Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Kamer akkoord met wijziging Rijkswet Nederlanderschap

Datum nieuwsfeit: 19-12-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Justitie
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Justitie

19.12.00

Eerste kamer akkoord met wijziging Rijkswet Nederlanderschap

Veel Nederlanders in het buitenland die de afgelopen jaren van rechtswege het Nederlanderschap zijn kwijtgeraakt krijgen hun oude nationaliteit vanaf 1 februari 2001 met terugwerkende kracht terug. Zij moeten daarvoor wel na 1 januari 1990 nog een Nederlands paspoort hebben gekregen. Bovendien moeten zij tijdig een nieuw Nederlands paspoort aanvragen; voor een aantal van hen betekent dat: vóór 1 januari 2002. Dat is het gevolg van de inwerkingtreding van het eerste deel van de nieuwe Rijkswet op het Nederlanderschap. Het tweede en resterende deel van de wet zal naar verwachting op 1 januari 2002 inwerkingtreden. Met het wetsvoorstel van staatssecretaris M.J. Cohen van Justitie tot wijziging van de rijkswet op het Nederlanderschap dat hiertoe strekt, ging de Eerste Kamer vandaag met algemene stemmen akkoord.

Nederlanders in het buitenland

In 1985 werd de huidige Rijkswet op het Nederlanderschap van kracht waarbij meerderjarige Nederlanders het Nederlanderschap van rechtswege kwijtraakten wanneer zij nadien tien jaar of langer onafgebroken woonden in het land waarvan ze ook de nationaliteit bezaten en waren geboren. Dat betekende dat vanaf 1995 tienduizenden Nederlanders in het buitenland al dan niet tegen hun wil en vaak zonder dat zij het wisten hun Nederlanderschap kwijtraakten. Deze gevolgen zal de nu aanvaarde wet op twee manieren ongedaan maken. Wie in de jaren na 1990 ervan blijk heeft gegeven Nederlander te willen blijven door een paspoort aan te vragen krijgt het Nederlanderschap zoals boven omschreven van rechtswege terug, als hem na 1 januari 1990 een paspoort of bewijs van Nederlanderschap is verstrekt.

Wie geen paspoort gekregen heeft, kan op grond van het tweede deel van de wet - dat dus op 1 januari 2002 in werking zal treden - het Nederlanderschap eveneens met terugwerkende kracht terugkrijgen door daartoe een schriftelijke verklaring af te leggen binnen twee jaar na 1 januari 2002.

Ook voor oud-Nederlanders die niet tot bovengenoemde groepen behoren bestaat vanaf 1 januari 2002 de mogelijkheid het Nederlanderschap terug te krijgen. In het wetsvoorstel zijn twee mogelijkheden opgenomen. Dat is in de eerste plaats door naturalisatie, waarbij niet het vereiste geldt dat de persoon zijn verblijf in Nederland heeft. In de tweede plaats bestaat de mogelijkheid te opteren voor het Nederlanderschap. De laatste mogelijkheid bestaat alleen voor oud-Nederlanders die tenminste een jaar legaal hoofdverblijf hebben gehad in Nederland.

In het algemeen geldt onder de nieuwe wet, evenals onder de oude, dat Nederlanders die vrijwillig een andere nationaliteit krijgen het Nederlandschap verliezen. Daarop zijn echter belangrijke uitzonderingen. De Nederlander die een andere nationaliteit wil verkrijgen, verliest het Nederlanderschap bijvoorbeeld niet als hij of zij gehuwd is met iemand van die andere nationaliteit. De gedachte daarachter is het belang van de eenheid van nationaliteit in het gezin: de wens van de Nederlandse echtgenoot om het Nederlanderschap te behouden moet geen belemmering vormen dezelfde nationaliteit als de andere echtgenoot aan te nemen. Ook de Nederlander die in het land van die andere nationaliteit is geboren en daar zijn hoofdverblijf had toen hij de andere nationaliteit verkreeg kan het Nederlanderschap behouden. En zo ook de minderjarigen die vijf jaar lang onafgebroken hun hoofdverblijf hebben gehad in het land van die andere nationaliteit.

Buitenlanders in Nederland

Wie de Nederlandse nationaliteit verkrijgt door naturalisatie, zal in beginsel afstand moeten doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit. In een aantal bij de wet bepaalde gevallen behoeft geen afstand gedaan te worden van de oorspronkelijke nationaliteit. Dit geldt bijvoorbeeld voor buitenlandse echtgenoten van Nederlanders. Het omgekeerde geldt zoals bovengeschetst ook voor Nederlanders die een andere nationaliteit krijgen. Migranten van de tweede generatie kunnen door middel van een eenvoudige optie de Nederlandse nationaliteit verkrijgen. Zij hebben immers al veel banden met de staat waar zij wonen. Zij hebben er onderwijs genoten, kennen de taal en zijn bekend met de gewoonten en gebruiken. Ook voor hen geldt de afstandseis niet.

Naturalisatietoets

Om in aanmerking te komen voor naturalisatie tot Nederlander zal er tijdens de procedure een naturalisatietoets worden afgenomen. Hierbij wordt getoetst of de betrokkene voldoende kennis heeft van de Nederlandse taal om te kunnen functioneren in de maatschappij. Het niveau van de toets sluit aan bij niveau 2 van de inburgeringstoets die wordt gebruikt in de Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN). De naturalisatietoets bevat een mondeling en een schriftelijk gedeelte. De betrokkene wordt geacht gesprekken te kunnen voeren en eenvoudige berichten te kunnen lezen, zoals bijvoorbeeld stembiljetten. Ook moet betrokkene in staat zijn om korte, informele brieven te schrijven. Personen die vanwege een lichamelijke of geestelijke belemmering niet in staat zijn om (gedeeltes van) de toets af te leggen, kunnen hiervoor worden vrijgesteld. Ook personen die reeds het inburgeringstraject vanuit de WIN succesvol hebben afgesloten worden vrijgesteld, mits zij bij de betreffende inburgeringstoets het niveau 2 of hoger hebben behaald. Momenteel wordt onderzocht welke onderwijsinstelling de naturalisatietoets zal gaan afnemen.

Termijnen van verblijf

In tegenstelling tot de huidige wet beginnen de termijnen van verblijf
- zoals de termijn van vijf jaar die vereist is voor een naturalisatie
- in Nederland te lopen vanaf het moment dat een vreemdeling is toegelaten, dus legaal bestendig in Nederland verblijft. Daarnaast is de term hoofdverblijf ingevoerd tegenover woonplaats of werkelijk verblijf in huidige wet. Met deze termen is aansluiting gezocht bij het vreemdelingenrecht. Hoofdverblijf wil in dit verband zeggen: daar waar iemand zijn feitelijke woonplaats heeft.

Bestrijding van schijnerkenningen

Voordat een minderjarig buitenlands kind dat erkend is door een Nederlander de Nederlandse nationaliteit kan verkrijgen, moet de minderjarige eerst drie jaar door de erkenner zijn verzorgd en opgevoed. Deze maatregel is bedoeld schijnerkenningen tegen te gaan.

Rechten van kinderen

Kinderen van twaalf jaar en ouder dienen volgens het voorstel gehoord te worden over een mogelijke nieuwe nationaliteit. Vanaf zestien jaar en ouder krijgen ze rechtstreekse invloed op het besluit.

Fraude

Tenslotte: in de Rijkswet is uitdrukkelijk opgenomen dat wie fraude gepleegd heeft bij het verkrijgen van het Nederlanderschap, grote kans loopt het Nederlanderschap ook weer snel te verliezen. Dat kan zelf gebeuren als hij daardoor staatloos wordt.

Voor vragen of commentaar met betrekking tot de inhoud van deze pagina's kunt u terecht bij de Directie Voorlichting van Justitie, telefoon: (070) - 3706850,
email: voorlichting@best-dep.minjust.nl,
fax: (070) - 3707594

Laatst gewijzigd: 19-12-2000

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie