Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Wijzigingen beloningen in 2001

Datum nieuwsfeit: 01-01-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Financien
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Wijzigingen beloningen, waaronder afzien van verlof in ruil



Wijzigingen beloningen, waaronder het afzien van verlofdagen in ruil voor (vergoeding van) computers en bijbehorende apparatuur

Dienstonderdeel Belastingdienst/Centrum voor Proces- en Productonwikkeling, Domein belastingen op arbeid en vermogen

Besluit van 23 november 1998, nr. DB98/968M1 (1e herdruk van 21 december 2000, nr. CPP2000/2942M voor de heffing van de loonbelasting/premie volksverzekeringen; opnieuw uitgebracht voor de toepassing van de Wet IB 2001)

De Directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.


1. Inleiding


In de uitvoeringspraktijk van de heffing van loonbelasting/premie volksverzekeringen blijkt behoefte te bestaan aan verduidelijking van de wetstoepassing in situaties waarin een werknemer een keuze met betrekking tot de vorm van te genieten beloning wordt aangeboden. Een bijzondere vorm van deze keuze doet zich voor indien werknemers de mogelijkheid wordt geboden ADV-dagen of vakantiedagen (hierna: verlofdagen) te ruilen voor (een vergoeding van) computers en bijbehorende apparatuur (hierna: computers), zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel q, van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: de Wet). Voorts blijkt uit het grote aantal verzoeken dat aan de Belastingdienst is voorgelegd een grote behoefte aan rechtszekerheid te bestaan.

In het belang van de rechtszekerheid, ter verduidelijking en ter bevordering van een uniforme fiscale behandeling zet ik hieronder het beleid dat op dit gebied zal worden gevoerd uiteen.

In onderdeel 2 van dit besluit wordt hiertoe een algemeen toetsingskader met betrekking tot aan werknemers geboden keuzes van arbeidsvoorwaarden of beloningsbestanddelen geschetst. Hierbij staat centraal de beoordeling van de realiteitswaarde van dergelijke keuzes. Onderdeel 3 betreft het afzien van verlofdagen in ruil voor een computer(-vergoeding). Tot slot wordt in onderdeel 4 een aantal voorbeelden gegeven van situaties waarin aan een omruil zonder meer de door betrokkenen beoogde fiscale gevolgen kunnen worden verbonden.

Dit besluit is een handreiking voor de praktijk; het kan, gelet op het aantal en de diversiteit van de denkbare situaties, geen uitsluitsel bieden voor de rechtstoepassing in elk concreet geval.


2. Wijziging overeengekomen beloning



1. Algemeen


Als algemeen uitgangspunt geldt dat het werknemers en werkgevers in beginsel vrij staat om de arbeidsvoorwaarden en in het bijzonder de (samenstelling van de) beloning, optimaal af te stemmen op de wettelijke mogelijkheden. In dit verband verwijs ik naar het besluit van 8 april 1994, nummer DB94/1119M (Infobulletin, mei 1994, volgnummer 94/339), waarin onder vraag 7 wordt ingegaan op de vervanging van belast loon door een onbelaste spaarpremie.

Bij een beoordeling uit welke fiscaal relevante onderdelen een beloning is samengesteld kan in beginsel worden aangenomen dat hetgeen werkgever en werknemer hierover schriftelijk in de arbeidsovereenkomst zijn overeengekomen (hierna: de overeengekomen beloning) realiteitswaarde heeft. Ook indien wijzigingen in de overeengekomen beloning worden aangebracht geldt als uitgangspunt dat de wijzigingen doorwerken in de werkelijke, in de toekomst te genieten beloning. Deze en de volgende aspecten kunnen ieder op zichzelf of in hun onderlinge samenhang bezien een rol spelen bij de beoordeling van de realiteitswaarde van een wijziging in de overeengekomen beloning en de eventuele gevolgen voor de heffing van de loonbelasting/premie volksverzekeringen.


2. Aard en consequenties van een wijziging


De aard van een wijziging van de overeengekomen beloning en de directe praktische betekenis daarvan kunnen van geval tot geval verschillen. Zo is het mogelijk dat een alternatieve beloning voortaan een bijzondere betrokkenheid van de werkgever vergt. Hierbij kan gedacht worden aan situaties waarin de werkgever zaken ter beschikking stelt en het onderhoud daarvan verzorgt. De aard van een wijziging kan ook inhouden dat een alternatieve beloning op een ander tijdstip wordt genoten of tot een andere waarde zal worden genoten. Een voorbeeld daarvan is het afzien van een structurele loonsverhoging in ruil voor tijdelijke kinderopvangfaciliteiten.

Een wijziging van de overeengekomen beloning heeft in een aantal situaties ook andere dan de primair beoogde consequenties. Indien bijvoorbeeld het loon in geld wordt verlaagd, heeft dit in het algemeen gevolgen voor:


- de grondslag voor de diensttijdvrijstelling;

- de pensioengrondslag;


- een vakantiegelduitkering;


- het loon tijdens ziekte of zwangerschap;


- het brutoloon sociale verzekeringen (zowel de premie- als de uitkeringsgrondslag);


- de grondslag voor inkomensafhankelijke voorzieningen, zoals de individuele huursubsidie.

Het past bij een reële wijziging van de overeengekomen beloning dat dergelijke verschillen of consequenties, voorzover aanwezig gelet op de terzake geldende regeling, bewust door de betrokkenen worden aanvaard.


3. Structurele of incidentele keuzemogelijkheid

Een structurele keuzemogelijkheid in een beloningsregeling is in het algemeen voor de betrokkenen van wezenlijke betekenis. Als een wijziging van de overeengekomen beloning berust op een dergelijke structurele keuzemogelijkheid, behoeft mitsdien doorgaans niet aan de realiteitswaarde van de wijziging te worden getwijfeld. In dat geval is het in het algemeen niet nodig dat elke afzonderlijke keuze wordt beoordeeld, maar kan worden volstaan met een beoordeling van de desbetreffende regeling.

Bij een min of meer incidentele keuzemogelijkheid kan, zeker als het gaat om een ruil zonder wezenlijke niet fiscale betekenis of consequenties, twijfel ontstaan over de realiteitswaarde en de fiscale duiding van de ruil. In zulke gevallen is de vormgeving in het bijzonder van belang om sterk gelijkende situaties met verschillende fiscale gevolgen van elkaar te onderscheiden.


4. Overige aspecten/misbruiksituaties

Zoals uit het vorenstaande blijkt behoefte de realiteitswaarde van een wijziging van de overeengekomen beloning in beginsel geen nadere beoordeling indien het een toekomstgerichte wijziging betreft die berust op een structurele regeling en indien sprake is van wezenlijke niet fiscale verschillen en consequenties. Betreft het echter (gekunstelde) situaties waarin één of meer van deze aspecten anders liggen, dan kan een nadere beoordeling wel nodig zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een beoogde wijziging van loon dat (mede) betrekking heeft op het verleden of in het verleden verrichte arbeid. Dan moet in het bijzonder worden beoordeeld of het desbetreffende loonbestanddeel op grond van artikel 13a, van de Wet, reeds is genoten of, door verrekening, bij gelegenheid van de wijziging wordt genoten. Duidelijkheidshalve merk ik op dat de met een wijziging beoogde fiscale consequenties uiteraard een aparte beoordeling vergen, ook indien geen twijfel bestaat over de realiteitswaarde van de wijziging. In al deze gevallen is voor de heffing van loonbelasting/premie volksverzekeringen bepalend hetgeen werkelijk is of wordt genoten.

In dit verband wijs ik op de uitspraak van Hof Den Haag, van 26 februari 1993, nummer 91/3498, (VN93/2505) waarin inhoudingen op het bruto loon werden aangemerkt als betalingen uit het netto loon, in het kader van een betalingsregeling. Ook wijs ik op het arrest van de Hoge Raad, van 18 februari 1998, nummer 306, naar aanleiding van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, van 10 oktober 1996, nummer 94/826. In dat arrest ging het om door werknemers verschuldigde eigen bijdragen voor een ter beschikking gestelde auto, die in mindering werden gebracht op het bruto loon. Uitgaande van de feitelijke vaststelling van de Centrale Raad, bevestigde de Hoge Raad diens oordeel dat het loon dat stond tegenover de maandelijkse eigen bijdragen (telkens) door verrekening werd genoten.

Tot slot merk ik in dit verband nog het volgende op. Situaties waarin sprake is van wijzigingen die, afgezien van het beoogde fiscale voordeel, voorspelbaar nadelig zijn en overigens praktische betekenis missen, dienen door de Belastingdienst te worden bestreden. Indien sprake is van wijzigingen die nietig of vernietigbaar zijn, bijvoorbeeld wegens strijd met dwingendrechtelijke bepalingen, dient te Belastingdienst het standpunt in te nemen dat vooraf geen zekerheid over de fiscale gevolgen wordt gegeven.

3. Afzien van verlofdagen voor een vrijgestelde computer(-vergoeding)

De hiervoor besproken aspecten spelen ook een rol bij situaties waarin werkgevers en werknemers afspraken maken over de ruil van verlofdagen voor een (gedeelte van) een computer(-vergoeding).


1. Afzien van verlofdagen


Het inleveren van verlof dagen in ruil voor een computer is in feite een afspraak om langer te werken met een computer als beloning. Een dergelijke omruil ontmoet mitsdien vanuit een fiscaal oogpunt geen bezwaar. Dit is slechts anders als in wezen de tegenwaarde van de opgeofferde verlofdagen in geld wordt genoten. Eventuele twijfel over de realiteitswaarde van een ruil van verlofdagen voor een computer(-vergoeding) kan worden weggenomen indien de werkgever de toekenning van een computer(-vergoeding) afhankelijk stelt van het gebruik mede ten behoeve van de werkzaamheden (zie ook hierna).


2. Toepassing vrijstelling


Voor gevallen waarin een werkgever de kosten van computers en dergelijke apparatuur (hierna: computers) door middel van een verstrekking, een terbeschikkingstelling of een vergoeding voor zijn rekening neemt, is met ingang van 1 januari 1997 een aparte vrijstelling opgenomen in artikel 11, eerste lid, onderdeel q, van de Wet. Deze vrijstelling is niet van toepassing indien aannemelijk is dat de computer niet mede dient tot verwerving van het loon. Blijkens de wetsgeschiedenis van de vrijstelling levert het bekostigen door de werkgever een grond op voor het vermoeden dat van een dergelijk zakelijk gebruik sprake zal zijn. Dit vermoeden gaat hierom niet op in gevallen waarin de kosten weliswaar voor rekening komen, maar de werknemer in zoverre afziet van een ander beloningsbestanddeel, zodat in wezen geen sprake is van een betekenende bijdrage van de werkgever. In dergelijke gevallen mag van de werkgever verwacht worden dat hij op een andere wijze aannemelijk maakt dat de desbetreffende computer mede dient tot verwerving van het loon. Dit geldt met name indien sprake is van een eenmalige verstrekking of vergoeding van de kosten van een computer. In zulke gevallen kan het zakelijke gebruik bijvoorbeeld aannemelijk worden gemaakt met een door de werknemer ondertekende verklaring omtrent de aard van het zakelijke gebruik en de periode waarin dit zal plaatsvinden.

Voorbeelden van zakelijk gebruik zijn het schrijven van een brief of nota of het vervaardigen van een overzicht of rapport ten behoeve van de dienstbetrekking. In dit verband kan het leren omgaan met een computer of met algemene toepassingssoftware zoals een tekstverwerkingsprogramma of spreadsheetprogramma niet als zakelijk gebruik worden beschouwd.

De voor toepassing van de vrijstelling vereiste omvang van het zakelijke gebruik leent zich naar mijn oordeel niet voor een uitsluitend cijfermatige benadering. Dit gebruik dient meer dan incidenteel plaats te vinden. Aan de hand van historische gegevens of de aard van de functie kan veelal een voldoende betrouwbare indruk worden verkregen over de te verwachten omvang van het zakelijke gebruik. Bij regelmatig zakelijk gebruik, bijvoorbeeld enkele malen per week, zal de duur van dit gebruik minder van belang zijn. Bij minder regelmatig gebruik maar afzonderlijk bezien wel langdurig gebruik kan niettemin toch sprake zijn van een voldoende mate van zakelijk gebruik.

Indien een inhoudingsplichtige objectief gezien in alle redelijkheid het zakelijk gebruik heeft beoordeeld en van mening is dat de computer mede dient tot verwerving van het loon zal bij controle ten aanzien van hem geen ander standpunt worden ingenomen.

Hierna volgen ter illustratie van het vorenstaande enige vereenvoudigde praktische voorbeelden.

4. Vereenvoudigde praktische voorbeelden

Voorbeeld 1

Een werkgever treft binnen het kader van een CAO een structurele regeling. Op grond van deze regeling krijgt elke werknemer elk jaar de mogelijkheid om drie verlofdagen te laten afkopen. Werknemers die een computer mede ter verwerving van het loon gebruiken, kunnen evenwel in plaats van afkoop kiezen voor een vergoeding van de kosten van die computer. Zij dienen in dat geval tegenover de werkgever de kosten van de computer aannemelijk te maken en een verklaring met betrekking tot de aard en de periode van het zakelijk gebruik te ondertekenen.

Uitwerking

In dit geval behoeft, gelet op het structurele karakter van de regeling en de aanvullende, toekomstgerichte voorwaarden niet aan de realiteitswaarde van de ruil te worden getwijfeld. Een eventueel op grond van deze regeling verstrekte computervergoeding kan, met inachtneming van de wettelijke maxima, onbelast blijven. Hierbij geldt voorts dat vergoedingen na het jaar van aanschaf van de computer onbelast zijn tot ten hoogste de resterende afschrijvingstermijnen en de restwaarde, voorzover deze niet al eerder zijn vergoed.

Voorbeeld 2

Werknemers die regelmatig telewerken krijgen van een werkgever een computer verstrekt. De werkgever neemt de helft van de kosten rechtstreeks voor zijn rekening. Met betrekking tot de andere helft kunnen de werknemers kiezen voor een eigen bijdrage uit het netto loon of voor het gedurende drie jaren afzien van een aantal verlofdagen. Hiertoe wordt de waarde van een verlofdag gesteld op een evenredig gedeelte van het brutoloon van de desbetreffende werknemer. Indien niet langer wordt getelewerkt, of bij tussentijds ontslag dient een resterend saldo uit het netto loon te worden voldaan.

Uitwerking

Ook in dit geval behoeft niet te worden getwijfeld aan de realiteitswaarde. Werknemers die geen bijdrage uit het netto loon wensen te voldoen werken in feite langer, in ruil waarvoor de werkgever bereid is een groter deel van de kosten voor zijn rekening te nemen. Gelet op de voorwaarde van telewerken kan de verstrekking van de computer, met inachtneming van de wettelijke maxima, onbelast blijven.

Voorbeeld 3

Een werknemer heeft een groot tegoed aan verlofdagen opgebouwd. Binnen de organisatie waar hij werkt bestaat geen afkoopmogelijkheid. Met zijn werkgever komt hij overeen af te zien van een deel van zijn verlofdagen en de rest van het tegoed versneld, over een periode van drie jaren te verminderen. In verband met de continuïteit van zijn werkzaamheden is het evenwel noodzakelijk dat hij van tijd tot tijd tijdens zijn verlof enige werkzaamheden met behulp van een computer verricht. Tegen deze achtergrond verstrekt de werkgever hem een PC.

Uitwerking

Alhoewel sprake is van een incidentele, individuele omruil, behoeft, gelet op de omstandigheden niet te worden getwijfeld aan het reële karakter van deze afspraken. De verstrekking van de computer kan binnen de wettelijke maxima onbelast blijven.

Voorbeeld 4

Binnen een organisatie wordt de volgende regeling getroffen. Werknemers die thuis geen computer hebben kunnen van hun werkgever een computer kopen. Deze werknemers kunnen de koopprijs voldoen met een lening van de werkgever. De lening moet binnen drie jaar worden afgelost.

Naast deze regeling biedt de werkgever aan alle werknemers die een computer mede voor de verwerving van het loon gebruiken, de mogelijkheid om af te zien van een aantal opgebouwde of nog op te bouwen verlofdagen. In dat geval kent de werkgever een vergoeding van de kosten van de computer toe. De werkgever verplicht de werknemer in dat geval om de (resterende) kosten van de computer aannemelijk te maken en een verklaring met betrekking tot de aard en de periode van het zakelijk gebruik te ondertekenen. Bij werknemers die een lening van de werkgever hebben, wordt de kostenvergoeding met de openstaande lening verrekend.

Uitwerking

In deze situatie heeft de koop van een computer geen gevolgen voor de heffing van de loonbelasting/premie volksverzekeringen. De realiteitswaarde van de kostenvergoeding is aannemelijk aangezien de vergoeding apart wordt toegekend, afhankelijk is van het zakelijk gebruik en niet alleen wordt toegekend aan werknemers die een lening van de werkgever hebben.

Een eventueel op grond van deze regeling verstrekte computervergoeding kan, met inachtneming van de wettelijke maxima, onbelast blijven (zie verder de uitwerking van voorbeeld 1).

Voorbeeld 5

Werknemers hebben recht op een 13e maanduitkering, uit te betalen in december. In de loop van het jaar wordt na overleg met de ondernemingsraad overeengekomen, dat een werknemer die een computer mede voor de verwerving van het loon gebruikt uiterlijk in november kan afzien van de 13e maanduitkering en in plaats daarvan mag kiezen voor een computer of voor een vergoeding van de kosten van een computer.

Uitwerking

In dit geval hoeft, gelet op het algemene karakter en de afhankelijkheid van het zakelijke gebruik, niet aan de realiteitswaarde van deze regeling te worden getwijfeld. Een eventueel op grond van deze regeling verstrekt computervergoeding kan, met inachtneming van de wettelijke maxima, onbelast blijven (zie verder de uitwerking van voorbeeld 1).

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie