Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

FNV: 'Is ons pensioenstelsel toekomstvast?'

Datum nieuwsfeit: 14-12-2000
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
FNV

Is ons pensioenstelsel toekomstvast?
FNV Voorlichting - (publieksinfo@fnv.nl)

Nog te veel vrouwen mogen niet meedoen aan collectieve pensioenregelingen. Dat constateert FNV-vice-voorzitter Kitty Roozemond in haar inleiding tijdens het pensioensymposium van de Verzekeringskamer op 14 december in Apeldoorn.

Toespraak Kitty Roozemond, vice-voorzitter van de FNV, tijdens het symposium van de Verzekeringskamer bij het afscheid van professor Vermaat. Apeldoorn, donderdagmiddag 14 december 2000.

Geachte dames en heren,

Dit symposium staat in het teken van terugblikken en vooruitkijken. Zo wil ik ook de door de Verzekeringskamer voorgestelde vraagstelling benaderen. In hoeverre is het huidige Nederlandse pensioenstelsel voldoende toekomstvast?

Ik wil u eerst meenemen naar mei 1991.

Een jaar na het geruchtmakende Barber-arrest.
In de Agnietenkapel van de Universiteit van Amsterdam vond het symposium Vrouw en Pensioen plaats. Georganiseerd door emancipatie-econome wijlen Marga Bruyn-Hundt met het Breed Platform Vrouwen voor Ekonomische Zelfstandigheid.

Het was de eerste keer dat pensioendeskundigen en actuarissen van pensioenfondsen op georganiseerde wijze in gesprek kwamen met wetenschappers en vrouwenbeweging.

Iris de Veer vergeleek op dat symposium het pensioenstelsel of pensioengebouw met een tochtend en kierend gebouw. Met onrustige bewoners die vinden dat ze te krap zitten èn ongeruste bewoners die vrezen dat ze ruimte moeten afstaan.

Een actiegroep onder de bewoners wil zeggenschap over huurcontract en de indeling van het gebouw. Buiten staat een menigte daklozen die toegelaten wil worden, sommige met dwangbevelen in de hand.

De huisbewaarders, de pensioenfondsen houden volgens De Veer de luiken angstig gesloten en verwijzen naar de regenten, de bestuurders dus. Die houden zich op in de regentenkamer en converseren op niveau. Niet toekomstvast dus.

Is het pensioengebouw dat nu wel?

Zelf sprak ik op dat symposium als algemeen secretaris van de Dienstenbond FNV over reparatiemaatregelen aan het pensioengebouw Ik had het op de eerste plaats over de daklozen van De Veer: de witte vlek. Ofwel de werknemers die geen pensioen opbouwen.
Van de herstelwerkzaamheden aan vrouwenpensioenen was het inkleuren van de witte vlek nummer één betoogde ik.

Laten we eens gaan kijken hoe het daarmee staat.

Op het eerste gezicht gaat het daar goed mee.

Totaal Man Vrouw
1980 39 22 43
1987 18 10 37
1997 10 6 20

Bron: J.H.M. Nelissen et al. ( 2000, hoofdstuk 2)

Enigszins juichend luidden de persberichten dat in 10 jaar tijd - 1987 - 1997 - de witte vlek met de helft was teruggebracht.

Wie over een langere periode kijkt komt zelfs tot nog spectaculairder vooruitgang: de omvang van de wette vlek verminderde tussen 1980 en 1997 van bijna 39% van de werknemers naar zo'n 10 à 11% van de werknemers.

Wie echter goed kijkt ziet dat de witte vlek bij mannen veel sterker gedaald is - van ruim 22% naar bijna 6%.

Het grootste deel van deze daling vond plaats in het begin van de jaren 80 - van 22 naar 10%. Dat komt vooral door de uitbreiding van het aantal collectieve pensioenregelingen.

Bij vrouwen gaat het om ruim 43% in 1980, via 37% in 1987 naar zo'n 20% anno 1997.

Dat betekent dus dat zo'n 1 op de 5 van alle vrouwelijke werknemers niet mee doet in een pensioenregeling!

Bij mannen gaat het om iets meer dan 1 op de 20 werknemers.

Althans ogenschijnlijk.
Op het plaatje ziet u de cijfers.

Vrouwen en mannen (25-65 jaar) zonder pensioenvoorziening in procenten, naar oorzaak, 1997

Vrouwen Mannen
Te kort in dienst 30 *
Te jong 7 *
Oproep/afroepcontracten 14 *
Tijdelijk contract 8 13
Administratief
/schoonmaak 13 *
Directeur * 22
Geen collectieve
regeling 12 41
Overig 16 19


* = percentage kleiner dan 1
Bron: Van der werf en Smidt (1997, 30)

Wie nog beter kijkt ziet dat bijna een kwart van de witte vlek bij mannen toe te schrijven is aan het feit dat ze directeur zijn.

Als directeur doe je vaak niet mee met de collectieve pensioenregeling, maar dat wil niet zeggen dat er geen pensioenvoorzieningen zijn getroffen! Die zijn voor directeuren meestal veel beter dan voor de gewone werknemers.

Voor 40% wordt de witte vlek onder mannen verklaard uit het ontbreken van een collectieve regeling. Bij vrouwen komt dat veel minder voor.

Bij hen ligt de oorzaak veel meer in het niet mee mogen doen aan de collectieve regeling. Bijvoorbeeld omdat bepaalde beroepen zijn uitgesloten (administratief/schoonmaak) - goed voor 13% (mannen 0) - als uitsluitingsgrond in 1987 trouwens nog een te verwaarlozen categorie.

Of omdat oproep/afroep contracten uitgesloten worden (14% - mannen 5%). Of omdat ze te kort in dienst zijn (30% - mannen 0). Of te jong zijn (7% - mannen 0) - we hebben het wel over 25 jaar en ouder hoor!.

Percentueel is de witte vlek dus behoorlijk teruggebracht, zij het, zoals al gezegd voor mannen veel sterker dan voor vrouwen.

In absolute cijfers valt er echter nog steeds een enorm aantal vrouwen in de witte vlek: toch zeker een kleine 600.000 heb ik me even snel laten voorrekenen, tenminste als we de werkneemsters onder de 25 jaar ook meenemen.

Tellen we alleen de 25-65 jarigen dan komen we op ruim 317.000. In het vergelijkingsjaar 1987 ging het om een kleine 400.000 vrouwen tussen de 25 en 65 jaar. Voor veel vrouwen is uitsluiting - niet mee mogen doen - dus nog steeds een belangrijke reden voor pensioentekort. Wat dat betreft is er te weinig veranderd in al die jaren.

In onze ogen kan ons pensioenstelsel alleen toekomstvast worden als de witte vlek effectiever en inclusiever bestreden wordt.

Met inclusiever bedoel ik: ook voor vrouwen.
Want in 1987 bestond de witte vlek voor 60% uit vrouwen. In 1997 was de witte vlek wel kleiner in aantal maar nog verder gefeminiseerd: 65% vrouwen

Het laatste witte vlekken onderzoek stelt optimistisch dat deze verdere feminisering geheel en al uit de stijging van arbeidsparticipatie van vrouwen te verklaren is. Ongetwijfeld.

Relevanter vind ik dat in verhouding tot de arbeidsparticipatie M/V vrouwen nog steeds 3,5 à 4 x zo vaak tot de witte vlek behoren dan mannen. Helaas is er geen recenter onderzoek meer beschikbaar. Ik pleit er dan ook voor om nieuw onderzoek te doen naar witte vlekken.

Hoe is die witte vlek verminderd?

Bij mannen heeft vooral geholpen dat er meer collectieve pensioenregelingen tot stand zijn gekomen. Door onderhandelingen tussen sociale partners.

Bij vrouwen ligt dat helaas anders.
Nee: het Europese Hof moest er aan te pas komen, de Europese Commissie en het Nederlandse parlement.

Desondanks bleek trouwens in het laatste onderzoek uit 1997 uitsluiting naar arbeidsduur nog steeds voor 8% bij te dragen aan de gehanteerde toetredingsdrempels die witte vlekken veroorzaakten! De helft van deze werkgevers eiste zelfs een dienstverband van tenminste 20 uur per week.

Dit is dus strijdig met de wet.

Wat zijn volgens het laatste onderzoek de belangrijke oorzaken voor de witte vlek onder vrouwen? Uitsluiting!

De uitsluiting vanwege een oproepcontract is bijna verviervoudigd (11% tegen 3%) - dit valt lang niet geheel te verklaren uit de stijging van het aantal oproepcontracten.

De uitsluiting vanwege administratief- of schoonmaakpersoneel is verachtvoudigd (van minder dan 1 naar 8%) - ook dit valt niet te verklaren uit arbeidsmarktontwikkelingen.

Uitsluiting vanwege te kort in dienst is verzesvoudigd (18% tegen 3%) - en hier geldt opnieuw dat de verklaring niet uitsluitend te vinden is in de arbeidsmarkt. In al deze gevallen zijn vrouwen altijd relatief en meestal absoluut oververtegenwoordigd.

Het lijkt er op dat pensioenregelingen hun uitsluitingsgronden hebben verplaatst: van vrouwen naar administratief en schoonmaak en van deeltijd naar flex. Wat de FNV betreft moet er snel een einde komen aan dit soort indirect discriminerende uitsluitingsgronden.

Wij waren dan ook tevreden met het kabinetsstandpunt dat in 1997 binnen redelijke termijn na publicatie van het laatste witte vlekken onderzoek verscheen.

Te weten: de aankondiging van een 'wettelijke dwingende bepaling tot algemene werking van een collectieve pensioenregeling'.

Waarom het dan nog weer een jaar of drie moet duren voordat over onder meer dit voornemen tot wijziging van het wettelijk pensioenkader advies wordt gevraagd aan de SER is ons volstrekt duister.

Een tweede uitstapje dat ik wil maken is naar een ander facet van de reparatiemaatregelen.

Namelijk naar het herstel van pensioenschade als gevolg van discriminatie. In 1991 noemde ik dit prioriteit nummer twee.
Ik had toen niet durven vrezen dat het nog zo veel langer zou duren voordat reparatie bewerkstelligd zou worden.

In 1971 sprak het Europese Hof van Justitie voor het eerst uit dat pensioen onder de gelijke beloningsparagraaf van het Verdrag van Rome valt. Dat betekende volgens Defrenne 1 dat gelijke beloning geldt voor alle voordelen in geld en natura die de werkgever aan de werknemer betaalt.

Toch is vooral 8 april 1976, de datum van Defrenne II, inmiddels bij alle pensioenmensen in het hoofd gegrift.

Op die datum bepaalde het Hof dat art. 119 vanaf dat moment rechtstreekse werking had. Het kostte lange procedures, tot en met het Europese Hof van Justitie en de Hoge Raad.

Maar nu is onomstotelijk vast komen te staan dat het recht op aansluiting van vrouwen en deeltijders geldt vanaf 8 april 1976. En dat bovendien de lange verjaringstermijn, 20 jaar (of 30 jaar voor de oude zaken) geldt.

In december 1999 sprak de Hoge Raad dit uit in het arrest Bonnema/Rosendal Innovam.

Al met al heeft het dus pakweg 25 jaar geduurd om het recht op vrouwenpensioen erkend te krijgen.

Dit lijkt me geen certificaat van toekomstvastheid, maar eerder van conservatisme en misplaatste hardnekkigheid.

Stapje voor stapje hebben vrouwen en bonden dus reparatie afgedwongen. Maar nog niet alle problemen zijn opgelost.
Namelijk de situaties waar de werkgever verdwenen is en waarin bovendien geen sprake is van een bedrijfstakfonds dat uit eigen reserves het werkgeversdeel bekostigt. Of van werkgevers die het werkgeversdeel niet kunnen bekostigen, op straffe van faillissement.

De FNV vindt dat vrouwen in die situaties een bijdrage moeten krijgen uit het Fonds Voorheffing. Daar was immers bereidheid tot bijdrage aan inhaalpensioen voor fondsen die vrijwillig repareerden.

Nu gebleken is dat er geen sprake is van vrijwilligheid, maar van verplichting, behoeft de bijdrage aan de fondsen niet uitgekeerd te worden. Dat geld moet bestemd blijven voor reparatie van vrouwenpensioenen. En dus ook met spoed daarvoor beschikbaar gesteld worden.

Een ander nog niet opgelost probleem is dat vele vrouwen zich nog niet gemeld hebben bij hun pensioenfonds. Ze weten niet dat ze zich kunnen melden.

Of ze hebben zich gemeld, maar zijn van het kastje naar de muur gestuurd. In al die jaren dat de meeste pensioenregelingen en ongelijke behandelingsjuristen zich nog vastbeten in de korte verjaringstermijn, die naar hun stellige overtuiging zou moeten gelden. Het zou toch ondenkbaar zijn dat die vrouwen gelijk kregen.

Welnu: het ondenkbare is geschied.
Be a good sport,

Als derde uitstapje neem ik u heel kort terug naar 1981 Deze discussienota verscheen toen ik pas in dienst was bij de FNV. Ik heb er geen enkele bemoeienis mee gehad.

Ja.. er is wel veel veranderd.
In beeld en taal.
Maar als ik om me heen kijk toch ook weer niet.
Toen was de pensioenwereld wat de Engelsen zo mooi noemen: Male, Pale en Stale. En kijk om u heen: wat ziet u?

In onze stellige overtuiging betekent toekomstvast ook draagvlak onder je deelnemers. Draagvlak impliceert ook herkenbaarheid.
Herkenbaarheid waar het gaat om belangenbehartiging en om producten. Maar ook herkenbaarheid in representatie.
In vertegenwoordiging.

Mijne heren, het is tijd voor verkleuring.
Het is tijd voor diversiteit.
Om toekomstvast te zijn moet je geworteld zijn in de samenleving en dat kan niet beperkt zijn tot één groep.

Er moeten veel meer vrouwen en allochtonen in de pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen zichtbaar worden. Als werknemer zijn ze er vaak al, maar nog onzichtbaar, althans vanuit het perspectief van vandaag. Op de hogere posities veel te weinig.

Als bestuurder zijn ze er ook nog nauwelijks, de vrouwen en allochtonen. Daarbij wil ik ook graag de hand in eigen vakbondsboezem steken. We scoren wel iets beter dan de pensioenfondsen in dit opzicht, maar nog onvoldoende. Wat een miskenning van het potentieel.

Realiseert u zich wel wat u aan kwaliteit mist door maar te blijven focussen op die witte jongere oudere mannen? Bij deelnemersraden, vertegenwoordigende of controlerende instanties zoals SER, Stichting van de Arbeid, Verzekeringkamer en dergelijke is het al niet beter, in tegendeel vaak.

Zo moeilijk is het niet om meer veelkleurigheid in de breedste zin van het woord te bereiken. Er is capaciteit zat, maar je moet er wel wat voor doen.

Actief aan de slag dus.
Voor de toekomstvastheid van ons pensioenstelsel.

Dat duurt hopelijk niet weer 25 jaar, zoals met de vrouwenpensioenen. Laten we zeggen dat bij het afscheid van de opvolger van de heer Vermaat .... representativiteit bereikt moet zijn.

Ik dank u voor uw aandacht.

Meer nieuws? Ga naar www.fnv.nl/nieuws .

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie