Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord vragen verschoningsrecht financiële toezichthouder

Datum nieuwsfeit: 11-12-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Financien
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Kamervragen over verschoningsrecht financiële toezichthouders



DIRECTIE FINANCIELE MARKTEN

Aan:

Aan de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

31 oktober 2000/2000101740

FM2000/176-M

11 december 2000

Onderwerp

Vragen van het lid Marijnissen (SP) aan de minister van Financiën over een beperkt verschoningsrecht

Mede namens de minister van Justitie treft u onderstaand de antwoorden aan op de door het kamerlid Marijnissen (SP) gestelde vragen over een beperkt verschoningsrecht.


1 Heeft u kennisgenomen van het artikel «Dolksteek in rug van toezichthouder»? (NRC Handelsblad, 14 oktober jl.)

Antwoord

Ja.


2 Klopt het dat de president van de Nederlandsche Bank contact met u heeft opgenomen over het vonnis van de rechter (parketnr. 13.038012/97)? Zo ja, is het waar dat hij u heeft gevraagd om helderder «spelregels, wetgeving, of een beleidsrichtlijn»?

Antwoord

Het antwoord op beide vragen luidt bevestigend.


3 Bent u het eens met de president dat de Nederlandsche Bank vóór uitlevering van stukken zou moeten bepalen welke gegevens relevant voor een zaak zijn? Zo ja, hoe verhoudt dit zich met de memorie van toelichting van de Wet toezicht kredietwezen 1992 waar staat dat «Of en in hoeverre de voornoemde personen bij het afleggen van een verklaring als getuige of deskundige in verband met hun geheimhoudingsplicht ook een beroep kunnen doen op een verschoningsrecht op grond van artikel 218 Sv staat vervolgens aan de rechter ter beoordeling»? (Kamerstuk 22 665, nr. 3, blz. 66).

Zo neen, waarom niet?

Antwoord

Ik onderschrijf de aangehaalde passage uit de memorie van toelichting van de Wet toezicht kredietwezen 1992. Of en zo ja in hoeverre een beroep op een verschoningsrecht kan worden gedaan staat uiteindelijk ter beoordeling aan de rechter. Hij dient het belang van de handhaving van de vertrouwelijkheid van inlichtingen af te wegen tegen het belang van waarheidsvinding. De Nederlandsche Bank heeft aangegeven te erkennen dat de uiteindelijke afweging bij de rechter ligt. Waar de Bank om gevraagd heeft, is om voor de uitlevering van stukken een eigen eerste afweging te maken en deze gemotiveerd aan de rechter te mogen voorleggen.


4 Vindt u dat de Nederlandsche Bank in overleg met de rechter-commissaris zou moeten besluiten over een beroep op een beperkt verschoningsrecht? Zo ja, hoe verhoudt zich dit met de eerdergenoemde passage uit de memorie van toelichting van de Wet toezicht kredietwezen 1992 en de uitspraak van de rechter dat «mogelijkerwijs wel een beperkt verschoningsrecht toekomt» ter vaststelling waarvan de rechter casu quo de rechter-commissaris, het belang van de klaagster bij vertrouwelijkheid dient af te wegen tegen het belang van de waarheidsvinding»? Zo neen, waarom niet?

Antwoord

Zie antwoord op vraag 5.


5 Bent u het eens met de uitspraak van de rechter dat «de wet niet voorziet in een oplossing» voor de situatie waarbij de rechter niet weet om wat voor stukken het gaat maar wél moet beslissen of de Nederlandsche Bank zich kan beroepen op een verschoningsrecht? Zo ja, bent u van plan een wetswijziging te bevorderen? Zo neen, waarom niet?

Antwoord

Ja.

Ik ben van mening dat de rechter over de relevante stukken dient te beschikken, zodat hij kan beoordelen of een beroep op het verschoningsrecht kan worden gedaan. Om tot een gedegen beoordeling van een beroep op het verschoningsrecht door een financiële toezichthouder te komen is het van belang dat de rechter beschikt over de argumenten van de toezichthouder waarom bepaalde vertrouwelijke informatie niet relevant zou zijn en waarom de vertrouwelijkheid van toezichtsinformatie zou dienen te prevaleren boven de waarheidsvinding. De afweging die de rechter maakt, dient vervolgens te worden gemotiveerd. Ik acht het gewenst om in overleg met mijn ambtgenoot van Justitie te bezien of het nodig is en zo ja, in hoeverre hierin nader zou moeten worden voorzien.


6 Deelt u de mening van de rechter dat de Nederlandsche Bank enerzijds het vertrouwen van de instellingen waarop zij toezicht houdt moet behouden en «anderzijds juist dit uit te oefenen toezicht mee brengt dat waar nodig eventuele misstanden aan de kaak moeten worden gesteld en hiertegen in een openbaar strafproces in publiek belang moet kunnen worden opgetreden»?

Antwoord

Ja.

Deze mening wordt overigens ook door de Bank gedeeld.

De Minister van Financiën,

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie