Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Overheid stimuleert verlofsparen, ouderverlof, kinderopvang

Datum nieuwsfeit: 27-12-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Directie Sociale Zaken Voorlichting, en Werkgelegenheid Bibliotheek en Documentatie

27 december 2000 Nr. 2000/241

Fiscale tegemoetkoming verlofsparen, betaald ouderschapsverlof en kinderopvang

Per 1 januari 2001 wordt het sparen van verlofdagen, het opnemen van ouderschapsverlof en de financiering van kinderopvang fiscaal aantrekkelijker gemaakt.

Verlofsparen
Vanaf 1 januari wordt het mogelijk voor werknemers om jaarlijks maximaal tien procent van het bruto-jaarsalaris te sparen (in geld of tijd) voor een langer verlof. Bij sparen in tijd worden de gespaarde verlofuren omgerekend in geld. De totale inleg bedraagt maximaal 12 maanden. De werknemer betaalt pas belasting als het salaris wordt uitbetaald. De regeling voor verlofsparen kan worden gebruikt voor een studie of een inkomensvoorziening tijdens het langdurig zorgverlof, maar ook voor een wereldreis. Het verlof moet in overleg met de werkgever worden opgenomen. De regeling moet openstaan voor tenminste driekwart van de werknemers van de werkgever. Het is niet toegestaan verlofsparen te gebruiken om eerder met pensioen te gaan. Een werknemer die deelneemt aan een regeling voor verlofsparen zal de premies werknemerverzekeringen moeten betalen over het ingelegde bedrag. Dit betekent dat gedurende de spaarperiode geen verlaging van uitkeringsaanspraken plaats vindt. Op het moment dat de werknemer verlof opneemt, hoeft hij of zij deze premies dus niet meer af te dragen. Wordt de deelnemer aan een verlofspaarregeling ziek tijdens de periode van verlof, dan krijgt hij vanaf de dag waarop hij weer aan de slag zou gaan het loon uitbetaald waarop hij recht heeft bij ziekte. De periode van verlof wordt voor de werknemersverzekeringen beschouwd als onbetaald verlof. Dit betekent dat eventuele nadelige gevolgen van het niet verzekerd zijn voor de WAO of Ziektewet tijdens het onbetaald verlof, na afloop van dat verlof gerepareerd worden. De verzekering voor de WW loopt gewoon door gedurende de periode van onbetaald verlof. Het opnemen van het spaarverlof heeft dus geen nadelige gevolgen voor eventuele aanspraken op een uitkering. Ook de verplichte Ziekenfondsverzekering loopt door tijdens de verlofperiode.

Fiscale stimulering ouderschapsverlof
Vanaf 1 januari 2001 kunnen werkgevers aanspraak maken op een fiscale compensatie als zij het loon van werknemers doorbetalen tijdens ouderschapsverlof. Zij mogen 50 procent van het doorbetaalde loon, tot een maximum van 70 procent van het minimumloon, in mindering brengen op hun afdracht van loonbelasting en premies volksverzekeringen. Voorwaarde is dat de werknemer tijdens het ouderschapsverlof tenminste 70 procent van het wettelijke minimumloon krijgt doorbetaald. Ook moet de werkgever die de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof wil toepassen, de loondoorbetaling tijdens ouderschapsverlof in een collectieve arbeidsovereenkomst of een bedrijfsregeling geregeld hebben. Is dat niet het geval, dan moet de mogelijkheid tot doorbetaling openstaan voor ten minste driekwart van de werknemers van deze werkgever.
Het kabinet wil met deze regeling stimuleren dat werkgevers en werknemers in CAO's afspraken maken over loondoorbetaling tijdens ouderschapsverlof. Door loondoorbetaling tijdens ouderschapsverlof zal naar verwachting het gebruik toenemen, vooral onder werknemers met een lager inkomen en onder mannelijke werknemers.
Sinds 1 januari 1991 geldt voor werknemers een wettelijk recht op ouderschapsverlof. In de praktijk blijkt dat slechts één op de vijf ouders hiervan gebruik maakt. Oorzaak is dat de meeste werknemers tot nu toe alleen onbetaald verlof konden opnemen. Met name voor werknemers met een lager inkomen is ouderschapsverlof dan onaantrekkelijk. Daarnaast blijkt dat mannelijke werknemers eerder geneigd zijn om ouderschapsverlof op te nemen als hun salaris tijdens het verlof wordt doorbetaald. Om te stimuleren dat meer werknemers ouderschapsverlof opnemen, heeft het kabinet de fiscale stimuleringsregeling ouderschapsverlof ontwikkeld. Deze regeling is onderdeel van het beleid dat de combinatie werk en privé moet vergemakkelijken. Met dit beleid wil het kabinet bevorderen dat meer vrouwen (blijven) werken en economisch zelfstandig zijn en dat meer mannen zorgtaken op zich nemen. Bovendien sluit Nederland met deze regeling aan bij een ontwikkeling in Europa. Steeds meer landen maken betaald ouderschapsverlof mogelijk.

Meer belastingaftrek voor kinderopvang
Voor 2001 is 75 miljoen gulden extra beschikbaar gesteld om de buitengewone lastenaftrek voor uitgaven van kinderopvang verder te verruimen. De toegankelijkheid voor de laagste inkomens wordt vergroot door een verlaging van de minimale drempel (dit is het bedrag dat niet mag worden afgetrokken) van 336 gulden naar 99 gulden. Hierdoor zullen de lage inkomensgroepen nagenoeg alle kosten van kinderopvang af kunnen trekken. Voor midden- en hogere inkomens wordt de drempel van uitgaven voor kinderopvang eveneens verlaagd. Voor hen betekent deze tegemoetkoming een verlaging van de kosten van kinderopvang (bij voltijdse opvang voor één kind) tussen 400 gulden en ruim 1.800 gulden netto per jaar, afhankelijk van het inkomen. Gastouders in de kinderopvang maken nu vaak gebruik van de zogeheten 'invorderingsvrijstelling', een soort kortingsregeling voor mensen die geen loonbelasting betalen. Deze komt met ingang van 2001 te vervallen. Om de negatieve inkomensgevolgen voor belastingplichtigen die hiervan gebruik maken te beperken, heeft het kabinet een overgangsregeling ingesteld. Deze regeling zal niet alleen openstaan voor belastingplichtigen die in 2000 van de invorderingsvrijstelling gebruik maken, maar ook voor 'nieuwe gevallen'. Dit betekent dat ook mensen die met ingang van 2001 als gastouder fungeren van deze overgangsregeling gebruik kunnen maken. De positie van gastouders wordt betrokken bij de nieuw op te stellen Wet basisvoorziening kinderopvang die met ingang van 1 januari 2003 van kracht wordt.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie