Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

De Volksunie over de Europese Raad in Nice

Datum nieuwsfeit: 13-12-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Volksunie

Gedachten bij La promenade des Européens. Een Europese toekomstvisie. (13/12/00)

De staats-en regeringsleiders van de landen van de Europese Unie ontmoetten elkaar vorig weekend in Nice. Er werd gezegd dat belangrijke onderwerpen op de agenda stonden. Tegelijkertijd werd er gevreesd dat men er niet uit zou komen. Het resultaat van de top kon ook makkelijk voorspeld worden, misschien niet direct qua inhoud, wel wat de teneur van de verklaringen achteraf zou worden : er zou voor de pers gewaagd worden van een succesvolle of toch minstens niet mislukte top en de echte kernvragen zullen voor zich uit geschoven worden. Toch was het voor de Europese integratie wezenlijk dat er vlug een doorbraak kwam: tientallen landen van Centraal en Oost Europa staan te trappelen aan de deur van de Unie. Zeker niet alle zijn ernstige toetredingskandidaten; maar wat kan er objectief ingebracht worden tegen de toetreding van landen als bijvoorbeeld Estland, de Tsjechische republiek of Slovenië? Veeleer dan deze landen, was en is het de Europese Unie die niet klaar blijkt te zijn.

Waarom is de Unie niet klaar?
Het antwoord luidt doorgaans dat de Unie van een Gemeenschap van zes relatief snel gegroeid is tot een Unie van vijftien zonder al te zeer zijn instellingen aan deze nieuwe realiteit fundamenteel aan te passen. Wanneer dan nog wat nieuwe staten toetreden lijkt de situatie wel totaal onhoudbaar. Nu is er minstens een Europees commissaris per lidstaat. De grote staten hebben momenteel ook recht op een tweede lid van de Commissie: maar is zo een grote Commissie wel werkbaar? Heel wat beslissingen moeten Europees nog met eenparigheid van stemmen genomen worden, maar met vijftien en meer maakt dit dat beslissingen nemen steeds moeilijker wordt en dat als een beslissing genomen wordt deze steeds vaker vergezeld gaat van het betalen van een losprijs in de vorm van uitzonderingen voor deze en gene lidstaat. Dus wordt met de ellebogen aangevoeld dat we meer beslissingen met een meerderheid moeten kunnen nemen, maar dan wel een gewogen meerderheid waarbij de stem van de grote lidstaten meer weegt dan deze van de kleine. De kwesties van de samenstelling van Commissie en , zij het in mindere mate, Europees Parlement, en van de besluitvorming met gewogen meerderheden stond dan ook hoog op de agenda: dat was al het geval voor het Frans voorzitterschap van de Unie, was het al bij de top in Biarritz en dus ook in Nice.

En het werd loodgieterij in Nice: alleen de allernoodzakelijkste aanpassingen om nieuwe lidstaten te kunnen laten toetreden werden doorgevoerd. Het gewicht van de diverse huidige en toekomstige lidstaten werd geherdefinieerd. Een verbetering van de werking van de Europese Unie zat er blijkbaar niet in. Dat straks de machine gaat spaak lopen, deert de meeste lidstaten blijkbaar weinig. En ja, er komt ook nog een discussie over de toekomst van de Unie als dusdanig, later, misschien onder het Belgisch voorzitterschap, en in ieder gevallater. Daar knelt naar mijn gevoel vooral het Europees schoentje: de lidstaten laveren van de ene dolle koeienkwestie naar de andere Joegoslavië-crisis; proberen wat loodgieterswerk hier en wat public-relation-stunts daar. Tijd voor de ontwikkeling van een fundamentele visie waar men met de Europese Unie heen wil, heeft men niet of neemt men niet. Wellicht vinden een aantal landen en hun regeringen dit zelfs niet zo erg, daar voor hen alles gerust blijven mag bij de huidige situatie, waarbij zij en niet de Europese instellingen uiteindelijk het laatste woord hebben. De tegenspeler van de Raad (van nationale ministers) is traditioneel de Europese Commissie, maar die is haar crisis amper te boven gekomen. Als nooit tevoren zijn het de staten en in de eerste plaats de grote lidstaten, die de Unie leiden. En ja, volledigheidshalve, ook nog een woord over het Europese Parlement: deze instelling met over zeshonderd leden die nog altijd in de eerste plaats, zoniet uitsluitend nationale, zoniet lokale politici zijn, lijkt zijn gewicht niet echt boven het symbolische te kunnen optillen.

Dat het debat in Nice blijkbaar urenlang gefocussed heeft op de weging van Nederland en België in de Raadsstemmingen is in het licht van de ware issues, ronduit pijnlijk voor al wie begaan is met de Europese integratie, en komt goed uit voor hen die het liefst op business as usual houden.

We zijn er echter van overtuigd dat we vandaag op een tweesprong voor de Europese integratie staan. De fundamentele keuzen die we vandaag te maken hebben, gaan echter niet in de eerste plaats over de samenstelling van Commissie en , zij het in mindere mate, Europees Parlement. Ook niet over de besluitvorming met gewogen meerderheden. Ze gaan over welke Europese Unie we willen voor de eenentwintigste eeuw. Nu zal opgeworpen worden dat dit dan wel zo mag zijn, maar dat de praktische vragen toch ook opgelost moeten worden. Welnu, ik beweer dat er alleen slechte tot zeer slechte oplossingen uit de bus kunnen komen als men de praktische kar voor de toekomstvisie-paarden spant.

Laat me toe dit te illustreren.

Vooreerst de kwestie van de samenstelling van de Europese Commissie. Is het niet merkwaardig dat aan de nationaliteit van de commissaris zulk een groot belang toegekend wordt? Op allerhande niveaus kampt de Europese Unie tegen discriminatie op grond van nationaliteit; maar voor de eigen Commissie is de nationaliteit van de commissaris (evenals van de Europese ambtenaren) cruciaal voor de aanstelling. Toch een beetje gek. Wat deze discussie over het aantal commissarissen per land vooral verraadt, is dat lidstaten graag hun commissaris hebben, een zetbaas goed voor het bewaken van de nationale belangen binnen de Commissie. Goed ook om te waken over de belangen van de landgenoten werkzaam op de diverse echelons binnen de Unie, over de interessen ook van de eigen nationale administraties en bedrijven. Sorry, maar dit staat haaks op wat de taak van de commissaris is: hij dient alleen de Europese Unie en niet zijn landsbelang te dienen. Dààrover dient veeleer nagedacht; op dit vlak zijn veranderingen gewenst. Wat ons betreft kan de Commissie worden omgevormd tot een volwaardige én politiek verantwoordelijke Europese Regering. Net zoals dat gaat voor nationale regeringen, zal men er dan natuurlijk wel best naar streven de diverse regios zo goed als mogelijk in de regering vertegenwoordigd te zien, maar zal hiervan het vertrouwen in deze regering niet afhankelijk gemaakt kunnen worden.

Op dezelfde wijze is de discussie over de samenstelling van het Europese Parlement enigszins naast de zaak: als de huidige lidstaten hun aantal zitjes in Straatsburg willen behouden, zou dit betekenen dat we bij de toetreding van een aantal kandidaat-lidstaten zouden evolueren naar een Parlement van bijna duizend leden. En dat is toch teveel, zo luidt het. Ook gingen er stemmen op om de demografische verhoudingen sterker weerspiegeld te zien in de samenstelling van het Parlement, met andere woorden om grote landen méér en kleine landen minder zitjes toe te bedelen, voor Luxemburg wordt het wellicht geen zetel meer maar een melkstoeltje. Misschien zou men zich kunnen afvragen of het huidige aantal van over zeshonderd leden al niet minder efficiënt is. Maar de kernvraag ligt ook hier weer elders. Als we een parlement behouden met de bevoegdheden, handelswijze en politieke betekenis die het huidige Europese Parlement kenmerken, dan doet het aantal leden er maar weinig toe. Dan kan men met negenhonderd wellicht evenveelof even weinig als met zeshonderd. Ook de verhoudingen tussen het aantal verkozenen van de grote en de kleine lidstaten is dan minder relevant. Waar het wel om zou moeten gaan is de uitdaging om van het Europees Parlement een echt parlement te maken met een rol, een macht en een politieke betekenis gelijk aan deze van zijn nationale homoniemen. In een federaal Europa zal dit wellicht betekenen een tweekamerstelsel, met een Europees Congres of Kamer verkozen op Europese (pan-nationale) lijsten en waar de evenredige vertegenwoordiging ten volle speelt (principe één Europeaan één stem) en een gelijkwaardige Europese Senaat met een vertegenwoordiging van de (deel)staten, of liever nog de volkeren van Europa, waarbij in principe elke (deel)staat een gelijk aantal senatoren zou verkiezen binnen de eigen (deel)staat en volgens de eigen (deel)statelijke normen.
Combineren we beide voorgaande, dan komen we tot een Commissie die politiek verantwoordelijk wordt voor beide kamers van het Europese Parlement.

Zelfs de concreet én theoretisch belangrijke vraag die in Nice aan bod diende te komen, aangaande het nemen van meer beslissingen met gekwalificeerde meerderheid, gaat enigszins aan de kern van de zaak voorbij. Zeker, de vraag naar meer meerderheidsbesluitvorming en minder eenparigheidsvereiste is belangrijk voor de Europese integratie. En laten we het nog maar eens herhalen: besluitvorming en dus een voortzetting van de Europese integratie zonder meerderheidsbeslissingen ook op het vlak van binnenlands beleid (asiel), van sociale en fiscale aangelegenheden en milieu, is niet mogelijk. Het zwaarste falen van Nice ligt ongetwijfeld daar.

Europese integrationisten moeten zich afvragen of ze een Verdrag van Nice, dat zwaar zondigt door nalatigheid, nog kunnen goedkeuren. Maar laten we tegelijk toch ook voor ogen houden dat de uitvoering van alle Europese regelgeving quasi uitsluitend in nationale handen gebleven is. Als we dan zien hoe zwak de Europese instellingen vandaag optreden tegen staten die manifest tegen de Europese regels ingaan, dan moet men zich toch de vraag durven stellen of meer besluitvorming tegen de wil van een of enkele lidstaten in, ook kansen op volledige toepassing in deze lidstaten zal krijgen. Ook moeten nationale politici die nu van het opheffen van de eenparigheidsvereiste verwachten, waar ze nationaal geen meerderheid voor vinden, ervan bewust blijven dat besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid ook kan betekenen dat besluiten worden genomen die ingaan tegen hun opvattingen, ook al worden deze gedeeld door al hun landgenoten. Een evidentie, maar deze blijkt nogal eens vergeten te worden door dagjespolitiekers. Lees er in alle lidstaten de wilde verklaringen omtrent Europese meerderheidsbesluitvorming van politici uit vooral nationale oppositiepartijen maar op na.

Welke politieke conclusies nu uit dit alles trekken?

Het lijkt me vrij steriel ons te concentreren op de vraag of België gescoord heeft of niet. Wezenlijk is dat de Europese integratie een forse nederlaag geleden heeft. Het wordt dan ook tijd dat zij die de Europese integratie genegen zijn, ook eens in het verzet durven te komen tegen nieuwe Europese verdragbepalingen als deze volstrekt onvoldoende zijn. Tot vandaag zijn allerhande onvolkomenheden in de opeenvolgende Europese Verdragen (Maastricht, Amsterdam) telkens toegedekt met de mantel van Europese liefde. Dit kan nu niet meer: wie de Europese integratie vooruit wil helpen, moet nu het been stijf houden. Wat in Nice afgesproken werd is volstrekt onvoldoende en dient dan ook overgedaan te worden. Daarvoor dient niemand de schuld gegeven te worden, maar moeten alle Europese integrationisten wel hun verantwoordelijkheid opnemen, nú. Er moet geweigerd worden te komen tot harde besluiten over samenstelling van Commissie en Parlement zolang de kernvragen niet aangesproken worden: hoe deze Europese instellingen ook echt Europees maken? Een Commissie die politiek verantwoordelijk is en waar de nationaliteiten niet meer spelen. Een Parlement dat bestaat uit een evenredig verkozen Kamer en een Senaat van de (deel)staten. Een Europees Parlement met dezelfde bevoegdheid en betekenis als zijn nationale naamgenoten. Een Europese Unie waar besluitvorming in principe niet door minder dan 1% van de bevolking geblokkeerd kan worden; meerderheidsbeslissingen dus, maar tegelijk met een versterking van de afdwingbaarheid van de Europese normen in en ten overstaan van de lidstaten.

Het uur der waarheid is gekomen. Het wordt tijd dat de Europese volkeren die een verschrompeling van de Europese Unie tot een vrijhandelszone verwerpen, van zich laten horen.

Auteur:
VU&ID-kamerfractie
Danny Pieters, kamerlid

Meer informatie:
Contactpersoon: Ben Weyts, woordvoerder
Telefoon: 02/219.49.30
Fax: 02/217.35.10
E-post: (ben.weyts@vu.be)
Url: www.vu.be

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie