Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Omzetting rechtspersoon: artikel 28a

Datum nieuwsfeit: 19-12-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Financien
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Artikel 28a Wet vennootschapsbelasting 1969. Omzetting



Artikel 28a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Omzetting rechtspersoon

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein winstbelastingen

Besluit van 19 december 2000, nr. CPP2000/2680M

De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Dit besluit is een herdruk van het besluit van 20 oktober 1995, nr. DB95/3066M. Deze herdruk is noodzakelijk in verband met de inwerkingtreding van de Wet IB 2001 met ingang van 1 januari 2001. De wijzigingen zijn de volgende.


- Doorschuif van de fiscale claims vindt niet langer plaats door afzonderlijke voorwaarden. Gekozen is voor de tegenwoordig meer gebruikelijke indeplaatstredingsvoorwaarde.


- De verwijzingen naar gewijzigde of vervallen artikelen zijn aangepast.


- De overige wijzigingen zijn redactioneel.
In artikel 18 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is voor rechtspersonen de mogelijkheid gegeven zich om te zetten in een andere rechtsvorm.

Voor de heffing van de vennootschaps-, inkomsten- en dividendbelasting zijn de gevolgen van de omzetting geregeld in artikel 28a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: de Wet). Civielrechtelijk eindigt het bestaan van de rechtspersoon niet. Fiscaalrechtelijk echter wordt krachtens het eerste lid van artikel 28a van de Wet de rechtspersoon geacht te zijn geliquideerd, waarbij het vermogen wordt geacht te zijn uitgekeerd aan de deelgerechtigden, die dat vervolgens geacht worden te hebben ingebracht in de andere rechtspersoon. Het tweede lid van artikel 28a van de Wet verklaart het eerste lid mede van toepassing voor de heffing van de inkomstenbelasting en de dividendbelasting. Vervolgens geeft het derde lid de Minister de bevoegdheid op verzoek afwijkingen van het eerste en het tweede lid toe te staan. Hierna geef ik de voorwaarden weer die ik pleeg te stellen bij de omzetting van een coöperatie in een BV.

Het betreft hier situaties waarbij de leden van de coöperatie vóór de omzetting door middel van hun lidmaatschapsrecht gerechtigd waren tot het vermogen van de coöperatie en nà de omzetting aandelen verkregen in de BV die, voor elk lid afzonderlijk, een gelijke deelgerechtigdheid geven als het lidmaatschapsrecht vóór de omzetting. Bij de omzetting vond geen storting op de aandelen in kontanten plaats.

Het betreft hier geen zogenoemde standaardvoorwaarden die model staan voor alle omzettingen die met toepassing van artikel 28a van de Wet plaatsvinden. De voorwaarden kunnen al naar gelang de situatie dit vereist, worden aangepast, uitgebreid of beperkt.

In deze voorwaarden wordt verstaan onder:

de Wet: de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;

de om te zetten rechtspersoon: de in artikel 28a bedoelde rechtspersoon vóór de omzetting;

de omgezette rechtspersoon: de in artikel 28a bedoelde rechtspersoon na de omzetting;

het omzettingstijdstip: het tijdstip van wanneer af de onderneming van de om te zetten rechtspersoon geacht wordt rechtstreeks voor rekening en risico van de omgezette rechtspersoon te zijn uitgeoefend;


1. De omgezette rechtspersoon treedt met betrekking tot al hetgeen in het kader van de omzetting is verkregen in de plaats van de om te zetten rechtpersoon.


2. De aanspraak op verrekening van voor het omzettingstijdstip geleden verliezen door de om te zetten rechtspersoon gaat over op de omgezette rechtspersoon.


3. Het omzettingstijdstip wordt gesteld op ........ 1) mits de omzetting met toepassing van artikel 18 van Boek 2 BW, binnen 1 jaar na het omzettingstijdstip zal hebben plaatsgevonden.

.....


1) omzettingstijdstip.



4. Voor de terzake van de omzetting toegekende aandelen in het aandelenkapitaal van de omgezette rechtspersoon wordt voor de heffing van de inkomstenbelasting en de dividendbelasting f ....... 1) als gestort kapitaal aangemerkt; de omzetting wordt niet aangemerkt als een storting van kapitaal.

.....


1) het door de leden als zodanig in de coöperatie ingebrachte vermogen.


5. De aandeelhouders van de omgezette rechtspersoon die zulks aangaat, stellen voor de bepaling van de fiscale winst hun bij de omzetting verkregen aandelen te boek voor hetzelfde bedrag als waarvoor hun lidmaatschapsrechten in de oorspronkelijke rechtspersoon bij hen te boek stonden, welk bedrag zij als aanschaffingskosten van de verkregen aandelen zullen aanmerken.


6. Ten aanzien van de aandeelhouders van de omgezette rechtspersoon die zulks aangaat, wordt de verkrijgingsprijs van de bij de omzetting verkregen aandelen als is bedoeld in artikel 4.21 van de Wet IB 2001 in beginsel gesteld op het met inachtneming van het gestelde in voorwaarde 4 op de desbetreffende aandelen gestorte kapitaal.


7. Voor de aandeelhouders voor wie de verkregen aandelen een deelneming in de zin van artikel 13 van de Wet vormen, geldt als opgeofferd bedrag het bedrag dat als zodanig gold voor hun lidmaatschapsrecht in de om te zetten rechtspersoon.

Tevens merk ik nog het volgende op:


1. Het omzettingstijdstip wordt op verzoek gesteld op de aanvang van het jaar waarin de omzetting plaatsvindt.


2. Indien de leden/aandeelhouders bij de omzetting, anders dan waarvan bij de hiervoor weergegeven voorwaarden van uit is uitgegaan, wel een kapitaalstoring doen, worden het gestorte kapitaal van de BV, de verkrijgingsprijs en het opgeofferde bedrag voor het aandelenbezit, resp. de deelneming in de BV en de boekwaarde van de aandelen in de BV uiteraard met het bedrag daarvan verhoogd.


3. Voor de heffing van overdrachtsbelasting vormt de omzetting - gelet op het bepaalde in het achtste lid van artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek - geen belastbaar feit.


4. Ter zake van de omzetting op de voet van artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van een niet-aandelenlichaam in een rechtsvorm met een in aandelen verdeeld kapitaal is kapitaalsbelasting verschuldigd op grond van het bepaalde in artikel 34, onderdeel a juncto artikel 35, lid 1 en artikel 37, lid 1, onderdeel b van de Wet op belastingen van rechtsverkeer.

Deze heffing is volledig in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever en artikel 4, lid 1, onderdeel b van de Richtlijn nr. 69/335/EEG betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal (zie HR 28 april 1993, PW 20525). Ontheffing dienaangaande wordt dan ook niet verleend.


5. Bij de omzetting kan zich de situatie voordoen dat de gerechtigdheid van de deelgerechtigden tot het vermogen van de omgezette rechtspersoon (de BV) na omzetting anders is dan die tot de coöperatie vóór de omzetting, dan wel dat pas na de omzetting deze deelgerechtigdheid ontstaat.

Afhankelijk van de rechtsbetrekking waarin deze deelgerechtigden vóór de omzetting tot de om te zetten rechtspersoon stonden, zal een vermogenstoename in de heffing dienen te worden betrokken hetzij als winst uit onderneming, hetzij als loon, hetzij als resultaat uit een werkzaamheid, dan wel als schenking. In deze situaties zal de verkrijgingsprijs, c.q. het opgeofferde bedrag worden verhoogd met het bedrag dat terzake van dit voordeel bij de omzetting in de heffing is betrokken.

Voorzover door de deelgerechtigden geen daadwerkelijke storting plaatsvindt, blijft het in de vennootschap aanwezige aandelenkapitaal ongewijzigd. Dit laatste vindt zijn bevestiging in de jurisprudentie van de Hoge Raad, ondermeer in het arrest van 20 juni 1956, nr. 12 790, BNB 1256/244.

De uitwerking hiervan betreft normale wetstoepassing en is derhalve voorbehouden aan de bevoegde inspecteur van de Belastingdienst.


6. Onder omstandigheden kunnen leden natuurlijke personen ondernemers van de om te zetten rechtspersoon hun bij de omzetting verkregen aandelen, in overeenstemming met het wettelijke systeem en de daarop gewezen jurisprudentie, overbrengen naar hun privé-vermogen. Dit aspect staat ter beoordeling van de bevoegde inspecteur. Wel merk ik, wellicht ten overvloede, hierbij op dat deze overbrenging dan plaatsvindt tegen de waarde in het economische verkeer. Daarbij wordt het verschil tussen deze waarde en het bedrag waarvoor de aandelen, met inachtneming van voorwaarde 5, te boek zijn gesteld, tot hun winst gerekend.


7. In het voorgaande was sprake van de omzetting van een coöperatie in een BV. Inmiddels heb ik ook enige verzoeken gehad waarbij het ging om de toepassing van artikel 28a op de omzetting van een (volledig belaste) stichting in een BV. In deze gevallen zijn aan de inwilliging van zo'n verzoek voorwaarden verbonden die overeenkomen met die hiervoor zijn weergegeven. Voorts is in die gevallen belanghebbenden uitdrukkelijk gewezen op de in zo'n geval bij de deelgerechtigden tot de BV ontstane vermogenstoename en de fiscale gevolgen daarvan, zoals hiervoor in punt 5 uiteengezet.


8. Tenslotte merk ik nog op dat een verzoek om toepassing moet worden gericht aan het Ministerie. Het wordt ingediend bij de inspecteur onder wie de desbetreffende rechtspersoon ressorteert, dat is de inspecteur die de aanslagen van die rechtspersoon regelt. Deze zendt het verzoek, voorzien van zijn ambtsbericht, door naar het Ministerie, Centrum voor Proces- en Productontwikkeling, Domein winstbelastingen, waar afhandeling plaatsvindt.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie