Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

BUZA ambtsbericht Turkije inzake Koerdische asielzoekers

Datum nieuwsfeit: 09-01-2001
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

www.minbuza.nl/content.asp?Key=406718



4 Dienstplichtigen 7

1 Inleiding

2 Mensenrechtenschendingen

3 Situatie in Zuidoost-Turkije
3.1 Uitzonderingstoestand
3.2 Dorpswachters
3.3 Terugkeer naar ontruimde dorpen

4 Dienstplichtigen

5 (Pro-)Koerdische activisten

6 Verwijdering en terugkeer

7 Samenvatting
Literatuurlijst
Naast de in de inleiding genoemde bronnen is onder meer gebruik gemaakt van de volgende bronnen en publicaties:
Algemeen ambtsbericht Turkije / Koerdische asielzoekers

Inhoudsopgave
pagina


1 Inleiding 2



2 Mensenrechtenschending 3



3 Situatie in Zuidoost-Turkije 4


4 Dienstplichtigen 7


6 Verwijdering en terugkeer naar Turkije 10

7 Samenvatting 11

Literatuurlijst 13


1 Inleiding

In dit algemeen ambtsbericht wordt een schets gegeven van een aantal recente ontwikkelingen in Turkije die van belang zijn voor de beoordeling van asielverzoeken van personen uit Turkije met een Koerdische achtergrond. Dit document is een tussentijds algemeen ambtsbericht dat moet worden gelezen in samenhang met en als een aanvulling op het bestaande algemeen ambtsbericht over Turkije van 18 september 1999 en het algemeen ambtsbericht over de Turkse dienstplicht van 15 juni 2000. Van beide algemene ambtsberichten zullen in de eerste helft van 2001 geactualiseerde versies verschijnen. De inhoud van dit ambtsbericht sluit aan op in november 2000 door de Immigratie- en Naturalisatiedienst geformuleerde vragen.

Aan de totstandkoming van dit ambtsbericht liggen bevindingen ter plaatse ten grondslag. Er is gebruik gemaakt van rapportages van de Nederlandse ambassade in Ankara en het Nederlandse consulaat-generaal in Istanboel, alsmede van documenten en informatie van onder meer de Europese Raad, de Europese Commissie, Turkse (mensenrechten-) organisaties, Amnesty International, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, Human Rights Watch, de Turkse politieke partij Hadep en the Economist Intelligence Unit. Ook vakliteratuur en berichtgeving in de media zijn gebruikt. Daar waar niet-vertrouwelijke bronnen zijn vermeld is de tekst in veel gevallen ook gebaseerd op informatie die op vertrouwelijke basis is ingewonnen.

In hoofdstuk 2 wordt kort een aantal recente algemene ontwikkelingen op het gebied van de mensenrechten geschetst, waarna in de volgende hoofdstukken met name wordt ingegaan op een aantal aspecten dat relevant is voor een beoordeling van de positie van Turkse asielzoekers met een Koerdische achtergrond.

In hoofdstuk 3 wordt de situatie in Zuidoost-Turkije beschreven, waarna in de hoofdstukken 4 en 5 enkele aspecten met betrekking tot Koerdische dienstplichtigen en (pro-)Koerdische activisten, politieke partijen en organisaties aan de orde komen . Hoofdstuk 6 gaat onder meer in op de verwijdering en terugkeer naar Turkije van voormalige Turkse asielzoekers van Koerdische afkomst.

Een algehele samenvatting volgt in hoofdstuk 7.


2
Mensenrechtenschendingen


De mensenrechtensituatie in Turkije lijkt de afgelopen tijd aan veranderingen onderhevig. Het algemene beeld blijft weliswaar somber, maar er zijn enkele positieve ontwikkelingen te melden, onder meer ten aanzien van de brede maatschappelijke en politieke discussie die de laatste tijd in Turkije is ontstaan over de rechten van de Koerdische minderheid.

Daarnaast kan worden vermeld dat de Raad van Europa enige verbetering ziet ten aanzien van de pogingen van de Turkse autoriteiten om mishandeling en marteling gedurende detentie in politiebureaus in en nabij Istanboel terug te dringen. De door de Raad van Europa verzamelde informatie "... suggests that resort to the most severe methods of physical ill-traetment (...)has diminished in the Istanbul area (...).
Volgens de Raad van Europa kan gesproken worden van "... clearly a step in the right direction.".
Men tekent hier wel bij aan dat "... it would appear that resort to methods such as deprivation of sleep over periods of days, prolonged standing, and threats to harm the detainee and/or his family remain commonplace".

Daarnaast zijn er volgens cijfers van de door sommige waarnemers als pro-Koerdisch beschouwde Turkse mensenrechtenvereniging IHD over het eerste halfjaar van 2000 - in vergelijking met cijfers van de eerste helft van 1999 - belangrijke verschillen waar te nemen. De IHD concludeert dat er op sommige terreinen sprake is van een wezenlijke afname van het aantal mensenrechten-schendingen. De afname van het aantal onopgeloste moorden bedraagt volgens de IHD 43%, van het aantal doden in gevechten 85%, van acties tegen burgers 51%, van verdwijningen 50%, van gevallen van foltering 21%, van detenties 54%, van arrestaties 2 %, van evacuaties van dorpen 100%, van sluiting of verbod van ngo's, politieke partijen en publicaties 65%, en van invallen bij ngo's/politieke partijen 67%. Daarentegen valt een geringe toename van het aantal gewetensgevangenen waar te nemen (0,2%), terwijl ook het aantal in processen geëiste jaren gevangenisstraf toenam (118%). Overigens vermeldt IHD ook een substantiële vermindering van het aantal gedurende de eerste helft van 2000 gepleegde bomaanslagen met 74%.

Een substantieel deel van deze cijfers heeft betrekking op de situatie in Zuidoost-Turkije of staat anderszins in relatie tot de Koerdische kwestie.

Uit de IHD-cijfers
lijkt de conclusie te kunnen worden getrokken dat in vergelijking met 1999 het aantal incidenten over vrijwel de gehele linie is afgenomen, al blijven mensenrechtenschendingen in Turkije op brede schaal voorkomen. Zo stelt Amnesty International "... that torture is still widespread in Turkey.". De mensenrechtenorganisatie, die in 1999 heeft gerapporteerd over martelpraktijken dat jaar
, wijst ook op het feit dat " ... regimes of solitary confinement and small group isolation (...) exist (...).".
Ook is bekend dat andere Turkse mensenrechtenactivisten in het najaar van 2000 hebben aangegeven dat sprake is van een nauwelijks verbeterde mensenrechtensituatie. Volgens hen komen martelpraktijken, arrestaties in verband met beperking van de vrijheid van meningsuiting, en slechte omstandigheden in de gevangenissen, in Turkije nog veelvuldig voor. In het najaar van 2000 berichtten de Turkse media uitvoerig over de hongerstakingsacties van honderden gedetineerden die in oktober van dat jaar waren begonnen, onder meer in protest tegen de bouw van cellen die zijn bestemd voor één of enkele gevangenen. Het plan van de Turkse regering zou volgens minister van Justitie Hikmet Sami Türk worden uitgesteld.

Bovendien laat een IHD-overzicht van mensenrechtenschendingen over de maanden juli-augustus 2000 ook een aantal hogere cijfers ten opzichte van dezelfde periode in 1999 zien.


3 Situatie in Zuidoost-Turkije


In het zuidoosten van Turkije is sedert het neerleggen van de wapens door de PKK en het grotendeels terugtrekken van haar strijders een duidelijk rustiger periode ingetreden, al moet worden afgewacht in hoeverre deze structureel zal blijken te zijn. De veiligheidssituatie in Zuidoost-Turkije is de laatste tijd echter onmiskenbaar verbeterd. Voorheen afgesloten wegen zijn thans weer heropend en er zijn nieuwe wegen aangelegd in vroegere gevarenzones. Het aantal checkpoints is afgenomen, alhoewel er nog steeds talrijke controleposten overblijven.

In het zuidoosten is het afgelopen jaar een aantal kranten, tijdschriften en andere publicaties verboden, waaronder de grootste pro-Koerdische krant Ozgür Bakis.
Toch is het duidelijk dat er sprake is van een groeiend vertrouwen van de lokale bevolking in een stabilisering van de situatie, en van een verbeterde verstandhouding met de militairen en de jandarma. De laatste tijd zijn er aanwijzingen voor een economische opleving in Zuidoost-Turkije. Er bestaat een brede wil om de regio, die de afgelopen decennia een grote economische en sociale achterstand heeft opgelopen in vergelijking met het meer welvarende westelijk deel van Turkije, weer op te bouwen. Deze achterstand is, naast de repressie, waarschijnlijk de belangrijkste reden voor vele Koerden geweest om hun heil in het buitenland te zoeken.

3.1 Uitzonderingstoestand


De uitzonderingstoestand
heeft sedert de invoering midden jaren tachtig in elf provincies bestaan. In 1999 bestond de uitzonderingstoestand nog in zes provincies. Eind 1999 werd de uitzonderingstoestand in Siirt afgeschaft; in juni 2000 gebeurde hetzelfde in de provincie Van. De uitzonderingstoestand was eind 2000 nog van kracht in Diyarbakir, Tunceli, Sirnak en Hakkari. In het najaar van 2000 besloot de Nationale Veiligheidsraad wederom tot een verlenging van de uitzonderingstoestand in deze vier provincies met een periode van vier maanden, ingaande op 1 november 2000.

Het uitroepen van de uitzonderingstoestand brengt voor de autoriteiten speciale bevoegdheden met zich mee die zeer sterk hebben ingewerkt op het sociale leven ter plaatse. Zo werden dorpen ontruimd, de avondklok ingesteld, rantsoeneringen ingevoerd en op grote schaal een systeem van wegblokkades en -controles opgezet.

Aan de andere kant betekende het ook dat de betrokken provincies aanspraak konden maken op extra fondsen uit Ankara. Om deze reden hebben sommige provincies zich zelfs verzet tegen voorgenomen opheffing van de uitzonderingstoestand.

3.2 Dorpswachters

Met de instelling van de uitzonderingstoestand werd in het zuidoosten ook het systeem van de dorpswachters ingevoerd, waarbij dorpen, al dan niet gedwongen, volwassen mannen leverden voor de bewaking van de dorpen. Dorpswachters dienden samen te werken met het leger en de jandarma in hun strijd tegen de PKK. De samenwerking met de autoriteiten van de lokale bevolking met het systeem van dorpswachters is altijd sterk afhankelijk geweest van stamverbanden; er waren Koerdische stammen die zich vrijwillig aansloten, terwijl andere stammen zich vanwege hun PKK-sympathieën altijd hebben verzet tegen hun deelname. Hierdoor kwam het voor dat hele dorpen zich tegen een verzoek om levering van dorpswachters keerden, terwijl andere dorpen vrijwillig meewerkten. Het systeem is altijd erg omstreden geweest; het gebeurde niet zelden dat dorpen die zich onwillig toonden betrokken te worden bij de strijd, zich geconfronteerd zagen met represaillemaatregelen, waaronder het platbranden van dorpen.

De recrutering van nieuwe dorpswachters is thans echter de facto stopgezet. Momenteel wordt in Turkije gesproken over afschaffing van het systeem. Thans zijn nog zo'n kleine 70.000 dorpswachters door de autoriteiten te werk gesteld.

Het systeem van dorpswachters werkte overigens misbruik van (machts-)positie in de hand. Vele dorpswachters zijn betrokken geweest bij strafbare feiten, variërend van moord, steunverlening aan de PKK en drugssmokkel, tot bruidroof. Er lopen duizenden strafzaken tegen dorpswachters, terwijl sedert de invoering van het systeem in 1985 bijna 24.000 dorpswachters uit hun functie zijn ontheven.

In enkele in het zuidoosten verschenen krantenberichten is de laatste tijd melding gemaakt van herscholingsprojecten voor dorpswachters. Men dient bij de afschaffing van het dorpswachterssysteem immers te bedenken dat vele Koerden als dorpswachter een vast inkomen genieten. Bovendien zal ontwapening een probleem opleveren aangezien de dorpswachters afkomstig zijn van verschillende stammen, die niet zelden een moeizame of slechte verhouding met elkaar hebben. Aangenomen wordt dat geen van de stammen als eerste of enige zijn wapens zal willen inleveren.

3.3 Terugkeer naar ontruimde dorpen

Grote aantallen Koerden zijn in het buitenland beland vanwege de slechte sociaal-economische situatie in het zuidoosten. Vele Koerden raakten ongewild betrokken in het conflict met de PKK en hebben gemeend dat vestiging in een van de grote steden van Turkije een minder aantrekkelijk alternatief vormde dan migratie naar Europa. Anderen kozen wel voor vestiging in Istanboel en andere steden.

Mondjesmaat maken uit het zuidoosten vertrokken of verdreven Koerden aanstalten om terug te keren naar hun oude woongebieden. Hier treden echter de nodige problemen op. De regering Ecevit heeft weliswaar nadrukkelijk verklaard de terugkeer actief te willen bevorderen, onder meer door financiële steunverlening, maar van uitvoering van deze plannen lijkt tot dusver nog niet veel terecht te komen.

De speciale gouverneur belast met het bestuur in de provincies waar de uitzonderingstoestand van kracht is, meldde in juni 2000 dat in die maand 2500 bewoners waren teruggekeerd naar 24 dorpen en 30 nederzettingen. De aantallen terugkeerders in de maanden maart tot en met mei 2000 lagen aanmerkelijk hoger. In de tweede helft van 2000 lijkt er weer enige stagnatie te zijn. Sedert zomer 2000 zijn meer en meer 'spontane terugkeerders' waargenomen, die niet langer wensen te wachten op het terugkeerprogramma van de Turkse regering.

Aan het officiële terugkeerprogramma kleeft overigens het nadeel dat het beoogt vele Koerden te hervestigen in zgn. dorpssteden. Dit zijn plaatsen die qua grootte tussen een dorp en stad liggen en die volgens premier Ecevit de ideale structuur vormen voor wederopbouw. Echter, het heeft er alle schijn van dat deze dorpssteden vooral op strategische plaatsen zullen worden gebouwd, van waaruit het voor het leger vrij eenvoudig is controle op de lokale bevolking te kunnen blijven uitoefenen. Veel Koerden willen echter gewoon terug naar hun oude dorpen en hun leven daar weer oppakken. Daarbij is financiële steun voor woningbouw en voor een nieuwe veestapel noodzakelijk. Deze steun is tot op heden niet of onvoldoende voorhanden.

Overigens is van één bepaald dorp, waarnaar voormalige bewoners zonder toestemming van de autoriteiten waren teruggekeerd, bekend dat dit dorp nadien door het leger weer is ontruimd. Volgens lokale dorpelingen zouden begin oktober 2000, ongeveer een half jaar na terugkeer naar hun oorspronkelijk dorp Akcapinar, onder meer bezittingen van de bewoners door het Turkse leger zijn vernield. De bewoners werden gedwongen het dorp te verlaten.


4 Dienstplichtigen


De afname van het geweld in het zuidoosten van Turkije heeft vanzelfsprekend ook gevolgen voor de rol van het Turkse leger en derhalve ook voor de positie van (Koerdische) dienstplichtigen. De situatie heeft zich inmiddels zodanig ontwikkeld dat van de buiten Turkije veel gehoorde term "oorlog" geen sprake meer is. Op bescheiden schaal zijn weliswaar nog militaire confrontaties met de PKK in Zuidoost-Turkije te melden, zoals in de loop van 2000 nog in Diyarbakir, Sirnak, Bingöl, Hakkari, Mus en Tunceli , maar deze zijn in aantal en omvang dusdanig afgenomen dat de kans dat een Turks-Koerdische dienstplichtige nog in een dergelijk militair conflict betrokken raakt, uitermate gering is geworden.


5 (Pro-)Koerdische activisten

Leden en (vermeende) aanhangers van de PKK worden onveranderlijk strafrechtelijk vervolgd, en ook de pro-Koerdische partij Hadep staat nog altijd onder druk, al lijkt die druk de afgelopen tijd te zijn afgenomen.

In 2000 zijn meer dan honderd Hadep-leden gearresteerd, waarvan een aantal weer op vrije voeten is gesteld. Momenteel loopt nog een sluitingszaak tegen Hadep, en zijn haar leiders gedurende de tweede helft van 2000 strafrechtelijk vervolgd. Ook tegen enkele (voormalige) Hadep-burgemeesters in het zuidoosten lopen strafzaken. Zo zou de Hadep-burgemeester van het in de provincie Mardin gelegen Kiziltepe, Cihan Sincar, eind november 2000 in staat van beschuldiging zijn gesteld in verband met "inciting separatism". De eind november 2000 afgetreden Hadep-voorzitter Demir is naar aanleiding van een door hem in 1998 gepresenteerde speech (krachtens artikel 8 van de Anti-Terreur Wet) tot tien maanden gevangenisstraf en een boete veroordeeld wegens 'steun aan PKK-aanvallen'. Ook lopen er rechtszaken tegen de Hadep-burgemeesters van Diyarbakir, Siirt en Bingol, die illustreren hoe snel Hadep-leden verdacht kunnen worden van steun aan de PKK. Op 12 december 2000 werd Önder Sahiner, hoofd van de Hadep-afdeling in Malatya, gearresteerd op last van de staatsveiligheids-rechtbank.

Voor aanhangers van de Hadep lijkt er alleen risico te bestaan voor partijleden op een meer leidinggevend niveau, dan wel in die situatie waarin leden ervan verdacht worden via de Hadep feitelijk de PKK te steunen. Daarvan is een beperkt aantal gevallen bekend. Normale partijleden lijken op zich weinig risico te lopen. Indien echter de geringste verdenking ontstaat dat een Hadep-lid steun verleent aan de PKK volgt in de regel ondervraging. Het aantal Hadep-leden dat thans gedetineerd is, is niet bekend. Volgens zegslieden binnen de partij betreft het enkele tientallen tot mogelijk een paar honderd per eind 2000.

Ondanks deze ontwikkelingen is de druk op de partij de afgelopen tijd enigszins afgenomen, zo hebben ook Hadep-zegslieden aangegeven. Op politiek niveau lijkt - ondanks arrestaties en rechtszaken - sprake van een voorzichtige aanzet tot een versoepelde opstelling tegenover de Hadep. Niet alleen creëerde de voormalige Turkse president Demirel een opening naar de Hadep in 1999 door Hadep-kaderleden uit te nodigen voor een gesprek, ook de nationalistisch-rechtse MHP heeft zich bij monde van haar leider en vice-premier Bahceli bereid getoond om een dialoog met de Hadep aan te gaan; de MHP heeft in het zuidoosten overleg gevoerd met diverse Hadep-vertegenwoordigers.

Secretaris-generaal Nazmi Gur van de IHD werd in de tweede helft van 2000 vrijgesproken van steunverlening aan de PKK. De IHD-kantoren in Diyarbakir en Van zijn na een lange periode gesloten te zijn geweest eind 2000 heropend. Het IHD-kantoor te Malatya zou volgens een pro-Koerdische publicatie begin december 2000 op last van de gouverneur van Malatya zijn gesloten.

Begin november 2000 is in de Turkse pers overigens een aantal berichten verschenen over een in 1998 door de Turkse Generale Staf geïnitieerde lastercampagne tegen journalisten, ngo's (met name IHD), activisten (onder meer Akin Birdal, in 1998 IHD-voorzitter) en politieke partijen (CHP, Fazilet en Hadep). Zegslieden binnen het Turkse leger hebben aangegeven dat de aan de persberichten ten grondslag liggende documenten authentiek waren. Overigens volstond het leger officieel met de opmerking dat het plan nooit ten uitvoer was gebracht.

Goed ingevoerde waarnemers menen in dergelijke berichten een afspiegeling te zien van de verschillen van inzicht binnen het politieke en militaire establishment over de vraag hoe het land met vreedzame Koerdische activisten zal moeten omgaan. Tegenover de compromisloze houding van de conservatieve krachten staan diverse politici die van mening zijn dat een dialoog met de Koerdische bevolkingsgroep op gang gebracht zou moeten worden.

Een op 7 december 2000 door het Turkse parlement aangenomen amnestiewet beoogt strafvermindering met maximaal tien jaar voor een groot aantal categorieën veroordeelden. De wet, die nog niet is goedgekeurd door president Sezer, impliceert onder meer invrijheidsstelling van personen die krachtens artikel 169 van de Turkse strafwet zijn veroordeeld voor steunverlening aan verboden organisaties, zoals de PKK. Personen die zijn veroordeeld vanwege bijvoorbeeld actief PKK-lidmaatschap, dat strafbaar is krachtens artikel 168 van dezelfde wet, vallen niet onder de ontwerp-amnestieregeling.


6 Verwijdering en terugkeer


Zoals bekend worden vanuit West-Europa per jaar duizenden (illegale) Turkse onderdanen naar Turkije verwijderd. Onder hen bevinden zich ook afgewezen asielzoekers.

Bij verwijdering van Turks-Koerdische asielzoekers naar Turkije geldt dat zij net als andere Turkse onderdanen bij inreis worden gecontroleerd op antecedenten. Dergelijke antecedenten kunnen gelegen zijn in strafrechtelijke veroordelingen door een Turkse gerechtelijke instantie, maar kunnen ook verband houden met een formeel gerechtelijk vooronderzoek of een onderzoek door politie of Jandarma. Ook dienstweigeraars en deserteurs staan bij de grensposten geregistreerd.

Overigens geldt voor PKK-activisten en PKK-sympathisanten van wie aannemelijk is dat zij in verhoogde belangstelling staan van de Turkse autoriteiten, dat zij bij verwijdering of terugkeer naar Turkije het risico lopen slachtoffer te worden van mensenrechtenschendingen.

Indien bij terugkeer een antecedent wordt vastgesteld volgt in de regel een nader onderzoek dat in eerste instantie geschiedt op het bureau van de Turkse inlichtingendienst in Istanboel. Er zijn geloofwaardige berichten dat tijdens deze nadere onderzoeken niet zelden mishandeling en/of foltering voorkomt; dit is vooral het geval indien de verdenking zich richt tegen mogelijke betrokkenheid bij de PKK. Indien er echter geen specifieke verdenkingen zijn, volgt in de regel na gemiddeld zes tot negen uur vrijlating. In andere gevallen wordt de betrokkene overgedragen aan de betrokken opsporingsinstantie.

Overigens is bekend dat uit West-Europa verwijderde asielzoekers nogal eens beweren na aankomst in Turkije te zijn mishandeld en/of gemarteld. Zo zou de Turkse Koerd Hüseyin Soydut in juni 1999 na verwijdering uit Duitsland naar eigen zeggen 45 dagen lang zijn vastgehouden op een onbekende plaats in Istanboel, waar hij ook zou zijn gefolterd.
Volgens een zeer goed ingevoerde bron bleek deze claim echter niet aannemelijk.

Over vergelijkbare claims werd ook in de Nederlandse media bericht. Claims van mishandeling en/of marteling na verwijdering naar Turkije vanuit West-Europese landen (in 1999 en 2000) werden in een beperkt aantal gevallen nagegaan door de betreffende West-Europese autoriteiten. In één van deze gevallen werd op basis van medisch onderzoek in Turkije geconcludeerd dat de klachten en symptomen duidden op foltering. Naar verluidt zou in de overige zaken waarbij een onderzoek naar de claims werd afgerond (ernstige) twijfel bestaan over de juistheid van de verklaringen over de beweerde mishandeling en/of foltering, of zouden dergelijke verklaringen onjuist of niet aannemelijk zijn bevonden. Een aantal onderzoeken loopt nog.


7 Samenvatting


De situatie van de mensenrechten in Turkije lijkt aan veranderingen onderhevig. Ook de Turkse Koerden kunnen hiervan de gevolgen merken. Het algemene beeld blijft weliswaar somber, maar er zijn enkele positieve ontwikkelingen te melden.

In Zuidoost-Turkije is sprake van een verbetering van de veiligheidssituatie door de terugtrekking van de PKK uit het gebied. Schermutselingen vinden nog beperkt plaats. Zonder twijfel kan worden gesteld dat met name de ontwikkelingen in Zuidoost-Turkije voor bepaalde groepen, waaronder de Turks-Koerdische dienstplichtigen en dorpswachters, betekenen dat sprake is van een substantiële verlaging van de kans bij een militair conflict betrokken te raken. Er is daarnaast een groeiend vertrouwen dat wederopbouw en daarmee de terugkeer van vele verdreven Koerden uit het zuidoosten naar dat gebied mogelijk is. Enkele duizenden Koerden zijn reeds teruggekeerd.

De druk op de pro-Koerdische politieke partij Hadep lijkt de afgelopen tijd enigszins afgenomen te zijn.Op politiek niveau lijkt sprake van een voorzichtige opening tot dialoog met de Hadep.

(Vermeende) sympathisanten en aanhangers van de PKK lopen het risico strafrechtelijk te worden vervolgd. Ook kan het voorkomen dat zij het slachtoffer worden van mishandeling of foltering, met name in de voorfase van strafrechtelijk onderzoek. PKK-activisten en PKK-sympathisanten van wie aannemelijk is dat zij de verhoogde belangstelling van de Turkse autoriteiten hebben, lopen bij verwijdering of anderszins terugkeer naar Turkije het risico slachtoffer te worden van mensenrechtenschendingen.

Uit West-Europa verwijderde asielzoekers beweren nogal eens na aankomst in Turkije te zijn mishandeld en/of gemarteld. Over vergelijkbare claims werd ook in de Nederlandse media bericht.
Claims van mishandeling en/of marteling na verwijdering naar Turkije vanuit West-Europese landen (in 1999 en 2000) werden in een beperkt aantal gevallen nagegaan door de betreffende West-Europese autoriteiten. In één van deze gevallen werd op basis van medisch onderzoek in Turkije geconcludeerd dat de klachten en symptomen duidden op foltering. Naar verluidt zou in de overige zaken waarbij een onderzoek naar de claims werd afgerond (ernstige) twijfel bestaan over de juistheid van de verklaringen over de beweerde mishandeling en/of foltering, of zouden dergelijke verklaringen onjuist of niet aannemelijk zijn bevonden.

Literatuurlijst



Naast de in de inleiding genoemde bronnen is onder meer gebruik gemaakt van de volgende bronnen en publicaties:

Amnesty International, Turkey - Torture / a major concern in 1999 (Londen, 28 juli 2000)

Amnesty International, Turkey Report EUR 44/019/2000 Amnesty International's recommendations to the government (Londen, 28 juli 2000)

Amnesty International, Länderkurzbericht Türkei (Bonn, augustus 2000)

Amnesty International, Open letter to EU Heads of State and Heads of Government (30 november 2000)

Anatolian News Agency

Associated Press

Cumhuriyet (Turks dagblad)

Der Spiegel

Deutsche Presse-Agentur

The Economist

The Economist Intelligence Unit, EIU-Country Reports Turkey 1999 (Londen, 1999)

The Economist Intelligence Unit, Country Profile Turkey 1999-2000 (Londen, 1999)

The Economist Intelligence Unit, Country Report Turkey At a glance:2001-2002 (Londen, oktober 2000)

Europa Publications Limited, The Middle East and North Africa 2000, 46e editie (2000)

Europese Commissie, 2000 Regular Report on Turkey's Progress Towards Accession (Brussel, 8 november 2000)

Frankfurter Algemeine Zeitung

Frankfurter Rundschau

Human Rights Watch
,
World Report 1999 - Turkey: Human Rights Developments (New York, januari 2000)

Human Rights Watch
,
Turkey - Human Rights and the European Union Accession Partnership (september 2000)

Hürriyet (Turks dagblad)

IHD, (Human Rights Association), Human Rights Report on the first six months of the year 2000 (Ankara, najaar 2000)

Kurdish Observer

Mideast Mirror

Ministerie van Buitenlandse Zaken, Algemeen ambtsbericht Turkije/dienstplicht (Den Haag, 15 juni 2000)

Ministerie van Buitenlandse Zaken, Algemeen ambtsbericht Turkije (Den Haag, 16 september 1999)

Minority Rights Group International, World Directory of Minorities (Londen, 1997)

Le Monde

NRC Handelsblad

Raad van Europa, Preliminary observations made by the delegation of the European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment which visited Turkey from 16 to 24 July 2000 (Straatsburg, 7 december 2000)

Reuters

Turkish Daily News

Turkish Probe

Türkiye (Turks dagblad)

US Department of State, Turkey Country Report on Human Rights Practices for 1999 (Washington, 25 februari 2000)

De Volkskrant

Vrij Nederland

Washington Post

Yeni Gündem (Turks dagblad)

Zürcher, E.J. , Een geschiedenis van het moderne Turkije (Nijmegen, 1995)


1 Preliminary observations made by the delegation of the European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment which visited Turkey from 16 to 24 July 2000, Raad van Europa, Straatsburg, 7 december 2000.


2 Ibidem.


3 Ibidem.


4 Human Rights Report on the First Six Months of the Year 2000, Human Rights Association/IHD, Ankara, najaar 2000.


5 Ibidem.



6 Het IHD-rapport vermeldt niet alleen percentages, maar noemt ook de absolute getallen.


7 Open letter to EU Heads of State and Heads of Government, Amnesty International, 30 november 2000.


8 Turkey - Torture / A major concern in 1999, Amnesty International, Londen, maart 2000.


9 Open letter to EU Heads of State and Heads of Government, Amnesty International, 30 november 2000.


10 BBC News, homepage, 10 december 2000.


11 Cijfers voor juli en augustus 2000 inzake mensenrechtenschendingen (vertaling), Human Rights Association/IHD, Ankara, 11 oktober 2000.


12 Het dagblad is inmiddels in geheel Turkije verboden, net als een aantal andere publicaties.


13 Soms ook noodtoestand genoemd.


14 Washington post, 8 november 2000; Kurdish Observer, 16 oktober 2000.

15 Cumhuriyet, 25 april 2000; Reuters, 2 mei 2000; Reuters, 5 juni 2000; Anatolia News Agency, 15 juni 2000; Reuters, 25 juni 2000; Turkish Daily News, 31 augustus 2000; Cumhuriyet, 20 september 2000; Türkiye, 21 september 2000; Kurdish Observer, 28 september 2000; Anatolia News Agency, 9 oktober 2000; Reuters, 30 oktober 2000; Associated Press, 4 november 2000; Reuters, 9 november 2000; Reuters, 2 december 2000.


16 Anatolia News Agency, 25 november 2000.


17 Turkish Daily News, 13 december 2000.


18 Yeni Gündem, 6 december 2000.


19 Frankfurter Rundschau, 10 oktober 2000.


20 De Volkskrant, 8 oktober 1999; Vrij Nederland, 8 juli 2000.

21 De Volkskrant, 8 oktober 1999; Vrij Nederland, 8 juli 2000.
===

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie