Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag aan top in Nice over asiel-en migratie zaken

Datum nieuwsfeit: 15-12-2000
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

www.minbuza.nl\content.asp?Key=405473



Aan de Voorzitter van de Algemene Commissie voor Europese Zaken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Directie Personenverkeer, Migratie en Consulaire Zaken Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag

Datum 15 december 2000 Auteur Drs. L.H.J. van Haaren

Kenmerk DPC/JP-352/00 Telefoon +31 (0)70 3486663

Blad /1 Fax +31 (0)70 3485046

Bijlage(n) 1 (Nederlandse taalversie voortgangsrapport aan de Europese Raad van Nice) E-mail Lise-(van.Haaren@minbuza.nl)

Betreft HLWG Asiel en Migratie

Zeer geachte Voorzitter,

Als bijlage bij mijn brief van 29 november jl. (kenmerk DPC/JP-337/00) was de tekst van de voortgangsrapportage van de Werkgroep op Hoog Niveau voor Asiel en Migratie (HLWG) aan de Europese Raad van Nice toegevoegd. Omwille van de snelheid is U de Franse taalversie toegezonden, op dat moment de enig beschikbare versie.

Ik heb het genoegen U nu de Nederlandse taalversie van het rapport te kunnen aanbieden.

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Council Logo

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 24 november 2000 (28.11) (OR. fr)

13688/00 LIMITE

JAI 146 AG 72

NOTA

aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers/de Raad

Betreft: Groep op hoog niveau asiel- en migratievraagstukken - Aanneming van het verslag aan de Europese Raad van Nice


1. Tijdens zijn bijeenkomst van 15 en 16
oktober
1999 in Tampere sprak de Europese Raad zijn waardering uit over het verslag van de -
door de Raad ingestelde

- Groep op hoog niveau voor asiel- en migratievraagstukken en stemde hij ermee in het mandaat van de groep te verlengen, alsmede haar nog meer actieplannen te laten opstellen. De Europese Raad beschouwde de eerste door de Groep op hoog niveau asiel- en migratievraagstukken opgestelde, en door de Raad goedgekeurde, actieplannen als een nuttige bijdrage en verzocht de Raad en de Commissie om tijdens de Europese Raad van december 2000 een verslag te presenteren over de uitvoering van deze actieplannen.


2. Sindsdien heeft de Groep op hoog niveau zich ingespannen om deze actieplannen in praktijk te brengen. De door de groep verrichte vernieuwende exercitie moet als een werk van lange adem worden beschouwd. Het op een evenwichtige manier in praktijk brengen van de actieplannen, waarin aspecten uit verschillende gebieden (buitenlands beleid, ontwikkeling, asiel en migratie) met elkaar worden gecombineerd, is een uitdaging die een nauwere samenwerking tussen alle betrokken actoren vergt, alsmede de inzet van menselijke hulpbronnen en financiële middelen op communautair en nationaal niveau. Bijzondere aandacht zal moeten uitgaan naar de samenhang van de gevoerde acties op het gebied van ontwikkeling en migratie.


3. Het Comité van permanente vertegenwoordigers wordt verzocht de Raad aan te bevelen:


- het verslag over de werkzaamheden van de Groep op hoog niveau asiel- en migratievraagstukken in de versie van document
13687/00 JAI
145 AG
71 goed te keuren en aan de Europese Raad van Nice voor te leggen;


- de Groep op hoog niveau op te dragen:

= de uitvoering van de reeds vastgestelde actieplannen actief voort te zetten;

= de oplossingen die de Groep op hoog niveau heeft aangereikt voor de hindernissen die de uitvoering van deze plannen in de weg staan, zoals deze in deel
IV van het verslag (document
13687/00 JAI
145 AG
71) staan, toe te passen;

= op de gebieden waarop de actieplannen betrekking hebben, bij te dragen aan de samenhang van de door de EU ondernomen activiteiten op het gebied van ontwikkeling en migratie;

= te overwegen nieuwe actieplannen op te stellen in het licht van de ervaring die met de uitvoering van de bestaande actieplannen is opgedaan, alsmede op basis van operationele keuzecriteria;

= ten vroegste eind 2001 opnieuw de balans van zijn activiteiten op te maken.



Council Logo

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 29 november 2000 (01.12) (OR. fr)

13993/00 LIMITE

JAI 152 AG 76

NOTA

aan: de Raad / de Europese Raad

Betreft: De Groep op hoog niveau voor asiel- en migratievraagstukken
- Aanneming van het verslag aan de Europese Raad van Nice
De delegaties treffen in bijlage dezes het verslag over de werkzaamheden van de Groep op hoog niveau voor asiel- en migratievraagstukken voor de Europese Raad van Nice aan.



Groep op hoog niveau voor asiel- en migratievraagstukken

Verslag aan de Europese Raad van Nice

Inhoud:

I. Ontstaan van de Groep op hoog niveau voor asiel- en migratievraagstukken

II. Gedachtegang achter de werkzaamheden

III. Uitvoering van de actieplannen

III.1. Algemeen

III.2. Stand van zaken voor elk actieplan

III.3. Samenwerking met internationale gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties

III.4. Samenwerking met derde landen

IV. Evaluatie van de werkzaamheden van de Groep op hoog niveau

V. Toekomstige werkzaamheden

V.1. Een gedifferentieerde aanpak

V.2. Financiering

V.3. Verbetering en vereenvoudiging van de werkmethoden

V.4. Volgende stappen

I. Ontstaan van de Groep op hoog niveau voor asiel- en migratievraagstukken


1. Naar aanleiding van een Nederlands initiatief heeft de Raad Algemene Zaken van 7 en 8
december
1998 de Groep op hoog niveau voor asiel- en migratievraagstukken (GHNAM) ingesteld. Deze Groep werd opgedragen pijleroverschrijdende actieplannen uit te werken voor geselecteerde landen van oorsprong en landen van doorreis van migranten en asielzoekers. De Raad Algemene Zaken van 25 en 26 januari
1999 heeft het voorstel van de GHNAM aanvaard om actieplannen op te stellen voor de volgende landen en gebieden:


- Afghanistan en de omliggende regio


- Marokko


- Somalië


- Sri Lanka


- Irak


- Albanië en de omliggende regio.

Deze landen werden geselecteerd op basis van een grondige analyse van de asielzoekers- en migrantenstromen en de oorzaken van deze stromen.


2. De Raad Algemene Zaken van 11
oktober
1999 keurde de actieplannen betreffende Afghanistan en de omliggende regio, Marokko, Somalië, Sri Lanka en Irak goed voordat deze aan de Europese Raad van Tampere (15 en 16
oktober
1999) werden toegezonden.


3. Het voorzitterschap van de Raad heeft het Europees Parlement bij verschillende gelegenheden op de hoogte gebracht van de werkzaamheden van de GHNAM. In maart en juni 1999 heeft het Duitse voorzitterschap het Parlement schriftelijk op de hoogte gebracht van de stand van zaken, en op 23 september
1999 heeft het Finse voorzitterschap de actieplannen betreffende Sri Lanka, Somalië, Irak, Marokko en Afghanistan en de omliggende regio aan het Parlement voorgelegd, teneinde vóór de Europese Raad van Tampere de zienswijze van het Parlement te kennen. Op 30
maart
2000 heeft het Europees Parlement een resolutie over de werkzaamheden van de GHNAM en de actieplannen aangenomen, op basis van het verslag van de heer Hernandez Mollar.


4. De Europese Raad van Tampere heeft zijn waardering uitgesproken voor de werkzaamheden van de GHNAM en heeft ingestemd met de verlenging van het mandaat van de groep en met het opstellen van nog meer actieplannen. Hij heeft de Raad en de Commissie verzocht om in december 2000 aan de Europese Raad verslag uit te brengen over de uitvoering van de actieplannen.


5. Naar aanleiding van het mandaat van de Raad Algemene Zaken heeft de GHNAM een lijst met de mogelijke acties voor 2000 opgesteld, die is opgenomen in tabel
I in de bijlage bij document 8939/00 JAI 60 AG 46.


6. De Raad Algemene Zaken van 13 en 14
juni
2000 heeft het actieplan voor Albanië en de omliggende regio, alsmede de lijst van acties in voornoemd document goedgekeurd. De Raad heeft de GHNAM opgedragen ervoor te zorgen dat dit actieplan tegelijk met de andere actieplannen wordt uitgevoerd, en dat de lijst van acties in document 8939/00 JAI 60 AG 46 verder wordt uitgewerkt en aangevuld.


7. Op 16
mei
2000 heeft het Portugese voorzitterschap het actieplan voor Albanië en de omliggende regio toegezonden aan de voorzitter van het Europees Parlement. Op basis van het verslag van de rapporteur, mevrouw Anna Karamanou, heeft het Europees Parlement op 26
oktober
2000 een resolutie over dit actieplan aangenomen.

II. Gedachtegang achter de werkzaamheden


8. De actieplannen gaan uit van de premisse dat een gezamenlijke aanpak dient te worden gevolgd, waarbij aandacht uitgaat naar politieke en sociaal-economische factoren die resulteren in of voortkomen uit het vluchten uit het land van oorsprong of negatieve consequenties van migratie in een land. Alleen een alomvattende langetermijnaanpak, die inspeelt op wijzigingen in de situatie, kan hier doelmatig zijn. Alle relevante maatregelen waarover de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de lidstaten beschikken, zullen op gecoördineerde wijze moeten worden benut.


9. Bij de opstelling van de actieplannen heeft de GHNAM rekening gehouden met de volgende elementen:


- de effectieve uitvoering van de plannen impliceert een nauwe en gecoördineerde samenwerking tussen de Raad, de Commissie en de lidstaten;


- voor de uitvoering is tevens een akkoord vereist over de nodige personele en financiële middelen;


- de lidstaten moeten op verschillende actiegebieden hun deskundigheid ter beschikking stellen;


- de uitvoering van de actieplannen impliceert voorts overleg en nauwe samenwerking met de betrokken internationale organisaties;


- er moet een echt partnerschap worden ingesteld tussen de landen waarop de actieplannen betrekking hebben en de Europese Unie en de lidstaten ervan, en bijgevolg moeten ook wederzijdse verbintenissen worden vastgelegd.


10. De actieplannen bevatten voorstellen voor maatregelen die strekken tot samenwerking met de betrokken landen op drie geïntegreerde gebieden, namelijk buitenlands beleid, ontwikkeling en economische bijstand alsmede migratie en asiel. De actieplannen kunnen worden beschouwd als een eerste poging van de Europese Unie om tot een alomvattende en samenhangende aanpak te komen die is toegespitst op de situatie in een aantal belangrijke landen van oorsprong of doorreis van asielzoekers en migranten.


11. Essentiële instrumenten van een samenhangende aanpak inzake migratie en asiel zijn dialoog, samenwerking en gezamenlijke ontwikkeling. Belangrijke bestanddelen van de aanpak zijn bescherming van alle mensenrechten, ondersteuning van de democratisering en bevordering van de rechtsstaat, sociale en economische ontwikkeling, armoedebestrijding, ondersteuning van conflictpreventie en verzoening, alsmede samenwerking met het UNHCR en mensenrechtenorganisaties, waarborging van het recht op bescherming van vluchtelingen en asielzoekers, integratie van migranten en bestrijding van illegale immigratie (onder meer door middel van overname-overeenkomsten die door de Gemeenschap worden gesloten).


12. De GHNAM is tevens van oordeel dat samenwerking met de partners waarmee de Unie traditioneel dialogeert, voor beide zijden voordeel kan opleveren.


13. De GHNAM wenst dat de kandidaat-lidstaten samen met de Europese Unie streven naar de uitwerking en uitvoering van een pijleroverstijgende aanpak, toegespitst op de landen van oorsprong en doorreis van asielzoekers en migranten.

III. Uitvoering van de actieplannen

III.1. Algemeen


14. Sinds de goedkeuring van de actieplannen door de Raad Algemene Zaken is de uitvoering van de in de actieplannen opgenomen maatregelen voortdurend gevolgd. Teneinde de voortgang te bespoedigen, heeft de GHNAM onder het Finse, het Portugese en het Franse voorzitterschap een reeks specifieke vergaderingen georganiseerd waarbij telkens één land werd besproken. Tegelijk heeft de GHNAM de Commissie verzocht om over elk van de actieplannen informele vergaderingen van deskundigen te organiseren om het uitvoeringsproces te versterken.


15. Gedurende de uitvoering hebben het Finse, het Portugese en het Franse voorzitterschap tezamen met de Commissie op gezette tijden vergaderd met de internationale organisaties die in de voorbereidende fase een bijdrage hebben geleverd en die bij de uitvoering van de actieplannen betrokken zijn.


16. De actieplannen zijn ter kennis gebracht van de betrokken landen: Sri Lanka (contact op het niveau van ambassadeurs in Brussel op 13 september
1999 en in Stockholm op 1
oktober
1999), Irak (contact met de zaakgelastigde in Helsinki op 4 oktober
1999), Albanië (plan begin oktober
2000 toegezonden aan de ambassadeur van Albanië te Parijs, de ambassadeur van Frankrijk in Tirana en de ambassadeur van Albanië bij de Europese Unie). Het actieplan is aan de Albanese overheid en de autoriteiten van de omliggende regio voorgelegd tijdens de vergadering van de werkgroep III van het stabiliteitspact in Sofia op 4
en 5
oktober
2000, en tot slot aan Marokko (missie te Rabat in juni 1999, tijdens welke een eerste ontwerp van het plan aan de Marokkaanse overheid werd voorgelegd; het actieplan werd op 1
oktober
1999 toegezonden via de ambassadeur van Marokko te Stockholm).


17. Er is uitvoerig overleg geweest tussen de missies van de EU en de delegaties van de Commissie in de betrokken landen en in de omliggende landen. Er is in het bijzonder gewezen op het belang van nauwere samenwerking met de landen van doorreis en de landen die grenzen aan de betrokken landen.

De lidstaten hebben naar vermogen en in het kader van hun bilaterale betrekkingen met de betrokken landen en de landen die grenzen aan de betrokken landen, kunnen deelnemen aan de uitvoering van de actieplannen,


18. Aangezien Afghanistan en Somalië geen autoriteiten hebben die gemachtigd zijn om namens een volkenrechtelijk erkende staat te handelen, is het tot nu toe niet mogelijk geweest de actieplannen betreffende deze landen toe te zenden.

III.2. Stand van zaken voor elk actieplan

a) Marokko


19. In het kader van de uitvoering van het actieplan voor Marokko heeft een delegatie van de GHNAM (het voorzitterschap, Spanje, Zweden, Commissie en secretariaat-generaal van de Raad) van 2 tot en met 4 oktober
2000 in Rabat verbleven.


20. De Marokkaanse overheid heeft bij die gelegenheid onderstreept dat het actieplan zoals het haar is voorgelegd onevenwichtig is, wat met name zou gelden voor het accent op het aspect "veiligheid". De Marokkaanse autoriteiten wezen tegelijkertijd op de noodzaak om in een partnerschap met de Unie de inhoud van het plan te verrijken, in het kader van de Associatieraad Europese Unie-Marokko.

De Marokkaanse delegatie heeft op 9
oktober
2000, tijdens de eerste vergadering van de Associatieraad EU-Marokko, nota genomen van het door de GHNAM opgestelde actieplan en heeft opgemerkt dat de aanpak van de Unie "op het gebied van immigratie nog te sterk gericht is op het loutere veiligheidsaspect, terwijl thans algemeen wordt aangenomen dat uitsluitend sociaal-economische overwegingen aan de basis liggen van de emigratie naar Europa". De Marokkaanse delegatie heeft derhalve de wens geuit dat het accent sterker op het sociaal-economische aspect van het actieplan wordt gelegd.


21. Het voorzitterschap heeft voorgesteld om in het kader van de Associatieovereenkomst een subcommissie "immigratie en sociale zaken" op te richten, die tot taak zou hebben het actieplan te verrijken om er zodoende, rekening houdende met de opmerkingen van Marokkaanse zijde, een gemeenschappelijk instrument voor de twee partners van te maken.


22. Ondertussen zijn een aantal maatregelen van het actieplan voor Marokko uitgevoerd. Met behulp van het MEDA-programma zijn een aantal maatregelen op ontwikkelingsgebied uitgevoerd. Er worden tevens projecten gefinancierd in het kader van MEDSTAT en de verschillende projecten in verband met migratievraagstukken werden financieel gesteund. De Commissie heeft het thema migratie opgenomen in haar landenstrategie voor Marokko. Naar aanleiding van een voorstel van de Commissie heeft de Raad ingestemd met de opneming van migratie in het indicatief programma 2000-2002 voor MEDA II, met een begroting van 3
miljoen euro. De Commissie is reeds gestart met de programmatie van MEDA II, samen met de Marokkaanse overheid. Voor 2001 is een project van 3 miljoen euro gepland voor institutionele steun op het gebied van migratie-aangelegenheden. Onder de overige activiteiten moet met nadruk gewezen worden op de organisatie van een seminar met deskundigen uit Marokko en uit een aantal EU-lidstaten over de justitiële bestrijding van mensensmokkel, en een seminar over de verbetering van het beheer van de zeegrenzen, dat op 5 en 6
juni
2000 in Lissabon is gehouden.

b) Sri Lanka


23. De gebeurtenissen en de militaire acties in de streek van Jaffna hebben aanzienlijke gevolgen gehad voor de humanitaire situatie in het noorden van het land.


24. ECHO volgt de ontwikkelingen nauwlettend, in nauwe samenwerking met de VN-organisaties en een aantal humanitaire NGO's die aanwezig zijn in Jaffna. De Gemeenschap heeft projecten voor ontheemden en repatrianten/"resettlers" gefinancierd, die toegespitst zijn op hulpverlening aan ontheemde bevolkingsgroepen van de Vanni-regio, en voor repatrianten/"resettlers" op het schiereiland Jaffna en in de districten Trincomalee/Amparai.


25. De Groep Azië-Oceanië heeft het actieplan voor Sri Lanka nader bekeken en is het eens met de algemene opzet ervan. De Groep COHOM heeft een positief advies uitgebracht over de maatregel van het actieplan die erin bestaat dat vraagstukken in verband met de mensenrechten worden besproken met de regering van Sri Lanka en -
via de passende kanalen

- met de LTTE.

c) Afghanistan en de omliggende regio


26. In overeenstemming met het actieplan heeft de Commissie de steunverlening op een aantal gebieden voortgezet, onder meer op het gebied van humanitaire hulpverlening, de heropbouw van landbouwsystemen, het zorgen voor gewaarborgde middelen van bestaan, volksgezondheid, onderwijs en ontmijning. De ontheemden wordt onderdak, voedsel en veiligheid geboden. Een ECHO-missie naar Afghanistan, Pakistan en Iran evalueerden de gevolgen van de verschrikkelijke droogte in het gebied en er werden voorbereidingen voor hulpverlening getroffen; die hulpverlening omvat onder meer de financiering van projecten voor het uitdiepen van de bronnen en de verdeling van levensmiddelen en veevoeder. Andere initiatieven van de Gemeenschap zijn onder meer reïntegratieprojecten in Afghanistan. Deze initiatieven pakken de vijf prioritaire thema's aan die zijn afgeleid uit het door de VN opgezet strategisch kader voor Afghanistan en die worden uiteengezet in het initiatief voor gemeenschappelijke programmering op basis van bepaalde beginselen. Er worden thans projecten uitgevoerd in alle belangrijke regio's van Afghanistan waaruit ontheemden zijn vertrokken en waarnaar repatrianten zijn teruggekeerd. De steunverlening is bedoeld om de levensomstandigheden te verbeteren, niet alleen voor de terugkerende Afghanen, maar ook voor de gemeenschappen waarin de Afghanen zich zullen integreren.


27. De Groep Azië-Oceanië heeft het actieplan voor Afghanistan besproken en heeft de algemene opzet ervan goedgekeurd. De Groep COHOM heeft een positief advies uitgebracht over de maatregelen van het actieplan betreffende de mensenrechten.

d) Somalië


28. De Europese Unie heeft in het kader van de IGAD actief steun verleend bij het Somalische vredesproces dat heeft geleid tot de instelling van een centrale overgangsregering in Somalië in oktober
2000. Deze regering heeft een begin gemaakt met de opzet van nog rudimentaire bestuursstructuren in Mogadishu, waar zij in toenemende mate controle uitoefent, die echter nog steeds beperkt is. De regering is goed ontvangen door de internationale gemeenschap en geniet de steun van de bevolking, maar zij heeft in Somalië zelf nog steeds met verzet te kampen van gewapende groeperingen en besturen die in het noordwesten en het noordoosten van het land zijn opgezet. De Europese Unie en de IGAD hebben de voorlopige regering en de besturen in andere delen van het land opgeroepen een constructieve dialoog aan te gaan met het oog op nationale verzoening, de vreedzame wederopbouw van de Somalische staat en de eenheid van het land.


29. De Groep Afrika heeft het actieplan voor Somalië besproken en een aantal suggesties gedaan om de maatregelen in het actieplan te actualiseren.


30. De Gemeenschap heeft steun verleend op gebieden zoals landbouw, ontmijning, demobilisatie, onderwijs, voedselzekerheid, veeteelt en visserij. Deze initiatieven zijn vooral ontplooid in de gebieden waar stabiliteit heerst of vormen van plaatselijk bestuur bestaan. Er worden inspanningen geleverd om plaatselijke mensenrechtenorganisaties en vredesbewegingen te steunen. De Gemeenschap heeft initiatieven genomen om Somalische vluchtelingen in Kenia te steunen. De Gemeenschap heeft tevens steun verleend aan seminars over de mogelijkheden voor (vrijwillige) terugkeer van afgewezen asielzoekers naar Somalië en de ontwikkeling van een gegevensbank voor opzoeking en vaardigheden die contacten van EU-personeel met Somaliland mogelijk moet maken.


31. De onzekerheid in bepaalde gedeelten van Somalië heeft evenwel tot op heden een negatieve invloed gehad op de mogelijkheden voor de uitvoering van het actieplan. Hopelijk zullen die uitvoeringsmogelijkheden verbeteren met de consolidering van het vredesproces, de nationale verzoening en de wederopbouw van de staat.

e) Irak


32. Hoewel de huidige politieke situatie met betrekking tot Irak de uitvoering van het actieplan er niet gemakkelijker op maakt, is toch enige vooruitgang bij de uitvoering geboekt. Ondanks deze moeilijkheden zet de Gemeenschap haar humanitaire hulp in Irak en met name in Noord-Irak voort.


33. De missiehoofden in Bagdad hebben een verslag opgesteld betreffende de uitvoering van het actieplan voor Irak (13
juli
2000). Dit verslag voorziet in een aantal maatregelen die op korte termijn kunnen worden genomen op het gebied van het buitenlands beleid, migratie en humanitaire hulp. Dit verslag is op 5
september
2000 goedgekeurd door de Groep Midden-Oosten/Golf (COMEM) en is formeel toegezonden aan de GHNAM, met een positief advies van de COMEM na de vergadering van 24
oktober
2000.


34. Tijdens verschillende missies naar Turkije hebben de EU-delegaties diepgaande besprekingen gevoerd over de uitvoering van het actieplan en de streek van de grens met Irak bezocht. Er is vooruitgang geboekt bij de uitwisseling tussen de EU en Turkije van informatie die relevant is voor de ontwikkeling van beleid op het gebied van asiel en migratie, en migratie is opgenomen in het ontwerp-Partnerschap voor de toetreding. De Turkse overheid heeft zich bereid verklaard ter zake nauwer samen te werken met de EU. Er kan worden overwogen om uit hoofde van het MEDA-programma projecten op het terrein van asiel en immigratie te financieren voor bijvoorbeeld technische bijstand, opleidingsprogramma's, uitwisselingen van deskundigen, seminars enzovoort.

f) Albanië en de omliggende regio


35. Hoewel dit actieplan als laatste werd goedgekeurd, is veel vooruitgang geboekt bij de uitvoering ervan.


36. De Groep Westelijke Balkan (COWEB) heeft het actieplan voor Albanië en de omliggende regio besproken (zie de bijdrage van deze groep in document 11440/00 JAI 91 AG 54). De Groep bracht de context in herinnering van het in 1999 gestarte stabilisatie- en associatieproces, waarin de uitvoering van het actieplan moet worden ingepast. In dat verband onderstreepte de groep dat voorrang moet worden verleend aan maatregelen die de Albanese overheid kunnen helpen om te voldoen aan de voorwaarden voor de opening van onderhandelingen met het oog op het sluiten van een stabilisatie- en associatieovereenkomst, en, aan maatregelen op middellange termijn, die Albanië kunnen helpen om te gelegener tijd te voldoen aan de verplichtingen welke een dergelijke overeenkomst inhoudt. De groep heeft voorts aangegeven dat bij de opstelling van voornoemde overeenkomst terdege rekening moet worden gehouden met de maatregelen van het actieplan.


37. Daarentegen bleek de groep van oordeel dat de situatie in Kosovo in de eerste plaats de verantwoordelijkheid is van de Missie van de Verenigde Naties in Kosovo (UNMIK), aan wier bemoeienis de Europese Unie kan bijdragen.


38. De EU is er inderdaad in geslaagd om migratie-aangelegenheden op te nemen in de politieke dialoog van het stabilisatie- en associatieproces en in andere bilaterale dialogen. Er is veel werk geleverd op het gebied van humanitaire hulp en steun aan bestuursstructuren in het algemeen. Gelet op de omvang van de genomen initiatieven, moet er een bijzonder belang worden toegekend aan de ontwikkeling van structuren op het gebied van migratie en asiel.


39. Tijdens de vergadering van de Werkgroep III van het Stabiliteitspact in Sofia op 4
en 5
oktober
2000 is geconcludeerd dat het actieplan gezien moet worden als positief en operationeel.


40. De uitvoering van het actieplan moet worden afgestemd op de werkzaamheden van het stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa, waarin de Unie een leidende rol is toebedeeld.

III.3. Samenwerking met internationale gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties


41. Bij de opstelling van de actieplannen en tijdens de periode van uitvoering ingezet op 11
oktober
1999, heeft de GHNAM nauw en nuttig samengewerkt met een aantal internationale gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties.


42. De rol die Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen bij de internationale bescherming van vluchtelingen speelt, maakt het Bureau onmisbaar bij de bepaling en de uitvoering van een migratie- en asielbeleid dat strookt met de voorschriften van het Verdrag van Genève. De Hoge Commissaris werd betrokken bij de opstelling van de actieplannen en is eveneens betrokken bij de uitvoering ervan. Hij werd onlangs nog ingelicht over de uitvoering van de actieplannen. De Hoge Commissaris heeft de GHNAM van zijn kant op de hoogte gebracht van zijn project betreffende de hervorming van de regelgeving en de instelling van een doeltreffend bestuur op het gebied van asielrecht in Zuidoost-Europa.


43. Op grond van hun expertise en hun knowhow hebben de Internationale Organisatie voor Migratie, het Internationale Comité van het Rode Kruis, de Internationale Arbeidsorganisatie en het Internationaal Centrum voor de ontwikkeling van het migratiebeleid (CIDM) bijgedragen aan de opstelling van de actieplannen en blijven zij actoren bij uitstek wat betreft de uitvoering ervan. Net als het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen zijn deze internationale organisaties op de hoogte gebracht van de uitvoering van de actieplannen.


44. Tijdens de opstelling van de actieplannen is overleg gepleegd met Amnesty International, de Europese Raad voor vluchtelingen en ballingen, de "Migration Policy Group" en Artsen zonder grenzen. Deze organisaties worden eveneens betrokken bij de uitvoering in het kader van de vergaderingen met de GHNAM.

III.4. Samenwerking met derde landen


45. Bij de goedkeuring van de actieplannen betreffende Afghanistan, Irak, Marokko, Somalië en Sri Lanka op 11
oktober
1999 heeft de Raad Algemene Zaken beklemtoond dat moet worden gezocht naar mogelijkheden om samen met derde landen metterdaad op te treden.


46. De opeenvolgende voorzitterschappen hebben de werkzaamheden van de GHNAM onder de aandacht gebracht van de overheden van de Verenigde Staten, Australië, Canada, IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Turkije.

IV. Evaluatie van de werkzaamheden van de Groep op hoog niveau


47. De werkzaamheden van de GHNAM, die zowel veelbelovend als moeilijk zijn, bereiden de weg voor een vernieuwend Europees asiel- en migratiebeleid, waarbij rekening wordt gehouden met de diepere oorzaken van migraties en de gevolgen ervan, zowel in het land van oorsprong, het land van doorreis als in het land van eindbestemming. Zij creëren synergieën tussen de verschillende betrokken partijen, die voor het eerst een algeheel overzicht kregen van de beleidsmaatregelen welke in de Europese Unie (buitenlands beleid, ontwikkeling en economische bijstand, migratie- en asielbeleid) en in de lidstaten waren ingezet.


48. Dit algeheel overzicht heeft het de GHNAM mogelijk gemaakt concrete maatregelen voor samenwerking binnen de Europese Unie voor te stellen met het oog op de vermindering van de illegale migratiestromen. Het was immers van groot belang dat de voorstellen voor maatregelen berustten op een diepgaande evaluatie van de politieke en sociaal-economische factoren in de geselecteerde landen.


49. Enkel door dialoog en samenwerking met derde landen en internationale organisaties ter bevordering van de gezamenlijke ontwikkeling en het doelmatiger maken van het ontwikkelingsbeleid kan de Europese Unie oplossingen vinden voor de problemen die de diepere oorzaken vormen van de vlucht en de migratie uit het land van oorsprong. Die dialoog moet er natuurlijk toe strekken de bescherming van de mensenrechten te versterken, het democratiseringsproces te ondersteunen en de rechtsstaat te bevorderen, de armoede te bestrijden en de conflictpreventie en de verzoening aan te moedigen.


50. Voor de goede werking van de GHNAM moet een aantal actoren in de lidstaten en de Europese Unie worden gemobiliseerd die niet noodzakelijkerwijs gelijklopende belangen hebben, of die de gedefinieerde doelstellingen in ongelijke mate steunen.


51. Men mag niet verhullen dat de uitvoering van de actieplannen op een aantal moeilijkheden is gestuit die de GHNAM tracht te overwinnen. Bij de uitvoering van de actieplannen is dan ook een zekere voorzichtigheid aan de dag gelegd. De steun van de Europese Gemeenschap en de lidstaten in het totaal komt overeen met 55% van de internationale hulp. De prioriteiten van dit beleid (terugdringing van de armoede, hulp bij de integratie in de wereldeconomie, bevordering van de democratie en de rechtsstaat, eerbiediging van de mensenrechten enzovoort) dekken wel een aantal maar niet alle maatregelen van de actieplannen. De concrete uitvoering van de maatregelen stuitte nu en dan op coördinatieproblemen tussen de betrokken nationale besturen. De lidstaten hadden te maken met geringe begrotingsruimte. Meer fundamenteel gezien kreeg de GHNAM te kampen met het probleem om migratiedoelstellingen te integreren in het ontwikkelingsbeleid.

De problemen bij de uitvoering zijn evenwel grotendeels toe te schrijven aan de vernieuwende aard van de werkzaamheden en aan het feit dat het Europese migratiebeleid nog altijd nader moet worden bepaald, na de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam in mei
1999 en de Europese Raad van Tampere in oktober
1999.


52. Ondanks het streven tot herconcentratie van de inspanningen op Europees niveau van alle actoren die betrokken zijn bij een beleid dat de diepere oorzaken van de vlucht uit het land van oorsprong en de migratie naar landen van de Europese Unie zou kunnen aanpakken, hebben maar weinig lidstaten hun deskundigheid ter beschikking gesteld van een Europees globaal beleid. Bovendien is de hoop van de GHNAM om een akkoord te bereiken over de financiële en personele middelen die nodig zijn voor de uitvoering van de actieplannen, nog niet voldoende geconcretiseerd.


53. In de actieplannen worden algemene doelstellingen zoals de "stimulering van het democratisch proces" en technische acties zoals "de doeltreffende uitvoering van de bestaande overnameovereenkomsten" met elkaar gecombineerd. De indruk kan dus ontstaan dat zij hoofdzakelijk op veiligheidsaspecten gericht zijn. Ofschoon de uitvoering van de maatregelen inzake het "migratiebeleid" verre van effectief is, zijn of worden bovendien enkele acties op dit gebied, die buiten het Europees kader zichtbaar zijn, gerealiseerd. In dat verband wordt de indruk versterkt dat de actieplannen onevenwichtig zijn, en de landen tot wie deze gericht zijn, kunnen het gevoel krijgen dat zij het onderwerp zijn van een eenzijdig, op repressieve aspecten gericht beleid van de Unie.


54. Derhalve moeten deze misverstanden over het schijnbare onevenwicht van de actieplannen weggenomen worden wanneer nieuwe actieplannen worden gepresenteerd aan de landen tot wie ze gericht zijn. Ook moet men zich ervan vergewissen dat het aanvankelijk nagestreefde evenwicht tussen de diverse beleidsterreinen (buitenlands beleid, ontwikkeling, asiel en migratie) in acht wordt genomen bij de effectieve uitvoering van de plannen. Het zou noodlottig zijn voor de geloofwaardigheid van dit nieuwe beleid van de Europese Unie indien de verwezenlijking van één onderdeel wegens problemen bij de uitvoering voorrang krijgt op een ander onderdeel.


55. Het initiatief van de GHNAM moet de terughoudendheid van de landen van bestemming die een unilaterale uitvoering weigeren, overwinnen. De uitvoering van de actieplannen impliceert derhalve een echt partnerschap tussen de Europese Unie en de landen van bestemming. De indruk dat er een gebrek aan overleg bestaat tussen de Europese Unie en de landen tot welke de actieplannen gericht zijn, dreigt ertoe te leiden dat de betrokken landen elke samenwerking bij de uitvoering van de actieplannen weigeren. Daarom is samenwerking tussen de Europese Unie en de doellanden onontbeerlijk voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de actieplannen. In die actieplannen moet de nadruk komen te liggen op de bereidheid een partnerschap tot stand te brengen tussen de Europese Unie en de landen van bestemming, en de uitvoering ervan impliceert dat wederzijdse verbintenissen worden bepaald die in onderlinge overeenstemming worden aanvaard.


56. Derhalve zou het nuttig zijn om ter bespoediging van de uitvoering in overweging te geven om op het gebied van migratie een gemeenschappelijke strategie uit te werken van de Europese Unie en de landen tot welke de actieplannen gericht zijn, op basis van de actieplannen en in een passend kader, met name in het kader van de associatieovereenkomsten (wanneer deze bestaan).


57. Tenslotte moet bij de uitvoering van een aantal actieplannen rekening worden gehouden met de omstandigheid dat er geen autoriteiten zijn die gemachtigd zijn om namens een volkenrechtelijk erkende staat te handelen.

V. De weg voorwaarts

V.1. Een gedifferentieerde aanpak


58. De Europese Raad van Tampere heeft onderstreept dat er een echt " partnerschap
" met de landen van oorsprong moet komen. Voor de bevordering van gezamenlijke ontwikkeling zal dat partnerschap een hoeksteen zijn. Het bestaan van een internationaal erkende en stabiele regering met een goed functionerende en efficiënte administratie is in dezen een belangrijk element en zal de uitvoering van de actieplannen ongetwijfeld vergemakkelijken.


59. Van de landen waarvoor actieplannen zijn opgesteld hebben Afghanistan, Somalië en Irak op dit ogenblik geen internationaal erkende regering. Dientengevolge moeten de actieplannen voor deze landen anders worden uitgevoerd dan de actieplannen voor Marokko, Sri Lanka en Albanië. Het ontbreken van een partner vergt grotere aandacht voor coördinatie en samenwerking met internationale gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties die in die landen actief zijn. Het veronderstelt eveneens dat wordt onderzocht of met de buurlanden partnerschappen tot stand kunnen worden gebracht. Hoewel de actieplannen voor Afghanistan en het omliggend gebied, Irak en Somalië reeds maatregelen ten aanzien van de buurlanden bevatten, moet dit aspect in de toekomst verder worden ontwikkeld.

V.2. Financiering


60. Voor een aantal maatregelen in de actieplannen zijn middelen uit de Gemeenschapsbegroting nodig. De Gemeenschap is erin geslaagd de meeste maatregelen in de hoofdstukken over ontwikkeling en economische bijstand te financieren. Op het gebied van migratie dient evenwel te worden geconcludeerd dat er geen passende toewijzing van begrotingsmiddelen is in de Gemeenschapsbegroting. In zijn resolutie over de vijf actieplannen van 30 maart
2000 heeft het Europees Parlement over deze situatie zijn bezorgdheid uitgesproken en voorgesteld in de begroting
2001 een nieuwe rubriek in te voegen voor de uitvoering van maatregelen op het gebied van migratie-aangelegenheden. De Commissie heeft een begrotingslijn voor samenwerking met derde landen op dit gebied voorgesteld. Indien deze lijn wordt goedgekeurd, zullen de nieuwe financiële mogelijkheden de voorwaarden voor de uitvoering van de actieplannen ongetwijfeld verbeteren. Bij het overleg over een nieuwe begrotingslijn moet ook de mogelijkheid van financiering van de maatregelen van het actieplan door reeds bestaande begrotingslijnen worden overwogen. Om de uitvoering van de actieplannen te vergemakkelijken en overlapping met andere projecten te vermijden, zou de GHNAM een beroep moeten kunnen doen op programma's die in andere organisaties zijn opgesteld en verenigbaar zijn met de actieplannen, zoals de geconsolideerde oproep van de Verenigde Naties.

V.3. Verbetering en vereenvoudiging van de werkmethodes


61. De GHNAM zal trachten haar werkmethodes te verbeteren teneinde de uitvoering van de actieplannen doelmatiger te maken. Daartoe dient de GHNAM, in het besef dat de actieplannen in verschillende tempo's zullen worden uitgevoerd, naar gelang van de situatie in ieder van de betrokken landen:


- ernaar te streven de contacten met de autoriteiten van de betrokken landen te versterken;


- te zorgen voor de politieke en strategische samenhang van de uitvoering van de actieplannen, waarvan de praktische aspecten tijdens specifieke, aan een afzonderlijk land gewijde vergaderingen moeten worden behandeld, om zodoende de doelmatige aanpak van deze aspecten te vergroten;

Voorts is de GHNAM van mening dat de rol van de Commissie in het uitvoeringsproces versterkt moet worden door het creëren van een specifieke begrotingspost voor externe acties op het gebied van migratie en asiel. Dit mag er evenwel niet toe leiden dat de lidstaten hun inspanningen op dit terrein verminderen.

De GHNAM herinnert aan de noodzaak van samenwerking in nauwe coördinatie met andere instanties van de Raad die een bijdrage moeten leveren tot de uitvoering van de actieplannen.

Tot slot wijst de GHNAM erop dat het belangrijk is om de koppeling tussen het ontwikkelingsbeleid en het beleidsterrein migratie niet uit het oog te verliezen, neemt zij er nota van dat de Raad Ontwikkeling de bevoegde instanties heeft opgedragen zich over deze koppeling te blijven bezinnen, en wel in de geest van de conclusies van de Europese Raad van Tampere, en heeft zij de Commissie verzocht een bijdrage te leveren tot de gedachtevorming op dit punt.

V.4. Volgende etappes


62. De kerntaak van de GHNAM bestaat erin de uitvoering van de actieplannen voort te zetten. Daarbij moet zij rekening houden met de onderkende problemen en er passende antwoorden op bieden.


63. De GHNAM zal te gepasten tijde gevolg moeten geven aan de conclusies van de Europese Raad van Tampere, waarin is bepaald dat nieuwe actieplannen worden opgesteld. De ervaring met de uitvoering van de bestaande actieplannen toont echter aan dat de aandacht eerst moet worden gericht op de verbetering van de werkmethoden om de in die actieplannen opgenomen doelstellingen te bereiken. De opstelling van nieuwe actieplannen moet worden overwogen op basis van de ervaring die met de uitvoering van de tot op heden aangenomen actieplannen is opgedaan. In elk geval moeten er criteria worden vastgesteld voordat landen of regio's worden geselecteerd voor nieuwe actieplannen.



Kenmerk DPC/JP-337/00
Blad /3

===

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie