Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag van bijeenkomst Europese Raad in Nice

Datum nieuwsfeit: 12-12-2000
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

www.minbuza.nl\content.asp?Key=405233



Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag i.a.a. de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Directie Integratie Europa Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag

Datum 12 december 2000 Auteur Pieter de Gooijer

Kenmerk DIE/719/00 Telefoon +31.70.348.6132

Blad /1 Fax +31.70.348.4086

Bijlage(n) 1 met annexen E-mail pieter-(de.gooijer@minbuza.nl)

Betreft Verslag van de bijeenkomst van de Europese Raad te Nice, 7-11 december 2000

C.c.

Zeer Geachte Voorzitter,

Overeenkomstig de daarover bestaande afspraken moge ik U bijgaand het verslag aanbieden van de bijeenkomst van de Europese Raad van 7-11 december 2000 te Nice. Bij de opstelling van deze brief was de definitieve versie van het Verdrag van Nice nog niet beschikbaar. Deze gaat U toe zodra ontvangen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Verslag van de bijeenkomst van de Europese Raad

Nice, 7-11 december 2000

Inleiding

De bijeenkomst van de Europese Raad in Nice stond vooral in het teken van de afronding van de Intergouvernementele Conferentie over de institutionele aanpassingen (IGC-2000). Met de nu overeengekomen aanpassingen, neergelegd in het concept-Verdrag van Nice (bijgevoegd), is de Unie gereed voor de uitbreiding.

De Europese Raad onderstreepte de prioriteit die de uitbreiding geniet. In dat licht heeft de Europese Raad de conclusies van de Algemene Raad over de voortgangsrapportage over het uitbreidingsproces en de door de Commissie voorgestelde strategie bevestigd. Voorts heeft de Europese Raad het Voorzitterschapsrapport en de aangehechte bijlagen over de ontwikkeling van het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB) aanvaard. Daarmee is een essentiële stap gezet naar de operationalisering van het vermogen van de Unie op te treden ter beheersing van internationale crises.

I. De Intergouvernementele Conferentie

De Intergouvernementele Conferentie (IGC), die op 14 februari 2000 was geopend, werd op 11 december 's ochtends om 4.20 uur afgerond toen overeenstemming werd bereikt over het Verdrag van Nice. Het verdrag bevat onder meer belangrijke aanpassingen die betrekking hebben op de besluitvorming in de Unie, de EVDB-organen, de versterkte samenwerking, het Hof van Justitie, de samenstelling van de Commissie en de weging van de stemmen in de Raad. Alvorens het op een nog te bepalen datum zal worden ondertekend, zal het verdrag in de komende periode taalkundig en juridisch worden gecorrigeerd, waarna het door de regeringen ter goedkeuring aan de parlementen van de lidstaten zal worden aangeboden.

De regering zal dan een meer gedetailleerde toelichting geven op het verdrag. Thans mag reeds worden geconstateerd dat het verdrag in de verwezenlijking van de ambities die Nederland zich in de IGC had gesteld op onderdelen weliswaar minder ver gaat dan door Nederland wenselijk werd geacht, maar dat het verdrag -alles bijeengenomen- als een betekenisvolle stap voorwaarts moet worden gezien.

Met het bereiken van oplossingen voor de drie vraagstukken die na de Europese Raad van Amsterdam resteerden, de zogenoemde 'left overs', en met de aangebrachte verbeteringen ten aanzien van met name de versterkte samenwerking en het Hof van Justitie, zijn de benodigde institutionele aanpassingen tot stand gekomen om de Unie na de uitbreiding goed te laten functioneren.

De Unie zal met dit verdrag toegerust zijn voor de aanstaande uitbreiding. Vermeden is dat de uitbreiding zou worden gehypothekeerd door nieuwe 'left overs' van Nice. Bovendien heeft de Europese Raad de dynamiek van de integratie een nieuwe dimensie gegeven door overeenstemming te bereiken over een proces dat nu, na Nice, wordt ingezet en dat de ambitie heeft in 2004 in een IGC tot nieuwe aanpassingen te leiden.

De belangrijkste elementen in het Verdrag van Nice zijn de volgende.

Besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid (QMV)

De balans voor wat betreft de uitbreiding van de besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid (QMV) valt positief uit, al is de geboekte vooruitgang bescheiden van omvang. De Nederlandse inzet was met name gericht op het tot stand brengen van QMV op belangrijke beleidsterreinen als sociaal beleid, onderdelen van fiscaal beleid (waaronder de fraudebestrijding), milieubeleid, handelspolitiek en asiel- en migratiebeleid. Ofschoon de inzet van de Europese Raad op het punt van de uitbreiding van QMV in algemene zin positief was, bleek dat op veel van de voorliggende artikelen en terreinen telkens bij een of enkele lidstaten onoverkomelijke bezwaren bleven bestaan. Dat heeft het resultaat in grote mate beïnvloed.

Met het oog op overgang van eenparigheid naar QMV zijn met name de volgende artikelen aangepast.

Artikel 13: non-discriminatie

Artikel 24: sluiten van internationale verdragen van de Unie

Artikel 67: asiel, visabeleid en migratie gaan deels over naar QMV in 2004

Artikel 133: behoudens enkele uitzonderingen kan voortaan over handel in diensten en intellectuele eigendom bij QMV worden besloten

Artikel 137: besluiten over normen voor arbeidsvoorwaarden en zekerstelling van de gelijkheid van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt

Artikel 151: cultureel beleid

Artikel 157: industriebeleid

Artikel 161: besluitvorming betreffende structuurfondsen gaat over naar QMV na 2007

Artikel 207: benoemingen, waaronder die van de Secretaris-Generaal/Hoge Vertegenwoordiger

Artikel 214/215: benoeming van de Voorzitter en de leden van de Commissie

Geen overeenstemming over overgang naar QMV kon worden bereikt over artikel 42 (sociale zekerheid in relatie tot vrij verkeer van werknemers), artikel 93 (belastingen) artikel 175 (fiscale milieumaatregelen). De regering acht het van belang dat, overeenkomstig haar inzet, in artikel 187 (LGO-besluit) de eenparigheid is gehandhaafd.

Versterkte samenwerking

Het resultaat betreffende de versterkte samenwerking is ronduit positief. Nederland heeft, met de Benelux-partners, flink geïnvesteerd in het op de agenda geplaatst krijgen van de versterkte samenwerking. Nadat dat was gelukt in Feira, is de inzet gericht geweest op de verwijdering van het veto en de beperking van de minimale deelname tot acht lidstaten. Beide punten zijn verwezenlijkt. Voorts is vastgelegd dat de versterkte samenwerking, die nu wordt geïntroduceerd in de tweede pijler, beperkt zal blijven tot uitvoering van reeds overeengekomen beleid en niet defensie of defensie-materieelsamenwerking als doel kan hebben.

EVDB

Als bekend, heeft Nederland zich er van meet af aan voor ingespannen de ontwikkeling van het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB) in het verdrag te verwerken. In Biarritz zijn daarvoor, samen met de Benelux-partners en Italië voorstellen gedaan. Het bleek mogelijk daarover overeenstemming te bereiken met landen die zich terzake het meest terughoudend hadden opgesteld. In dat licht was het mogelijk in de IGC te besluiten tot aanpassing van de artikelen 17 en 25 VEU. Daarmee wordt onder andere het (thans nog interim-) Politiek en Veiligheidscomite in staat gesteld, onder verantwoordelijkheid van de Raad, de politieke controle en strategische leiding van crisisbeheersingsoperaties uit te oefenen.

Samenstelling van de Commissie

In het verdrag worden twee belangrijke elementen vastgelegd:

Vanaf 2005, bij het aantreden van de eerstvolgende Commissie, zal deze zijn samengesteld uit een Commissaris per lidstaat; met ingang van die datum leveren de vijf grootste lidstaten dus hun tweede Commissaris in;

Zodra de Unie 27 lidstaten telt, zal worden besloten tot plafonnering van de omvang van de Commissie. Over de hoogte van het plafond, dat lager zal liggen dan 27, wordt bij unanimiteit besloten. Daarvoor zal een rotatiesysteem op basis van strikte gelijkheid tussen de lidstaten gelden. Mede op aandringen van Nederland en België is duidelijk in het Verdrag vastgelegd dat die gelijkheid tussen de lidstaten absoluut is.

Artikel 7 VEU

Besloten is aan artikel 7, dat ziet op de naleving van de beginselen en fundamentele vrijheden zoals neergelegd in artikel 6 VEU, een nieuw lid toe te voegen. Daarin wordt bepaald dat de Raad met 4/5 van de leden kan besluiten passende aanbevelingen te doen aan een lidstaat, wanneer hij constateert dat in die lidstaat duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending van de bedoelde beginselen.

Hof van Justitie

Reeds voorafgaand aan de bijeenkomst in Nice was in de IGC overeenstemming bereikt over een pakket verdragsaanpassingen die het Hof van Justitie betreffen. Voor Nederland, dat op dit punt een stuwende rol heeft gespeeld, heeft in de onderhandelingen daarover steeds voorop gestaan dat de efficiëntie en eenheid in de werkzaamheden en de rechtstoepassing door het Hof, met name ook in het licht van de uitbreiding, dienden te worden verzekerd. De hervormingen waartoe nu is besloten, waaronder met name een verbeterde werkverdeling tussen het Hof en het Gerecht van Eerste Aanleg alsmede de mogelijkheid van instelling van gespecialiseerde Kamers, zullen leiden tot een snellere rechtsgang in de Europese Unie. Dat is ook voor Nederland van grote betekenis omdat nationale rechters verplicht zijn vragen van Europees recht aan de Europese rechter voor te leggen.

Stemmenweging; zetelverdeling Europees Parlement

Als laatste werd overeenstemming bereikt over de kwestie van de herweging van stemmen. Daarmee werd de succesvolle afronding van de IGC mogelijk gemaakt. De Nederlandse inzet op dit punt is gedurende de IGC bepaald door een voorkeur voor herweging waarbij de afstand in stemmen tussen de grote lidstaten en de andere binnen aanvaardbare proporties bleef en door de wens een herkenbaar profiel van het Nederlandse demografische gewicht te verkrijgen. Het uiteindelijke compromis bestaat hieruit:

Duitsland, VK, Frankrijk, Italië: 29

Spanje, Polen: 27

Roemenie: 14

Nederland: 13

Griekenland, Tsjechië, België, Hongarije, Portugal: 12

Zweden, Bulgarije, Oostenrijk: 10

Slowakije, Denemarken, Finland, Ierland: 7

Litouwen: 7

Letland, Slovenië, Estland, Cyprus, Luxemburg: 4

Malta: 3

Met deze verdeling is voldaan aan de Nederlandse uitgangspunten. De nieuwe weging geeft een meer representatieve verdeling waarin rekening is gehouden met substantiële verschillen in bevolkingsomvang.

Afgesproken is dat wanneer alle lidstaten zullen zijn toegetreden (en het totale stemmental op 345 zal liggen) de blokkerende minderheid op 91 stemmen komt en de QMV-drempel dus op 255 stemmen. Voorts is bepaald dat voor de totstandkoming van een QMV-besluit bovendien tenminste 62% van de EU-bevolking moeten weerspiegelen. Tenslotte is bepaald dat voor de totstandkoming van een QMV-besluit de meerderheid van de lidstaten daarvoor moet hebben gestemd. Met deze nieuwe weging, aangevuld door de hier genoemde bevolkingstoets (62%) en de lidstaattoets (meerderheid van lidstaten) is een evenwichtig systeem gekozen dat ook de voorstanders van de zogenoemde dubbele sleutel tegemoet is gekomen.

Voor de samenstelling van het Europees Parlement werd uiteindelijk de volgende zetelverdeling overeengekomen:

99 Duitsland 17 Bulgarije

72 VK 17 Oostenrijk

72 Frankrijk 13 Slowakije

72 Italië 13 Denemarken

50 Spanje 13 Finland

50 Polen 12 Ierland

33 Roemenie 12 Litouwen

25 Nederland 8 Letland

22 Griekenland 7 Slovenië

20 Tsjechië 6 Estland

22 België 6 Cyprus

20 Hongarije 6 Luxemburg

22 Portugal 5 Malta

18 Zweden

Voorts is aan het Verdrag van Nice een protocol m.b.t. de uitbreiding gehecht waarin een procedure is neergelegd voor de opname van leden uit de nieuwe lidstaten. In de zittingsperiode 2004-2009 kunnen in het Europees Parlement vertegenwoordigers zitting nemen uit die nieuwe lidstaten die op 1 januari 2004 een toetredingverdrag hebben getekend.

Post-Nice

Tenslotte zijn aan het eind van deze IGC afspraken gemaakt over de vervolgambitie van de Unie. Aan het verdrag wordt een verklaring gehecht waarin wordt aangegeven dat de Europese Raad van Brussel (december 2001) zal besluiten over agenda en methode van de een volgende IGC die in 2004 zal worden bijeengeroepen. Op deze agenda zullen in elk geval komen te staan hoe verder om te gaan met het Handvest, een meer precieze afbakening van de bevoegdheden tussen de Unie en de lidstaten, en de rol van de nationale parlementen. De kandidaatlidstaten waarmee alsdan de toetredingsonderhandelingen zijn afgesloten, zullen worden uitgenodigd aan de bedoelde IGC deel te nemen.

II. De Europese Conferentie;

Handvest Grondrechten

Voorafgaand aan de bijeenkomst van de Europese Raad en de IGC-besprekingen kwam op 7 december de Europese Conferentie bijeen. Aan de vergadering en de daarop volgende werklunch werd deelgenomen door de Staatshoofden en Regeringsleiders en Ministers van Buitenlandse Zaken van de dertien kandidaat lidstaten, Zwitserland en de lidstaten van de Unie. De Europese Conferentie benadrukte het belang dat in Nice overeenstemming zou worden bereikt over institutionele aanpassingen teneinde het uitbreidingsproces voortvarend te kunnen voortzetten. De Europese Raad stelde vast dat de Europese Conferentie een zinvol raamwerk biedt voor dialoog met landen die tot de Unie wensen toe te treden. In dat licht zal de Europese Conferentie kunnen worden uitgebreid met de landen die deelnemen in het Stabilisatie en Associatieproces alsmede de lidstaten van de EVA.

Vervolgens werd het Handvest voor de Grondrechten -zonder discussies of toespraken- uitgeroepen door middel van ondertekening door de voorzitters van de Raad, de Commissie en het Europees Parlement van een daartoe strekkende verklaring die luidt: "Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie kondigen plechtig als Handvest van de grondrechten van de Europese Unie de hierna opgenomen tekst af.".

III. Bijeenkomst van de Europese Raad

Daarna begon de bijeenkomst van de Europese Raad, zoals gebruikelijk, met een ontmoeting met de Voorzitter van het Europees Parlement. In haar toespraak, waarvan de tekst bij dit verslag is gevoegd, legde mevrouw Fontaine nadruk op het belang van de succesvolle afronding van de IGC voor de uitbreiding. Ten aanzien van de vraagstukken die in de IGC aan de orde waren, bracht zij het standpunt naar voren dat het EP heeft ingenomen waarin onder meer besluitvorming bij gekwalificeerde meerheid met codecisie als regel wordt bepleit.

De werksessies van de Europese Raad, op donderdag en vrijdagochtend, werden besteed aan een groot aantal onderwerpen. De weerslag daarvan is terug te vinden in de Voorzitterschapsconclusies. Dankzij goede voorbereiding in diverse raden behoefden deze onderwerpen weinig discussie. De belangrijkste daarvan zijn de volgende.

Uitbreiding

Het historische belang en de politieke prioriteit van de uitbreiding is andermaal door de Europese Raad bevestigd. De Europese Raad onderschreef de conclusies van de Algemene Raad van 4 december over de voortgangsrapportage en het strategiedocument van de Commissie. Met het tijdpad voor de onderhandelingen voor de komende 18 maanden werd ingestemd, er van uitgaand dat, overeenkomstig het differentiatiebeginsel, de best voorbereide landen de mogelijkheid houden snellere voortgang te maken. Gehoopt wordt dat de eerste nieuwe lidstaten deel kunnen nemen aan de verkiezingen voor in 2004 (zie hierboven inz. het uitbreidingsprotocol dat aan het Verdrag van Nice wordt gehecht).

EVDB

De Staatshoofden en regeringsleiders hebben de ontwikkeling van het EVDB besproken ter opvolging van de afspraken die daarover werden gemaakt tijdens de Europese Raden van Keulen, Helsinki en Feira. Zij bereikten overeenstemming over de inhoud van het desbetreffende Voorzitterschapsverslag en de daaraan gehechte bijlagen, die aan de voorzitterschapsconclusies van deze Europese Raad zijn gehecht; dit betreft het (ongewijzigde) pakket dat aan de Kamer werd aangeboden met het verslag over de Algemene Raad van 4 december 2000. Zoals bekend, verbond Nederland aan die instemming de kwestie van de verdragsaanpassing. Het Nederlandse insisteren op dit punt leidde tijdens de besprekingen later, in het kader van de afronding van de IGC, tot de gewenste verdragsaanpassingen (zie boven).

Dit geheel aan afspraken en aanpassingen beoogt de Unie formeel in staat te stellen autonoom te besluiten en op te treden en, wanneer de NAVO als geheel niet optreedt, de Petersbergtaken, zoals deze in het verdrag zijn bepaald, in hun geheel te vervullen. In de Europese Raad werd voorts geconcludeerd dat tijdens het Zweedse voorzitterschap samen met de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger het werk moet worden voortgezet ter voorbereiding op een besluit dat de Unie op dit punt operationeel maakt. Dat besluit moet zo spoedig mogelijk worden genomen, uiterlijk tijdens de Europese Raad van Laken (december 2001).

De Ministers van Buitenlandse Zaken bespraken voorts tijdens hun werkdiner op donderdag de situatie in het Midden Oosten. De volgende dag werd daarover een verklaring (bijgevoegd) uitgegeven.

Economisch en sociaal Europa

De Europese Raad nam met instemming kennis van de Sociale Agenda waarover, als bekend, door de Raad voor Sociale zaken en Werkgelegenheid overeenstemming was bereikt. Daarin is bepaald, overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Lissabon, dat rond zes strategische beleidslijnen op alle terreinen van sociaal beleid zullen concrete maatregelen worden ontwikkeld. Deze beleidslijnen zijn: meer en betere banen, anticiperen en gebruik maken van de verandering van het arbeidskader, bestrijding van dicriminatie en bevordering van sociale integratie, modernisering van de sociale bescherming, bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen en versterking van de sociale aspecten van de uitbreiding en externe betrekkingen van de Unie. De uitvoering van de te nemen maatregelen zal jaarlijks worden bezien aan de hand van een scorebord voorafgaand aan de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad.

Binnen het raamwerk van het Europa van vernieuwing en kennis alsmede met betrekking tot de coördinatie van het economisch beleid nam de Europese Raad eveneens met instemming kennis van een aantal documenten.

De lijst met structurele indicatoren werd verwelkomd. Besloten werd om bij de eerste periodieke voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad (maart 2001 in Stockholm) uit deze lijst een beperkt aantal indicatoren te kiezen.

Met betrekking tot het belastingpakket verzocht de Europese Raad de Commissie spoedig onderhandelingen te beginnen met de Verenigde Staten en andere derde landen betreffende de belasting van inkomsten uit spaartegoeden. Intussen moeten de werkzaamheden betreffende de Gedragscode worden voortgezet.

De Europese Raad besloot voorts dat tijdens zijn vergadering in Stockholm aandacht zal worden gegeven aan de demografische uitdagingen waarvoor de Unie staat.

Europa van de burgers

Onder de noemer het Europa van de Burgers sprak de Europese Raad zich uit over een groot aantal onderwerpen, waaronder in het bijzonder de gezondheid en veiligheid van de consument. De Europese Raad sprak de wens uit dat de op te richten Europese Voedselautoriteit begin 2002 operationeel kan zijn. Aandacht werd besteed aan de strijd tegen BSE. De Europese Raad benadrukte het belang van een spoedige en rigoreuze uitvoering van alle recent overeengekomen maatregelen. Deze maatregelen, alsmede mogelijk nog te nemen maatregelen die aan deze problematiek gerelateerd zijn, zullen geheel binnen de financiële vooruitzichten moeten passen.

In het verlengde van het besprokene tijdens de Europese Raad van Feira in juni 2000 trok de Europese Raad conclusies gericht op de verbetering van de veiligheid op zee, onder andere betrekking hebbend op een versnelde uitfasering van enkelwandige tankers.

De Europese Raad betreurde het dat tijdens de klimaatconferentie in Den Haag nog geen akkoord kon worden bereikt en riep alle partijen op zich maximaal in te spannen om zo snel mogelijk alsnog een akkoord te bereiken. Met het oog daarop steunde de Europese Raad het voorstel om voor het einde van het jaar informele besprekingen te houden in Oslo.

De Europese Raad sprak zich uit over een aantal maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld, verbetering van de justitiële en politiële samenwerking en de bestrijding van mensensmokkel en illegale immigratie.

Kenmerk
DIE/719/00
Blad /1

===

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie