Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

EC bevestigt drie eerdere beschikkingen

Datum nieuwsfeit: 13-12-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
European Union


Commission readopts three decisions imposing fines on Solvay and ICI in the Soda ash case


Brussel, 13 december 2000

Commissie bevestigt drie eerdere beschikkingen waarbij boetes werden opgelegd aan Solvay en ICI in de zaak-natriumcarbonaat

De Europese Commissie bevestigde vandaag drie eerdere beschikkingen waarbij boetes worden opgelegd aan Solvay, de wereldmarktleider voor natriumcarbonaat, en aan ICI omdat beide ondernemingen de Europese concurrentieregels in de jaren '80 hadden overtreden. De beschikkingen werden door het Hof van Justitie louter op procedurele gronden nietig verklaard. De boetebedragen blijven ongewijzigd: 23 miljoen EUR voor het Belgische Solvay en 10 miljoen EUR voor het Britse ICI.

Op 6 april 2000 bevestigde het Hof van Justitie het arrest waarbij het Gerecht van eerste aanleg louter op procedurele gronden drie beschikkingen van de Commissie had nietig verklaard. Deze beschikkingen betroffen een veroordeling van heimelijke afspraken tussen Solvay en een Duitse onderneming, en van het misbruik dat Solvay en ICI van hun machtspositie hebben gemaakt. De Duitse onderneming had geen beroep ingesteld tegen de beschikking en had dus haar boete (1 miljoen EUR) betaald (zie IP/90/1057).

De nietigverklaring door het Hof berustte op het feit dat de beschikking in de authentieke taalversie pas door de handtekeningen van de Voorzitter en de Secretaris-generaal van de Commissie bekrachtigd was nadat de documenten ter kennis waren gebracht.

Natriumcarbonaat is een chemisch product dat gebruikt wordt bij de productie van glas.

Heimelijke afspraken

Eind jaren '80 had Solvay een akkoord uitgewerkt waarbij de Duitse onderneming een minimale afzet gegarandeerd werd en ieder tekort vergoed kreeg door de nodige hoeveelheden op te kopen. Zodoende kon de prijs voor natriumcarbonaat in Duitsland kunstmatig hoog worden gehouden. Deze afspraken vormen een inbreuk op artikel 81 van het EG-Verdrag.

Misbruik van een machtspositie

De twee overige veroordelingen betroffen het misbruik dat Solvay en ICI hadden gemaakt van hun machtspositie op de markt voor natriumcarbonaat. Solvay et ICI hadden in de jaren '80 een kortingensysteem uitgewerkt om op hun respectieve "territoria" - West-Europa voor Solvay en het Verenigd Koninkrijk en Ierland voor ICI
- ieder gevaar van reële concurrentie uit te schakelen. Dergelijke gedragingen zijn op zich strijdig met artikel 82 van het EG-Verdrag.

ICI en Solvay hadden een kortingensysteem uitgewerkt met zgn. "topslice"-kortingen (kortingen voor marginale hoeveelheden), om zodoende concurrenten uit te sluiten. De meeste grootgebruikers van natriumcarbonaat - de glasproducenten - moeten voor het hoofddeel van hun behoeften een hoofdleverancier hebben; daarnaast willen zij echter ook een tweede leverancier hebben om niet volledig afhankelijk te zijn van de eerste.

Om de concurrentiedruk van deze tweede leverancier zo laag mogelijk te houden hadden Solvay en ICI een systeem met dubbele prijzen uitgewerkt. De basishoeveelheid werd verkocht tegen een "normale prijs", terwijl de marginale hoeveelheden ("top slice") die de afnemer bij een andere leverancier had kunnen kopen, werden aangeboden met aanzienlijke en geheime kortingen.

In bepaalde gevallen gingen deze praktijken zelfs zover dat Solvay of ICI de marginale hoeveelheden tegen nagenoeg de helft van de "normale prijs" aanboden. Deze ondernemingen gaven hun afnemers te verstaan dat de speciale prijs voor marginale hoeveelheden enkel werd toegekend mits dezen ermee instemden om zich voor een zeer groot deel van, zoniet hun volledige behoeften te bevoorraden bij de leidende onderneming.

Deze praktijken hadden tot gevolg dat het de andere producenten belet werd om werkelijk de concurrentie aan te gaan met Solvay en ICI. Om concurrerend te zijn hadden deze producenten op al hun leveringen de zeer aanzienlijke kortingen moeten toekennen die Solvay en ICI alleen toekende voor hun leveringen van marginale hoeveelheden.

Deze inbreuken op artikel 82 werden beschouwd als bijzonder ernstig en daarom werden in de beschikkingen van 19 december 1990 een boete van 20 miljoen EUR opgelegd aan Solvay en een van 10 miljoen EUR aan ICI - voor die tijd aanzienlijke bedragen.

Voor afspraken met de Duitse onderneming over het verdelen van de markt kreeg Solvay nog eens een boete van 3 miljoen EUR opgelegd.

De beschikkingen van 1990 blijven ongewijzigd, maar zullen naar behoren opnieuw worden goedgekeurd. De betrokken ondernemingen krijgen drie maanden om de geldboeten te betalen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie