Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

LNV over gevolgen na BSE ontdekking in slachthuis

Datum nieuwsfeit: 12-12-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
VVM/ 004211
datum
12-12-2000

onderwerp
BSE doorkiesnummer

bijlagen

Geachte Voorzitter,

In vervolg op mijn brief van 5 december jl. over de besluiten van de landbouwraad van 4 december jl. informeer ik u hierbij over een aantal aspecten van de uitvoering van deze besluiten. Met name ga ik daarbij in op de consequenties van een positieve testuitslag op het slachthuis, zoals deze in het draaiboek bestrijding BSE verwerkt zullen worden. Vanaf 1 januari 2001 zal immers een zeer groot aantal snelle testen op BSE worden uitgevoerd. Daarnaast ga ik, zoals toegezegd in het AO van 7 december jl., kort in op de financiële aspecten van de testen en zet ik het pakket aan wettelijke maatregelen rondom het verbod op het gebruik van diermeel in veevoeder voor landbouwhuisdieren uiteen.

up

datum
12-12-2000

kenmerk
VVM/ 004211

bijlage

Gevolgen n.a.v. een BSE ontdekking in het slachthuis Het is allereerst goed nogmaals te benadrukken dat een positieve uitslag op een snelle test nog niet wil zeggen dat er ook een werkelijk geval van BSE gevonden is. Voor de definitieve conclusie omtrent het al dan niet besmet zijn met BSE is een nadere test nodig. Voor de dieren in het slachthuis wordt deze bevestiging verkregen door het gebruik van een histologische test (hierbij wordt hersenweefsel van het betreffende dier onder de microscoop onderzocht op kenmerkende afwijkingen). De nog niet bevestigde positieve snelle test wordt daarom behandeld als een verdenking op BSE.

Bij een positieve snelle test wordt het betreffende karkas inclusief alle bijbehorende onderdelen, in afwachting van de uitslag van het histologisch onderzoek, overgenomen door de overheid. De produktie kan daarnaast gewoon doorgang vinden. Het aantal over te nemen c.q. te vernietigen karkassen is echter afhankelijk van de mate waarin de slachterij het produktie-proces aantoonbaar op een zodanige manier heeft ingericht dat het risico op overdracht van besmet materiaal van het ene karkas naar het andere zo gering mogelijk is. Daarnaast is in overleg met het bedrijfsleven afgesproken dat de slachterij er voor zorg draagt dat zaken als ingewanden en huiden zodanig geïdentificeerd zijn dat geen misverstand kan ontstaan over het verband tussen het karkas en de betreffende onderdelen.

Indien onvoldoende garanties gegeven kunnen worden omtrent het productieproces en/of de identificatie van ingewanden en huiden, worden betreffende delen van de dagproduktie vernietigd, waarbij de kosten voor rekening komen van de slachterij.

Bij een positieve uitslag van een snelle test op het slachthuis (een verdenking op BSE) wordt ook de gebruikelijke tracering gestart. Deze valt uiteen in 3 onderdelen:
1. het bedrijf (of de bedrijven) van herkomst wordt (worden) geblokkeerHet gaat hierbij alleen om die bedrijven waar het dier de besmetting mogelijk heeft opgelopeGezien de lange incubatietijd wordt daarom uitgegaan van bedrijven waar het dier meer dan 2 jaar geleden heeft gestaan.
2. de "familiegroep" van het betreffende dier wordt opgespoord en geblokkeerHet gaat hierbij om de moeder van het dier, de nakomelingen van het moederdier en de eventuele nakomelingen van het verdachte dier.
3. de leeftijdsgenoten (het zgeboortecohort) van het betreffende dier wordt opgespoord en geblokkeer

Wanneer de positieve uitslag van de snelle test bevestigd wordt, is sprake van een bevestigd geval van BSE. De nog levende dieren uit de bovengenoemde drie groepen worden op dat moment voor rekening van het Rijk overgenomen en, na monstername voor onderzoek, afgevoerd.

Kosten BSE testen
Alle testen op BSE vinden op dit moment bij het ID-Lelystad plaats. In ieder geval zal dit de komende periode zo blijven. Het is van groot belang dat, gelet op de aard, ernst en omvang van de BSE-problematiek, uiterste zorgvuldigheid wordt betracht waar het gaat om de uitvoering van de testen. Zo gaat het bij BSE immers om een ziekte waarbij de gevolgen van en positieve uitslag zeer groot kunnen zijn. In dat verband is ook relevant dat op basis van de betreffende EU verordening is voorgeschreven dat de testen alleen onder verantwoordelijkheid van het nationale referentie laboratorium plaats mogen vinden. In Nederland is dat het ID-Lelystad.

Op dit moment is alle energie en inzet bij de betreffende overheidsorganisaties en het ID-Lelystad nodig voor het opzetten van een systeem om z.s.m. alle runderen te kunnen testen op de vereiste, zorgvuldige, wijze. In dat licht bezien wordt vooralsnog niet overwogen ook andere - particuliere - partijen in te schakelen bij het testproces. Eerst wanneer de organisatie stabiel is zal er ruimte ontstaan voor nadere besluitvorming omtrent de inschakeling van derden.

Er zijn 3 testkit's in de handel, een Frans/Amerikaans product, een Iers produkt en een Zwitserse test. De kosten van de testkit lopen uiteen van ongeveer 30 tot ongeveer 60 gulden. Inmiddels heeft een beoordeling van de verschillende testen plaatsgevonden, daarbij is met name gelet op de beschikbaarheid, uitvoerbaarheid, testduur en de kosten van de test. Op basis van deze beoordeling is gekozen voor de test van Prionics. Bij de kosten van de testkit komen daarnaast nog de arbeidskosten voor de uitvoering van de test, een bedrag voor hulpmiddelen, apparatuur, ruimte en kwaliteitscontrole en tenslotte de kosten voor het verzamelen van het materiaal, de verzending, het verwerken van de testresultaten en controle en toezicht. Op basis van de huidige inzichten komen de totale kosten per BSE onderzoek op ongeveer 230 gulden.

Op basis van informatie uit België, Zweden en Finland kan geconcludeerd worden dat de kosten in deze landen niet lager zullen zijn dan de kosten zoals die voor Nederland zijn begroot. Van de overige lidstaten zijn de kosten op dit moment niet bekend. Van de testen voor het monitoringsprogramma komt een deel ten laste van de Europese Commissie (30 euro per test). Over medefinanciering door de EU voor het testen van alle dieren ouder dan 30 maanden moet nog besloten worden.
Volgens de ter beschikking staande gegevens zal een aantal lidstaten, zoals Frankrijk, Portugal en Griekenland, de niet door de EU gefinancierde kosten voor het testen geheel of gedeeltelijk voor nationale rekening nemen.

Diermeel
In de Landbouwraad van 4 december 2000 is besloten het vervoederen van dierlijke eiwitten aan landbouwhuisdieren per 1 januari 2001 te verbieden voor de duur van maximaal een half jaar. Deze verplichting is in Nederland geïmplementeerd in de "Tijdelijke regeling verbod dierlijke eiwitten in alle diervoeders landbouwhuisdieren". Ik heb in dezelfde regeling een verbod ingesteld op het verhandelen, afleveren, transporteren en be- of verwerken van dierlijke eiwitten ten behoeve van de vervoedering aan landbouwhuisdieren. Dit verbod treedt op 15 december 2000 in werking om het verbod tot het vervoederen van dierlijk eiwit op per 1 januari a.s. op boerderij niveau te kunnen effectueren. Voor dit laatste is het noodzakelijk dat in de veevoeder industrie al een productieverbod per 15 december van kracht is, zodat nieuwe voorraadvorming van diervoeder met diermeel wordt voorkomen. Daarbij wordt tevens voorkomen dat vanaf 1 januari voorraden tegen hoge kosten terug zouden moeten worden gehaald. Deze tijdelijke regeling geldt in afwijking van de gelijktijdig gewijzigde "Regeling verbod diermelen in diervoeders", die specifiek gericht is op de vervoedering van diermeel aan herkauwers. In deze wijziging wordt de verplichting in rijksregelgeving opgenomen om gescheiden diervoederproductiesystemen te hebben. voor de productie van herkauwersvoer, met uitzondering van die bedrijven waarop in het geheel geen diermelen en andere dierlijke eiwitten aanwezig zijn.

Wat betreft implementatie van het diermeelverbod in andere lidstaten geldt in Frankrijk reeds vanaf 1 december een regeling waarbij de overheid al het diermeel dat vanaf 15 november is geproduceerd, overneemt tegen marktprijzen (variërend van 1600 tot 3000 franc per ton product). België heeft met Nederland vergelijkbare maatregelen genomen. De Scandinavische lidstaten zijn net als Nederland van mening dat een derogatie waarbij diermeel in diervoer gebruikt mag worden in die landen waar het risico van cross contaminatie geëlimineerd is mogelijk moet zijn. Hierbij zouden wel de resultaten van EU inspecties afgewacht moeten worden.

Gevolgen voor de sector
Het is duidelijk dat het totale pakket zeer forse gevolgen zal hebben voor de Nederlandse vlees- en veevoersector. Niet alleen is sprake van aanzienlijke financiële gevolgen als gevolg van de BSE-testverplichting, maar ook is duidelijk dat het pakket op het vlak van (de samenstelling van) het veevoer forse consequenties heeft. Tot op heden te verwaarden materialen zullen grotendeels waardeloos worden, waarbij met name kan worden gewezen op het feit dat Laag Risico Materiaal (het gaat hierbij over ongeveer 800.000 à 1.000.000 ton slachtafvallen van goedgekeurde dieren) voor het overgrote deel zal moeten worden verbrand. Het is mede tegen deze achtergrond dat ik de gevolgen van de nieuwe BSE-maatregelen aanstaande vrijdag nader in het kabinet aan de orde zal stellen.

De minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij,

mr. L.J. Brinkhorst



reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie