Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Nieuwjaarsspeech minister Brinkhorst D66 Den Haag

Datum nieuwsfeit: 11-01-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
D66

11 JANUARI 2001

NIEUWJAARSSPEECH D66 DEN HAAG

Laurens Jan Brinkhorst

Ik ben vanavond uitgenodigd over alles te mogen spreken, behalve over landbouw. Dat doet mij deugd, zoals sommigen van u zullen weten, zie ik mezelf ook meer als een Minister van Voedsel en Groen. Voor het kabinet staan de belangen van consumenten bij veilig voedsel en de kwaliteit van de groene leefomgeving centraal. Els Borst en ik hebben een unieke samenwerking opgezet om in Nederland te komen tot één voedselautoriteit.

Daarom klinkt de toevoeging van consumentenbescherming aan het Duitse ministerie van landbouw mij als muziek in de oren. Die nieuwe naam luidt nu Ministerie van Consumentenbescherming, Voedselvoorziening en Landbouw (Bundesministerium für Verbraucherschutz, Ernährung und Landwirtschaft). Wellicht is er in Nederland op den duur ook ruimte voor een dergelijk model, maar eerst zijn Els en ik gezamenlijk bezig met een ingrijpende hervorming van het voedselveiligheidsbeleid. Op termijn zouden we tot één aanspreekpunt moeten komen. Het Duitse en het Deense model zijn daarbij een alternatief.

Wellicht heb ik er in mijn nieuwe Duitse collega Renate Künast een bondgenoot bij in de Raad van Ministers. Ik hoop dan ook dat er een mogelijkheid is om de Europese opkoopregeling te herzien, waarin ook ruimte was gecreëerd om geteste dieren voor destructie aan te bieden. Een dergelijke maatregel is ingegeven door aanboddenken. Maar het korte termijn belang van een dergelijke maatregel schaadt het lange termijn belang van de landbouwsector. En ik zie het uiteraard als mijn taak in het kabinet de belangen van consumenten en sector op één lijn te brengen.

Want zowel in Europa als in Nederland moeten we besluiten durven nemen die voorbij de pijngrens gaan, voorbij de softheid. Sinds mijn terugkeer in de Nederlandse politiek ben ik nog niet geheel van de schok bekomen. Het gaat goed met Nederland, maar we fluiten in het donker. Ik moet namelijk nog zien of de huidige overschotten op de begroting bij een tegenvallende conjunctuur duurzaam blijken te zijn. Ik voeg me daarmee in de lijn van Hans Wijers, die ervoor pleitte 'voorbij de aaibaarheid' te gaan. In dat verband wil ik hier een pleidooi houden voor ontpoldering van Nederland.

Daarvoor wil ik u meenemen naar het jaar 1966. Zoals u weet staat dit jaar symbool voor verzet tegen de gevestigde orde. D'66 (toen nog met komma) richtte zich tegen de verzuilde regentendemocratie. Het was niet schikken en plooien, maar pappen en nathouden. Wat ging was de verzuiling (en daar heeft D66 van harte aan meegewerkt), maar wat bleef was een aantal kenmerken van wat we nu het poldermodel noemen:


· weinig doorzichtige besluitvormingstructuren,
· vele handen die verantwoordelijkheid dragen,
· spreiding van hindermacht, weinig realisatiemacht, · doublures in besluitvorming

· en institutionele starheid.

Over dat laatste: er is geen land in Europa waar de laatste vijftig jaar op institutioneel gebeid zo weinig is veranderd. Ondanks periodieke oprispingen (no nonsense beleid, nieuw Flinks (Van der Zwan) is het in Nederland nooit daadwerkelijk tot institutionele vernieuwing gekomen. En begrijp mij goed: het gaat niet om vernieuwing als doel op zich: adequate institutionele 'checks and balances' zijn nodig om goed beleid te kunnen voeren. Gisteravond heb ik voor D66 Brussel betoogd dat door gebrek aan dergelijke 'checks' het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid veel te lang een aanbodbeleid is gebleven, met weinig oog voor consumentenbelangen. Van een dergelijk gebrek was zowel sprake binnen de Raad van Ministers, binnen de Europese Commissie als tussen het Europees Parlement en de Raad. U kent de gevolgen.

Opmerkelijk is dat wat halverwege de jaren negentig nog als stroperigheid werd aangeduid, weinige jaren later als het succes van het poldermodel gold. Het poldermodel heeft ook goede kanten: als er geen ingrijpende beslissingen worden genomen, gaat er op korte termijn ook niets ingrijpend mis. Maar niets doen is ook besluiten, dat heeft mijn collega Funke aan den lijve ondervonden. In een aantal gevallen is het poldermodel ook nuttig gebleken, zoals bij de afspraken over loonmatiging met het akkoord van Wassenaar (1982). Als het erom gaat een middenweg te vinden tussen een looneis van 3,5 % en 3,9% zie ik zelfs wel wat in het poldermodel.

Zoals ik gisteravond in Brussel heb betoogd, zal een dergelijke wijze van besluitvorming door de Europese integratie worden uitgehold. Mijn ervaringen met de nitraatrichtlijn hebben mij bevestigd dat het bestuur zich niet moet richten op het maatschappelijk middenveld, maar op Europa. U hoort het niet, maar ik schrijf Europa met een hoofdletter.

Ik wil u in drie punten mijn ontpolderingsprogramma aanbieden:


1. herstel van het primaat van het parlement
2. herstel van burgerzin

3. herstel van bestuurlijke moed.


1. Primaat van het parlement


Een van mijn eerste debatten met het parlement ging over het mestbeleid. Een woordvoerder van een andere liberale regeringsfractie zei mij toen dat ik eerst maar eens met de sector tot een akkoord over het mestbeleid moest komen alvorens met het parlement te spreken. Mijn oren vielen van mijn hoofd: dit was een abdicatie van het parlement! Maar goed, ik heb gedaan wat mij gevraagd is en ik ben niet met de sector tot een akkoord gekomen: je kunt immers aan de kalkoen niet vragen of hij met eerste of tweede kerstdag wil worden opgediend. Maar u zult begrijpen dat met een dergelijke houding het parlement zichzelf tot een overbodig instituut maakt.

Het gaat bovendien om een cultuuromslag dat de parlementaire democratie zichzelf om zeep helpt als daar tot de grootste gemene deler wordt besloten. Politiek moet richting geven. We moeten af van de neiging over wezenlijke onderwerpen per se consensus te willen hebben en debatten over incidenten te laten gaan, want die zijn alleen boeiend voor de deelnemers zelf. Als in het parlement weer harde keuzes worden gemaakt, dan zal dat de kiezers aanspreken. Dan wordt politiek weer interessant. Als de politiek weer durft te kiezen, doen kiezers dat ook.

Bij het herstel van het primaat van het parlement hoort ook dat deze niet meer over alles moet willen besluiten. Er zijn nu eenmaal zaken die tegenwoordig in Brussel besloten worden of zouden moeten worden besloten. Daarbij komt dat debatten over het buitenlandbeleid of over Europa het beleid moeten dienen en niet zouden moeten gaan over wie of wat wanneer wist van bepaalde benoemingen.

En tot slot: het Tweede Kamerlidmaatschap is nog altijd een roeping en geen opstap naar een echt goede baan. Dat is een wezenlijk punt heeft ook te maken met mijn volgende punt.


2. Herstel van burgerzin


D66 is altijd de partij van de tolerantie geweest, maar dat is iets anders dan toegeeflijkheid. Tolerantie kan alleen bestaan bij de gratie van een sterk normbesef en vrijheid van meningsuiting. In dat verband baren me de excuses van Barend en Van Dorp vanwege hun bestempeling van de Hell's Angels motorrijdersvereniging als een criminele organisatie, zorgen. Zend dan een uitzending niet uit, maar laat je niet intimideren.

Waar gaat het mij om als ik spreek over herstel van burgerzin? Het gaat bijvoorbeeld om milieubeleid. Milieubeleid begint bij het niet plassen in een portiek. Je schaamt je toch rot als je Nederland bekijkt door de ogen van een buitenlander en ziet hoe onnodig smerig het af en toe is. Als ik het heb over mijn eigen portefeuille zie ik soms hoe onderwijs meer is dan lesgeven. Gisteren was ik op een VMBO-groenschool waar ook zwakkere leerlingen een zodanig veilige en geborgen omgeving krijgen, dat zij daardoor ook relatief goede leerprestaties leveren. Dat kost geen extra geld en het viel me op hoe trots de leerkrachten waren op hun vak.

Begrijp me goed, dit is geen reactionair pleidooi van een oude man. Geen pleidooi voor een sterke man, maar een pleidooi voor een sterke burger. Het gaat om een balans van rechten en plichten. Waar deze balans naar de ene of de andere kant doorslaat, ontstaat een onaangename situatie. Ik geef u het voorbeeld van Japan, waar burgers met bijna alleen maar plichten worden geboren, hetgeen niet wenselijk is. Evenmin is dat de omgekeerde situatie.


3. Herstel van bestuurlijke moed

Ik ben tegen het gewoon maken van de overheid. Zo heb ik laatst tot grote verbazing van betrokkenen een convenant ten aanzien van de melkveehouderij niet getekend. Ik ben er zeer voor dat de melkveehouderij duurzamer produceert, maar ik reken niet af op intenties, maar op resultaten. Bovendien heeft de overheid nu eenmaal een andere verantwoordelijkheid dan andere partijen.

Ik ben lid van Greenpeace, maar er is niemand van Greenpeace die zich parlementair moet verantwoorden. Zij worden niet door het parlement ter verantwoording geroepen en hoeven zich niet te verontschuldigen als zij een misleidende campagne tegen genetische modificatie voeren. Terecht weegt het parlement wel al mijn uitspraken op een weegschaal.

Voor mij staat de ontvlechting van publieke en private taken hoog op de agenda. Zo kreeg ik in mijn functie te maken met de particuliere organisatie de Gezondheidsdienst voor Dieren, die mij weigerde bepaalde gegevens te leveren over zogeheten slijterskoeien. Ondertussen verricht deze organisatie wel allerlei taken voor de minister. Ook heb ik er moeite mee als een productschap aarzelt mij te vertellen welke slachthuizen een slechte salmonellasituatie hebben. Dat zijn situaties die ik wil ontpolderen.

Bestuurlijke moed is er ook nodig om minder regels te stellen, maar aan die weinige regels sterker vast te houden. In dit verband heb ik eerder het gedoogbeleid sterk van de hand gewezen. Volendam bewijst op pijnlijke wijze de urgentie ernst te maken met het stellen van grenzen aan gedogen.

Ook over decentralisatie moeten we goed nadenken. We moeten niet aan excuusdecentralisatie doen. Alleen daadwerkelijk locale zaken moeten we decentraal regelen. Een aantal jaren geleden leed Nederland onder de varkenspest. Om het overslaan van deze ziekte tussen bedrijven te beperken is toen gekozen voor varkensvrije zone's. Dit vergt verplaatsing van veel bedrijven. Provincies, die blijkbaar geen beleid voorbij de pijngrens wilden voeren, vroegen daarom om varkensluwe zone's. U zult begrijpen dat ik daaraan niet tegemoet ben gekomen.

U ziet het, ik ben de landbouwsector bestuurlijk sterk aan het ontpolderen. In die zin en in de filosofie van mijn beleid waarbij consumenten centraal staan, is LNV een echt D66 ministerie aan het worden.

Ik rond af. We moeten in Nederland niet proberen allen plooien glad te strijken. Dat moeten we maar aan de grote partijen overlaten. D66 is er voor de radicale nuance en wat mij betreft spreken we dan over 'unbequeme Wahrheiten'.

download:
Nieuwjaarsspeech Brinkhorst 11-01-2001
Nieuwjaarsspeech Brinkhorst 11-01-2001

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie