Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Behoeftestelling 'Landing Platform Dock II'

Datum nieuwsfeit: 18-12-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Defensie
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Defensie



Brieven aan de Kamer


Behoeftestelling "Landing Platform Dock II"

18-12-2000

Inleiding
Om op grote afstand van het eigen grondgebied te kunnen opereren bestaat het voornemen een tweede Landing Platform Dock (LPD-2) te verwerven dat in 2007 operationeel zal zijn. De Defensienota 2000 maakte hiervan al gewag. In Navo- en in EU-verband is vastgesteld dat er behoefte is aan uitbreiding van dergelijke strategische zeetransportcapaciteit. Het LPD-2 zal tevens worden uitgerust met commandofaciliteiten om als internationaal hoofdkwartier te kunnen dienen. Met deze brief informeer ik u over de behoeftestelling en het voorziene verwervingstraject.

Operationele behoefte
De Koninklijke marine beschikt over één amfibisch transportschip, Hr. Ms. Rotterdam, dat ook wel "Landing Platform Dock" (LPD) wordt genoemd. Het tweede LPD (LPD-2) vergroot het voortzettingsvermogen en zal derhalve over minimaal dezelfde functionaliteiten beschikken. Evenals bij het LPD-1 moet de transportcapaciteit van het LPD-2 onafhankelijk zijn van infrastructuur aan de wal, moet het schip meer flexibiliteit en inzetmogelijkheden bieden dan een koopvaardijschip en moet het over zelfbeschermingsmiddelen beschikken. Terwijl Hr. Ms. Rotterdam bedoeld is voor het transporteren van de gevechtseenheden van een mariniersbataljon, is het LPD-2 bedoeld om de benodigde logistieke en gevechtsondersteunende elementen van een mariniersbataljon te vervoeren. Als beide LPD's in de amfibische rol beschikbaar zijn, kunnen ze samen in één keer een volledig uitgerust mariniersbataljon transporteren en aan land zetten.

De versterking van de Nederlandse bijdrage aan de bondgenootschappelijke amfibische transportcapaciteit is van belang in het licht van het tekort aan dergelijke middelen dat de Navo-Top van Washington in april 1999 heeft geconstateerd. Het "Defence Capabilities Initiative" onderstreept onder meer het belang van het vermogen militaire middelen over grote afstanden te verplaatsen. Ook de Europse Top van Helsinki in december 1999 heeft dit belang onderstreept. Het LPD-2 is ook een belangrijke versterking van de "UK/NL Amphibious Force" (UK/NLAF), die dan - met twee Nederlandse LPD's en met Britse amfibische eenheden - in staat is een volledige Brits-Nederlandse mariniersbrigade in te zetten.

Het LPD-2 kan worden ingezet voor het transport van personeel en materieel van de gehele krijgsmacht. Het is mogelijk vrijwel elk type voertuig te transporteren, met inbegrip van tanks en pantserrupsvoertuigen. Ook kunnen met het schip helikopters van bijvoorbeeld de Luchtmobiele brigade en luchtverdedigingseenheden zoals de Patriot worden vervoerd. Tevens kan het schip worden ingezet voor humanitaire noodhulp, evacuatie en de bestrijding van rampen. Het schip moet daartoe onder meer beschikken over een hospitaalcomplex met een operatiekamer, een intensive care-afdeling, behandelingskamers en een ziekenboeg.

Behalve aan amfibische transportcapaciteit is er ook behoefte aan capaciteit voor commandovoering vanuit zee. Bij crisisbeheersingsoperaties kan commandovoering vanuit zee wenselijk of zelfs noodzakelijk zijn als er (nog) geen commandofaciliteit aan de wal is. Ook is er een toenemende behoefte aan "Command, Control, Communications, Computers and Information(C4I)"-capaciteiten. Dit is het gevolg van een toenemende behoefte aan "real time" coördinatie van militair optreden en de noodzaak van coördinatie tussen een groeiend aantal gouvernementele en niet-gouvernementele partijen.

In Navo- en EU-verband is een tekort aan commandofaciliteiten bij verschillende gelegenheden geconstateerd. Met de voorziene commandofaciliteiten op het LPD-2 draagt Nederland dan ook bij aan de versterking van de Europese capaciteiten op dit terrein. Het schip kan tijdens crisisbeheersingsoperaties een hoofdkwartier met een internationale commandostaf huisvesten. De commandofaciliteit kan bijvoorbeeld worden ingezet in het kader van de "European Multinational Maritime Force" (EMMF) en kan wellicht een rol spelen bij de uitwerking van het "European Amphibious Initiative", de verklaring van 5 december jl. waarmee de ministers van Defensie van Frankrijk, Italië, Nederland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk hun bereidheid tot nauwere samenwerking tot uitdrukking hebben gebracht. Ook kan een deel van de staf van het Duits-Nederlandse legerkorpshoofdkwartier worden ondergebracht of een staf die een nationale bijdrage aan een multinationale operatie coördineert.

Het LPD-2 wordt geschikt gemaakt voor een staf van ongeveer 400 mensen. Dit is vergelijkbaar met een staf die nodig is om een divisie te leiden. Hiermee komt Nederland voor een deel tegemoet aan de Navo-behoefte aan een "seabased headquarters" voor CJTF-operaties tot op legerkorpsniveau. Met de voorziene commandocapaciteit kan het LPD-2 ook worden gebruikt door de "Commander Combined Amphibious Task Force" en de "Commander Combined Landing Force". Het LPD-2 vergroot hierdoor de inzetmogelijkheden van de Nederlandse en andere Europese krijgsmachten, in overeenstemming met de Defensienota 2000 en de beleidsontwikkelingen na Helsinki.

Als het LPD-2 wordt ingezet als hoofdkwartier kan het slechts een beperkte amfibische rol vervullen. Niet altijd zal echter de volledige commandocapaciteit worden benut. Dit hangt, uiteraard, samen met de complexiteit van de desbetreffende operatie. Met een beperkte commandostaf aan boord kunnen ook nog mariniers en materieel worden vervoerd.

Ontwerp
Bij het ontwerp van het schip wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van civiele normen en voorschriften. Militaire eisen worden toegepast voor de bewapening, de communicatiemiddelen en voorzieningen om personeel gedurende langere tijd te beschermen tegen chemische wapens. Het LPD-2 berust op het ontwerp van Hr. Ms. Rotterdam, maar is aangepast op grond van nieuwe feiten en ervaringen. De belangrijkste verschillen zijn:

- De Britse marine voorziet vanaf 2002 de ingebruikneming van de "Landing Craft Unit" (LCU) Mk10 bij de UK/NLAF. Om het dok voor de Britse LCU's geschikt te maken, en dus interoperabel te blijven met de UK/NLAF, moet het LPD-2 ongeveer een meter breder worden dan het LPD-1. Bij een amfibische operatie bevordert dit de flexibiliteit tijdens landingen, wanneer personeel en materieel kwetsbaar zijn.
- Om in de toekomst de interoperabiliteit met de voornaamste bondgenoten te handhaven, in het bijzonder binnen de UK/NLAF, en de inzetmogelijkheden van de gehele Nederlandse krijgsmacht te verbeteren, wordt het LPD-2 voorzien van een zwaarder helikopterdek. Daarmee worden operaties met zwaardere toestellen mogelijk.
- Het LPD-2 moet de logistieke en gevechtsondersteunende elementen van een mariniersbataljon kunnen vervoeren. Daarvoor is een grotere transportcapaciteit voor materieel en voertuigen nodig dan op het LPD-1. Met het oog hierop wordt het dok ingekort en de bovenbouw aangepast. De wijzigingen in de bovenbouw zijn nodig omdat een korter dok niet genoeg plaats biedt voor vier landingsvaartuigen. Dit probleem wordt opgelost door twee landingsvaartuigen elders op het schip aan davits op te hangen. De behoefte aan veel en ruime vervoerscapaciteit manifesteerde zich nadrukkelijk tijdens de recente operaties van Hr. Ms. Rotterdam in de wateren rondom de Balkan.
- Er zijn slaap-, werk- en operationele ruimtes nodig voor de leden van een commandostaf. Om te voorkomen dat dit ten koste gaat van de transportcapaciteit, wordt het LPD-2 ongeveer twaalf meter langer dan het LPD-1.

- Met het oog op de hoofdkwartierfunctie zal het LPD-2 beschikken over commandoverbindingsmiddelen met bijbehorend antennepark, een basisinrichting van de operationele stafruimten en netwerkvoorzieningen waaraan een commandostaf naar behoefte eigen hardware kan koppelen ("plug and fight"). Een commandostaf moet in voorkomend geval zélf beschikken over C4I hardware en software of de benodigde eindapparatuur per geval huren of leasen. De basisuitrusting van het hoofdkwartier biedt wel de mogelijkheid om vanaf het schip amfibische commandofuncties uit te voeren.

Personeel
Er wordt rekening gehouden met een bemanning van 146 personen, waarvan ongeveer twintig procent vrouwen.

Financieel
De totale kosten van het LPD-2, inclusief de commandofaciliteiten, worden geraamd op fl. 495 miljoen (prijspeil 2000) in de periode 2001
- 2007. De Koninklijke marine zal fl. 418 miljoen voor het LPD-2 in de plannen opnemen. De kosten van de commandofaciliteiten, geraamd op fl. 77 miljoen, zijn nog niet in de plannen verwerkt. Dit is al gemeld in de Defensienota 2000, evenals het streven om door extra inspanningen, onder meer op het gebied van doelmatigheid, extra gelden vrij te maken. In de Kamerbrief van 13 november jl. over de mogelijke Nederlandse bijdragen aan de "Helsinki Headline Goal" zijn de commandofaciliteiten op het LPD-2 opgenomen in de lijst van projecten die in aanmerking komen voor financiering uit de extra gelden die het kabinet voor het Europees Veiligheids- en Defensie Beleid (EVDB) beschikbaar heeft gesteld. In deze brief is ook uiteengezet dat internationalisering van de commandofaciliteiten, gelet op de inzet bij crisisbeheersingsoperaties, voor de hand ligt en dat met het oog op de bevordering van doelmatig internationaal militair optreden internationale financiering het uitgangspunt is. De mogelijkheden hiervoor worden thans uitgebreid onderzocht.

De exploitatiekosten van het LPD-2 bedragen naar verwachting fl. 24 miljoen per jaar, uitgaande van een operationele levensduur van 25 jaar. Voor de commandofaciliteiten wordt rekening gehouden met beperkte extra exploitatiekosten van ongeveer fl. 1 miljoen.

Internationale samenwerking
Vastgesteld is dat internationale samenwerking bij de bouw van het LPD-2 niet mogelijk is. Zoals hierboven is uiteengezet brengt Defensie thans de internationale samenwerkingsmogelijkheden op het terrein van de commandofaciliteiten zo gedetailleerd mogelijk in kaart. Bezien wordt of de nationale plannen van Europese partners aanknopingspunten bieden. Zeker is dat diverse bondgenoten, waaronder België, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, plannen ontwikkelen voor (amfibische) transportschepen, al dan niet in combinatie met (beperkte) commandovoeringscapaciteiten. Uit bilaterale contacten is gebleken dat België in beginsel behoefte heeft aan een "Command Logistic Transport Ship", een veel groter transportschip voor de Belgische landmacht met mogelijkheden voor commandovoering voor mijnenbestrijdingsoperaties. Frankrijk laat twee LPD's bouwen met faciliteiten voor amfibische commandofuncties. Deze schepen zouden in de eerste plaats zijn bedoeld voor nationaal gebruik. Duitsland overweegt de verwerving van twee LPD's. Er zijn echter nog geen concrete plannen. Het Verenigd Koninkrijk laat LPD's van de Albion-klasse bouwen. Deze schepen zullen niet worden voorzien van uitgebreide commandofaciliteiten. Daarnaast laat het Verenigd Koninkrijk voor aanvullende logistieke ondersteuning vier "Alternative Landing Ship Logistic" (ALSL) schepen bouwen.

Inschakeling van de Nederlandse industrie
In het kader van de overname van de Koninklijke Schelde Groep (KSG) door Damen Shipyards Group (Damen) heeft de Staat het voornemen uitgesproken, mits er sprake is van redelijke voorwaarden en een aanvaardbaar prijsniveau, het LPD-2 aan te besteden bij de KSG. Bovendien heeft de KSG al de nodige deskundigheid opgebouwd met de bouw van Hr. Ms. Rotterdam. Inschakeling van de Nederlandse industrie is ook mogelijk voor de uitrusting van het schip.

Tijdschema
Mede omdat het LPD-2 berust op het ontwerp van Hr. Ms. Rotterdam kan de voorstudiefase worden gecombineerd met de studiefase. Het voornemen is de B/C-brief in het eerste helft van 2001 aan de Kamer aan te bieden. De voltooiing van de verwervingsvoorbereiding is thans voorzien voor november 2001, waarna na parlementaire goedkeuring het contract voor de bouw van het LPD-2 in april 2002 zou kunnen worden gesloten. De proefvaart is voorzien voor 2006, gevolgd door een garantieonderhoudsperiode en een aansluitende opwerkperiode. Het LPD-2 kan dan, zoals gesteld in de Defensienota 2000, in 2007 operationeel inzetbaar zijn.

Competitieve dienstverlening
Een CDV-onderzoek in het kader van het LPD-2 lijkt om twee redenen niet zinvol. Ten eerste moet het LPD-2 kunnen opereren in oorlogstijd en onder crisisomstandigheden. Het gaat, kortom, om situaties waarin de aard en de omvang van potentiële dreigingen nopen tot militair optreden en waarin de inzet van een civiele scheepsbemanning niet aannemelijk is. Ten tweede is er, er werd eerder in deze brief al aan gerefereerd, het voornemen de bouw van het LPD-2 bij de KSG aan te besteden.

Tot slot
Ik ben voornemens, eventueel na overleg met u, de Koninklijke marine toestemming te verlenen het project LPD-2 inclusief commandofaciliteiten voort te zetten met de voorstudie/studiefase.

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE,
H.A.L. van Hoof.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie