Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Uitspraken Wim Kok in 'Met het oog op morgen'

Datum nieuwsfeit: 13-01-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Algemene Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Algemene Zaken


1red8977
12-1-2001, NOS, Met het oog op morgen, Radio 1, 23.07uur

MINISTER-PRESIDENT KOK, NA AFLOOP VAN DE WEKELIJKSE

MINISTERRAAD, OVER DE HERDENKINGSBIJEENKOMST IN VOLENDAM

GREYN:
Mijnheer Kok, van de kou naar buiten naar de betrekkelijke warmte van deze mobiele studio in Volendam. Laat ik maar met de deur in huis vallen: waarom loopt de minister- president mee met zo'n stille tocht?

KOK:
Omdat hij wordt uitgenodigd. Maar Volendam wist ook dat ik onder deze omstandigheden wel wilde worden uitgenodigd - samen met een delegatie van het kabinet -, want ik vind dat dit een gebeurtenis is geweest van een omvang en van een draagwijdte die een duidelijke aanwezigheid vanuit de Nederlandse regering echt rechtvaardigt.

GREYN:
Net in het stadion, welke indruk maakte dat op u?

KOK:
Ik vond het een hele bijzondere bijeenkomst. De onderlinge betrokkenheid en de verbondenheid komt erg tot uitdrukking door de manier waarop men bij elkaar is. Ik vond zelf heel bijzonder de manier waarop men op de jongeren reageerde, de jongeren uit de eigen gemeenschap, die eigenlijk recht uit het hart zeiden hoe ze zich voelden, hoe ze...

GREYN:
Die het over boosheid hadden?

KOK:
Uiteraard. Over boosheid en ook over onbegrip dat dit heeft kunnen gebeuren, ook natuurlijk heel veel leed over het verlies van goede vriendjes en vriendinnetjes. En ik denk dat deze avond wel in een behoefte van de Volendamse samenleving heeft voorzien. En tegelijkertijd voel je ook dat men zich bewust is van het feit dat heel veel moeilijks na het overlijden van nu al tien jonge mensen nog moet komen.

GREYN:
U heeft ook met ouders van overleden kinderen gesproken. Hoorde u al dat men eigenlijk deze stille tocht te vroeg vindt?

KOK:
Nee, dat heb ik absoluut niet gehoord. Integendeel. Begrafenissen hebben we nu... een kleine week tot een ruime week geleden zijn die geweest...

GREYN:
Maar ik bedoel: er kunnen nog zo veel kinderen sterven?




KOK:
Ja, dat is algemeen bekend. Ik bedoel, we kunnen daar natuurlijk geen uitspraken over doen, maar het is bekend dat een aantal verpleegden in ziekenhuizen nog in zodanige omstandigheden verkeert dat soms het allerergste moet worden gevreesd. En ook als men niet overlijdt - voor veel mensen zal gelden dat men niet overlijdt - zal men met zeer ernstige handicaps terugkeren. En dat betekent heel veel revalidatie, maar ook heel veel opvangbehoefte. Dat komt allemaal terug in die Volendamse gemeenschap. En dan is dus het feit dat het een hechte gemeenschap is, met heel veel gevoel van betrokkenheid bij elkaar, natuurlijk wel een belangrijk gegeven.

GREYN:
Nu begreep ik dat u ook nog een paar mensen in het ziekenhuis in Antwerpen heeft opgezocht. Wat deed u daar eigenlijk?

KOK:
Ik had een gesprek met de Vlaamse collega in Brussel, de Vlaamse minister-president, en omdat er ook nogal veel mensen in België in verschillende ziekenhuizen worden verpleegd, kwam het heel goed uit om daar kort te zijn. Ik heb trouwens vanavond gehoord van een aantal mensen dat dat hier breder in Volendam heel erg op prijs is gesteld. Ik heb daar met drie jonge jongens kunnen praten, die daar verpleegd worden, ook met hun ouders, familieleden. En ook daar zie je dan uiteraard die mengeling van vreugde dat die kinderen van de dood gespaard zijn gebleven, maar heel veel onzekerheid natuurlijk nog over de vraag hoe de toekomst zal zijn. Dus het moeilijkste moet in een aantal situaties echt nog komen.

GREYN:
Vandaag heeft het kabinet ook over de ellende hier in Volendam gesproken. En ja, dan moeten er weer onderzoeken komen. Ik denk dan altijd: begint het daarmee?

KOK:
Nee, daar begint het niet mee. Het begint natuurlijk met het naast elkaar staan en het elkaar steunen en troost bieden, ook op bijeenkomsten zoals deze hier. Maar het moet natuurlijk wel worden onderzocht. Hoe is de toedracht geweest, hoe is de afwikkeling geweest van de ramp? En dan is een tweede vervolgvraag: leert dit gebeuren ­ dat kun je niet meer ongedaan maken ­ leert dit gebeuren ons iets over regels, voorschriften, de naleving daarvan die de brandveiligheid betreffen, de handhaving van de regels, hoe wordt de verantwoordelijkheid van alle betrokkenen daarin beleefd? We zullen de commissie-Alders vragen om dat één, namelijk de toedracht en de afwikkeling, in kaart te brengen, en het ander, voorstel doen voor een breder onderzoek, wat ook breder omvattend is voor geheel Nederland, te gaan voorbereiden. Want daar kunnen we, denk ik, lering uit trekken en misschien toch weer verbeteringen tot stand brengen die nodig zijn om die graad van onveiligheid, die in bepaalde situaties te groot is, terug te brengen.

GREYN:
Bent u niet bang dat Volendam een beetje symbool staat voor de grens die het overheidshandelen zo langzamerhand bereikt?




KOK:
Ik denk dat Volendam ons op een ruwe wijze met de werkelijkheid heeft geconfronteerd; namelijk dat in betrekkelijk kleine ruimtes met veel mensen bijeen door een noodlottige samenloop van omstandigheden heel veel eigenlijk onaanvaardbaar leed kan worden veroorzaakt. En dat moet ons aansporen om te kijken hoe je de risico's elders en later, ook weer op andere plaatsen, zoveel mogelijk kunt verkleinen. Wegnemen kun je ze nooit. En je kunt ook niet zeggen: dat zal de overheid wel eens even regelen. Maar je hebt ook als overheid wel een verantwoordelijkheid op dit punt. En daar gaan we nu dus ook krachtig aan werken met elkaar. Dat zijn we aan onszelf en aan de mensen hier in Volendam verplicht, hoewel het gebeuren hier natuurlijk niet kan worden gerepareerd, helaas.

GREYN:
Daarstraks spraken kinderen hier in het stadion en die hadden het over boosheid. Nu hoor je veel dat mensen de boosheid juist op politici richten. Trekt u zich dat aan?

KOK:
Ja, daar waar politici verantwoordelijkheid dragen of hebben gedragen, die ook die boosheid in hun richting rechtvaardigt, moeten we daar open voor staan, om met mensen te praten over wat onze rol is daarin, wat de taak van de overheid is, op welke wijze die taak wordt vervuld. En dan moeten we, vind ik, voor de volledigheid er wel de verantwoordelijkheid van individuele burgers naast leggen, want voorschriften is één, de naleving daarvan is twee. Die naleving daarvan is ook door particulieren nodig, en soms zijn mensen als alles goed gaat en er geen gevaar dreigt ook wel weer eens wat nonchalanter dan wanneer er net een ramp is geweest. Dus dat moeten we allemaal rustig bespreken. Maar de overheid, en de politici binnen de overheid, moeten openstaan voor de gedachtewisselingen met burgers. Ook op momenten dat men zeer verontwaardigd, zeer verontrust, erg boos is. Dat moeten we doen, daar zijn we voor.

GREYN:
Maar jammer genoeg zijn er wel rampen nodig om dit denkproces af en toe op gang te brengen?

KOK:
Dat geldt misschien voor ons allemaal. Dat geldt misschien wel voor ons allemaal, dat we ons niet alle dagen bewust zijn van de grote risico's die we lopen. Kijkt u naar de aantallen verkeersongelukken, hier zijn nu tien mensen overleden tot nu toe, het kunnen er meer worden, neemt u één weekend in Nederland op de snelwegen en op de andere secundaire wegen, je hebt soms een aantal doden wat groter is. Ik bedoel: daarmee ga ik Volendam niet relativeren, maar ik geef alleen aan dat risico's van alledag zijn. En je moet steeds kijken: hoe kun je de omvang van de risico's, ook daar waar het gaat om de voorschriften, de naleving en de handhaving daarvan , waar dat maar even kan, weer tot beperktere proporties terugbrengen? Dat deze ramp daarvoor nodig is, is hoogst tragisch, maar we moeten die verantwoordelijkheid wel nemen met elkaar. (Letterlijke tekst, ongecorrigeerd, NW)




reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie