Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Conjunctuurbericht december 2000

Datum nieuwsfeit: 21-12-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek
Zoek soortgelijke berichten
Centraal Bureau voor de Statistiek

Conjunctuurbericht december 2000
Afsluitdatum gegevens: 19 december 2000

* In veel landen vlakt de economische groei af
* 2000: conjunctureel goed jaar voor Nederland
* Werkloosheid: daalt niet meer

* Productie industrie: daling in oktober

* Investeringsverwachting: investeringen ook in 2001 hoog
* Gezinsconsumptie: groei blijft op peil

* Consumentenprijzen: inflatie vlakt iets af
* Producentenprijzen: nog steeds een oplopende trend
* Consumenten: in 2000 iets minder positief over economie
* Focus: prijsbewust

* Internationaal: de kandidaat-lidstaten van de Europese Unie
In veel landen vlakt de economische groei af
In de loop van dit jaar is in de Verenigde Staten en de belangrijke landen van de Europese Unie de economische groei afgevlakt. In Nederland komt de toename van het bruto binnenlands product in het derde kwartaal uit op 3,4% tegen 4,1% in het tweede. Aan de daling van de werkloosheid is een eind gekomen. Nadat het aantal kortdurend werklozen al enige tijd vrijwel stabiel was, is nu ook de daling van het aantal langdurig werklozen tot stilstand gekomen. De productie in de industrie is in oktober, geschoond voor seizoeninvloeden, lager dan in september. De industriële ondernemers zijn echter optimistisch over het bedrag dat zij volgend jaar denken te gaan investeren. De inflatie komt in november (3,0%) iets lager uit dan een maand eerder. De trend van de afzet- en verbruiksprijzen in de industrie is nog steeds stijgend. De prijs van een vat aardolie (North Sea Brent) is in december fors gedaald. De euro en de gulden zijn ten opzichte van de dollar in waarde gestegen. De lange termijnrente is in de eerste helft van december gedaald naar 5,0%.

2000: conjunctureel goed jaar voor Nederland
In conjunctureel opzicht is 2000 een goed jaar voor de Nederlandse economie. De economische groei in de eerste negen maanden bedraagt 4,1%. Daarmee ligt de volumeontwikkeling van het bruto binnenlands product voor het vierde achtereenvolgende jaar in de buurt van de vier procent. Een dergelijke lange periode van hoge groeicijfers kwam voor het laatst voor in het begin van de jaren zeventig. De export heeft in de eerste negen maanden van 2000 het voortouw overgenomen van de binnenlandse bestedingen. In 1999 haperde deze traditionele motor van de Nederlandse economie als gevolg van tegenvallende ontwikkelingen in de wereldhandel. In het kielzog van de aantrekkende exportgroei laat ook de invoer een hogere volumetoename zien. Naast de buitenlandse handel stijgen ook de overheidsinvesteringen in 2000 relatief sterk. Dit hangt samen met het op gang komen van enkele grote infrastructuurprojecten, zoals de Betuwelijn en de hogesnelheidslijn. De investeringen door bedrijven daarentegen kennen in de eerste negen maanden een gematigde ontwikkeling.

..
Geregistreerde werkloosheid: daalt niet meer
Aan de jarenlange daling van de geregistreerde werkloosheid is een einde gekomen. Geschoond voor seizoeninvloeden komt het aantal geregistreerde werklozen in de maanden september-november uit op 191 duizend. De werkloosheidscijfers hebben dit jaar een grillig verloop. De onderliggende tendens was echter dalend. Deze daling verliep evenwel in een steeds lager tempo. Uit het meest recente cijfer kan worden geconcludeerd dat de geregistreerde werkloosheid nu niet meer daalt. Daarmee komt een einde aan de onafgebroken afname sinds begin 1994. Door de tot voor kort dalende werkloosheid is het aantal werklozen nog wel zestienduizend lager dan een jaar eerder. Het aantal werklozen in de maanden september-november is hoger dan in juni-augustus. Dit betekent nog niet dat de werkloosheid nu stijgt. Het verschil valt binnen de onnauwkeurigheidsmarge van de steekproefuitkomsten.

..
Productie industrie: daling in oktober
Vergeleken met september is de voor seizoeninvloeden geschoonde industriële productie in oktober 3% gedaald. De lagere productie is in alle branches opgetreden. De productie in oktober ligt ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar 0,3% lager. In oktober 1999 lag de bedrijvigheid echter op een relatief hoog niveau.

Tot en met oktober ligt de gemiddelde maandproductie dit jaar 2,7% hoger dan de gemiddelde maandproductie van 1999. Dit impliceert een afvlakking van de productiegroei. In de loop van 2000 hebben personeelstekorten de productie in toenemende mate belemmerd. Vergeleken met 1999 groeit de productie het sterkst in de aardolie, chemie en kunststofverwerking (5,3%) en het minst in de papier- en grafische industrie (0,8%). De productie in de textiel-, kleding- en lederwarenindustrie heeft zich duidelijk hersteld. Vorig jaar kende deze branche een negatieve groei.

..
Investeringsverwachting: investeringen ook in 2001 hoog De ondernemers in de industrie verwachten dat in 2001 het bedrag van hun investeringen 5% hoger zal uitvallen dan dit jaar. Voor 2000 verwachten zij dat de waarde van hun investeringen in vaste activa 13% hoger uit zal komen en kan oplopen naar een bedrag van ruim 21 miljard gulden. Volgend jaar belooft voor de investeringen dus een topjaar te worden.

Per bedrijfstak lopen de investeringsverwachtingen voor 2001 nogal uiteen. Met name in de voedings- en genotmiddelenindustrie zijn de ondernemers erg optimistisch. Denkt men dit jaar al een waardestijging van de investeringen met 12% te realiseren, voor volgend jaar wordt nog eens een toename voorzien van maar liefst 19%. In de aardolie-industrie wordt na een aantal jaren van relatief lage investeringen voor 2000 weer een groei verwacht. Dit optimisme krijgt volgend jaar geen vervolg. De ondernemers in de aardolie-industrie voorzien dan weer een daling. De afname dit jaar van de investeringen door de openbare nutsbedrijven (-27%) wordt door een verwachte stijging volgend jaar met 24% goeddeels gecompenseerd.

..
Gezinsconsumptie: groei blijft op peil
Het volume van de binnenlandse consumptieve bestedingen in de eerste negen maanden van 2000 is 3,8% groter dan in hetzelfde tijdvak een jaar eerder. Dit percentage is in lijn met de jaargroei over geheel 1999, die eveneens op 3,8% uitkwam. Vanaf 1995 maakt de consumptie een sterke volumegroei door. Vergeleken met 1995 ligt het niveau van de bestedingen inmiddels een kleine twintig procent hoger. In deze vijf jaar valt vooral de sterke volumestijging bij de aankopen van duurzame goederen op (ruim 30%).

De toename van de bestedingen aan voedings- en genotmiddelen was in deze periode relatief bescheiden (7%). Bij de aankopen van duurzame goederen treedt in 2000 een kentering op. Over de periode januari-september bezien bedraagt de volumegroei 3,6%. Dit is ongeveer een halvering van het hoge groeipercentage over 1999. Gemeten over de eerste negen maanden van dit jaar laten de uitgaven aan diensten de grootste toename zien (4,3%). Dit hangt samen met de ontwikkeling van de bestedingen aan financiële diensten en aan communicatie: in navolging van de zakelijke markt maakt een steeds bredere groep consumenten gebruik van mobiele telefonie en Internet. Het groeicijfer van de uitgaven aan voedings- en genotmiddelen is het laagst, in de periode januari-september is het volume 1,4% hoger dan een jaar eerder.

..
Consumentenprijzen: inflatie vlakt iets af
De consumentenprijzen zijn in november vergeleken met oktober van dit jaar gemiddeld onveranderd gebleven. Duurder werden verse groenten en vers vlees, evenals bloemen en planten. Lagere prijzen werden waargenomen voor onder andere autobrandstoffen, kleding, fruit en vakantie-accommodaties.

De inflatie komt in november, in vergelijking met november vorig jaar, uit op 3,0%. Dit is 0,1%-punt lager dan vorige maand. De belangrijkste oorzaak hiervan is de ontwikkeling van de prijzen van autobrandstoffen. Van de inflatie van 3,0% komt 1,2%-punt voor rekening van energieproducten. Andere goederen en diensten droegen in november met 1,8%-punt bij aan de inflatie.

..
Producentenprijzen: nog steeds een oplopende trend De prijzen van in ons land vervaardigde industriële producten zijn in oktober vergeleken met september van dit jaar met 0,8% gestegen. De exportprijzen en de binnenlandse afzetprijzen laten een vrijwel gelijke stijging zien. Het tempo van de prijsstijgingen loopt nog steeds op. Vergeleken met dezelfde periode van vorig jaar ligt het niveau in oktober 13,4% hoger. In oktober 1999 was dit 4,8% en sindsdien is deze prijsmutatie vrijwel onafgebroken toegenomen. De invloed van de prijsontwikkeling van producten van de aardolie-industrie hierin is onmiskenbaar. Echter ook exclusief de aardolieproducten vertonen de afzetprijzen nog steeds een stijgende trend. In oktober 2000 lag het niveau van de producentenprijzen (uitgezonderd de aardolieproducten) 6,6% hoger dan een jaar eerder. In oktober van vorig jaar was dit nog 1,0%.

De prijs van een vat aardolie (North Sea Brent) was in november nog gemiddeld ruim $32. In de loop van december is de prijs tot onder de $30 gedaald. Op 15 december moest voor een vat ruwe aardolie $26 betaald worden.

..
Consumenten: in 2000 iets minder positief over economie De Nederlandse consument is in de loop van dit jaar wat minder positief geworden over de recente economische ontwikkelingen. Volgens het Consumenten Conjunctuur Onderzoek vond aan het begin van dit jaar meer dan de helft van de consumenten dat de toestand van de economie in de voorgaande twaalf maanden verbeterd was. In de loop van het jaar is dat aantal teruggelopen, tot 35% in november. In plaats daarvan vindt nu een groter aantal Nederlanders dat de economische situatie ongewijzigd is gebleven.

Eén van de redenen voor deze verschuiving kan de oplopende inflatie zijn. Begin 2000 vond 15% van de Nederlanders dat de prijzen in de voorgaande twaalf maanden sterk gestegen waren. In de loop van het jaar nam dat percentage toe, tot 19% in november. Over de eigen financiële situatie zijn de consumenten in 2000 relatief positief gebleven. Het aantal huishoudens waarvan de financiën in de voorgaande twaalf maanden zijn verbeterd, schommelt het hele jaar rond de 30%. Meer dan de helft van de huishoudens vond dat hun financiële toestand ongewijzigd was gebleven. Gemiddeld 12% van de consumenten gaf aan er het voorafgaande jaar financieel op achteruit te zijn gegaan. Overigens spelen daarbij niet alleen economische factoren een rol: ook bijvoorbeeld echtscheiding of langdurige ziekte hebben financiële consequenties.

..
Focus: prijsbewust
Door het CBS worden verschillende prijsindexcijfers gepubliceerd. Iedere prijsindex heeft zijn eigen gebruiksdoel. Algemeen geldt als maatstaf voor de inflatie in Nederland de ontwikkeling van de consumentenprijsindex voor alle huishoudens (CPI). De afgeleide consumentenprijsindex voor werknemersgezinnen met een laag inkomen (CPI-A) wordt vaak gebruikt voor het aanpassen van CAO's.

In deze afgeleide index worden de veranderingen in de tarieven van indirecte belastingen en consumptiegebonden belastingen niet meegenomen. Speciaal voor het vergelijken van de inflatie tussen de lidstaten van de Europese Unie wordt de geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) samengesteld. In de HICP worden in tegenstelling tot de CPI het wonen in een eigen huis (huurwaarde), de consumptiegebonden belastingen, de uitgaven in het buitenland en de contributies aan sportverenigingen en maatschappelijke organisaties niet meegenomen. Daarentegen is een groter deel van de gezondheidszorg (particulier verzekerden) wel inbegrepen.

De CPI laat in november dit jaar ten opzichte van 1995 met 12,9% de grootste stijging zien, de HICP is in deze periode met 11,3% gestegen en de CPI-A met 10,5%. Vanaf 1998 tot medio dit jaar is de toename van de CPI steeds wat groter dan die van de HICP. Dit komt mede doordat de huurstijgingen boven het gemiddelde inflatiecijfer uitgingen. De hogere huren worden wel in de huurwaarde van de CPI doorberekend, maar niet in de HICP meegenomen. Mede door de relatief lage huurstijging dit jaar wordt het verschil vanaf juli 2000 kleiner.

De bovenstaande drie prijsindexcijfers hebben betrekking op de consumptieve bestedingen van huishoudens. De prijsontwikkeling van alle bestedingen, inclusief die van de overheid, de investeringen en het uitvoeroverschot, wordt per kwartaal weergegeven door de deflator van het bruto binnenlands product (BBP). Ten opzichte van 1995 is de BBP-deflator in het derde kwartaal dit jaar met 10,2% gestegen. Daarmee blijft deze deflator achter bij de CPI die met 11,8% is gestegen. Vanaf het eerste kwartaal dit jaar stijgt de BBP-deflator harder dan de CPI, mede door het wegvallen van de omroepbijdrage uit het pakket van de CPI. Dit heeft op de CPI een prijsverlagend effect van ongeveer 0,4% en geen effect op de BBP-deflator.

..
Internationaal: de kandidaat-lidstaten van de Europese Unie Op de top in Nice deze maand zijn de Europese regeringsleiders het eens geworden over een aantal maatregelen om het bestuur van de Europese Unie (EU) effectiever te maken met het oog op uitbreiding. Het statistische bureau van de EU stelt gegevens samen over een groep kandidaat-lidstaten van de EU. Deze groep landen bestaat uit Bulgarije, Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Tsjechië en Turkije.

De waarde van het bruto binnenlands product (de som van alle geproduceerde goederen en diensten) in deze landen is met 525 miljard euro nog geen 7% van het BBP van de huidige lidstaten en bijna net zo groot als het BBP van Spanje. In Nederland bedroeg het BBP verleden jaar 374 miljard euro, ongeveer 5% van het EU-totaal.

De economische groei van de kandidaat-lidstaten was in de periode 1995-1999 gemiddeld per jaar 1,5%-punt groter dan in de EU. Alleen in 1999 lag de groei in de toekomstige lidstaten onder het EU-gemiddelde. In de eerste helft van dit jaar is de volumestijging van het bruto binnenlands product (BBP) in de kandidaat-landen weer 1%-punt hoger dan het EU-gemiddelde.

Het BBP per hoofd van de bevolking is een indicator om de relatieve welvaart tussen landen te vergelijken. Wel moet het BBP nog gecorrigeerd worden voor het verschil in prijsniveau tussen de landen, met de zogenaamde koopkrachtpariteiten. In 1999 is van de kandidaat-lidstaten het BBP per hoofd in Cyprus het hoogst en in Bulgarije het laagst. Voor de kandidaat-landen als totaal is het BBP per hoofd een derde deel van het cijfer voor de EU.

Conjunctuurbericht is een uitgave van de divisie Macro-economische Statistieken en Publicaties, sector Prijzen, Conjunctuur en Programmazaken, e-mail: (infoservice@cbs.nl). Laatst gewijzigd: 22 december 2000

© Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen, 2000 Bronvermelding is verplicht.
Verveelvoudiging voor eigen gebruik of intern gebruik is toegestaan.

..

Laatst gewijzigd: 21 december 2000

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie