar bepaald?

Voor de gerestaureerde oldtimer is veelal via de administratie van de onderneming exact bekend wat de kostprijs van auto en restauratie was.

Ook kan aansluiting worden gezocht bij de verzekerde waarde van de auto, actuele kilometerprijzen en leaseprijzen. Ook veilingprijzen kunnen een indicatie opleveren.

0. 13. Wat wordt verstaan onder de cataloguswaarde van een auto?

De cataloguswaarde is de prijs van een nieuwe auto van het desbetreffende merk en type in het jaar waarin de auto is uitgebracht. Dit is de nieuwprijs, inclusief BTW en (voor personenauto's) BPM en inclusief de waarde van belangrijke accesoires, zoals deze voorkomt in de prijscourant van de Nederlandse importeur of fabrikant.

14. Is de Black-Box-rapportage een rittenadministratie?

De meest gangbare Black-Box-systemen leggen nauwkeurig de met de auto verreden kilometers vast. Veelal is in de, op deze vastleggingen gebaseerde, schriftelijke rapportage elke afzonderlijke rit terug te vinden. In dat opzicht kan de Black-Box een bijdrage leveren aan het inperken van de administratieve inspanningen omdat automatisch een veelheid van ritgegevens wordt vastgelegd.

De aanduiding of het in casu om een zakelijke of privé-rit gaat, wordt aangegeven door de bestuurder zelf. Net als bij een handmatig bijgehouden rittenadministratie kan daarom een relatie tussen de rapportage en andere bescheiden (agendas e.d. ) nodig blijven.

Het samenstel van rapportage én onderliggende bescheiden vormt de (controleerbare) rittenregistratie die als bewijs van het feitelijke privé-gebruik dient.

W. Bos

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie