Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Regeling forfaitaire winstvaststelling zeescheepvaart 2001

Datum nieuwsfeit: 20-12-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Financien
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Regeling forfaitaire winstvaststelling 2001



MINISTERIE VAN FINANCIËN

DIRECTORAAT-GENERAAL VOOR FISCALE ZAKEN

DIRECTIE WETGEVING DIRECTE BELASTINGEN

s-Gravenhage, 20 december 2000

WDB00/919M

Regeling forfaitaire winstvaststelling zeescheepvaart 2001

De Staatssecretaris van Financiën,

Gelet op artikel 3.22 van de Wet inkomstenbelasting 2001;

Besluit:

Artikel 1 Reikwijdte en definitie


1. Deze regeling geeft uitvoering aan artikel 3.22 van de Wet inkomstenbelasting 2001.


2. Deze regeling verstaat onder wet: Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel 2 Indiening verzoek

Bij indiening van een verzoek om toepassing van artikel 3.22, eerste lid, van de wet verstrekt de belastingplichtige een opgave van:


a. de schepen en de andere zaken die bij het begin van het jaar waarin het verzoek wordt gedaan, door de onderneming worden gebruikt voor het behalen van winst uit zeescheepvaart en tot het vermogen van de onderneming behoren;


b. de mate waarin de andere zaken worden gebruikt voor het behalen van winst uit zeescheepvaart;


c. de boekwaarde en de waarde in het economische verkeer van de in onderdeel a bedoelde schepen en andere zaken op het tijdstip dat onmiddellijk voorafgaat aan het jaar waarin het verzoek wordt gedaan;


d. het bedrag van de op grond van artikel 3.53 van de wet gevormde reserves die verband houden met de zeescheepvaart op het tijdstip dat onmiddellijk voorafgaat aan het jaar waarin het verzoek wordt gedaan.

Artikel 3 Overgang schip uit tonnage


1. Het bedrag dat door de inspecteur op grond van artikel
3.23, derde lid, laatste volzin, van de wet bij beschikking is vastgesteld, wordt verminderd met het bedrag dat buiten aanmerking is gebleven met betrekking tot een schip waarop artikel 3.24, tweede lid, van de wet toepassing vindt. Het gewijzigde bedrag dat op grond van artikel 3.23, derde lid, van de wet buiten aanmerking blijft, wordt door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld.

2. Een schip waarop artikel 3.24, tweede lid, van de wet toepassing vindt, wordt op het in dat artikel bedoelde tijdstip voor geen hogere waarde te boek gesteld, dan de waarde waarvoor het te boek was gesteld onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop artikel 3.22 van de wet met betrekking tot het schip van toepassing werd.

Artikel 4 Overgang schip naar tonnage

Ingeval een belastingplichtige van wie de winst uit zeescheepvaart wordt bepaald volgens artikel 3.22, eerste lid, van de wet met betrekking tot een schip dat reeds tot het vermogen van de onderneming behoort, gaat voldoen aan de voorwaarden betreffende de exploitatie bedoeld in het vierde en vijfde lid van dat artikel, wordt tot de winst van het kalenderjaar mede gerekend de op grond van artikel 3.53 van de wet met betrekking tot dit schip gevormde reserves en het verschil tussen de waarde in het economisch verkeer en de boekwaarde van het schip. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot andere zaken.

Artikel 5 Fiscale eenheid


1. Indien met betrekking tot een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 de winst uit zeescheepvaart wordt bepaald volgens artikel 3.22, eerste lid, van de wet, blijft deze wijze van winstbepaling van toepassing met betrekking tot de belastingplichtige die ophoudt als dochtermaatschappij deel uit te maken van de fiscale eenheid. Wederopzegging is slechts mogelijk met ingang van het jaar waarin de moedermaatschappij van de fiscale eenheid dit zou kunnen doen.


2. Indien met betrekking tot een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 de winst niet wordt bepaald op grond van artikel 3.22, eerste lid, van de wet, blijft deze wijze van winstbepaling van toepassing met betrekking tot de belastingplichtige die ophoudt als dochtermaatschappij deel uit te maken van de fiscale eenheid. Een verzoek als bedoeld in artikel 3.22, eerste lid, van de wet kan door deze belastingplichtige slechts worden gedaan in het jaar waarin de moedermaatschappij van de fiscale eenheid een dergelijk verzoek zou kunnen doen.


3. Indien de belastingplichtige die een verzoek doet als bedoeld in artikel 3.22, eerste lid, van de wet, in het jaar waarin het verzoek wordt gedaan of in het daaraan voorafgaande jaar heeft opgehouden als dochtermaatschappij deel uit te maken van een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de fiscale eenheid op het splitsingstijdstip nog aanspraken heeft op verrekening van verliezen, zal aan de inwilliging van het verzoek de voorwaarde worden verbonden dat de moedermaatschappij van de fiscale eenheid en de dochtermaatschappij gezamenlijk ermee instemmen dat de aanspraken op de verrekening van verliezen tot het niveau van het in artikel 3.23, tweede lid, van de wet bedoelde gezamenlijke bedrag, of ingeval dat minder is het bedrag van de onverrekende verliezen, overgaan op de dochtermaatschappij.


4. De vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing op een belastingplichtige die als ledenmaatschappij deel heeft uitgemaakt van een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, alsmede op de centrale maatschappij van die eenheid.

Artikel 6 Doorschuiving


1. Bij een overdracht als bedoeld in artikel 3.59, tweede lid of artikel 3.63 van de wet, een omzetting als bedoeld in artikel 3.65 van de wet, een splitsing als bedoeld in artikel 3.56 van de wet, een fusie als bedoeld in artikel 3.57 van de wet, of een overdracht als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 vindt artikel 5 overeenkomstige toepassing met betrekking tot de door de voortzettende belastingplichtige toe te passen wijze van winstbepaling, het tijdstip waarop hij een verzoek kan doen als bedoeld in artikel 3.22, eerste lid, van de wet, het tijdstip waarop wederopzegging mogelijk is, alsmede met betrekking tot het inwilligen van een verzoek onder de voorwaarde van het overgaan van aanspraken op verrekening van verliezen.


2. Indien de voortzettende belastingplichtige in enig jaar na 1994 doch voorafgaand aan een splitsing als bedoeld in artikel 3.56 van de wet, een fusie als bedoeld in artikel 3.57 van de wet of een overdracht als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 winst uit zeescheepvaart heeft genoten, vindt met betrekking tot het tijdstip waarop deze belastingplichtige een verzoek kan doen als bedoeld in artikel 3.22, eerste lid, van de wet alsmede het tijdstip waarop wederopzegging mogelijk is, het eerste lid geen toepassing.

Artikel 7 Overgangsbepaling

Een beschikking op de voet van artikel 8c, vijfde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals dat luidde op 31 december 2000, op grond waarvan de winst uit zeescheepvaart wordt bepaald aan de hand van de tonnage, wordt geacht te zijn verleend op grond van artikel 3.22 van de wet.

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Artikel 9 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling forfaitaire winstvaststelling zeescheepvaart 2001.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Financiën,

Toelichting

Doordat de Wet op de inkomstenbelasting 1964 bij artikel 11.1, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 is ingetrokken, vervalt van rechtswege ook de op die wet gebaseerde Regeling forfaitaire winstvaststelling zeescheepvaart, tenzij een nieuwe grondslag wordt gegeven aan die regeling. Met het oog op de duidelijkheid is gekozen voor een nieuwe regeling: de Regeling forfaitaire winstvaststelling zeescheepvaart 2001.

In artikel 3.22, zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 is de bevoegdheid opgenomen om nadere regels te stellen voor de toepassing van dat artikel alsmede van de artikelen 3.23 en 3.24. Van deze bevoegdheid is in de onderhavige regeling gebruik gemaakt. Deze regeling is de opvolger van de bestaande Regeling forfaitaire winstvaststelling zeescheepvaart.

Artikel 3.24, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 is ontleend aan artikel 3 van de bestaande regeling (het eerste lid en het tweede lid, eerste volzin). De Regeling is op dit punt aangepast.

Inhoudelijk is de regeling slechts op twee punten gewijzigd. Deze wijzigingen houden in dat artikel 6 ook van toepassing is bij geruisloze doorschuiving in geval van ontbinding van de huwelijksgemeenschap en bij een juridische splitsing.

Voorts bevat artikel 7 een overgangsbepaling die ertoe leidt dat de onder de Wet inkomstenbelasting 1964 verleende beschikking op grond waarvan de winst uit zeescheepvaart aan de hand van de tonnage mag worden vastgesteld, ook onder de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn gelding behoudt.

De nieuwe regeling treedt met ingang van 1 januari 2001 in werking.

De Staatssecretaris van Financiën,

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie