Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief BUZA inzake werkzaamheden Veiligheidsraad

Datum nieuwsfeit: 20-12-2000
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

www.minbuza.nl\content.asp?Key=405590



AFRIKA
EUROPA

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Directie Verenigde Naties en Internationale Financiële Instellingen i.o. Afdeling Politieke en Juridische Zaken Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag

Datum 20 december 2000 Auteur Mw mr C. L. Miedema

Kenmerk DVF/PJ-636/00 Telefoon 070-3486363

Blad /16 Fax 070-3484817

Bijlage(n) 1 E-mail (cl.miedema@minbuza.nl)

Betreft Werkzaamheden Veiligheidsraad / november 2000

C.c.

Zeer geachte Voorzitter,

Hierbij bied ik u mede namens de Minster voor Ontwikkelingssamenwerking een verslag aan over de werkzaamheden van de Veiligheidsraad in de maand november 2000.

SAMENVATTING

Nederland was in november voorzitter van de Veiligheidsraad.

Naast de behandeling van "vaste" onderwerpen (mandaatsverlengingen, rapportages van de Secretaris-Generaal) en actuele gebeurtenissen (Midden-Oosten) heeft Nederland extra profiel gegeven aan de Nederlandse beleidsprioriteiten.

De speciale aandacht van Nederland voor
Afrika
is tot uitdrukking gebracht door een door mij voorgezeten open zitting van de Raad over de vredesoperatie in Ethiopië en Eritrea (UNMEE). Bij die gelegenheid heb ik de Raad geïnformeerd over mijn bevindingen tijdens het bezoek dat ik begin november aan beide landen bracht. De Raad aanvaardde in een Voorzittersverklaring de door Nederland voorgestelde vertrouwenwekkende maatregelen die het vredesproces tussen Ethiopië en Eritrea een extra impuls zouden moeten geven.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking zat een debat over de problematiek van de post-conflict vredesopbouw voor, met speciale aandacht voor de situatie in Guinee-Bissau.

Voorts organiseerde Nederland een brainstorm over de toekomst van de VN-missie in de DRC, MONUC.

De brede,
geïntegreerde aanpak
liep als rode draad door het programma van november.

De Raad heeft onder Nederlands voorzitterschap een aantal aanbevelingen overgenomen uit het Brahimi-rapport, die passen bij de geïntegreerde benadering, o.a. inzake mandaten (dienen zo helder mogelijk te zijn) en overleg met troepenleveranciers (dient geïntensiveerd te worden).

Nederland organiseerde een open debat over het onderwerp exit-strategie, dat zeer verwelkomd werd en aanleiding vormde voor een levendige discussie.

De Raad had veel waardering voor het door Minister Herfkens geleide debat over post-conflict vredesopbouw, met name in Guinee-Bissau. Nederland was een land dat de daad bij het woord voegde, zowel door zijn financiële en personele (UNMEE) bijdragen als politieke betrokkenheid, aldus o.a. de Afrikaanse Veiligheidsraadleden.

Transparantie
is sinds de aanvang van het lidmaatschap een belangrijk uitgangspunt voor Nederland geweest. Dit vertaalde zich deze maand in een groot aantal open bijeenkomsten. Naast de zittingen over UNMEE en Guinee-Bissau, vonden open bijeenkomsten plaats over UNHCR met een afscheidsbriefing door mevrouw Ogata, informeerde Speciaal Vertegenwoordiger Kouchner de Raad over de voortgang van UNMIK in Kosovo en Vieiria de Mello over Oost-Timor, rapporteerde de Veiligheidsraad-missie over het bezoek aan Oost- en West-Timor en spraken ICTY/ICTR presidenten en de ICTY aanklager over het Joegoslavië en Rwanda Tribunaal.

Bestrijding van straffeloosheid
is een belangrijk thema voor Nederland in de Raad geworden. Briefings door het ICTY, de aanvaarding (mede dankzij Nederlandse inzet) van de resolutie ter versterking van de werkwijze van het ICTY en voortdurende onderhandelingen over het Speciale Hof voor Sierra Leone vormen daar voorbeelden van.

Ook werden door Nederland een aantal
briefings inzake de humanitaire aspecten
van conflicten georganiseerd o.a. betreffende de DRC en Afghanistan.

Het thema
humanitaire interventie
is in New York en marge van de Raad aan de orde gesteld. Aan het door de International Peace Academy georganiseerde seminar over humanitaire interventie namen ook permanente leden van de Raad deel.

Nederland kan terug zien op een actief en productief voorzitterschap, waarin het optimaal de aandacht heeft kunnen richten op de beleidsprioriteiten en follow-up op een aantal thema's heeft kunnen verzekeren.

AFRIKA


Burundi

Onder Secretaris-Generaal Prendergast verzorgde op 21 november een korte briefing over de ontwikkelingen in Burundi. De rebellenbeweging FNL was tijdens overleg in Pretoria teruggekomen op de bereidheid zonder voorwaarden vooraf te onderhandelen en eiste nu de vrijlating van politieke gevangenen voorafgaand aan onderhandelingen.

Eind november zou oud-President Mandela opnieuw een onderhandelingsronde in Arusha voorzitten. Tegelijkertijd zou president Museveni van Oeganda een top van regionale leiders in Kampala organiseren.

Op het politiek-militaire vlak verslechterde de situatie. Er waren diverse meldingen van uitbarstingen van geweld in het zuiden van Burundi. De Nationale Assemblee was nagenoeg lamgelegd door de discussie op welke wijze het Arusha-akkoord moest worden geratificeerd (met of zonder de reserves van de verschillende partijen).

In een persverklaring toonde de Raad zich bezorgd over de recente ontwikkelingen, riep de partijen op het Arusha-akkoord alsnog te ondertekenen en onderstreepte het belang van de donorconferentie in Parijs.

Democratische Republiek Congo

Assistent Secretaris-Generaal Annabi gaf op 9 november een overzicht van de meest recente ontwikkelingen in de DRC. De militaire situatie leek stabieler geworden. Op politiek gebied vonden besprekingen plaats tussen diverse landen uit de regio, waarvan de uitkomsten nog onzeker waren.

Pakistan en Marokko heroverwogen hun bereidheid tot het leveren van troepen aan MONUC. Beide landen zouden grote problemen hebben met de financiële lasten van de 'deployment readiness' (het zou Pakistan al meer dan 10 miljoen dollar hebben gekost om de troepen voor uitzending gereed te houden).

Nederland organiseerde op 9 november een "brainstorm" sessie over de toekomst van MONUC. Het mandaat van MONUC zal op 15 december aflopen en de Raad moet zich een mening vormen over de vraag of en in welke vorm het mandaat verlengd moet worden.

Tijdens de sessie kwamen verschillende visies naar voren. Volgens Namibië dient MONUC onmiddellijk en volledig ontplooid te worden. Het Verenigd Koninkrijk meende dat partijen zich opnieuw aan het vredesproces moeten committeren, anders kan de VN geen effectieve rol spelen. Frankrijk stelde zich op het standpunt dat MONUC zich gefaseerd diende te ontplooien naar Kisangani, Mbandaka en Bukavu, zodra de condities daartoe rijp waren.

De discussie zal zich komende maand voortzetten.

Carolyn McAskie van het "Office for the Coordination of Humanitarian Affairs" (OCHA) verzorgde tijdens een openbare zitting van de Raad op 28 november een briefing over de humanitaire situatie in de DRC. Zij meldde dat de humanitaire situatie in de DRC buitengewoon kritiek was: grote groepen vluchtelingen, afkomstig uit de DRC en daarbuiten trokken, verdreven van huis en haard, door de jungle. Naar schatting zou een derde van de totale bevolking in humanitaire nood verkeren. In de afgelopen twee jaren waren ongeveer 1,6 miljoen mensen gestorven, waarvan een derde als direct gevolg van oorlogsgeweld. De humanitaire hulporganisaties hadden grote moeite om de hulpverlening op gang te houden. Toegang tot hulpbehoevende groepen was moeilijk en gevaarlijk, terwijl er tevens een gebrek aan fondsen was. De samenwerking met MONUC, de VN-missie in Angola, en met de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal werd door McAsky betiteld als wellicht de beste in het VN-systeem. Samenwerking met de overheden en rebellen verschilde van gebied tot gebied.

Ethiopië / Eritrea

Op 17 november zat ik een open zitting van de Veiligheidsraad voor over de ontwikkelingen in Ethiopië en Eritrea. De Secretaris-Generaal verzorgde een mondelinge briefing. Hij sprak grote waardering uit voor de Nederlandse bijdrage aan UNMEE en benadrukte het belang van een vredesregeling die tussen beide landen moest worden uitonderhandeld, waarbij hij de leidende rol van de OAE onderschreef.

Ik deed verslag van mijn reis naar beide landen, maar spitste mij vooral toe op de noodzaak van vertrouwenwekkende maatregelen om het vredesproces een extra impuls te geven. Ik stelde daarbij de volgende vertrouwenwekkende maatregelen voor: onmiddellijke vrijlating van gevangengenomen burgers (onder de auspiciën van het Rode Kruis), opening van een land en lucht-corridor voor UNMEE, uitwisseling van kaarten van de mijngebieden, gelijktijdige uitwisseling van krijgsgevangenen en een moratorium op de uitwijzing van inwoners, totdat de nationaliteitswetgeving in beide landen is aangepast. De Veiligheidsraadleden reageerden positief op deze voorgestelde maatregelen, waarbij onder meer de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de Afrikaanse landen grote waardering uitspraken voor de Nederlandse bijdrage aan UNMEE. De Raad heeft op 21 november de presidentiële verklaring inzake de vertrouwenwekkende maatregelen aanvaard.

Guinee-Bissau

Assistent Secretaris-Generaal Fall informeerde de Raad op 21 november over de onlusten in Guinee-Bissau. De achtergrond van deze gebeurtenissen moest worden gezocht in de pogingen van President Kumba Yala om het leger te herstructureren. In dit verband had Kumba Yala hoge officieren, waaronder Generaal Mane, de keuze gegeven om hetzij het leger te verlaten, hetzij als militair attaché elders geplaatst te worden. Mane had echter via de media het leger opgeroepen de maatregelen van de President naast zich neer te leggen. Door de weigering van Mane om welk gesprek dan ook aan te gaan bleef de spanning in Guinee-Bissau groot.

In een persverklaring, veroordeelde de Raad het optreden van Mane en riep hem op een dialoog met de regering aan te gaan op basis van de bestaande grondwettelijke orde. De Raad waarschuwde voor de mogelijke negatieve gevolgen die de onrust kon hebben voor de bereidheid van donoren tot het financieren van projecten voor de reconstructie van Guinee-Bissau

Op 29 november zat minister Herfkens een open briefing van de Raad over de situatie in Guinee-Bissau voor.

De Secretaris-Generaal pleitte voor sterkere mandaten voor peace-building kantoren. Hij onderstreepte de "gap-problematiek": de postconflict fase valt tussen noodhulp en structurele ontwikkelingshulp in en fondsen blijven in die tussenfase veelal uit. Flexibiliteit bij donoren was vereist. Ook UNOGBIS kampte met gebrek aan fondsen. Annan vroeg in dit kader steun voor een aanbeveling in het Brahimi-rapport, waarin werd gesteld dat de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal eigen fondsen zou moeten hebben voor "quick impact projects".

Op verzoek van het Nederlandse voorzitterschap hield Vice-President for Africa, Madavo, een betoog namens de Wereldbank en het IMF. De Bank had in mei een "economic rehabilitation and recovery credit" goedgekeurd, mede gericht op ondersteuning van het DDR-programma. Hoewel een aanzienlijke Nederlandse bijdrage was binnengekomen voor het DDR-Trustfund was dit niet voldoende voor het DDR-programma en Madavo riep andere donoren op ook bijdragen te doen. Tevens gaf hij aan dat Guinee-Bissau waarschijnlijk in aanmerking zou komen voor een spectaculaire schuldvermindering.

De Vice-premier van Guinee-Bissau Imbali vroeg om steun van de internationale gemeenschap om te werken aan de consolidatie van de vrede.

In haar nationale verklaring brak Minister Herfkens een lans voor de voortdurende betrokkenheid van de Raad tijdens post-conflictfase en voor betere coördinatie onder die organisaties die bij het proces betrokken zijn.

Deze oproep betrof zowel de financiële instellingen als bilaterale donoren. Verder zegde Minister Herfkens, namens Nederland, toe dat bij ontwapeningsprogramma's geld nooit een obstakel zou zijn bij de totstandkoming van dergelijke programma's, die ten slotte essentieel waren voor het beklijven van de vrede. Als de opzet van deze programma's in orde was, zou een gebrek aan fondsen geen hinderpaal mogen zijn.

De Raad had veel waardering voor het debat. Nederland was een land dat de daad bij het woord voegde, zowel door zijn financiële en personele (UNMEE) bijdragen als politieke betrokkenheid, aldus o.a. de Afrikaanse leden van de Veiligheidsraad.

Sierra Leone

Onder Secretaris-Generaal Guehenno informeerde de Raad op 3 november over de situatie in Sierra Leone. De Secretaris-Generaal steunde de door de regering van Sierra Leone gestelde "voorwaarden" aan een dialoog met de RUF: eerbiediging van het staakt-het-vuren, toegang voor humanitaire hulp, respect voor de veiligheid van humanitaire personeel en uitbreiding van het gezag van de regering over het gehele Sierra Leoonse territoir.

De Raad aanvaardde een presidentiële verklaring, waarin steun werd uitgesproken voor de oprichting van een VN-mechanisme dat een alomvattende strategie voor het land moest coördineren, bestaande uit de Raadsleden, het VN-secretariaat, ECOWAS, de troepenleverende landen voor UNAMSIL en de regering van Sierra Leone. Alleen een alomvattende regionale benadering zou de stabiliteit en de veiligheid van de regio kunnen herstellen.

De verklaring riep tevens op tot versterking van UNAMSIL.

Onder Secretaris-Generaal Guehenno verzorgde een briefing voor de Raad over het staakt-het-vuren dat op 10 november door RUF en Sierra Leone was ondertekend en waarin ECOWAS een vooraanstaande rol had gespeeld.

Volgens Guehenno waren de komende dertig dagen beslissend. In deze periode moest de RUF concreet bewijzen daadwerkelijk vrede na te streven door mee te werken aan het ontwapeningsprogramma en bewegingsvrijheid te verlenen aan het VN- en humanitair personeel.

Guehenno meldde overigens dat de rotatie van de vertrekkende Jordaanse en Indiase troepen gecoördineerd en voorspoedig verliep. De situatie in Sierra Leone was grotendeels rustig.

In een persverklaring verwelkomde de Raad het akkoord.

MIDDEN-OOSTEN

Golan

De Raad aanvaardde op 27 november unaniem een resolutie ter verlenging van het mandaat van UNDOF, de VN-missie in de Golan, met zes maanden tot 30 april 2001. Tegelijkertijd werd de gebruikelijke presidentiële verklaring aanvaard waarin werd gewezen op het belang van een alomvattende oplossing voor de gehele Midden-Oosten-problematiek.

UNIFIL

De Raad onderschreef in een persverklaring de conclusie van de Secretaris-Generaal dat weliswaar vooruitgang was geboekt in de implementatie van resolutie 425 maar dat de Libanese regering nog immer geen effectief gezag in Zuid-Libanon had gevestigd. Ook riep de Raad partijen op de voortgaande schendingen van beide zijden van de "Blauwe Lijn" te staken.

Midden-Oosten

Tijdens het Nederlandse voorzitterschap vond een aantal bijeenkomsten plaats over de situatie in het Midden-Oosten.

De Veiligheidsraad ontving op 10 november in besloten bijeenkomsten achtereenvolgens President Arafat en de Israëlische Ambassadeur Lancry.

Arafat wijdde een groot deel van zijn betoog aan het "infamous" bezoek van Sharon aan de Tempelberg. De Palestijnen hadden sindsdien alles gedaan om de situatie te kalmeren en het vredesproces te hervatten. De "international commission of inquiry" moest zo snel mogelijk worden samengesteld. Het meest noodzakelijke was nu echter dat de Palestijnse bevolking werd beschermd. Een VN-missie, ter observatie van de situatie ter plaatse en niet ontplooid langs vaststaande grenzen, zou de situatie kunnen verbeteren en het vredesproces vooruit helpen.

De Israëlische Ambassadeur Lancry, meende dat het Palestijnse verzoek voor een VN-missie in feite niets meer was dan een verzoek om de Palestijnse burgers te beschermen tegen de gevolgen van hun eigen daden. Het doel van Israël bleef "vrede met de buren"; Arafat had zich daarvan afgewend. Een internationale missie was volstrekt onnodig om een einde te maken aan het geweld; het beëindigen daarvan lag volledig in Arafat's handen. Het verzoek voor een internationale vredesmacht was slechts een berekenende opzet om unilateraal een Palestijnse staat uit te roepen.

Op 17 november verzorgde de Secretaris-Generaal in een besloten bijeenkomst van de Veiligheidsraad onder mijn leiding, een briefing over zijn verblijf in Qatar, waar hij had deelgenomen aan de Top van de Organisatie van Islamitische landen (OIC). Volgens de Secretaris-Generaal waren de deelnemers aan de OIC-top diep verontrust over de huidige crisissituatie in het Midden Oosten. Hij had een aantal prioriteiten geformuleerd, waaronder een onmiddellijk einde van het geweld en spoedige uitzending van de Fact Finding Commission (FCC). De Raad gaf de Secretaris-Generaal het mandaat om met beide partijen in contact te treden teneinde te sonderen hoe de verschillende ideeën en voorstellen verder konden worden gebracht.

Op verzoek van de Arabische groep vond op 22 november een open spoedzitting van de Veiligheidsraad plaats over de situatie in het Midden-Oosten.

Israël en de Palestijnen waren het erover eens dat een einde moest komen aan het geweld. Volgens Israël konden alleen de Palestijnse leiders het geweld beëindigen; een protectie- of waarnemers macht was destructief voor het vredesproces. Volgens de Palestijnen lag hier allereerst een taak voor de Veiligheidsraad en was een VN-monitoringmissie voor het Midden-Oosten, UNMOF, nodig voor de bescherming van de Palestijnen.

De meeste leden van de Raad waren genuanceerd in hun kritiek. Beide partijen viel iets te verwijten. Nederland riep de partijen op moed te tonen en de vicieuze cirkel van geweld te doorbreken. Nederland kon instemmen met een VN-missie indien beide partijen deze konden accepteren.

Alle sprekers spraken steun uit voor de inspanningen van de Secretaris-Generaal om de afspraken van Sharm el Sheikh te implementeren.

EUROPA


Bosnië-Herzegovina

De Raad kreeg op 14 november een briefing van Onder Secretaris-Generaal Guehenno over de verkiezingen van 11 november in Bosnië-Herzegovina. De verkiezingen hadden in een rustige sfeer plaatsgevonden en een hoge opkomst gekend. De hoop dat deze derde ronde van verkiezingen de grondslag zou leggen voor een multi-etnisch Bosnië-Herzegovina, was echter ijdel gebleken.

De multi-etnische SDP had goede resultaten geboekt, maar de nationalistische partijen hadden gezegevierd.

Alle leden van de Raad zagen de verkiezingen als een stap voorwaarts in de implementatie van de akkoorden van Dayton en Parijs, terwijl in de interventies ook teleurstelling over de uitslag klonk.

De Tijdelijk Zaakgelastigde van de FRJ, Mladenovic, benadrukte dat de FRJ onder President Kostunica Dayton volledig onderschreef en volledige implementatie van Dayton nastreefde.

Georgië

In zijn briefing voor de Veiligheidsraad op 2 november, meldde Assistent Secretaris-Generaal Annabi dat Abchazië waarschijnlijk niet zou deelnemen aan de voor eind november op Jalta voorziene bijeenkomst over vertrouwenwekkende maatregelen. Dit was een nieuwe tegenslag voor het toch al moeizaam verlopende vredesproces.

De Raad reageerde gelaten over het gebrek aan vooruitgang in het vredesproces en sprak de hoop uit dat de bijeenkomst met Abchazische vertegenwoordiging doorgang zou vinden.

Op 14 november verwoordde de Raad in een presidentiële verklaring onder andere zijn zorg over het verloop van het vredesproces. De Raad riep partijen, in het bijzonder Abchazië, op zich zonder verder uitstel in te spannen voor voortgang in het proces. De Raad verwelkomde de pogingen van de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal om de toekomstige constitutionele status van Abchazië bespreekbaar te maken. Partijen werden opgeroepen de veiligheid van vluchtelingen en ontheemden te garanderen. De Raad waardeerde de werkzaamheden van de VN-missie in Georgië, UNOMIG.

Kosovo

De Veiligheidsraad kreeg op 16 november een open briefing van Speciaal Vertegenwoordiger Kouchner over de situatie in Kosovo, in het bijzonder naar aanleiding van de op 28 oktober gehouden verkiezingen.

Volgens Kouchner waren de verkiezingen een "overwinning voor de ontluikende democratie in Kosovo " geweest. De zege van Rugova's LDK met 58 procent van de stemmen was een zege voor de tolerantie. De uit de KLA voortgekomen partijen hadden maar een derde van de stemmen gekregen.

Kouchner brak een lans voor spoedig - voorjaar 2001- te houden verkiezingen. Mede om veiligheidsredenen was het echter gecompliceerd voor UNMIK en KFOR om in Kosovo medewerking te verlenen aan de Servische verkiezingen van 23 december aanstaande.

De meeste Raadsleden uitten waardering voor Kouchner en UNMIK en over het verloop en de uitkomst van de verkiezingen.

De Russische Ambassadeur vond echter dat de implementatie van resolutie 1244 onbevredigend en onvolledig was. UNMIK leek afscheidingstendensen te bevorderen en de verkiezingen waren daarvan een voorbeeld.

De Tijdelijk Zaakgelastigde van de FRJ herhaalde dat zijn regering resolutie 1244 geheel onderschreef. Bij de implementatie onderscheidde de FRJ zes prioriteiten: terugkeer van vluchtelingen naar Kosovo, SoFA's met UNMIK en KFOR, oplossing van de kwestie van gedetineerden en vermisten, Servische verkiezingen ook in Kosovo, terugkeer van VJ-troepen naar Kosovo en oplossing van de kwestie van de diplomatieke vertegenwoordigingen in Kosovo. De tijd was nog niet rijp om oplossingen te vinden voor de finale status van Kosovo.

Naar aanleiding van de incidenten in Kosovo en de FRJ (aanslag op de Servische politieagenten en op het hoofd van de FRJ-liaison in Pristina), legde Nederland op 21 november een voorzittersverklaring af, waarin de Raad de aanslagen veroordeelde, opriep tot een justitieel onderzoek en eiste dat alle partijen afzagen van geweld in het bijzonder tegen etnische minderheden en samen zouden werken met KFOR en UNMIK.

Assistent Secretaris-Generaal Annabi informeerde de Raad op 27 november over de recente aanslagen en de situatie in de veiligheidszone van de Presovo vallei, waar gewapende etnische Albanezen in een reeks gevechten de Servische politie uit de controleposten hadden verjaagd.

Volgens Rusland was de situatie te wijten aan de toegeeflijke houding van UNMIK en KFOR tegenover de KLA. Rusland pleitte tevens voor opheffing van het wapenembargo tegen de FRJ. Andere leden meenden dat Kouchner, UNMIK en KFOR in een door etnische spanningen verscheurd gebied deden wat mogelijk was en daarom de steun van de Raad verdienden.

Nederland stelde de Raad op de hoogte van een gesprek met de Tijdelijk Zaakgelastigde van de FRJ, die een brief van President Kostunica overhandigde, waarin deze een beroep deed op de Raad om te voorkomen dat terroristen de veiligheidszone betraden en de controleposten overnamen.

AZIE

Afghanistan

Persoonlijk Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal Vendrell sprak op 3 november over de situatie in Afghanistan. Het United Front had zich weer enigszins hersteld en de gelederen gesloten waardoor een verdere Taliban-opmars was gestuit.

Vendrell's pogingen een onderhandelingsproces te entameren hadden succes gehad. Beide partijen hadden hem schriftelijk bevestigd dat zij bereid waren tot een proces van onderhandelingen, met als enige voorwaarde vooraf dat geen der partijen uit de onderhandelingen zou weglopen.

Erick de Mul, UN Resident and Humanitarian Coordinator in Afghanistan gaf op Nederlands verzoek een briefing over de humanitaire situatie in Afghanistan, die zich in een neerwaartse spiraal bevond. Met name de droogte, gecombineerd met de gevechten en het grote aantal ontheemden en terugkerende vluchtelingen droegen daaraan bij. De Mul meende dat de VN-sancties een psychologisch effect op de Afghaanse bevolking hadden: de sancties schenen wellicht mild voor de buitenwereld, maar ze hadden de communicatie van Afghanistan met de buitenwereld ingeperkt en daarmee gezorgd voor een verder gevoel van "isolation and victimisation" onder de gewone Afghaanse bevolking.

Deze opmerking veroorzaakte een levendige discussie in de Raad over de wenselijkheid van verdergaande sancties tegen de Taliban.

Rusland, VS, VK en Frankrijk meenden dat de huidige sancties geen vruchten afwierpen. Afghanistan was een terroristisch broeinest en het was hoog tijd voor verdergaande doelgerichte maatregelen, bijvoorbeeld een wapenembargo.

Op basis van een OCHA-document, waarin een opsomming werd gegeven van het effect van het verbod op Arianavluchten op de burgerbevolking, meenden de overige leden, waaronder Nederland, dat voordat verdergaande sancties werden overwogen eerst een "humanitarian impact assessment" moest worden uitgevoerd.

In een persverklaring verwelkomde de Raad het akkoord van partijen voor een onderhandelingsproces.

Bougainville

Assistent Secretaris-Generaal Turk informeerde de Raad op 30 november over de stand van zaken in Bougainville. De onderhandelingen tussen de regering van Papoea Nieuw-Guinea en de Bougainvillezen verliepen moeizaam. Partijen beschuldigden elkaar ervan moedwillig de reeds bereikte overeenstemming verkeerd te interpreteren.

De voornaamste knelpunten waren, volgens Turk, de vraag of het referendum avant autonomie moest plaatsvinden, of een van de referendumvragen de optie van onafhankelijkheid kon betreffen en welke bevoegdheden de autonome regering van Bougainville zou krijgen.

De wapenstilstand hield stand, maar Turk achtte het niet uitgesloten dat het geweld opnieuw zou beginnen, zeker als de politieke impasse zou voortduren.

Gezien de omstandigheden vond de Secretaris-Generaal het belangrijk om de aanwezigheid van het VN-kantoor in Bougainville, UNPOB, met twaalf maanden te verlengen, waarvoor hij algemene steun kreeg in de Raad.

Als voorzitter van de Raad, sprak Nederland tegenover de pers een verklaring uit, waarin de Raad hoopte dat de onderhandelingen in de nabije toekomst tot inhoudelijke resultaten zouden leiden.

VR missie naar Timor en Jakarta

Op 20 november verzorgde de leider van de Veiligheidsraadmissie naar Timor en Jakarta een briefing voor de Raad. De Namibische Ambassadeur Andjaba signaleerde grote vooruitgang in Oost-Timor, hoewel het platteland duidelijk achterliep bij Dili.

In Oost-Timor bleek bereidheid tot verzoening, maar degenen die zich vorig jaar schuldig hadden gemaakt aan wandaden mochten de gerechtigheid niet ontlopen.

In West-Timor hadden gesprekken plaatsgevonden met overheidsfunctionarissen, waaronder de militaire en politiechefs, met NGO's en met enkele vertegenwoordigers van de koepelorganisatie van de milities. De militieleiders zouden geweld afgezworen hebben en de noodzaak van verzoening zonder voorwaarden vooraf aanvaard hebben. In Jakarta had de missie met vice-president Megawati en minister Yudhoyono gesproken. Zij hadden de missie ervan verzekerd dat zij vastbesloten waren de misdadigers te vervolgen en dat de eerste processen januari 2001 zouden beginnen.

Op 28 november gaf UN Transitional Administrator Sergio Vieira de Mello tijdens een open bijeenkomst een briefing over de stand van zaken in Oost-Timor. De Mello meende dat vorderingen werden gemaakt op de weg naar onafhankelijkheid. Midden volgend jaar werden algemene verkiezingen voorzien voor een grondwetgevende vergadering (die zich na aanvaarding van de grondwet zou omvormen tot het parlement). Eind 2001 zouden presidentiële verkiezingen die kunnen plaatsvinden gevolgd door de proclamatie van de onafhankelijkheid. De "Timorisering" van het bestuur zou dan voltooid moeten zijn.

Volgens De Mello zou nu reeds moeten worden begonnen met de planning voor de post-onafhankelijkheidsfase; ook dan zou Oost-Timor moeten kunnen blijven rekenen op internationale steun en samenwerking. Problemen bestonden er onder andere bij de wederopbouw van de infrastructuur. Voorts vroeg De Mello om extra middelen voor de justitiële sector en om ter beschikking stelling van goede justitiële onderzoekers.

Met betrekking tot West-Timor uitte De Mello zorgen over de milities, maar hij noteerde enige vooruitgang op het gebied van repatriëring en verzoening.

Nederland herhaalde het standpunt dat onafhankelijkheid niet overhaast moest geschieden en wees in dit verband naar het door Nederland geëntameerde debat over de exit-strategie.

Brahimi-rapport

Op 13 november aanvaardde de Veiligheidsraad unaniem resolutie 1327, waarbij in de aangehechte annex met besluiten en aanbevelingen uitvoering wordt gegeven aan die aanbevelingen uit het Brahimi-rapport die de Raad regarderen.

Na aanvaarding van de resolutie legden alle leden van de Raad een verklaring af, waarin algemeen de opvatting werd verkondigd dat de Raad een belangrijke eerste stap had gezet om VN-vredesoperaties beter op te zetten en uit te voeren.

De belangrijkste aanbevelingen zijn de volgende:

¬ Mandaten dienen helder, geloofwaardig en uitvoerbaar te zijn

¬ Grotere betrokkenheid van troepenleveranciers bij het opzetten van en uitvoering van mandaten, vooral door het houden van interactieve "private meetings" alsmede meer omvattende briefings op politiek, militair en humanitair terrein.

¬ De "rules of engagement" moeten de omstandigheden waarin geweld mag worden gebruikt ter bescherming van personeel, militair of civiel, helder uiteenzetten

¬ De SG is gevraagd om een alomvattende operationele doctrine voor te bereiden voor de militaire component van VN-vredesoperaties

¬ De noodzaak van "rapid deployment" na aanvaarding van de desbetreffende Veiligheidsraad-resolutie.

De resolutie wijst ook expliciet op het belang van conflictpreventie, vredesopbouw en de belangrijke rol van vrouwen daarin en op het belang van effectieve coördinatie van ontwapening, demobilisatie en reïntegratie programma's.

Ik zal de Kamer in januari 2001 separaat informeren over de implementatie van het Brahimi-rapport.

UNHCR

Mevrouw Ogata gebruikte haar laatste optreden op 10 november in de Veiligheidsraad voor een terugblik op haar mandaat als Hoge Commissaris.

Zij beklemtoonde dat samenwerking tussen UNHCR en de Veiligheidsraad meer dan ooit nodig was nu conflicten veel complexer waren geworden, onder meer als gevolg van het binnenlandse karakter van veel conflicten. Steeds meer werden vluchtelingen en ontheemden, alsook hulpverleners, zelf het doelwit van militaire acties.

Mevrouw Ogata verwelkomde het Brahimi-rapport en benadrukte vooral de noodzaak van snelle actie en presentie van veiligheidspersoneel. Zij vergeleek daarbij vredesoperaties met de UNHCR, die beschikt over snel inzetbare middelen, zodat binnen enkele dagen hulp kon worden verleend.

In het debat werd mevrouw Ogata geprezen voor de aanpak van de ontheemdenproblematiek en werd de noodzaak onderstreept van meer fondsen mede ten behoeve van de ontvangende landen. Nederland benadrukte de noodzaak van een geïntegreerde benadering en riep alle lidstaten op het Nederlandse voorbeeld te volgen bij te dragen aan het fonds voor de veiligheid van VN-personeel.

Mevrouw Ogata en veel delegaties verwelkomden de benoeming van Professor Lubbers als de nieuwe UNHCR.

Open debat "No exit without strategy"

Op 15 november vond het open debat plaats van de Veiligheidsraad over het door Nederland gekozen thema "No exit without strategy". Ter voorbereiding had Nederland een achtergrondpapier als document verspreid. Behalve de Raadsleden spraken achttien delegaties. De bijeenkomst was een bijzonder nuttige eerste fase in de discussie over een belangrijk thema dat niet expliciet behandeld werd in het Brahimi-rapport.

Nederland stelde dat de beëindiging of overgang van vredesoperaties een reëel probleem was bij de besluitvorming in de Veiligheidsraad. Het zou moeten gaan om "getting it right, rather than simply getting out". Voor sommige sprekers betekende dit dat er een democratische regering diende te zijn, anderen noemden ook sociaal-economische stabiliteit als voorwaarde.

Men was het erover eens dat het vaststellen van de voorwaarden voor het beëindigen of transformeren van een vredesoperatie (in post-conflict activiteiten) al in de eerste fase moest gebeuren en in samenhang met de formulering van de doelstellingen en het mandaat van die operatie.

Over de vraag hoe het functioneren van de Raad zou moeten verbeteren, kwam een aantal reacties, veelal geënt op het Brahimi-rapport. Een aantal delegaties meende dat een betere analyse nodig was van de oorzaken en de (regionale) context. Voorts werden verschillende factoren genoemd waar de Raad rekening mee diende te houden, zoals de beschikbaarheid van kleine wapens, de smokkel van kostbare grondstoffen en het belang van ontwapening, demobilisatie en reïntegratie van oud-strijders. Ook zou de Raad mechanismen moeten ontwikkelen voor overleg en coördinatie met andere lichamen, binnen en buiten de VN (vooral de internationale financiële instellingen).

Op 30 november stemde de Raad er mee in dat Nederland als voorzitter een brief zou sturen aan de Secretaris-Generaal met het verzoek uiterlijk april 2001 de Raad een rapport met een analyse en aanbevelingen voor te leggen over de rol van de Raad bij de beëindiging en transformatie van vredesoperaties.

Seminar humanitaire interventie

Op 20 november vond in aanwezigheid van de Secretaris-Generaal een seminar inzake humanitaire interventie plaats, dat de International Peace Academy (IPA) op verzoek van Nederland had georganiseerd.

Ik opende dit seminar en betoogde dat het evenwicht tussen de concepten van soevereiniteit en mensenrechten verschoven was ten gunste van het laatste. Staten moesten kunnen ingrijpen indien er sprake was van grove en massale schendingen van de rechten van de mens. Dit beginsel diende echter wel zijn expliciete grondslag te krijgen in het internationale recht.

Een aantal panels boog zich over de vraag naar het nut en de wenselijkheid van de opstelling van politieke en/of juridische regels voor humanitaire interventie (codificatie), de vraag of de mogelijkheid van humanitaire interventie zou kunnen bijdragen aan de voorkoming van massale schendingen van mensenrechten (preventie) en de relevantie ervan voor het functioneren van de Veiligheidsraad.

Emeritus-hoogleraar Professor Baehr gaf in het eerste panel een kort overzicht van de resultaten die door Nederland van de seminars in Scheveningen en Noordwijk over dit onderwerp werden georganiseerd.

Het seminar had een levendig verloop. Van belang werd geacht dat de discussie over humanitaire interventie op gang blijft, en dat ook Veiligheidsraadleden als Rusland en China deelnemen aan de discussie.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Kenmerk DVF/PJ-636/00
Blad /1

===

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie